Ad Valvas 1976-1977 - pagina 268
AD VALVAS — 4 MAART 1977
4
Tweepersoons huishoudens en jongeren nu politiek meest interessant
Woningnood veel groter dan men denkt Woningnood? Wie tegenwoordig nog over woningnood spreekt, loopt een grote kans te worden aangekeken alsof men water ziet branden. Want er is toch vrijwel geen woningnood meer? Dat is wat politici en anderen ons sinds enkele jaren willen wijsmaken. Nou ja, er zijn nog „wat haarden van woningnood, met name in het westen van het land" zeggen zij. En volgens hen is er ook nog een enorme „kwalitatieve" woningnood. Daarnaast verkondigen zij, dat er nog een tekort aan huizen is voor wat zij noemen „bijzondere groepen". Maar „globaal" en „kwantitatief" is de woningnood opgelost, aldus deze heren. Een onderzoek, ingesteld door de Stichting Landelijk Werkverband Huisvestingsnood (LWH), toont echter aan, dat deze gedachtengang pertinent onjuist is. „Over woningnood gesproken en gelogen — 10 jaren voorlichting over woningnood" is de titel \ a n de publikatie, waarin de resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd*. Zoals de titel reeds zegt, gaat men na, hoeveel informatie over de woningnood de bevolking in de afgelopen 10 jaar heeft ontvangen van de achtereenvolgende kabinetten, leden van het parlement, gemeentebesturen, organisaties en deskundigen op het gebied van de volkshuisvesting, en van de publiciteitsmedia. Aanleiding tot de publikatie is, dat terwijl honderdduizenden mensen ernstig hebben te lijden onder de voortdurende woningnood, over dit probleem vooral de laatste jaren vrijwel niet meer wordt gesproken en geschreven. Afgelopen maandag heeft het LWH dan ook in brieven aan de Eerste en Tweede Kamer en aan de regering scherp geprotesteerd tegen de voorlichting, die tot dusver door de overheid over de woningnood is/wordt gegeven en tevens tegen het falende beleid van de overheid bij de bestrijding van „Volksvijand nr. 1". Volgens het LWH is de overheid er via een bagatelliserende en zelfs apert onjuiste voorlichting m geslaagd zeker de laatste jaren bij velen de indruk te wekken, dat de woningnood vrijwel niet meer bestaat. Ook zijn door de overheid — vaak geslaagde — pogingen gedaan, de aandacht van de woningnood af te leiden door te hameren op allerlei andere problemen op het gebied van de volkshuisvesting, zoals stadsvernieuwing, betaalbare woningen, werkloosheid in de bouw, leegstand, sanering en dergelijke.
De
publiciteitsmedia
In haar publikatie konstateert het LWH ook, dat de publiciteitsmedia in het algemeen het onjuiste beeld, dat de overheid van de woningnood geeft, overnemen en dat ook de aandacht van deze media voor de woningnood de laatste jaren minimaal is geworden. In navolging van de overheid heeft men het al sinds geruime tijd alleen nog maar over „stadsvernieuwing". Achter een term als stadsvernieuwing gaat echter een zee van woningnood schuil, stadsvernieuwing behoort een middel te zijn om woningnood op te lossen, maar bijna niemand denkt bij stadsvernieuwing aan woningnood. Voor de overheid, die de woningnood als opgelost wenst te beschouwen, is dit een aangename zaak. In de jaren 1967 tot en met 1971 stond de woningnood volop in de belangstelling. Jaren, waarin de woningnood tot volksvijand nummer één werd verklaard door ministers, leden van het parlement en andere gezaghebbende lieden. Jaren ook, waarin dag- en weekbladen, aktualiteitenrubrieken van radio en televisie bijna dag in dag uit aandacht besteedden aan wat de regering-De Jong in 1971 nog noemde „een maatschappelijk kwaad van de eerste orde": de woningnood. Mede dankzij de publiciteitsmedia was dit enorme probleem volop in de belangstelling bij grote groepen van de bevolking. Uit de in die jaren gehouden opiniepeilingen van onder andere het N I P O bleek dit overduidelijk. Onder meer door de-' ze grote aandacht voor de woningnood moesten de achtereenvolgende kabinetten aan de oplossing van deze nood een hoge prioriteit geven. Althans op papier. Om de belangstenendëft wat wind uit d^ ^eilen te netqen p ^ ook de
en stu^nten niet zo aan derden geven
^<^ #a^
IV vNciiiig; vvoonniimle v(M)r jongeien
# ^
O
OP
0^ ...
^ ^
^
Door Jaap Bankert opsplitsing van woningnood-slachtoffers in groepen. Zo spreekt de overheid over woningnood voor de laagstbetaalden, woningnood voor alleenstaanden, voor „doorsnee"gezinnen, voor „standaard"-gezinnen, voor gehandicapten, voor studerende jongeren, voor werkende jongeren, voor bejaarden, voor tweepersoonshuishoudens, voor buitenlandse werknemers, en ga zo maar door. Een voor de overheid in twee opzichten gunstige scheiding: elke groep afzonderlijk levert kleinere en dus voor de overheid gunstiger aantallen woningzoekenden op dan het totaal, en ten tweede kan de overheid speciale aandacht geven aan die groep, welke op een bepaald moment politiek gezien het meest interessant is. Dat zijn de laatste tijd de tweepersoonshuishoudens en de jongeren (zie ook hierover het artikel in Ad Valvas van 21 januari 1977). Op twee zaken gaat het L W H in haar publikatie uitvoering in: de leegstand en de werkloosheid in de bouw. De rond 1972 massaal optredende leegstand van vooral ook nieuwe woningen is door de overheid aangevoerd als „bewijs", dat de behoefte aan woningen verminderde en ook, dat de woningnood „globaal" zou zijn opgelost. Deze leegstand is nota bene het gevolg van het voortdurend ontbreken van exacte gegevens over de vraag waar, wat en voor wie moet worden gebouwd. Hiernaar is volgens het LWH nooit voldoende onderzoek gedaan. Bouwbedrijven hebben hierdoor vrij spef gehad. Er zijn woningen neergezet o p plaatsen, waar men behoefte had aan veel minder, aan goedkopere of aan een ander type woningen Op andere plaatsen, waar aan bepaalde woningen een grote behoefte was, zijn nauwelijks woningen gebouwd of woningen, die de behoefte niet dekten. Waar het in veel gevallen op neer is gekomen, is dat niet de behoeften en wensen van de bevolking basis waren voor de bouwaktiviteit, maar de belangen van het bouwbedrijf. Deze situatie duurt ook nu nog voort. Inmiddels is het de overheid wél duidelijk geworden, dat de optredende leegstand mets zegt over het einde van de woningnood. De werkloosheid in de bouw, die de afgelopen jaren tienduizenden bouwvakkers heeft getroffen, is door de overheid op soortgelijke wijze misbruikt als de leegstand, aldus het L W H Ook aan deze werkloosheid is de konklusie verbonden, dat de behoefte aan woningen sterk zou verminderen. En dat door diezelfde overheid, die herhaaldelijk heeft moeten erkennen nauwelijks over behoorlijke gegevens te beschikken over deze behoefte. De werkloosheid kon zo door de overheid worden gebruikt als ondersteuning van haar redenering, dat het met de woningnood niet zo'n vaart loopt.
^
: » / /
"f^^
}^'i . nog ste< H^.e^ .<r n/et on/n«c
voorzieningen voor een primaire behoefte van de mens, uit deze hoek krachtige protesten te horen zouden zijn. Ook aktiegroepen en bewonersorganisaties houden zich opmerkelijk rustig volgens het LWH.
Voorlichting Het LWH konkludeert onder meer, dat de voorlichting over de woningnood van de zijde van organisaties en deskundigen op het gebied van de volkshuisvesting over het algemeen meer in overeenstemming is met de werkelijkheid dan die van de overheid, al is de aandacht voor de woningnood echter ook bij hen afgenomen. De meest recente uitspraak van de Nationale Woningraad dateert bij voorbeeld alweer uit 1975. Wij noteren de volgende uitspraken uit de mond van de direkteur van de Nationale Woningraad, drs. B. G. A. Kempen: „Eén miljoen Nederlands wonen volgens onze normen uiterst beroerd", „Er is wel degelijk behoefte aan 135.000 tot 140.000 nieuwe woningen per jaar". De overheid munt uit door optimistische uitspraken en prognoses, wanneer de woningnood voorbij zal zijn, welke ze voortdurend later heeft moeten corrigeren en afzwakken. Blijkens een bericht in de Volks-
krant van 29 december 1976 heeft de huidige minister van Volkshuisvesting Gruijters verklaard, dat „bij de mensen het inspirerende gevoel verdwenen is, bezig te zijn met de bestrijding van volksvijand nummer één: de woningnood". Dit, terwijl dezelfde bewindsman een jaar eerder in een interview met Het Parool met een ongekende brutaliteit verklaarde: „Iedereen hier kan de woning krijgen, die hij wil". De nationale feestdag ter gelegenheid van de oplossing van de woningnood is tot o p de dag van vandaag nog niet gevierd. En die dag zal er, als men blijft doorgaan het voortbestaan van de woningnood en van de slachtoffers ervan te ontkennen, ook nooit komen. Een blamage voor het ministerie van Volkshuisvesting, dat juist met het oog op de woningnood vlak na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht. Ir. A. Peters, direkteur Bouwnijverheid van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening formuleerde het vorig jaar aldus: „Het valt niet moeilijk te konstateren, dat van een bouwbeleid in ons land tot nog toe geen sprake is geweest". * Deze publikatie van het LWH is verkrijgbaar door storting van ƒ 6,75 op gironummer 36 38 401 t.n.v. de stichting LWH, Riouwstraat 181, Den Haag.
Het College van Bestuur heeft de volgende brief over de ter-inzagelegging van kiesregisters ^^an de fakulteitsbesturen geschreven.' „Naar ons is gebleken, bestaat in uw midden behoefte aan een richtlijn met betrekking tot het beschikbaar stellen van adressen van personeel en studenten voor verkiezingsdoeleinden. De hier bedoelde adressen zijn opgenomen in — delen van — het Kiesregister dat thans op verschillende plaatsen ter visie gelegd is. Deze ter visie-legging heeft tot doel, de kiezers in de gelegenheid te stellen hun persoonsgegevens op de juistheid te onderzoeken. Vermenigvuldiging van deze gegevens door of ten behoeve van derden is voor dat doel uiteraard niet noodzakelijk. In onze beantwoording van een vraag, gesteld door een lid van de Universiteitsraad, hebben wij reeds te kennen gegeven, het voor de hand liggend te achten dat gegevens uit het Kiesregister alleen worden beschikbaar gesteld, als de uitdrukkelijke instemming van betrokkenen is verkregen. De invoering van een praktische regeling op dit punt is in onderzoek. Op dit ogenblik evenwel, nu deze regeling nog niet is getroffen, menen wij dat het uit handen geven van adressen van personeel en studenten in.breuk maakt op de rechten van ieder lid van de universitaire gemeenschap terzake van de bescherming van persoonsgegevens. Gaarne vertrouwen wij dat u bovenstaand standpunt eerbiedigt".
Spinoza 300 jaar Benedictus de Spinoza, die 300 jaar geleden stierf, wordt beschouwd als de grootste Nederlandse filosoof. De Universiteitsbibliotheek van Amsterdam heeft een grote herdenkingstentoonstelling aan deze denker gewijd in de expositieruimte in het Militiegebouw, Singel 425 in Amsterdam. D e tentoonstelling duurt van 22 februari tot 1 april en is van maandag tot en met vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur en 13.00 tot 17.00 uur geopend. Er worden geen entreegelden geheven.
Over de 'dialoog' en bijbelakties
'Ik wind me op over hun intolerantie' Bart Voorzanger, student, schrijft ons het volgende; „Ad Valvas blijft een bron van vermaak. Al weer maanden woedt er een meesterlijke woordenoorlog over de vraag of er een dialoog mogelijk is tussen christenen en marxisten. A l op grote afstand zijn de verhalen vóór en tégen te herkennen. Artikelen vol kleine k'tjes (denken die mensen nou ook fonetisch?) en verhalen vol grote H's vnsselen elkaar af. Krities konfronteren kontra Hem 's en Here's. En lekkerbekkend lees ik alles. De christenen maken het 't dolst; Solzjenitsyn nawauwelend gooien ze denkers en moordenaars op één hoop als het om de tegenpartij gaat (maar ze worden boos of verdrietig als je de kruistochten erbij haalt want dat had Jezus niet bedoeld) en argumenten, ho maar. Het toppunt van onbenulligheid (hoewel vast geen record dat een lang leven beschoren is, want dit volkje staat voor niets) levert Marius Stehouwer ons in Ad Valvas van 18 februari.
Voorts signaleert het LWH, dat van werkers in de sociale sektor, artsen en zielzorgers, die beroepshalve zeer intensief met de konkrete woningnood worden gekonfronteerd en die voor de vrijwel Hij brengt de vraag naar de mogesteeds machteloze woningnoodlijkheid van een dialoog terug tot slachtoffers zouden moeten spreeen confrontatie tussen Jezus en ken, nauwelijks protesten komen teMarx en vat de tegenstelling trefgen de valse voorlichting en het fend samen: Jezus is zondeloos ( = falende beleid van de overheid. altijd Gods wil doen) en Marx Het L W H betreurt dit ten zeerste, denkt n a over maatschappijstructupmdat juist zij bij uitstek op de ren. En na een 'euke alinea over hoogte zijp van de realiteit. Men de dagdromen van Marx: „Jezus zo.u mogen vei^achten, dat waar ' daarentegen ï e i juist dat Hij de het gaat om eejv ijiassaal tekort aan Zoon van God was." En als Jezus
zegt dat Hij de Zoon van God is gelooft Marius dat klakkeloos, want Zonen van God liegen niet, zoveel is zeker. Het leuke van zo'n redenering is de vorm: Jezus is vierkant, Marx is groen, en het verschil tussen vierkant en groen is onoverkomelijk, en Jezus is vierkant want wie vierkant is heeft altijd gelijk, zeker als ie zegt dat ie vierkant is. Exit Marius. Waar moet die dialoog eigenlijk over gaan? Over het weer, administratieve reorganisatie, sex, wetenschap, tandverzorging, het Al? Domme vraag; Het gaat immers niet om een gesprek of discussie, om overleg of onderhandelingen; dingen met een doel, dus een onderwerp, het gaat om een dialoog. En diaglogen gaan over zichzelf: Icijk, ik praat met hem want ik zeg tegen hem dat ik met hem praat en hij zegt tegen mij dat hij 'mfel mij praat en dftn' zeg ik weer: ja, in-
derdaad, jij praat met mij en ik praat met jou, en dan zegt hij: wat je z e g t . . . Dat is een dialoog. En de strijd escaleert, oorlog op alle fronten. Het geloof in de bocht. Maandag 14 februari. Een jongeman met onderdanige en ontwijkende ogen overhandigt mij een zwart-wit drukseltje. „Zwart-wit" noteer ik want in dit soort uitgaven heeft alles zijn betekenis. Op de voorplaat voert een vlotgekapte jongen een decentgejurkt meisje bij de hand. Onder de lokkende woorden „Samen terug naar de bijbel" stappen zij, hij monter, zij nog wat verlegen, maar daarvoor zijn zij zij en hij, o p het kruis af. Of er vandaan, want zij hebben geen gezichten en dus ook geen richting. Niets zonder betekenis, ik zei het al. Hoe dan ook, hij leidt haar, en zo hoort het ook. D e eerste zinnen zijn meteen raak. „De bijbel, het boek dat bij velen in de boekenkast staat" (Nou daai kan ik van mee praten want ik heb vrijwel alle instituten die de christelijke opvoeding onzer jeugd beogen ondergaan, dus ik heb er wel zeven.) „De bijbel, een boek waar meer in staat dan je denkt." (De
Vervolg op pag. 12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's