Ad Valvas 1976-1977 - pagina 357
AD VALVAS — 29 APRIL 1977
5
Bewapeningsuitgaven Derde Wereld sterk gestegen sinds 1955 Zoals in het vorige nummer van Ad Valvas al vermeld houdt de Vereni ging voor Vredes en Konfliktenonderzoek op 5 en 6 mei haar tweede jaarlijkse kongres, dat op de VU zal worden gehouden en door de werk groep polemologie aan de VU wordt georganiseerd. Op beide dagen zijn er openbare zittingen die voor elke belangstellende toegankelijk zijn. Op 5 mei zullen op de eerste vrij toegankelijke sessie verschillende aspekten van de bewapeningswedloop worden belicht door prof. dr. Ulrich Al brecht, hoogleraar politikologie aan de Freie Universitat te Berlijn den dr. Asbjom Eide, medewerker aan het International Peace Research Institute te Oslo (van 20 tot 22 uur in 2A00 Hoofdgebouw). De tweede openbare zitting is op 6 mei en gaat over de maatschappelijke belangrijkheid van de polemologie. Staatssecretaris P. H. Kooymans en prof. dr. B. V. A. Röling zijn dan de inleiders (van 15 tot 18 uur in lOA00 Hoofdgebouw). Ter inleiding van de eerste openbare zitting publiceerden wc in ons vorige nummer een samenvatting van een artikel van Asbj0m Eide. Hieronder nu een artikel van Albrecht die op 5 mei spreekt (zaal 2A00 hoofdge bouw van 20—;22 uur) en vervolgens een inleiding op de tweede openbare zitting op 6 mei. We geven nu eerst een samenvat ting van een artikel van Albrecht in 'Instant Research on P eace and Violence', 121976 onder de titel: 'Arms Trade with the Third World and Domestic Arms P roduction'. Het gaat over de invloed van de wapenhandel op de bewapenings wedloop. Een van de schrijnendste ontwikke lingen van de laatste jaren is mis schien wel de sterke stijging van de bewapeningsuitgaven in de ontwik kelingslanden. Sinds 1955 nam het aandeel van de Derde Wereld in het totaal van de militaire uitgaven toe van 3 tot 12 procent (bij een stijging van de reële uitgaven). Ge geven de achterstand in ekonomi sche ontwikkeling rijst de vraag waarom landen in de Derde Wereld schaarse middelen gebruiken voor militaire doeleinden. Het antwoord op deze vraag heeft volgens Albrecht alles te maken met de militarisering van de Derde Wereld, d.w.z. met een penetratie proces van de militaire organisatie
in de samenleving. Albrecht meent dat dit proces niet los gezien kan worden van de kapitalistische ex pansie, waarbij militaire macht — in verschillende gedaanten en op verschillende manieren — altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. Albrecht is dan ook m.n. geïnte resseerd in de rol van de metro poollanden (de geïndustrialiseerde staten) in het militariseringsproces in de Derde Wereld. Hij gaat daar om nader in op een zestal dimen sies van dit proces, waarin die rol tot uiting komt. (a) Na 1965 ziet men een verhevi ging van de wapenwedloop in de periferiestaten, die tot uitdrukking komt in een sterke toename v.an de militaire uitgaven, van het aantal manschappen dat onder de wapens is en van de wapenleveranties. Op vallend is daarbij dat die wedloop zowel horizontaal (toename in hoe veelheden) als vertikaal (verbete ring van de kwaliteit) verloopt.
Opbouw eigen kapaciteit (b) Het streven is in sterke mate gericht op de opbouw van eigen kapaciteit voor de produktie van wapens. Aanvankelijk hing dit sa men met het streven van ontwikke lingslanden naar politieke onafhan kelijkheid van hun wapenleveran ciers. Dit beleid mislukte echter omdat men voor de meest geavan ceerde onderdelen afhankelijk bleef van de metropoollanden. Daar kwam nog bij dat export uiterst moeilijk bleek door de technologi sche^ voorsprong van de metropo len, de eigen markt klein was en het spinoff effekt gering door het
Door Ben Oostenbrink en Geriit Faber, werkgroep polemologie ontbreken van een algemene eko nomische ontwikkeling. De opbouw van een eigen produk tiekapaciteit is tegenwoordig meer het gevolg van de strategie van multinationale ondernemingen. Als onderdeel van een beleid gericht op loonkostenbesparing worden ar beidsintensieve onderdelen van het produktieproces overgebracht naar ontwikkelingslanden (m.n. elektro nika). Hulpbronnen van vitaal be lang worden daar ingeschakeld in de wapenproduktie, wat nu al ge volgen blijkt te hebben voor het streven de levensstandaard van de Derde Wereld te verhogen. De be langrijkste faktoren die in deze ontwikkeling een rol spelen zijn: het verschil in loonkosten, de ver andering van militaire doktrines (zie onder d), de herverdeling van inkomsten op wereldschaal (olie dollars) en de verwachting van be paalde bourgoisieën in de periferie dat militaire produktie leidt tot een toenemende stijging van de kapi taalsakkumulatie en tot vergroting van de politieke invloed. (c) Vooral de laatste 15 jaar is de periferie op grote schaal gebruikt als proefgebied voor nieuwe wa pens. Het verschijnsel is overigens niet nieuw: Krupp verkocht zijn eerste wapens aan Egypte en Rus land, voordat de onderneming in staat was te voldoen aan de kwali teitsnormen van het Pruisische le ger. Het is zeer waarschijnlijk dat ook in de toekomst de metropolen zich, door levering van moderne wapens aan Derde Wereldlanden, a.h.w. in staat blijven stellen tech nologischgeavanceerde militaire produkten uit te testen. (d) Technologisch hoogontwikkel de wapens blijken bij gebruik in de periferie vaak ontoereikend (vgl. Vietnam) en uiterst kostbaar voor een inzet op grote schaal. Dit vindt zijn weerslag in de ontwikkeling van een nieuwe militaire doktrine van het „territoriale defensiesys teem". Deze gaat uit van een terri toriale verdediging met eenvoudige middelen door het eigen leger dat — beter dan tot nu toe — geïnte greerd is in de bevolking en van een hoogontwikkelde interventie kapaciteit van de VS om in geval van nood bijstand te verlenen. De gevolgen hiervan zullen zich niet beperken tot de struktuur van de krijgsmacht van de periferielanden, die naar Albrecht verwacht nog meer in overeenstemming gebracht zal worden met de militaire plan nen van de metropolen. Ze zullen zich uitstrekken tot de gehele sa menleving, omdat die strategie ge baseerd is op de volledige integra tie van alle levenssferen in de peri ferie ter verbetering van de verde diging van het kapitalistische cen trum.
Kernwapens (e) De militarisering van de Derde Wereld heeft verder (e maken met de verbreiding van kernwapens en nukleaire technologie. Voor veel periferiestaten zijn kernwapens aantrekkelijk omdat ze een gevoel van veiligheid verschaffen tegen over een veel sterker buurland, en ze een regime prestige en legitima tie verlenen. Deze ontwikkeling
verergert de gespannen politieke si tuatie in bepaalde regio's van de Derde Wereld met hun zwakke in terne beheersingsmechanismen, en bevordert daardoor het proces van militarisering. (f) Het proces beperkt zich overi gens niet tot een uitbreiding van de bewapening. Het is een veelomvat tend proces, waarbij de krijgsmacht meer en meer een beslissende stem krijgt in de reproduktie van peri fere samenlevingen. De leiding van ondernemingen, de organisatie en distributie van militaire en civiele produktie, landbouwontwikkelings programma's en ekonomische plan ning komen meer en meer in han den van officieren militaire akade mies worden opleidingscentra voor ambtenaren, en de militaire wijze van organiseren en taakvervulling dringt door tot diep in de sociale struktuur van een ontwikkelings land. Tegelijkertijd geeft dit proces aanleiding tot de opkomst van een militante oppositie, die qua vorm varieert van wegblijven van het werk tot stakingen, rellen en bevrij dingsoorlogen. Hoewel de afloop van deze strijd niet voorspelbaar is, lijkt onophoudelijk geweld en bloedvergieten het onmiddellijke gevolg van deze ontwikkeling.
behagen in de wereld, uit het we tenschappelijk inzicht dat wij op weg zijn naar de ondergang als blinde maatschappelijke krachten ongehinderd blijven werken". Als interdisciplinaire wetenschap is de polemologie ontstaan na de tweede wereldoorlog. Deze omstan digheid heeft in belangrijke mate het probleemgebied bepaald, waar aan de „eerste generatie" van pole mologen m.n. aandacht heeft ge schonken: het OostWest konflikt, de nukleaire afschrikking en de be wapeningswedloop. Het ging aller eerst om het voorkomen van oor log, om de negatieve vrede. De „revolte" van 1968 is echter ook de polemologie niet ongemerkt voorbijgegaan. Men vergeet de „eerste generatie" o.a. een te sterke gerichtheid op oorlogspreventie c.q. persoonlijk geweld, waardoor men geen oog zou hebben voor het on derliggende, strukturele geweld; een te „objektieve", d.w.z. neutrale
benadering van konflikterCnde par tijen, waar partijkiezen juist ver eist is; een konfliktdefinitie die uitgaat van de perceptie van de be trokken partijen, terwijl „objektie ve belangentegenstellingen" juist het konflikt bepalen. In Nederland laaide de diskussie in 1972 (minder dan 50 jaar later dus!) hoog op in Warffum, waar het P olemologisch Instituut zijn tienjarig bestaan „vierde". De dis kussie zou later de wereld in gaan onder de kop „Oorlog in de Vre deswetenschap". De vraag waar het toen om ging luidde: „Hoe organiseren we de krachten voor de vrede?". Wie zijn met andere woorden de „kliënten" van de vredeswetenschap en hoe behoort hun wederzijdse relatie er uit te zien. Het antwoord varieert van „geen relatie" (autonoom), naar „zelfstandig, maar gericht op goe vermentele dan wel nongoever mentele faktoren" tot „volledig on dergeschikt aan een bepaalde orga nisatie". Het antwoord blijkt samen te hangen met een verschil in we tenschapsopvatting en een verschil lende visie op de politiek, hoewel het met deze indeling niet geheel samenvalt. De verschillende antwoorden zullen op 6 mei aan de orde komen.
SOCIETEIT-CAFE UILENSTEDE
Maatschappelijk belang van de polemologie
VOOR AL UW FEESTEN, BORRELS EN RECEPTIES
Over de maatschappelijke belang rijkheid van de polemologie zullen staatssekretaris P. H. Kooijmans en prof. B. V. A. Röling spreken op (vrijdagmiddag 6 mei om 15.00 uur in zaal lOA00) met als diskussie leider drs. G. van Benthem van den Bergh. Polemologie of vredeswetenschap is, aldus Röling, „ontstaan uit on
Vele verhuurmogelijkheden Voor studenten speciale prijzen Stichting Sociëtelt-Café Uilenstede. "Yel. 020-430580. Uilenstede 108, Amstelveen. B.g.g. 020-5484531.
Anti-Berufsverbote-comitê aan VU-start handtekeningenaktie Binnenkort start het antiBerugsverbotekomitee aan de VU een handteke ningenaktie op basis van onderstaande verklaring. Alle demokraties ge zinden worden opgeroepen hun adhesie met deze verklaring te betuigen. Deze aktie wordt begeleid door de uitgifte van een brochure, waarin enige aspekten van de Berufsverboten zijn toegelicht. Ter illustratie zijn er een aantal gevallen van Berufsverbote in opgenomen (kosten van deze brochure ƒ 1,—). Op 13 mei organiseert het komitee een manifestatie op de VU, waar 04i. Frenk Deppe, die zelf het slachtoffer van een Benifsverbot is, zal spreken. Nadere aankondiging van de manifestatie zal via affiches plaatsvinden. De verklaring inzake de Berufsverbote in de B ^ luidt: „Met grote verontrusting hebben wij kennis genomen van de uitwerking van het Radikalen-besluit in de Bondsrepubliek Duitsland, waarbij in vier jaar tijds circa 750.000 personen aan verhoren en antecedentenonderzoeken werden onderworpen. Van meer dan 2000 personen is bekend, dat zij uit de overheidsdienst werden geweerd o.g.v. politieke opvattingen en handelingen, die binnen het kader van de grondwet in alle opzichten toelaatbaar zijn. Wij zijn van mening, dat deze vorm van politieke diskriminatie in strijd is met de grondwet in de BRD waarin uitdrukkelijk wordt gesteld, dat niemand wegens zijn politieke opvattingen benadeeld of bevoorrecht mag worden, alsmede met de door de BRD onderschreven universele verklaring van de rechten van de mens uit '48 en de Internationale Konventie uit '66. Wij stellen ons op het standpunt dat de praktijk van de Berufsverbote op ontoelaatbare wijze het funktioneren van demokraties verkozen organen op alle bestuurlijke nivo's belemmert, met name in het hoger onderwijs, en een ernstige bedreiging vormt voor bestaande vormen van legale oppositie. Wij zijn voorts van oordeel dat de demokratiese rechten van alle burgers in alle lidstaten van de Europese Gemeenschap moeten worden verdedigd tegen ondemokratiese maatregelen zoals deze thans in de BRD worden gehanteerd en betuigen onze steun aan de demokratie-
se oppositie in de Bondsrepubliek tegen de Berufsverbote. Wij oordelen de weergave van de situatie in de BRD door de Westduitse regering, als zou het slechts enkele extremisten betreffen, in flagrante strijd met de feiten, die uitwijzen dat talloze demokraties gezinde burgers, waaronder vele docenten en onderwijzers, tot vijanden van de Staat worden verklaard en uit de Overheidsdienst worden geweerd, louter en alleen omdat zij gebruik maken van hun verworven grondrechten. Van de Nederlandse regering vragen wij de feiten onder ogen te zien, zich niet langer te laten leiden door het officiële Westduitse regeringsstandpunt en hun ernstige verontrusting over de huidige ontwikkelingen in de BRD uit te spreken. Wij doen een beroep op alle demokraties gezinde vakorganisaties, politieke partijen, verenigingen en groeperingen, zich in te zetten voor de afschaffing van de Berufsverbote in de BRD en voor bescherming van de demokratiese rechten van de Westduitse staatsburgers.
Eerste
handtekeningen
Met name doen wij een beroep op de Nederlandse politieke partijen zich duidelijk te distanciëren van het standpunt van de eventuele zusterpartijen (SPD, FDP, CDU/CSU) t.a.v. de Berufsverbote, alsmede om hun invloed aan te wenden bij de betrokken zusterpartijen in de BRD en in andere landen van de Europese gemeenschap."
Bovenstaande verklaring heeft reeds enige tijd geleden binnen de VU gecirculeerd en werd ondertekend door de volgende personen: prof. dr. H. J. van Aalderen; drs. H. V. d. Berg; prof. dr. H. Bianchi; prof. dr. loh. Blok; prof. dr. E. Boeker; H. Boetheher; drs. P. Boongaard; mr. P. Boon; P. de Bruin; drs. L. v. d. Bunt; drs. J. W. Dalstra; S. v. Dorp; dr. W. van Drimmelen; mr. Th. Drupsteen; drs. T. Flesseman; drs. H. v. d. Fher; drs. H. v. d. Graaf; drs. W. de Haan; H. Hortensius; mr. P. Idenburg; dr. W. de Jong; B. van Kaam; C. Kaplan; drs. P. Klandermans; prof. dr. J. G. Knol; dr. A. Kok; prof. dr. J. P. Kuiper; prof. dr. H. Lademacher; drs. M. Lammerink; R. de Lange; ds. S. de Lange; C. Los; A. Pels; drs. J. F. H. van Rappard; J. Ravensberger; drs. G. Smid; prof, dr. N. W. de Smidt; dr. G. Snel; prof. dr. T. D. StahMe; H. Steen; dr. L. G. Thijs; drs. C. G. van der Veer; drs. G. C. van der Veer; H. v. d. Veer; drs. A. P. Visser; drs. J. de Visser; drs.' J. N. Zaal.
Universiteitsraad weet
Aanstaande dinsdag komt de universiteitsraad weer bijeen (116e vergadering). De agenda vermeldt onder meer de volgende pimten: toewijzangsvoorstel beleidsruimte onderzoek 1977; ontwikkelingsplannen 1980-1983; het jaarverslag van de RSA '75-'76 en de samenstellii^ van het college van decanen. Plaats: im-zaal. Aanvang: 14 uur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's