Ad Valvas 1976-1977 - pagina 351
AD VALVAS — 22 APRIL 1977
11
Prof. Strijd: 'Bij dialoog Christendom-Marxisme
éérst praktische
samenwerking'
'Het gaat om co-existeren of non-existeren' ,J)e dialoog tussen Christendom en Marxisme moet in onze dagen anders worden gevoerd dan dat tot op heden gebeurde. Het was altijd een verbale en dus afstandelijke zaak. De dialoog moet nu een praktische zaak worden. Dat is juist in deze tijd nodig omdat de tijd, die ons scheidt van een onherstelbare catastrofe steeds korter wordt. De wapensituatie van thans is ontstellend gevaarlijk. Het instituut voor vredesonderzoek in Stockholm, een heel rustig en deskundig instituut, heeft onlangs gezegd, dat we het binnen een overzienbare tijd, hoogstens tien jaar, niet meer in de hand kunen houden. Het gaat om co-existeren of non-existeren. Met elkaar of helemaal niemand meer." Zo begon prof. Krijn Strijd de laatste in de serie lezingen over Marxisme en Christendom, die onder auspiciën van Studium Generale V U vanaf februari werd gehouden. Prof. Strijd vindt, dat er in de woorden, die wij citeerden, geen greintje rethoriek zit en dat daarom samenwerking en dialoog tussen christenen en marxisten hard nodig is. Wel meent hij, dat we niet kunnen doorgaan met, zoals we
Vervolg van pagina 7
wetenschappelijke instituten waar relevant onderzoek wordt verricht, maar een bloeiende samenwerking tussen universiteit en Natuur en Milieu bestaat niet. Natuur en Milieu ziet de universiteit niet als een grote vervuiler vergeleken bij andere lozers van afvalstoffen. Wel beschouwt Natuur en Milieu de universitaire bouw soms als landschapsvervuilend, zoals de flatwijken van de V.U., van Utrecht en van Leiden. De Provinciale Federaties hebben er tegen geageerd en gelukkig komt men ervan terug. Zijn studenten actief genoeg? Vaak wel, in het algemeen hoeven ze niet gestimuleerd of georganiseerd te worden door een milieu-organisatie. Dat „laten" ze ook niet doen. Een groter aandeel van studenten in plaatselijke acties zou echter mogelijk moeten zijn. Studenten zijn deskundig op hun gebied en ze hebben tenslotte vaak meer tijd dan anderen om actie te voeren, hoewel dat misschien wel moeilijker wordt met de overladen studieprogramma's. „Milieu" als vak? Natuur en Milieu zou graag willen dat „Milieu" niet langer in een apart vakje geduwd wordt, omdat het eigenlijk te maken heeft met heel veel facetten van de samenleving. Als je reist (op welke manier dan ook), als je eet, als je werkt. .. alles heeft direct of indirect gevolgen voor het milieu. Daar moeten we ons bewust van worden en daarom moet milieu op scholen en universiteiten geïntegreerd worden in meerdere vakken, wat vooral voor de p-vakken en de y-vakken geen probleem zal zijn. Milieubewustheid is voor het grootste deel een mentaliteitskwestie, die ook op de universiteit toegepast zou kunnen worden. Daar wordt nog veel te vaak nonchalant omgesprongen met de grondstoffen, de gebouwen zijn slecht geïsoleerd zodat de verwarming of de koeling op topcapaciteit moet draaien. En ook het gebruik van recycled papier wordt veel te weinig mogelijk gemaakt. Het is belangrijk dat afgestudeerden een juiste milieu-mentaliteit hebben; zij komen doorgaans op posities terecht, vanwaar zij heel wat positiefs voor het milieu zouden kunnen bewerkstelligen. „Jammer genoeg is het nu nog zo," zegt Natuur en Milieu, „dat milieubewuste afgestudeerden deze mentaliteit echt niet aan de universiteit te danken hebben."
Stichting Natuur en Milieu, Noordereinde 60, 's-Graveland. Telefoon: 035-6 2004. „Natuur en Milieu" is het maandblad van de Stichting Natuur en Milieu; abonnement: ƒ 25,— per jaar; losse nummers: ƒ 4,— per stuk. Postgiro 51880 t.n.v. Natuur en Milieu abonnementen administratie 's-Graveland.
vroeger deden, een verbale dialoog. „We moeten beginnen met praktische samenwerking op konkrete politieke punten. Als we het zo doen, komen al die thema's van de oude dialoog vanzelf aan de orde. Mét de nodige frustraties maar ook met het voordeel, dat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, die de mensen bindt. Je kunt elkaar als christenen en marxisten van allerlei soort bij voorbeeld proberen te vinden bij wat je te doen staat bij een bedrijfsstaking of -bezetting of bij het ultra-centrifuge projekt in Almelo. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid kun je dan verder praten. En door dit zich opstellen in de konkrete maatschappelijke werkelijkheid wordt ook duidelijk waar je staat in de klassenstrijd. De abstrakte mens in de dia. loog verdwijnt dan. En door die aanpak van gezamenlijke verantwoordelijkheid zal ook de verscheidenheid van groepjes, die met de dialoog bezig zijn kleiner worden. Het wordt dan minder ingewikkeld. Strijd waarschuwde tegen het traditionele spelletje van veel christenen in de dialoog, die snel bereid zijn om de kerkelijke schuld te erkennen maar vervolgens met de apologie beginnen, zo van: „Het Christendom is toch maar het beste voor ons allemaal uiteindelijk". Strijd noemt dit een afgedragen, versleten apologetische rest. ,.Dat beste moet eerst maar eens blijken uit de samenwerking en het gesprek met de marxisten."
Charta '77 Prof. Strijd waarschuwde er ook voor in de dialoog feiten te verduisteren. „We moeten niet alleen op de Berufsverbote wijzen maar ook op de aktie tegen de ondertekenaars van Charta '77 (over de mensenrechten in Tsjecho-Slowakije). Met Paulus zei hij: „Wie een ander oordeelt, veroordeelt zichzelf". Op die manier kun je op een nieuwe wijze met marxisten praten en het vertrouwen winnen. De dialoog wordt trouwens ook makkelijker nu er ook theologen opstaan, die de marxistische categorieën gebruiken. Strijd wees daarbij op de bevrijdingstheologen en een theoloog als Bonino, die stelt, dat de marxistische analyse het beste instrument is om de mogelijkheden tot werkelijkheden te maken.
Karl Barth Een gereformeerd man ais ds. Bastiaan Wielinga wees er overi'-ens onlangs op, dat het verwonderlijk is, dat veel christenen, die met het marxisme bezig zijn, de marxistische analyse niet gebruiken. Iemand als Gollwitzer doet dat wel en Karl Barth deed dat twintig jaar geleden al. In zijn Kirchliche Dogmatik III 4 maakt Barth, in verband met de onvrijheid van het arbeidscontract in onze neo-kapitalistische samenleving, gebruik van een analyse van deze maatschappij met marxistische categorieën. Daarna spreekt hij dan verder over het gekomen en komende Rijk Gods. Barth vroeg zich af of het arbeidskontrakt tussen werkgever en werknemer wel zo vrij is als de werkgever de produktiemiddelen in Iianden heeft en de werknemer alleen over zijn werkvermogen en tijd beschikt. Dat vond hij geen vrije samenleving. Christenen moeten daarom maar een beetje „links halten". En dan wijst Barth op het
socialisme. Bij Barth dus éérst de analyse en dan de Bijbel. Ook in onze huidige neo-kapitalistische maatschappij ziet Strijd, dat de macht en het geld nog steeds in handen zijn van kleine groepen. Er vindt winst-maximalisatie plaats niet ten behoeve van de gemeenschap en dat gaat gepaard met minimalisering van demokratie. En wat doet een land als de V.S. met zijn macht in Zuid-Amerika? Bij mooie woorden als waardigheid en mondigheid moet je in het Westen steeds erbij zeggen: „Kapitalistisch bepaald". Overigens heeft ook het kommunisme zijn slachtoffers gemaakt. „Kijk maar naar de koUektivering van de russische landbouw in de 20-er jaren". En op dit moment is er in Rusland sprake van een enorm absenteïsme en heeft Brezjnew onlangs de vraag gesteld of misschien het wedijver-principe weer moet worden gehanteerd. En de machtsmonopolisering en partijburokratie in Rusland roepen ook vragen op. Aan de andere kant is het zo, dat „Winst, die het socialistische bedrijf maakt ten goede komt aan de gemeenschap en niet langer aan de kapitalist" (K. van het Reve), dat het arbeidsloze inkomen is verdwenen en gokken met geld onmogelijk is geworden. In de dialoog moeten al die dingen naar voren komen. Maar dan een dialoog binnen een gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid. Over de vrijheid in het Oostblok merkte Strijd op, dat het marxisme van leiddraad tot gesloten leer is geworden. Maar de vrijheid in het Westen leidt tot economische groei in plaats van tot herverdeling.
Christelijk marxisten
geïnspireerde
Tenslotte bracht prof. Strijd het thema godsdienst en atheïsme ter sprake. Marx zag de godsdienst als „Opium des Volkes", als bloemen rond de ketens, die blijven. Door de godsdienst kijkt de mens naar boven in plaats van dat hij naar beneden moet kijken, waar veel moet veranderen. Tegenwoordig hoor je echter uit marxistische kringen ook andere geluiden. In zijn boekje „Jezus voor atheïsten" schrijft de Tsjechische marxist Machowec: „Hoe meer ik marxist word, en hoe meer ik zie wat er van mij wordt verwacht, des te meer zie ik, dat ik aan de Joods-Christelijke overlevering geweldig veel kan hebben en er veel inspiratie uit kan putten". En de Zwitserse marxist Farner schreef een boek onder de titel: „marxistisch zout voor christelijke aarde en christelijk zout voor marxistische aarde." En Gardavski, de Tsjechische marxist, schreef: „Nog is God niet dood. Jezus heeft ons getoond, dat de mens meer is dan zijn mogelijkheden". En zo zijn er meer christelijk-geïnspireerde marxisten. Wat christenen vaak zeggen is, dat de Bijbel veel meer bevat dan deze marxisten aangeven. Strijd: „Dat is wel zo, maar je kunt beter zeggen, dat dat méér duidelijk moet worden door wat christenen doen in de samenwerking en de dialoog. Dan blijkt hoe dat „meer" funktioneert. (J. K.)
Is de TAS vóór of tegen? Een jaar lidmaatschap van de Universiteitsraad is zeker geen sinecure. Het is in feite een tijdsduur waarna je in ieder geval een rustperiode in acht zou moeten kunnen nemen. IDoch dan dienden er vanuit de TAS-geleding wel voldoende kandidaten gesteld te zijn. Ongetwijfeld zult u opmerken dat 5 kandidaten voor 3 zetels toch keuze genoeg biedt. Hierbij moet u dan echter bedenken dat drie van deze kandidaten zich gebonden hebben aan het programma van de kiesvereniging TAS-UR '76. De gebondenheid van deze kandidaten aan dit programma lijkt mij groter dan hun gebondenheid aan de doelstelling welke Abraham Kuyper, bij de oprichting van de Vrije Universiteit, voor ogen had. I>e foto van deze drie kandidaten rond het borstbeeld van hem komt mij dan ook wel irreëel voor (dit is zacht gezegd). In wezen dient men dan ook bij verkiezingen een keuze te maken tussen de kandidaten van de kiesvereniging en de beide andere kandidaten, die zich op persoonlijke signatuur kandidaat lieten stellen (G. R. Burggraaff en ondergetekende). De onderlinge samenbinding van alle TAS-medewerkers is zeer gering en was tot voor kort nagenoeg geheel niet aanwezig. Op een initiatief mijnerzijds zijn ontmoetingsgesprekken gestart van alle TAS-bestuurders, die zitting hebben in raden van het midden- en topniveau van de Universiteit. D e voorlopige conclusie is dat dit initiatief goed is aangeslagen, zodat verwacht mag worden dat de onderlinge samenwerking, vanuit deze gespreksbijeenkomsten, stimulerend zal werken. Wellicht kan op deze manier in de toekomst aan eventuele kandidaten voor de U.R. meer bekendheid gegeven worden binnen de gehele TAS-geleding.
Doelstelling Bij de verkiezingen van vorig jaar formuleerde ik, op vragen van de Crad (contactraad algemene dienst), mijn standpunt ten aanzien van de doelstelling, voor bestuurders van de Universiteit, als volgt: • zij dienen de doelstelling te kunnen verdedigen, in stand houden en waar nodig uit te breiden (binnen de Universiteit); • maatschapp'j-problemen die in uitvoering strijdig zijn met de doelstelling van de V.U. moeten openlijk bekritiseerd worden. Terugziende op het achter ons liggende jaar behoef ik van deze gedachten zeker niets terug te nemen. Ik vind het vanzelfsprekend ' dat van bestuurders én raadsleden een duidelijke verklaring verwacht mag worden omtrent hun persoonlijke instelling ten opzichte van de geformuleerde doelstellinj;. Deze verklaring, het persoonlijk appèl, geeft, ondanks het formulerende karakter aan, dat men vanuit de Evangelische gebondenheid mee wil helpen met het besturen van onze Universiteit. Het is een feit dat er bij onze Universiteit, óók in de TAS-geleding, medewerkers zijn binnengekomen en geaccepteerd, die zich niet ge-
Toekomstonderzoek Prof. dr. H . Linnemann, hoogleraar in de ontwikkelingseconomie aan de V U geeft op woensdag 27 april in de universiteitsraadszaal van de V U aan de De Boelelaan 1105 (hoofdgebouw) een lezing over „Onderzoek naar de toekomst van de mensheid — noodzaak of onzin?". De lezing wordt georganiseerd door het regionaal verband Noord-Holland-Zuid van de Vereniging voor wetenschappelijk onderzoek op gereformeerde grondslag dat op die avond vergadert. N a de pauze vindt het huishoudelijk gedeelte van de vergadering plaats met o.a. de bestuursverkiezing. Ook niet-leden zijn van harte welkom.
Door T. S. Glastra, bonden weten en/of voelen aan het Evangelie van Jezus Christus. Natuurlijk kunnen deze mensen uit oogpunt van vakbekwaamheid en/ of collegialiteit als voorbeeld voor anderen worden gesteld. Het gaat mij echter aan het hart dat sommigen beweren dat, indien zij niet kunnen deelnemen aan bestuurlijke organen, vanwege het feit dat zij de bereidverklaring niet kunnen ondertekenen, dit „politieke discriminatie" zou betekenen. Nog vreemder wordt het als extreme activisten zich door medestanders laten presenteren voor bestuursfuncties. Als dan van hen gevraagd wordt expliciet te verklaren dat zij, in verband met een te aanvaarden functie, mee zullen werken de doelstelling te eerbiedigen, dan ... zit de aap in de gordijnen. Dan is dit te veel gevraagd en verzet men zich hiertegen, omdat dit niet in hun deniocratie thuishoort! Uit het dagblad „de Waarheid" citeer ik daarom: „door acties is verijdeld dat de ondemocratische opzet van rechtsen kon worden doorgezet". Dit slaat op de acties die activisten aan de dag legden voor, tijdens en na de discussie in de U.R. op 22 maart 1977, over de uitbreiding van de zgn. bereidverklaring. Nog duidelijker is „de Waarheid", a1s deze schrijft: „eigenlijk hebben Diepenhorst en de zijnen (dus de rechtsen) er toe bijgedragen dat de CPN iuist aan invloed heeft gewonnen". Hieruit blijkt dus wel zeer duidelijk dat deze activisten (progressieven??) zich voor het karretie van de CPN laten spannen. Hier kan worden vastgesteld dat er een machtsstrijd moet worden aangemoedigd, want de communisten beschouwen het christelijke bolwerk — in dit geval de Vrije Universiteit — als een van hun gevaarlijkste en hardnekkigste vijanden. Tk ben tegen de voor mij onwerkelijke invloeden van activisten, die andere ideologieën nastreven dan het Evangelie.
Dagelijks appeleren De universitaire commissie doelstelling heeft daardoor een permanente taak met een grootse strekking, teneinde allen van deze doelstelling te doordringen. Dagelijks appeleren aan toestanden binnen de universiteit, die in strijd zijn met het Evangelie. Wij moeten niet alles met de mantel der liefde bedekken, maar rechtvaardig en eerlijk, waarheidsgetrouw, met elkaar omgaan. Aan nieuwe medewerkers zal van tevoren duidelijk moeten worden verteld en uiteengezet hoe de Universiteit als leefgemeenschap het „Christen zijn" wil beleven. Misschien moet bij de aanstelling ook een specifieke introductie plaats vinden door de commissie doelstelling. Gelet op de geringe belangstelling rond de kandidaatstelling bij de TAS is een geringe deelname aan de verkiezingen geenszins uitgesloten. Hierdoor kan een korting op het zetelaantal worden toegepast. Ik ben echter van mening dat de 3 zetels wel degelijk moeten worden bezet en roep daarom een ieder op het kiesbiljet ondertekend in te zenden. Ook indien u géén keuze kunt maken stem dan blanco zodat het minimale quorum van 35% zeker overschreden wordt. Echter, gevraagd en verwacht mag worden dat u wel een keus doet. Onze Universiteit moet bestuurd en goed bestuurd worden. Het gaat dan niet om mensen, maar om wat die mensen zoeken en willen. Altijd zult u mij bereid vinden vragen te beantwoorden en mij nader te verklaren (hoofdgebouw kamer 2E-19, tel. 24 61). De heer Glastra is wegens vakantie niet in de gelegenheid geweest tijdig voor het verkiezingsnummer van vorige week dit artikel te schrijven. Daarom is het nu afgedrukt.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's