Ad Valvas 1976-1977 - pagina 205
AD VALVAS — 21 JANUARI 1977
Drs. Cees Lammes (SSH-VU): beneden ƒ 170,— te houden
'Taak voor studentenvakbonden
om huren van nieuwe
woonruimten
'Overgang naar Volkshuisvesting in 1978 beteicent achteruitgang voor studentenhuisvesting' I I
Met ingang van 1 januari 1978 zal de studentenhuisvesting niet meer ressorteren onder het Ministerie van Onderwgs en Wetenschappen (OW), maar onder het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). De reden hiervoor ligt in het feit, dat de woningnood van ééngezinshuishoudens in de jaren zestig een stuk minder is geworden, terwfll in het begin van de jaren zeventig juist een ontzettende woningnood ontstond bij alleenstaanden (studenten, h.b.o.-ers, werkende jongeren en andere groepen) en tweepersoonshuishoudens. Deze verschuiving was aanleiding voor de overheid deze problematiek integraal aan te pakken en derhalve de studentenhuisvesting onder te brengen bü VRO. Dit zal grote veranderingen met zich brengen wat betreft de relatie tussen de stichtingen studentenhuisvesting (SSH.) en de universiteiten respektievelijk hogescholen, de interne organisatie en het dienstenpakket van de SSH, en de relaties tussen SSH en de Ministeries OW en VRO. Ongeveer drie jaar geleden werd de principebeslissing genomen de studentenhuisvesting te gaan onderbrengen bij VRO, hetgeen een intensief overleg op gang bracht tussen de SSH's van de universiteiten. Ken werkgroep studentenhuisvesting werd in het leven geroepen, en van de kant van de overheid kwam in juli 1975 de „Nota huisvesting alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens", beter bekend als de nota-Van Dam (staatssecretaris van VRO is drs. Marcel van Dam). Om de problemen van alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens (hierna I + II) aan te kunnen pakken stelde Van Dam destijds de volgende konkrete maatregelen: • in 110 gemeenten moet onderzoek worden verricht naar de woningbehoeften en de staat van huisvesting van I + II, om zowel landelijk als plaatselijk inzicht in de problematiek te verkrijgen; • de inschrijvingsleeftijd van woningzoekenden wordt verlaagd naar 18 jaar; • in de 110 aangewezen gemeenten worden stuurgroepen ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van gemeente, woningcorporaties, kategorale stichtingen en belangengroeperingen (bij voorbeeld SSH), die de gemeentebesturen moeten adviseren over het op korte en lange termijn te voeren beleid. Op korte termijn kan worden gedacht aan het aankopen en verbouwen van bestaande panden ter leniging van de ergste nood, en het opsporen en mogelijk wegnemen van knelpunten. Op lange termijn kan gedacht worden aan het adviseren hoeveel kleine en grotere woningen gebouwd moeten worden.
Subsidiërxji'*
i I
Ten aanzien van de subsidiëring zegt Van Dam: • de wooneenheden die gefinancierd worden via de nota huisvesting I + II kunnen afwijken wat betreft grootte, indeling, technische uitrusting en dergelijke. • dat hogere objektsubsidies dan in de normale huisvesting gebruikelijk is, zullen worden toegekend. • dat degenen waarvoor deze wooneenheden in eerste instantie bedoeld zijn (werkende en studerende jongeren en buitenlandse werknemers) genoegen moeten nemen met lagere individuele huursubsidies. De nota maakt uitdrukkelijk onderscheid tussen de geldelijke steun voor nog te bouwen of te verbouwen panden en de geldelijke steun voor reeds bestaande studentenhuizen. Het laatste onderwerp Valt buiten het kader van- ^e algemene Ipejeidsvoorstel1 ^ vin .de nota. ÖDjc dient te worden" bepaald wat in de' toekornst ,de taak en de WBTËivyzë van "de SsH's zullen zijn. Volgeais' de werkgroep studentenhuisvesting zullen de belangen yah de'thans fn de studentenhuizen- wonende jongeren daartiy 'vooxdp moeten staan. Een belangrijke uitspraak in dit verband is, dat de huurprijzen van de bestaande huisvesting geen eenmalige verhoging zullen ondergaan. Er zal een zodanige regeling voor de subsidiëring van
Door Jaap Bankert deze huizen getroffen moeten worden, dat de woonlasten bij de overgang een grote mate van continuïteit behouden. Uit de aard der zaak volgen de huren nadien de normale trend van de jaarlijkse huurverhoging. Omdat na de overgang ook de subsidiëring moet passen binnen het stelsel dat dan geldt voor de nieuw te bouwen of te verbouwen panden, zuUen de huurprijspercentages (dit is een percentage van de stichtingskosten) en toelaatbare stichtingskosten van studentenwoningen zodanig moeten worden vastgesteld, dat de' daar uit voortvloeiende woonlasten aansluiten bij die van de bestaande studentenwoningen. Daarbij zal worden uitgegaan van het huidige kwaliteitsnivo. Voorts zal verdisconteerd worden, dat naarmate de stichtingskosten hoger zijn, de panden kennelijk bestemd zijn voor gegadigden met hogere inkomens. De subsidie zal de sluitpost moeten zijn om een rendabele exploitatie mogelijk te maken. De subsidie wordt op een genormeerde exploitatie-opzet afgestemd. Uitgaven die de normen te boven gaan, komen in beginsel niet voor subsidie in aanmerking. Voor de financiering van de bouw van studentenhuizen zullen geen rijksleningen worden verstrekt. De stichtingen zullen zelf een geldlening moeten aantrekken. In het overleg, dat is gevoerd met de institutionele beleggers, is gebleken, dat zij in principe bereid zijn tot het vestrekken van dergelijke leningen. Deze kunnen door de gemeente gegarandeerd worden; hierin zal het Rijk deelnemen in de vorm van het overnemen van het financiële risico van de gemeente.
Qrote gevolgen De overgang van SH naar VRO zal .voor de interne organisatie en het dienstenpakket van de SSH's grote gevolgen hebben. Door de Vaak stormachtige groei van de stichtingen is niet altijd de meest doelmatige organisatiestruktuur opgebouwd. Ook komt het voor, dat niet altqd de juiste man op de juiste plaats zit. Een reorganisatie zal dan ook vaak moeten volgen, teneinde binnen de normen van VRO te kunnen werken. Indien hierbij wordt uitgegaan van het principe, dat de reorganisatie niet gepaard mag gaan met ontslagen, is het duidelijk dat er enige tijd gemoeid zal zijn met de voltooiing vaix de gewenste reorganisatie. Van cte universiteit mag verwacht worden, dal zij hierbij al datgene zat doen, dat zal leiden tat plaatsing bij voor.rang elders bij dé universiteit. Deze herplaatsing van het bij de stichting te werk gestelde personeel moet geacht worden te behoren tot de, verantwooifdelijkheid van de universiteit. Tot dusver werd een vrij omvangrijk dienstenpakket „om niet" aan de bewoners van een kamer van de stichting aangeboden. Ook op dit punt is herbezin-
ning noodzakelijk. Hierbij rijst de vraag, of de bewoners bereid zullen zijn voor diverse diensten te betalen. Het ligt voor de hand te veronderstellen, dat wanneer voor diensten betaald moet worden, de behoefte aan deze diensten al snel niet meer aanwezig zal blijken te zijn. Wanneer het dienstenpakket aan de bewoners vrij omvangrijk is, zullen grote bedragen moeten worden doorberekend aan hen, omdat de norm van VRO weinig ruimte biedt om al deze kosten op te vangen. Bij VRO wordt er immers vanuit gegaan, dat geen inventaris (met uitzondering van vloerbedekking, gordijnen en hang/legkast) ter beschikking wordt gesteld, dat kleine onderhoudskosten anders dan de normale slijtage aan de bewoners worden doorberekend, en dat de kosten van een huismeester als service-kosten worden aangemerkt, tenzij deze funktionaris onderhouds- of beheerswerk verricht.
SSH: nauwe band handhaven Met betrekking tot de bestuurlijke aspecten spreekt de SSH van de VU zich in het onlangs verschenen jaarverslag uit voor het handhaven van de nauwe band, die er momenteel met de VU is; dit op grond van de verwachting dat haar huidige kamerbestand ook in de toekomst voor het overgrote deel door universitaire studenten bewoond zal worden. De VU zal met name op welzijnsgebied en ten aanzien van het scheppen van nieuwe woonruimte een taak op het huisvestingsvlak blöven behouden. Ten aanzien van het personeel van de SSH wordt in het jaarverslag benadrukt, dat het huidige èn het toekomstige personeel in dienst van de VU moet blijven en derhalve zijn ambtelijke status behoudt, zodat de huidige rechtspositieregelingen gehandhaafd kunnen blijven. De salariskosten zullen door de SSH aan de universiteit vergoed moeten worden. Omvang en samenstelling van het personeelsbestand behoren tot de verantwoordelijkheden van het bestuur van de SSH; het bestuur van de universiteit kan een verzoek van de stichting om extra personeel alleen dan afwijzen.
wanneer voldoende financiële waarborgen van de zijde van de stichting ontbreken. Ook moet er een meerjaren-planning verschijnen, waarbij de organisatie van de stichting en het te voeren personeelsbeleid van de universiteit op elkaar afgestemd moeten zijn. Te denken valt hier aan inschaling en promotiemogelijkheden.
Huren Met betrekking tot het financieel aspekt bestaat er bij de overgang naar VRO voor de laatste maal de gelegenheid de huren van de bestaande kamers in onderlinge samenhang opnieuw vast te stellen. De kamers, die onder VRO worden gebouwd, kunnen niet in de overwegingen betrokken worden. De huurvaststelling van deze kamers geschiedt immers op basis van de stichtingskosten. Hiervan mag niet worden afgeweken. Bij het Ministerie van OW gold een kale huurprijs van ƒ 97,35 gemiddeld per maand (prijspeil 1 september 1975) tegen ƒ 84,— bij VRO. Met deze bedragen wordt bij subsidiëring van de bestaande huisvesting rekening gehouden. In het genoemde bedrag van OW is echter begrepen een vergoeding voor de inventaris en voor de diensten van huismeester. Voor de vergoeding hiervan is derhalve ƒ 13 35 te rekenen bij VRO. De totale woonlasten voor de bestaande studentenhuisvesting bedragen (prijspeil '75) gemiddeld ongeveer ƒ 160 per maand. Bij het aanhouden van een kale huur van ƒ 84 per maand per wooneenheid IS er derhalve een ruimte van gemiddeld ƒ 76 voor de service-kosten aanwezig (verwarming, verlichting, huismeester, inventaris, schoonhouden e.d.). Dit bedrag acht de werkgroep SH, gelet op de desbetreffende kosten, acceptabel. De continuïteit van de door de studenten te betalen totale woonlasten is dr armee naar het oordeel van de werkgroep voldoende gewaarborgd. De in het rapport voorgestelde norm voor technisch onderhoud wordt blijkens het jaarverslag van de SSH-VU als onvoldoende ervaren om een goede staat van onderhoud van het huidige bestand (met de specifieke bouwwijze met veel gemeenschappelijke voorzieningen) te handhaven.
Voor de SSH-VU komt daar nog bij het feit dat Uilenstede eigen terrein is, hetgeen hoge kosten van terrein- en wegenonderhoud met zich mee brengt. Ook gezien de stand van de reserves ziet de financiële toekomst van de stichting onder VRO er niet rooskleurig uit als de voorgestelde normen niet verhoogd worden.
Meest wenselijke ontwikkelingen De SSH-VU ziet als de meest wenselijke ontwikkelingen voor de naaste toekomst: • er moet naar gestreefd worden, dat zowel in nieuwbouwwijken als in stadsvernieuwingsgebieden voldoende kleine goedkope woningen gebouwd worden. • er dienen meer mogelijkheden tot samenvoeging/splitsing van woningen te komen. • met name voor studenten (gezien hun inkomenspositie) is het van belang dat er voldoende aandacht wordt geschonken aan de bouw van één-kamerwoningen. • in principe zal de SSH niet meer zelf bouwen, wel moet op alle mogelijke wijze bevorderd worden, dat woningcorporaties en dergelijke voor jongeren (en dus voor studenten) bouwen en wel in de hierboven aangegeven vormen. In Amsterdam werd in maart 1976 de in de nota-Van Dam bevolen stuurgroep geïnstalleerd Op een totaal van 17 leden bezetten de beide Amsterdamse SSH's één gedeelde plaats. De voorbereiding van een aantal taken van de stuurgroep is gedelegeerd aan werkgroepen, waarin de stichtingen ook participeren. Tot op heden zijn nog weinig konkrete voorstellen uit de stuurgroep naar voren gekomen. De bouw van het projekt in Bijlmer A-Zuid zal worden gerealiseerd door de gemeente Het concept globaal programma van eisen voor dit projekt, dat is opgesteld door de gemeentelijke dienst Volkshuisvesting, werd door de SSH van enige kritische kanttekeningen voorzien, met name wat betreft de voorgestelde differentiatie in de huren.
Weinig bereikt Gekonkludeerd kan worden, aldus het jaarverslag, dat in de afgelopen periode in Amsterdam wel veel . op organisatorisch gebied werd g«daan, étaar dat er bitter weinig 'op het vlak van konkrete huisvesting werd bereikt. In projekten, die reeds in voorbereiding waren, zat Weinig schot, terwyl er geen nieuwe projekten van de grond kwamen. In de stuurgroep Amstelveen, waarin de beide Amsterdamse SSH's eveneens één plaats delen, werd bereikt dat in de nieuwbouwwijk Waarjihuizen een 25tal appartementen voor jongeren, geïntegreerd g'eboiiwd tussen de normale gezinswoningen, tot stand kan komen. De heer'Cees tiammes, secretaris van de SSH-VU, zet desgevraagd, dat de SSH el- in financiële zin gewoon op achteruit gaat bij de overgang van stu4entenhuisvesting naar VRO, en het zal dan ook moeilyk worden, de kwaliteit van de huizen op peil té -Houden. Hij vreest, dat het on^rhoudsnivo naar beneden zal gaan. „Men staat gewoon voor het voldongen feit, dat de financiële normen bij VRO veel strakker zijn." Overigens is hij blij, dat in de toekomst gestreefd wordt naar het geïntegreerd wonen, Van alleenstaanden en gezinnen in bestaande en nieuwe 'wijken', (Jaar hij vindt dat grote studentencomplexen toch ook niet aÜei g[jri, ijiet name noönde- lïij. 6*i 'ewiaj'dige "Iteefmilifeu.' / ' ' / ;; ,''''_,De huren van de' nietiWe woon ruimten zullen yóoir stüd'enten zeker niet de ƒ 170 te boven mogen gaan, aldti's dé Heer' I J ^ m e s , gezien het feit d^t de inkomenspositie van de studenten er de laatste jaren zeer zeker niet- beter op geworden is. Hier ligt. volgens hem echter duidelijk een taak voor de studentenvakbonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's