Ad Valvas 1976-1977 - pagina 387
AD VALVAS — 27 MEI 1977
Scheidende RSA-koördinator was dat anders'
3
Van der Zweep: 'Altijd leuk werk, maar de laatste tijd
"Lijnen Raad Studenten Aangelegenheden moeten sterker naar CvB lopen" „Ik denk dat de lijnen sterker naar het college van bestuur moeten lopen." Op zichzelf geloof ik dat een struktuur zoals de Raad Studenten Aangelegenheden nu heeft, mogelijk moet zijn, maar dan met aanpassingen. Het vermogen om beleid te maken in de sektor studentenvoorzieningen vraagt mensen met ook een bestuurlijke kijk, al moet je het daar niet alleen van hebben. Maar als impuls is zoiets nodig. Daarom: zo'n struktuurkommissie, waartoe in maart werd besloten, is absoluut noodzakelijk." Woorden van de koördinator studentenvoorzieningen VU, drs. Albert van der Zweep, die dit werkterrein na bijna 15 jaar gaat verlaten. Per 1 juni gaat hij weg. Midden in een periode waarin er twijfels bestaan over het goed funktioneren van de RSA, die als meest autonome van alle kommissies van de universiteitsraad de paraplu vormt voor een achttal specifieke organen als de ASVU en het ACC. Is het een toeval dat in zijn kielzog mevrouw Lenie van Goor, sekretaresse van het RSA-bureau, na een periode van 12 jaar volgt? Beiden gaan ze over naar de Vrije Leergangen VU. Ze zijn zwijgzaam over de motieven voor hun vertrek. „Het is een komplex van faktoren", zegt drs. Van der Zweep, met wie we een gesprek over verleden en heden van de studentenvoorzieningen hebben voorzover hij dat heeft meegemaakt. „Ik heb het werk altijd erg leuk gevonden, maar de laatste tijd was dat anders." Over de opzet van de RSA op zichzelf is hij best te spreken. „Ik vind het een groot voordeel dat de studenten zelf direkt invloed op het beleid kunnen hebben. Het is een stukje zelfbestuur. De beslissingen worden dicht hij de mensen voor wie de studentenvoorzieningen bestemd zijn genomen. Dat is een belangrijk voordeel boven de situatie waarin we nog de Civitasraad hadden, die zichzelf intussen heeft overleefd maar formeel nog moet worden opgeheven. Toen had je mensen van het college van direkteuren, curatorium en de senaat, die veel minder bij de dingen betrokken waren." In oktober 1962 werd hij sekretaris van de Civitasraad en tien jaar later van de RSA die werd opgericht, nadat ook aan de VU de Wet Universitaire Bestuurshervorming was ingevoerd. Sekretaris of koördinator is eigenlijk hetzelfde. „Dat betekent dat je ambtelijk hoofd bent van het personeel bij de diverse diensten van de studentenvoorzieningen." „Het nieuwe van de RSA was dat er een struktuur kwam waarin de studenten de meerderheid hadden met zeven zetels, terwijl er verder vier vertegenwoordigers van het RSA-personeel en twee UR-leden waren. Van het begin af aan hebben we eigenlijk o p gespannen voet met de universiteitsraad gestaan. Dat zat 'm in de manier waarop de RSA tot stand is gekomen. E r is geweldige druk o p de besturende colleges uitgeoefend, zowel van de kant van de studenten als van het personeel, in hoofdzaak de welzijnswerkers. Toen had je nog de praatklub voor studentenvoorzieningen ROS, die geen enkele status had. Die was bang dat er een eenhoofdige leiding zou komen en dat de zaak van de studentenvoorzieningen een ambtelijke dienst zou worden. Men vond dat zo'n autoritaire struktuur niet meer paste. Ik denk dat de besturende colleges zich wel afvroegen of het wel goed zou gaan als je de dingen aan de studenten zou overlaten. Dat was hun angst." Die angst bleef volgens Van der Zweep na de RSA-start steeds ondergronds meespelen. „En de RSA heeft er volgens mijn indruk niet voldoende aan gedaan om die weg te nemen. Ook door zijn opstelling niet. In sommige opzichten heeft de RSA een koers gevolgd die tegen de universitaire lijnen inging Bijvoorbeeld: toen de RSA ontstond was er nog geen VUSO. Maar toen die er eenmaal was, claimde die ook een plaats in de RSA, die SRVU-getint was. Eind vorig jaar werd er ook een plaats ingeruimd voor de VUSO, maar daarvoor moest wel veel moeite worden gedaan vanuit de universiteitsraad. Zo is er nog wel meer." Van der Zweep zegt dat er onder het personeel „ernstige bezwaren" tegen de huidige struktuur bestaan. „Je kan niet generaliseren. Het zijn met name de studentendekanen dio 7e hebben. Die zeggen: zo'n struktuur is niet geschikt voor het voe ren van een goed beleid. Ja, zij zit-
Door Jan van der Veen ten nu eenmaal wat dichter tegen de onderwijssituatie aan en vinden de RSA een overkoepeling van te heterogene voorzieningen, zo van: wat heeft een studentendekaan in konkreto met de sport te maken? Een RSA-struktuur past meer voor koUektreve voorzieningen, vinden ze. Zij zien meer in een welzijnsdienst (dekanen, psychologen, artsen, predikanten) als aparte dienst van de universiteit."
Patstelling Na de zomervakantie vorig jaar is het gerommel in de RSA-gelederen pas goed aan het licht gekomen. September, oktober. „Het dagelijks bestuur heeft de bureau's (60 personen, inclusief SSH) gevraagd hoe men vond dat de RSA draaide en of er kritiek was. Die kritiek kwam toen los van de welzijnswerkers. De kollektieve voorzieningen (ACC,
ASVU en Vormingscentrum) hadden maar weinig moeite met de RSA-opzet. Dus hier en daar zijn er bedenkingen. Men zegt dan: hier wordt geen beleid gevoerd. Een soort patstelling tussen personeelsleden en studenten, waar weinig uitkomt." Een struktuurkommissie van de RSA zal nu omstreeks september/ oktober met een oplossing proberen te komen. Moet er wat aan de RSA-struktuur veranderen of niet. „Daarbij zal men ook rekening moeten houden met de WUB-wijziging, die net afgekomen is. In de oude WUB-tekst staat dat de zorg voor de studentenvoorzieningen bij de universiteitsraad berust. In de nieuwe tekst is daaraan toegevoegd: onverminderd de bevoegdheden en taken van het college van bestuur. Je zou kunnen zeggen dat RSA-bes'uiten via het CvB bij de U R moeten worden binnengedragen. Het beheer van de studentenvoorzieningen komt bij het college van bestuur. Of dit allemaal veel gevo'gen voor de RSA zal hebben, weet ik niet Misschien hier en daar wat aanpassingen in het reglement. Personele en financiële zaken gaan al via het CvB." Zou de RSA zijn dolgedraaid als er niet een struktuurkommissie was gevormd? „Ja, eh, dat was eigenlijk al gebeurd. De studentendekanen doen al niet meer mee. Van Raamsdonk is er vorig jaar uitgestapt. Een aantal mensen is duidelijk gefrustreerd. En zo heb je al een probleem. Voor de studentenvoorzieningen is het belangrijk dat als eenheid wordt opgetreden."
Wat is volgens n de meest gewenste struktuur? „Twee dingen. Studenten moeten omdat het voorzieningen voor hun zijn een heel grote invloed o p het beleid hebben. Daarnaast is het van be'jng dat die eenheid gehandhaafd blijft. Dus niet het systeem waaibij jc de psycho-sociale en medische zorg eruit gaat halen en die lechtstreeks onder het college van bestuiu brengt. Ik heb geen blauwdruk voor een oplossing, maar ik denk wel dat er in elk geval inbreng van buiten de RSA-scktor moet zijn, deskundigen vamiit de universiteit. Iets als de herstrukturering heeft duidelijk invloed op de studentenvoorzieningen. En de lijnen moeten meer lijnen naar het CvB lopen. Je zit als RSA toch te veel in een uitzonderingspositie als kommisie van de universiteitsraad. Daar komt bij dat je verantwoording aan de raad moet afleggen, m a a . die is daar niet zo geschikt voor omdat het zo'n groot en heterogeen gezelschap is. Eén keer per jaar komt er een RSA-verslag aan de orde. Dan wordt je gepakt op
Studenten prehistorie en klassieke archeologie voor k eerst aan het opgraven Voor het eerst hebben VU-studenten prehistorie en klassieke archeologrie zelf opgravingen gedaan. Deze maand gaven veertien dokloraal-studenten onder leiding van drs. Simon L. Wynia, medewerker aan het archeologisch instituut van de VU, hun theoretische vorming reliëf door een stukje praktijk. Dat gebeurde op het kolossale opgravingsgebied bij Wijk
bij Duurstede (Dorestad), waar de rijksdienst oudheidkundig bodemonderzoek al zo'n tien jaar bezig is meer aan de weet te komen van een van de grote Karolingische handelsnederzettin;;en (de periode tussen 600—900). „Tot voor kort moest het voor de studenten in dit bijvak — een hoofdvak is prehistorie niet — bij
kijken blijven. Toch is het een voorwaarde dat ze ook praktisch bezig zijn geweest. Dat kon nu, hoewel veertien dagen toch wel te kort is om ze met alles te laten meedraaien." Dat zegt een duidelijk tevreden drs. Wynia, net terug uit de werkputten 480 en 481, die hem en zijn studenten werden toegewezen. Bezwaar was dat de weersomstandigheden niet al te best waren en er gewerkt moest worden in kleigrond, die niet te droog, maar ook niet te nat moet zijn wil het opgraven optimaal verlopen. „De studenten waren erg tevreden en willen het best nog eens doen. Een paar van hen gaan deze zomer weer." De studenten haalden in de 20 bij 40 meter grote terreinen aardewerk, glas, barnsteen en munten naar boven. Dat er nu eerst praktisch opgravingswerk met de studenten is gedaan, vindt zijn verklaring in de sinds dit jaar bestaande uitbreiding van het archeologisch instituut met een veldtechnicus-restaurateur. Het is de heer F . van Kregten, die het personeelsbestand met zijn komst op acht heeft gebracht. Van Kregten zal de studenten in de toekomst bij het opgravingswerk begeleiden. Ook ditmaal was hij erbij. D e relatie die de V U met prof. dr. W. A. van Es heeft — hij is buitengewoon hoogleraar en "tevens direkteur rijksdienst oudheidkundig bodemondeizoek — maakte men in Wijk bij Duurstede terechtkwam. Aan de VU, waar de studies klassieke archeologie en prehistorie samen zijn ondergebracht in het archeologisch instituut — wat elders niet voorkomt —, beschikt men (nog?) niet over eigen opgravingsterrcinen zoals de universiteiten van Leiden, Groningen en Amsterdam. (J. v. d. V.)
iets als een subsidie aan Pharetra o f . . . De politieke dingen worden eruit gehaald, de details. Bijvoorbeeld ook zo'n strijdliederenkoor van het ACC en de SRVU, dat zijn in de raad de items." Van der Zweep vindt dat de struktuurkommissie ook de grootte van de RSA onder de loep moet nemen. „Zonder meer twee of meer mensen met bestuurlijk inzicht erbij zetten, dat is geen oplossing. De RSA is met dertien mensen nu niet te grodï, maar veel groter moet hij niet worden."
Top bereikt De studentenvoorzieningen hebben volgens de scheidende koördinator van de RSA nu de top wel bereikt. „Vergeleken met de oude tijd van de Civitasraad is er een gigantische uitbreiding geweest. Natuurlijk niet dankzij de RSA. Het is sowieso gebeurd. Ik maak me geen illusies over mogelijke verdere uitbreiding. Studentenvoorzieningen kosten geld. Voor 1977 is inclusief de studentenhuisvesting (SSH) zo'n zes miljoen gevraagd. Daar is wel iets op gekort, maar toch . . . SSH is onze grootste kostenpost. Als je die eraf trekt blijft er zo'n 1.250.000 gulden over voor de rest. SSH gaat over van O. en W. naar Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, maar er zullen denk ik toch wel nauwe banden met de universiteit blijven bestaan. Integratie van Uilenstede in gewone woonwijken zie ik niet hard gaan. Uilenstede zelf zal door de studenten bewoond blijven — er is nog zo'n vreselijk tekort — en bovendien zal het personeel er belang bij hebben in dienst van de universiteit te blijven." Zullen de studentenvoorzienin"en in het algemeen in de nabije toekomst belangrijk worden teruggeschroefd wegens de bezuinigingen? „Het ministerie zal normen gaan stellen. Er komt een nota over studentenvoorzieningen. Binnenkort. De kommissie studentenvoorzieningen van de Academische Raad heeft op het tweede koncept-stuk over de studentenvoorzieningen nog grotere kritiek dan op het eerste gekregen, maar ik denk niet dat men daar in Den Haag op een AR-advies zal blijven wachten." Men zal de kontributies wel gaan opschroeven. Voor de studentenhuisvesting zijn al maatregelen genomen. Bij de SSH bestaat per kamer per jaar een exploitatietekort van ƒ 1000,—. De studenten zullen nu meer gaan betalen en kleine klusjes zelf moeten doen, omdat dat tekort moet worden teruggebracht." Van der Zweep vindt studentenvoorzieningen een noodzaak wegens de bijzondere positie die studenten innemen. „Studentendekanen bijvoorbeeld heb je nodig en bovendien hebben studenten een veel lager inkomen dan de werkende jongeren. De psycho-sociale en medische zorg moet er daarom voor hen zijn. Ook de vormende aktiviteiten horen erbij omdat die speciaal zich richten op het leefkadcr van de studenten: de universiteit. Ze gaan om met hun „soortgenoten", er is kontakt en dooidat het er allemaal is kunnen eenzaamheidsproblemen ook minder groot zijn." Maar de top is bereikt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's