Ad Valvas 1976-1977 - pagina 236
AD VALVAS 11 FEBRUARI 1977
4
Voor een volwaardige Vrije Univers iteit
(I)
Een bijzondere demokratiseringsstrijd.
De situatie o p de VU krijgt meer en meer een repressief karakter. Naast aanvallen op de progressieve studenten en hun organisatie de SRVU wo rdt ook het perso neel niet met rust gelaten. Vo o r de SRVU is deze situatie aanleiding o m in Ad Valvas (zelf o o k niet vrij van repressieve beïn vloeding) een serie artikelen te schrijven. Daarin zullen we zo wel o p de geschiedenis van de VU (en dan vo o ral die van de demo kratiseringsstrijd op de VU) als o p de aktuele situatie ingaan. We kiezen vo o r deze serie de titel „Vo o r een vo lwaardige Vrije Universiteit", o mdat de huidige tendenzen aan de VU wanneer ze do o rgezet kunnen wo rden zullen leiden tot een VU als tweederangsuniversiteit o f een VU als kaderscho o l vo o r rechtskonfessionele po litici. De wijze waarop Harm S cheepstra, van de VUS O, in de vorige Ad Valvas uiteenzet waarom de VUS O van mening is dat de danwelver klaring afgeschaft dient te worden is illustratief voor de manier waar op de VUS O tegen allerlei zaken m.b.t. de doelstelling, de danwei verklaring, de universitaire demo kratie, etc, etc. aankijkt. In onze serie artikelen zullen we niet dwangmatig en voortdurend de VUSOverhalen bekritiseren, wél zullen we als dat zo uitkomt uit spraken van vuso'ers als illustratie voor hun manier van diskussiëren aanhalen. In dit artikel zullen we ingaan op de relatie tussen het tot stand ko men van de universitaire demo kratie op de VU en de akties daar voor onder leiding van de S RVU. Indirekt gaan we daarmee ook in op het ,.bezettingen debat" en op de pogingen van de meerderheid van het moderamen van de UR om die zaak weer op te rakelen.
Geschiedsvervalsing In één van de eerste universiteits raadsvergaderingen van het nieuwe jaar werd gesproken over de Rege len van de VU. Hoewel in die dis kussie enkele interessante uitspra ken over de relatie VUoverheid — door mei name rechtskonfessionele URleden — werden gedaan, be perken we ons hier tot het verhaal van de VUS Ofraktie. Dat verhaal is vooral van belang om te zien hoe de VUS O op een werkelijk onge looflijke manier de geschiedenis van de demokratiseringsstrijd op de VU vervalst. In het verhaal van de VUSO werd gesteld dat de demo kratisering op de VU was voort gekomen uit een diskussie tussen alle geledingen en met het bestuur van de Vereniging, over hoe vanuit de doelstelling tot een demokratiese bestuursstruktuur voor de VU te komen (het feit dat de wetVeringa in de maak was, had geen invloed gehad). Iedereen die ook maar iets weet van de demokratiseringsbeweging aan de VU rijzen bij zo'n verhaal natuurlijk de haren ten berge. Maar de reden waarom de VUS O deze geschiedsvervalsing hanteert blijkt op andere momenten, nl. als het gaat over het al dan niet demokra ties zijn van buitenparlementaire akties. Want omdat, zo redeneert de VUSO, de bestuursstruktuur in har monieus overleg tot stand gekomen is, is het demokraties om je bij be sluiten van organen uit die struk tuur (zoals de UR) neer te leggen. En als je dat niet doet ben je niet demokraties want dan verloochen je je vroegere opvattingen over universitaire demokratie. En als je ondemokraties bent dan moet je ge straft worden. Dus moet de S RVU afzien van be zettmgen, en als ze dat weigert ge straft worden. En dat straffen moet Advertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101. Tel. 183767) 400 nieuwe luxe- en bestelwagens w.o.: FORD - VW - SIMCA - OP EL NIEUWE MERCEDES EN HANOMAG VRACHTWAGENS TOT 18 m> EN 3è TON (groot en klein rijbewijs)' Lage prijzen en studenten 10% korting
Door Erik van der Hoeven, sekr. demokrati s ering SRVU dan niet gezien worden als het han teren van een morele waarde van „wie zondigt verdient straf", maar veelmeer zoals in de nota Bezet tingen van het CvB (aug. '74) in Bijlage twee te lezen valt: „Een studentenvakbond heeft wei nig strukturele remmen o p radica lisering: de leden ervan beschikken over zeer grote maatschappelijke vrijheid, de bond heeft geen sta kingskas nodig en kan met zeer lage contributies volstaan, mede dankzij de faciliteiten van universiteits wege. Invoeren van deze sanctie (,.het intrekken van faciliteiten en subsidies" evdh) geeft een structu rele rem: de o ntplo o iingsmo gelijk heden en misschien zelfs het vo o rt bestaan van de organisatie ko men bij participatie in bezettingen o p het spel te staan. Als een bezetting dergelijke consequenties heeft, zal de S RVU zich meer dan thans het geval is, moeten bezinnen op de keuze van doelen en middelen, op langere en korte termijn, en zullen prioriteiten moeten worden ge steld." Deze mogelijkheden zijn de reden dat de VUS O de demokratiserings strijd op de VU als in harmonie
Aanspreekbaarheid
verlopen voorstelt en de harde strijd van de S RVU en progressieve staf en tas als niet gevoerd weg wuift. Voor de S RVU zijn dit soort op vattingen nu juist reden om wel in te gaan op die demokratiserings strijd en op het demokraties recht voor een (studcnten)vakbond zelf zijn demokratiese aktiemiddelen te kiezen. Een recht dat niet beknot mag worden door uitspraken van bestuursorganen, of door dreigen met sankties. Gebeurt dit wel dan is er, net als in de uitspraak van de Utrechtse rechter inzake het sta kingsverbod voor de voedingsbon den, sprake van politieke uitspra ken gericht tegen de progressieve mensen, in ons geval op de univer siteit.
Het prille begin De demokratiseringsstrijd aan de VU heeft zowel algemene als speci fieke (vanwege het bijzondere ka rakter) elementen gekend. Aan het eind van de jaren '60 kulmineerde de algemene demokratiseringsbewe ging aan de VU in '69 in enkele^ grote un iversiteitsvergaderingen. Op 19 mei '69 werd op zo'n verga dering besloten een stuurgro ep in te stellen. Die stuurgroep, waarin alle geledingen vertegenwoordigd waren, moest een demokratiese be stuursstruktuur voor de VU ont werpen. Op een universiteitsverga dering zou het voorstel van de stuurgroep besproken worden. Maar ook toen al weigerden de universitaire bestuurspotentaten (toen waren dat Curatoren en Di recteuren, CD) zich te houden aan demokratiese afspraken. CD or ganiseerden een ênkete op de VU, om zogenaamd aan te tonen dat de universiteitsvergaderingen maar „een vergadering van minderheden" (papaGaay op 19 mei '69) waren. Op 18 juni organiseerde de S RVU
meer expliciteren
een sitin met als eis dat CD in de stuurgroep moeten plaatsnemen. Onder de druk van een bezetting van het Provisorium (19 juni), ove rigeas al na enkele uren beëindigd door politieingrijpen, nemen CD inderdaad plaats in de stuurgroep. In het voorjaar van '70 komt de stuurgroep met 3 alternatieven. Over deze alternatieven wordt niet, zoals afgesproken was, een univer siteitsvergadering belegd maar een referendum gehouden. De uitslag van dat referendum was dat het meest demokratiese alternatief (op gesteld door studenten en enkele stafleden) gewonnen had. Voor CD was, zoals te verwachten was, deze uitkomst onaanvaardbaar. In de vakantietijd proklameren CD een eigen struktuur, die ver dacht veel leek op het meest on demokratiese alternatief van de stuurgroep (een alternatief, dat ruimschoots verloren had in het referendum). CD legitimeerden hun ingreep met een bero ep op het wetsontwerp Veringa (de latere WUB) èn o p het bijzo ndere karak ter van de VU.
De 's cherts raad' De verkiezingen die volgens de struktuur van CD gehouden wer den leidden tot de eerste UR op de VU (de zogenaamde „schertsraad"). Deze verkiezingen werden door studenten en delen van de staf (pas sief) geboykot. De schertsraad kreeg de opdracht om een bestuurs reglement op te stellen. Het resul taat, van 9 dec. '71, was zo mogelijk nog ondemokratieser dan de inmid dels tot wet verheven struktuur van Veringa. Het bestuursreglement van de schertsraad stuitte op groot verzet. Volgens dat reglement was er slechts plaats voor 8 studenten in de UR van 40 leden, het CvB had geen enkele verantwoordingsplicht
t.o.v. de UR, etc. Via fakulteitsver gaderingen en een ultimatum (eis: uitstel van de verkiezingen) kwam het tot een universiteitsvergadering. Die vergadering, georganiseerd door de S RVU en het stafkomité besloot tot de „100urige bezetting" van het Hoofdgebouw van de VU. Toch is een beschrijving van het prille begin van de demokratise ringsstrijd op bovenstaande wijze niet volledig. Onvolledig omdat met name de plannen van Den Haag (Biesheuvel) met het weten schappelijk onderwijs erbij betrok ken dienen te worden (Posthumus, Mc Kinsey, en later de steeds slo pender bezuinigingen). Die ontwik kelingen hebben samen met de re sultaten van de demokratiserings strijd geleid tot het ontwikkelen van het politieke vakbondskonsept. In het politieke vakbondskonsept wordt de strijd voor demokratiese strukturen niet formeel opgevat, maar vooral ook beredeneerd van uit de noodzaak om de centralis tiese afbraakpogingen uit Den Haag te stoppen. Om op de universiteiten de mogelijkheden te scheppen van goed onderwijs en onderzoek, voor iedereen toegankelijk. Om de toegankelijkheid van het WO ging het met name in de strijd tegen de 1000guldenwet van De Brauw. In die strijd is opnieuw ge bleken dat het van essentieel belang is dat de studentenvakbonden bui tenparlementaire aktiemiddelen kunnen gebruiken (voor een uitge breid verslag van die akties, zie „Handjes Thuis", voor ƒ 2,50 verkrijgbaar op de SRVU-barak, zolang de voorraad strekt). En ook in de huidige situatie, waarin gestreden moet worden tegen een steeds scherper wordend bezuinigingsbeleid, waarin bovendien zeker op de VU het klimaat steeds repressiever wordt is het recht van het zelf kiezen van de aktiemiddelen door de SRVU een onaantastbaar recht. Om die redenen zal de SRVU dan ook zonodig opnieuw een massale aktie ontketenen op de VU als „het bezettingendebat" een vervolg krijgt. Verhaaltjes over in harmonie de demokratie verdedigen zijn flauwekul, dat is in het verleden gebleken en dat zal ook nu blijken.
naarmate afstand tot basis toeneemt
VUSO: In principe moeten faculteitsbestuurders instemmen met de doelstelling In het vorige artikel (zie AV 4 februari) is van VUSO-zijde betoogd dat de bereidverklaring dient te verdwijnen. Tevens is aangegeven hoe de VUSO de aanspreekbaarheid op de doelstelling van de VU ziet: als aanspreekbaar zijn op artikel 1.3.2. van de Regelen voor de VU, waar ten aanzien van alle leden van de VU-gemeenschap de verwachting wordt uitgesproken dat zij te werk zullen gaan in de geest van de doelstelling, ook zonder dat zij ter zake een schriftelijke verklaring hebben ondertekend. Alvorens nu de uitwerking van de beleidsuitgangspunten voor de verschillende raden en besturen te geven een enkele opmerking over het naar aanleidmg van de decemberdiskussie al dan niet ter diskussie stellen van de doelstelling zelf. Van VUSO-zijde is wel gesteld dat dit bij het uitblijven van nadere regelingen voor UR-leden zou moeten gebeuren. Deze formulering is te kras. Binnen de VUSO is men volledig bereid een dergelijke diskussie te voeren, maar er is onvoldoende aanleiding hier het initiatief toe te nemen, gelet op de mogelijkheden tot gestaltegeving aan de doelstelling, zoals die in de in voorbereiding zijnde nota zullen worden aangegeven. Het is van groot belang om bestuurlijke randvoorwaarden van de gestaltegevings-vragen te onderscheiden, maar deze zaken kunnen niet gescheiden worden. Hieronder, na het herhalen van de beleidsuitgangspunten, de uitwerking hiervan voor raden en besturen, in de vorm van aan nadere ontwikkelingen aangepaste citaten uit de VUSO-nota van mei.
Meerderheidsbeginsel
In het onderstaande wordt uitgegaan van het in de nota van de werkgroep doelstelling voor het
Door Harm Scheepstra, namens de VUSO eerst geformuleerde meerderheidsbeginsel. Verder is uitgegaan van de wenselijkheid om de aanspreekbaarheid op de doelstelling meer expliciet te maken naarmate de afstand tot de basis van de universiteit, en daarmee de vervreemding toeneemt; één en ander wegende de persoonlijke verantwoordelijkheid op de betrokken bestuursplaats. Twee verdere zaken die bij de samenstelling van dit totaalplaatje een grote rol hebben gespeeld is dat er aan de VU een open toelatingsbeleid wordt gevoerd (waarbij er echter niemand, behalve misschien bij de studierichting lichamelk-e opvoeding, onvrijwillig op de VU zit. Tegen plaatsing aan de VU is op principiële gronden beroep mogelijk), en dat ervan uit moet worden gegaan dat er bij de leden van de VU-gemeenschap een besef van gezamenlijke verantwoordelijkheid heerst. Er zijn drie gradaties denkbaar van explicitering van de appèl-mogelijkheid, twee reeds bestaande en een vervanging van de bereidverklaring.
De betrokkenen zijn van de doelstelling op de hoogte gesteld. De betrokkenen worden nogmaals gewezen op de verwachting in artikel 1.3.2. van de Regelen, zoals die met name ook geldt ten aanzien van het besturen der universiteit (bevestigd in een universiteitsraadsuitspraak op 23 november). 3, De betrokkenen wordt een verklaring van instemming met de doelstelling gevraagd, hetgeen betekent dat zij het christehjk geloof belijden. Het gestelde onder 1 geldt reeds ten aanzien van alle leden van de VUgemeenschap, studenten niet uitgezonderd. Het gestelde onder 2 bedoelt een vervanging te zijn van de bereidverklaring: een duidelijke konfrontatie. Het gestelde onder 3 geldt reeds voor hoogleraren, lektoren, docenten, bibliothekarissen, wetenschappelijk medewerkers in vaste dienst en andere leidinggevenden, waaronder het Kollege van Öestuur. Dispensatie van een verklaring van instemming is mogelijk, behoudens voor leden van het KvB.
Vakgroepsbestuur Voor wat betreft het vakgroepsbestuur kan men er bij zorgvuldig dispensatie-beleid vanuit gaan dat de meerderheid instemt met de doelstelling. Verder is men aan de basis van de universiteit zozeer op elkaar betrokken, dat het besef van medeverantwoordelijkheid voldoende moet kunnen zijn. Hetzelfde geldt nog ten aanzien van (sub-/ inter-)fakulteitsraden. Hier zou men echter in rekening
kunnen brengen dat de afstand tot de basis van de universiteit, met name bij de grotere fakulteiten aanleiding kan zijn om te opteren voor mogelijkheid 2.: Men wordt opnieuw in kennis gesteld van de doelstelling. Aan het meerderheidsbeginsel is bij de meeste fakulteitsraden voldaan. Verder dient ook hier de verantwoordelijkheid die men geacht moet worden te kunnen dragen voor de eigen situatie zwaar gewogen te worden. Voor fakulteits-besturen ligt de zaak anders. De verantwoordelijkheden van fakulteits-bestuurders zijn, ook reglementair, sterk ana-
Vervolg op pag. 12
Bidden uit de tijd? Duidelijk niet; niet alleen op de VU, maar overal ontstaan gebcdscellen op universiteiten en middelbare scholen. Waarom? Omdat meer dan ooit tevoren ervaren wordt, dat bidden helpt! Dit is niets nieuws, de bijbel zegt: „Want een ieder die bidt, ontvangt" (Matth. 7 : 8). Als je ook wilt „ontvangen" nodigen wij je uit met ons mee te bidden. Dit doen we elke maandag tussen 12 en 13 uur in 4A-11. Hartelijk welkom en tot ziens. Namens de Gebedsgroep aan de VU.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's