Ad Valvas 1976-1977 - pagina 358
AD VALVi RIL
Historicus pro f. Ro elink en drs. Beeftink
werken aan ged o o r
Vereniging en VU 0|>c relaties tussen de V U en universi teiten in andere landen, vooral in ontwikkelingslanden. Bij de peda gogische «ektor wordt iets gezegd over de relatie studentdocent, over de pedagogische subfakulteit en het paedologisch instituut. V erder valt hieronder: de didaktische opleiding voor aanstaande leraren en we kij ken ook naar de „opvoeding" (ruim opgevat) van studenten: de sportvereniging, cultuurvereniging, gezondheidszorg en geestelijke be geleiding."
"^^^
'Echte gerefo rmeerde jongen^ Prof. Roelink, die ook het gedenk boek „75 jaar V U " geschreven heeft, komt in het gesprek op twee manieren naar voren. In de eerste plaats als historikus. Hij probeert zich telkens weer zo genuanceerd mogelijk uit te drukken, relativeert veel en lijkt het erg moeilijk te vin den iemand voor zijn rol in het verleden te veroordelen. Daarnaast is hij bezorgd over het huidige 'on begrip van veel studenten voor de Vereniging'. Hij wil duidelijk ma ken wat 'onze' V U (Vrije Universi teit, zegt hij telkens voluit) aan die Vereniging te danken heef t. Waar de VU klein bego n. De gevel van Keizersgracht
164...
Over niet al te lange tijd kan de Vrije Universiteit zich beroemen op haar honderdjarig bestaan in 1980. D e Vereniging voor Wetenschappelijk On derwijs op Geref ormeerde Grondslag zou dat f eit al op 5 december 1978 kunnen vieren. Vanaf voorjaar 1976 wordt door de emeritushoogleraar prof. dr. 3. Roelink en zijn medewerker drs. Hans Beef tink gewerkt aan een gedenkboek voor de Vereniging, dat met name voor 'de achterban' bedoeld is. Of men nu wel of niet vindt dat de bestaansredenen van de Vereniging achterhaald zijn, zij kan bogen op een interessante geschiede nis waarin hardnekkig gevochten is voor de oprichting en het voortbe staan van de Vrije Universiteit. Reden te over om de auteur en zijn mede werker te vragen daar iets over te vertellen. Roelink: „Ik heb mij gespiegeld aan de moderne aanpak van het geschiedenisonderwijs op de mid delbare scholen. Dat is exempla risch en thematisch. Dat wil zeggen dat ik mijn stof groepeer rond een aantal thema's. Tot nu toe heb ik die bijna 100 jaar V erenigingsge schiedenis in den brede bestudeerd. Uit mijn aantekeningen ga ik dan straks alles wat bij de verschillen de thema's hoort bijeen harken". Die thema's zijn: het beginsel, „is er beginselverzaking?", mentali teitsverandering, struktuurverande ring, „medische sektor", „leef tocht", voor en achterban, „gere formeerd, nationaal, mondiaal" schaalvergroting, en „pedagogische sektor". Beeftink zegt dat de indeling nog „voorlopig" is, evenals de titels waaronder de stof tot nu toe is sa mengebracht. Hij zegt ook dat het de bedoeling is de nadruk te leggen op de laatste 25 jaar maar „in een aantal gevallen moeten we wel te rug tot 1880 om enigszins redelijk het verloop aan te kunnen geven." De auteurs lichten hun keuze van thema's toe. Roelink over de „me dische sektor": „Wat het grote pu bliek rond de V U lange tijd sterk geïnteresseerd heeft is de medische fakulteit. Al heeft die pas heel laat tot stand kunnen komen, pas rond 1950, dankzij de rijkssubsidie. Maar al in 1900 was er een geweldige be langstelling voor. Eenvoudige chris tenmensen zeiden: als vader gaat sterven en' er staat een ongelovige dokter naast zijn bed, wij willen toch eigenlijk een arts hebben, die ook een gelovige is. Het was zelfs zo sterk, dat toen er nog helemaal geen medische fakulteit was (die was gewoon veel te duur), heeft men er al wel een aparte bron van inkomsten voor aangeboord. Je kon gaven geven voor de V U in het al gemeen maar ook met de uitdruk kelijke bestemming: die zijn voor de medische fakulteit." Roelink: „Waar kon je bij het op richten van die fakulteit toen het makkelijkste beginnen? Het goed koopste (eigenlijk niet het makke lijkste) was een psychiatrische afde ling. Daar had je immers geen la boratoria, geen instrumentenkasten etcetera voor nodig. E n men is dan ook al heel vroeg begonnen met de benoeming van zegge en schrijve • één hoogleraar voor de medische
fakulteit, namelijk voor de psychia trie. Maar je kon toen natuurlijk nog helemaal geen arts worden". „En toen er in 1931 een vierde fa kulteit moest komen stond welis waar al jaren vast dat dat een me dische moest worden, maar het geld was er niet. En na heel lang geharrewar hebben ze toen in 1930 gezegd . . . Ze moesten de kool en de geit natuurlijk een beetje spa ren en er kwam natuurlijk ook wat taktiek bij. Ze hebben toen gezegd: die vierde fakulteit wordt wis en natuurkunde, want als je medicij nen wilt hebben, moet je eerst een propedeuse halen en daar is ook wis en natuurkunde voor nodig."
Themds Beeftink over de andere thema's. „Leeftocht gaat over de financie ring van de V U, voordat de rijks subsidie er kwam". Over „V oor en achterban": „De achterban, dat zijn de leden van de V ereniging, de voorban de hele universiteit, stu denten, lektoren en eventueel het bestuur. We behandelen ook de re latie tussen die twee groepen, de mogelijke frikties en de verande ring in die relatie". Onder „gereformeerd, nationaal, mondiaal" willen we beschrijven hoe de V U in Nederland funktio neerde en wat vertellen over de
n
KRA
i^ U2 / d l
!)8, dB vMrvooriicn ïorbuarJ 'Ll«a om
Hij is vrij klein, in onopvallend grijs kostuum gekleed. Aan zijn stem is zijn leeftijd ongeveer te be palen. Hij kan lang achter elkaar door blijven praten. Zacht maar toch met overtuiging. Roelink lijkt een man van een voorbije genera tie, enigszins weerloos daardoor. Maar dat is in tegenspraak met zijn kennis van zaken, het feit dat hij nog steeds veel geschiedkundig werk doet en de zekerheid van zijn overtuiging. Hij glundert een beetje als hij zegt: „Ik ben een echte ge reformeerde jongen en durf er een eed o p te doen dat ik altijd anti revolutionair h e b gestemd." Net als zijn vader vöör hem. Het is hier echter niet de bedoeling een portret van prof. Roelink te schetsen. Hij zal ons wat meer over de nauw met elkaar verbonden ge schiedenis van de V U en de V er eniging vertellen. (Maar „wat ik daaraan heb gedaan, heb ik gedaan als hobbyisme. U moet mij niet als autoriteit beschouwen".) „Toen de Vereniging gesticht werd hebben ze gezegd 'we hebben zo'n ƒ 5000,— per jaar nodig om te beginnen', voor ons een onbegrijpelijk gering bedrag. Als u nou rekent dat de rente van toen normaal 5 procent was, hebben ze geredeneerd: we moeten een stichtingskapitaal van ƒ100.000,— hebben. Als we daar dan van afblijven krijgen we dus elk jaar die ƒ 5.000,—. „Toen hebben ze een bijzondere knappe organisatie opgezet om boven die ƒ 5.000,— per jaar nog meer geld te krijgen. Met lokale komité's, die weer verbonden worden tot provinciale komité's: een héle organisatie, die met kontributies van duizenden en later tienduizenden mensen voor het geld gezorgd heeft. Daarbij kwamen dan nog degenen, die iets meer missen konden, ƒ 25,— per jaar, dat waren de leden." „Denk je eens in, de tijd rond 1880.
Opening Vrije Universiteii HetPorlretT
1 toon
D« R L G t L I N t ^ S - C O M M l b S l E m u k t hckend dut ter %uorkouimg van wjoordo 1JI( i cruütön uuiJraD^ >»u hoL t o l k , but met t a a k<uurtBa Tooriiene publiek Dg Je U; eniDj; der Luirersiteit op 2^ O c t o b e r met \oor te h a l f r,BU i r « p r c L i L ' ï m bet K ü o r tal wordcL loegLl«tiu Dr hijuii*rs daarentegen Tan Kaaneu TOOT yereserveerdu pUatsen , £ullea reeds te t w a a l f i r.. nauaeu Uiutieu üomen WeshulvL l y Tcnocbt worden uiterlyk te b a l r c e u j r o de voor bi u uestemdti piuttacu ie wiUtiu maemtin, daar de t omojHsanijtiU TÜU orde au Ier* belucht uuitea de mo^el^kheid zoiidea big* ken, om hvm de gereaerteerue plaaij toe f wgteu D4 Xf/eUtift com»u»t*
r l- ^^pdft^ icdfr teu
w uuv\
I J . GLINDEKHiN S. J SLEFAT.
iiastt.-rU.iia
s.
fraai« Uibograpoii' schilderij TAS A R Y 70 by j j cect m Heueifde l'ortt»t i nei-furnaat Mb.m-l Ü l S T E tau J i., hoog JS ceattm
Lftdftcbcpltln > bou^ca ruimo
kubels. Haardt
des nsmiUdng:;. verscbijet luj tlcu Llipcver J . 11. k R L \ r,
REDE TER INWIJDING M e 4 ö! VRIJE UNIVERSITEIT. Herdenkingshijeenkomst
weer in de Nieuwe
Kerk?
Ua (,fzOllllbClll^k TULll LLTZk ver. bflTehDg di4 Profoaioi
De emancipatie van de „kleine luyden" is nog amper begonnen. Dat kon natuurlijk ook niet want er is een hele reeks van faktoren, die die emancipatie als infrastruktuur, als beginvoorwaarde, heeft moeten hebben. Ik noem bijvoorbeeld de afschaffing van het dagbladzegel. Zolang dat dure dagbladzegel (een soort belasting) op de krant zat kon de gewone man geen krant kopen. Maar nk de afschaffing kon dat wel zo af en toe. Al was een abonnement vaak nog te duur. Maar toen die mensen nog niet geëmancipeerd waren, toen er nog geen sociale voorzieningen waren, moeten ze een ekonomisch ontzettend moeilijk bestaan hebben gehad in die door en door kapitalistische maatschappij omstreeks 1880. En neem dan nu een plaats als Dordrecht. Daar winnen ze kontribuanten, daar winnen ze leden en er komt x gulden vandaan. Dan zeggen ze 'jongens, dat moet toch eigenlijk een beetje meer zijn' Toen heeft het lokale komité (ik neem Dordrecht' maar alS voorbeeld, er zijn er veel meer geweest) zich afgevraagd: zijn er nu geen mensen, die best willen maar die niet kunnen? En die waren er. Men heeft toen een halve stuiversvereniging opgericht. Ik weet niet of u de halve stuiver nog gekend heeft; dat is dus een 2,5-centsstuk, 'de plak' zeiden wij vroeger, een munt, die niet zo heel veel voorkwam. Daardoor kon je dus zeggen: als ik een halve stuiver ontvang leg ik die weg. Voor de VU. Wanneer je er dan drie in de week ontving bracht dat natuurlijk geen kapitaal op, maar het was duidelijk wel een getuigenis van de mentaliteit van die mensen. Van veel later tijd is de aktie van de VU-busjes, een aktie van de vrouwen, geweest. N u zul je zeg-
gen, 'nou ja, zulke busjes, in onze welvaartsstaat lachen we daar toch om, het is een beetje stuntelig, een beetje oubollig, wat een gedoe, hè' Dat is het in zèkère zin ook voor onze moderne begrippen. Maar u moet niet vergeten dat er jaren waren dat uit die vrouwenbusjes ƒ 100.000,— werd gegeven voor de bibliotheek van de universiteit. En niet één keer maar ettelijke keren."
Emancipatiestrijd Kunt u de plaats van de V U in de emancipatiestrijd van de gereformeerden schetsen? „U weet dat ik op dat punt een dilettant ben. Kent u de dissertatie van Hendriks hierover? Maar als u een in grote lijnen geschetst overzicht wilt: u moet zich dan eerst realiseren dat ze met een vreselijk klein kapitaaltje en met een gebrek aan professoren en ook aan studenten (niet meer dan vijf) begonnen zijn. Je moet bedenken dat die mensen als het ware in een brandend huis hebben gestaan en dan is je eerste opwelling te zorgen dat je of de brand zo gauw mogelijk blust of er zo ongeschonden mogelijk uit komt. Zij konden niet wat wij willen: een wezenlijk christelijke wetenschapsbeoefening. Hoewel van den beginne de bedoeling inderdaad geweest is: 'de universiteit', dus het geheel van de wetenschap, is het aksent de eerste tijd toch gevallen op de opleiding van predikanten. Daarna kwam pas de opleiding van ander 'kader', vooral juristen en literatoren. Ik denk dat een spotplaat van 1880 een idee geeft van hoe je die plaats binnen de emancipatie moet zien. E r staat een aanhaling uit het O.T. bij: als de Philistijnen de Israëlieten overvallen moeten ze in Israel wapensmeden hebben. Wat was nu de eerste opdracht van de V U ? Wa-
Plannen maken voor 1980: de ideeën komen los De samenstelling van het gedenkboek voor de Verenigingsachterban is een van de aktiviteiten in het kader van het eeuwfeest die al duidelijk in de steigers staat. De eerste paal voor het eeuwfeest werd al in 1972 geslagen toen de pre-Wubbiaanse Senaat de zg. commissie wetenschappelijk gedenkboek instelde. Deze commissie vordert met haar werk. Over de verdere plannen en de konkretisering daarvan is eigenlijk nog nauwelijks iets bekend. Men 'brainstormt', denkt na en probeert ideeën boven water te krijgen. Die 'men' zijn de Verenigingscommissie die speciaal voor het eeuwfeest in het leven werd geroepen en de Commissie Eeuwfeest VU, die als opvolgster van een aanvankelijk denkcomité — zes bijeenkomsten sinds de oprichting vorig jaar juni — fungeert. Als overkoepelend orgaan is er een zg. coördinatiecommissie. De Commissie Eeuwfeest VU werd deze maand samengesteld uit vertegenwoordigers uit alle hoeken van de universiteit (hoe kan het ook anders) en stimuleert het maken van plannen onder voorzitterschap van dr. K. van Nes, voorzitter van het College van Bestuur. Sekretaris F. J. Faber zegt dat er allerlei al dan niet ad hoe-commissies aan de slag (kunnen) gaan en dat de eeuwfeestcommissie daarbij als centrale punt dient waar alles binnenkomt. Er wordt, zonder dat het allemaal al handen en voeten heeft, gedacht aan bijvoorbeeld een feestcongres, een historische tentoonstelling (misschien in het Historisch Museum), een bijdrage van de Exposoriumcommissie van de VU, een speciale feestwinkel op de campus waar bijv. een VU-spel, VU-wijn etc. te koop zal zijn, en verder aan het ontwerpen van een speciaal VU-embleem een VUfilm en een VU-musical. Misschien wordt het jaarlijkse sporttoernooi voor de w.o.-instellingen wel op de VU gehouden in 1980. Misschien ook wordt er een prijsvraag voor wetenschappers uitgeschreven. De herdenkingsbijeenkomst ter gelegenheid van de dies natalis op 20 oktober 1980 zou in de Nieuwe Kerk kunnen plaatsvinden, de plaats waar ook de officiële opening in 1880 een feit werd en dr. Abraham Kuyper zijn gedenkwaardige openingsrede hield. Allemaal nog ideeën in de grondverf, die misschien wel worden aangevuld door leden van de grote VU-gemeenschap als de indertijd een zachte dood gestorven zg. Ideeënbus weer nieuw leven wordt ingeblazen (een idee voor een idee). Enfin, de VU-eeuw f eestcommissie vergadert voor de tweede maal op 11 mei aanstaande. Algemeen sekretaris van de Vereniging P. J. Kruyse zegt: „Ja, zoiets moet groeien." Ook bij de Verenigingscommissie wordt denkwerk verricht. Men probeert o.a. te putten uit de kreativiteit binnen de 14 regionale verbanden die de Vereniging kent. De heer Kruysse acht het niet uitgesloten dat er meer van de kant van de Verenigingscommissie loskomt dan alleen het gedenkboek. En bij dit alles speelt natuurlijk de belangrijke faktor van de financiën die het feestschip kunnen laten stranden omdat er onvoldoende van beschikbaar is. Een zuinig eeuwfeest dus? Faber: „Ja, er wordt gezegd dat er geen geld is." En dan optimistisch: „Maar dat feest zal er wel komen." De VU bestaat maar eenmaal honderd jaar. (J.v.d.V.)
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's