Ad Valvas 1976-1977 - pagina 163
3
AD VALVAS — 10 DECEMBER 1976 • Schreef
Heyn
— tegen niassahoorc olleges
— handleiding
voor deze
operatie?
Doceren en studeren bij tertiair onderwijs moeten op de helling Zowel doceren als studeren bij het tertiair onderwijs (TO) moe ten op de helling, en spoedig. Schreef Heyn, de ;,technische" hoogleraar die zo'n tien jaar ge leden zoveel stof deed opwaaien met zijn f elle kritiek op massa hoorcolleges, een handleiding voor deze operatie? * Twijf elt men te recht aan de traditionele wijze van studeren en doceren bij het tertiaire onderwijs? En komt dat, omdat men zich niet houdt aan het goede uitgangspunt: „dat do centen en studenten moeten kun nen samenwerken"? Of komt het, omdat men heef t vergeten, dat „docenten moeten kunnen doceren en tevens weten hoe studenten studeren. Studenten moeten kun nen studeren en tevens de doceer methode kennen om het grootste profijt ervan te trekken"? Het kan in elk geval van belang zijn in een blad, waarvan vele lezers stellig behoren tot de cate gorieën „studenten en docenten bij het tertiair onderwijs" enige aandacht aan dit boek te besteden. Het gaat over de docenten en stu denten bij het tertiairs onderwijs (TO). Dat is al het onderwijs na het middelbaar onderwijs. Dit om vat zowel universitaire als hogere beroepsopleidingen. Het gaat over de vragen hoe die opleidingen van volwassenen het beste k u n n e n worden ingericht en wat docenten en studenten moeten doen om de opleiding zo goed mogelijk te laten verlopen. Het boek tracht kennis van zaken te bevorderen. De docenten v e r w e r v e n onder wij skundige b e k w a a m h e d e n slechts door ervaring. De studenten leren studeren met vallen en opstaan. Beiden zijn dus amateurs op het gebied waarop ze moeten samen werken. Dit boek wil helpen tot een professionele opleiding te k o men. Want „al heeft de student de wil, daarom weet hij nog niet de weg om te studeren. Al doet de docent zijn best, d a a r o m doet hij nog niet het juiste'. Heyn wil wegen wijzen en methoden voor leggen ten behoeve van studenten en docenten. Oplossingen aange ven, w a a r u i t m e n k a n kiezen.
Vier
hoofdstukken
In het eerste hoofdstuk „Persoon lijkheid en ontwikkeling" wil de schrijver, althans volgens het voorwoord, de t e r m e n en b e g r i p pen geven die onmisbaar zijn om zinrijk over het TO te k u n n e n redeneren. Vervolgens wil hij b e schrijven hoe een overwijssysteem in principe moet worden opge bouwd. Daarna volgt een verge lijking van de belangrijkste „in structietechnieken". In het laatste deel van het boek gaat het over een systeemanalyse van gebruike lijke en — tenminste voor een deel — nog te ontwikkelen instructie leersystemen, door de schrijver aangegeven als ILSen. Als men echter d e n k t in „Per soonlijkheid en ontwikkeling" een overzicht te vinden van termen en begrippen, die gebruikt worden en gebruikt k u n n e n worden in een onderwijskundige discussie over de ontwikkeling van het TO komt men bedrogen uit. In plaats daar van zou men een eigen theorie vorming k u n n e n ontmoeten, die de schrijver nodig meent te h e b ben voor de rest van zijn betoog. Verdergaand misschien een inlei dend hoofdstuk als een entree juist voor een geheel eigen onder wijskundige theorie. Men leest echter: een aantal tamelijk los staande beschrijvingen over per soonlijkheid, intelligentie, attitu des, de t e r m leren, aandacht enz., die nogal oppervlakkig zijn en soms zelfs slordig geformuleerd. „Men m a a k t meestal gebruik van toetsen. Deze worden geconstru eerd op grond van voorafgaande ervaringen van ' d e onderzoeker, intuïtie, werkhypothesen .. ." Een ander voorbeeld: „De t e r m leren.
L e r e n is zowel voor h e t individu als voor de samenleving van door slaggevend belang". Bovendien voert de schrijver begrippen in, w a a r v a n niet duidelijk is w a a r o m zij zo'n belangrijke plaats i n n e men. „Alles wat iemand zich k a n herinneren van wat hij leerde en betrekking heeft op kennis en in tellectuele b e k w a a m h e d e n zullen w e zijn persoonlijke kennissys teem of P K S noemen."
systeem
„Instructie is een proces waarbij de student en zijn omgeving vol gens plan door een docent worden gemanipuleerd zodat de kans toe neemt, dat hij zo goed "mogelijk de tevoren duidelqk omschreven leer resultaten bereikt. De term onder wijs omvat meer. De gewenste leerresultaten zijn tevoren minder duidelijk vastgelegd. „Hier kiest Heyn duidelijk voor een, w a t hij noemt, I L S met vooraf vastgelegde doelen. Waarom hij daarbij afwijkt van hetgeen w a a r aan bijv. Glaser en met h e m vele anderen de voorkeur geven, n a m e lijk het beschrijven van een onder wijsleerproces w a a r v a n de doelen een geïntegreerd en bespreekbaar deel uitmaken, wordt niet a a n gegeven. Heyn zegt vooraf van alle litera tuurverwijzingen af te zien. D a a r m e e kan men goed vrede hebben: boeken worden er soms onleesbaar door. Als je dan ec hter komt met een nieuwe „theorie", die nauwe lijks en in elk gevai niet duidelijk en explic iet als een eigen opvat ting wordt gepresenteerd, kan dat moeilijk opgevat worden als een serieuze poging tot een bijdrage aan de dis c ussie!
Evaluatie van instructietechnieken Vijf „instructietechnieken" w o r den besproken en onderling ver geleken: de rhonoloog, automati sche presentatie, het leerboek,' automatische instructie, oefenin gen. De lezer, die tot dan toe heeft volgehouden en langzamerhand gewend is aan de stijl wordt b e loond door althans duidelijke op sommingen van voor en nadelen van bepaalde presentaties van de leerstof. Zij, die eerder de mening van Heyn hebben gelezen over „massa hoorcolleges" zullen niet v e r w a c h ten, dat hij in dit boek nauwelijks één goed woord over heeft voor de monoloog. Aan die colleges kleven vele bezwaren, lezen we. Het zijn er, welgeteld, tien. „Het is mogelijk aan enkele bezwaren tegemoet te komen", m a a r als men wat er staat leest, blijkt dat toch niet (of nauwelijks) het geval. Het leerboek heeft echter veel voordelen. „Zonder enige overdrijving kan worden gesteld dat het leerboek de grootste uitvinding is op het terrein van de instruc tie na de lei, het sc hrift en het sc hoolbord", een uitspraak w a a r de schrijver v a n deze regels, wat de inhoud ervan betreft, wel achter k a n staan. Wat het leerboek betreft, apart wordt aandacht gegeven aan: 1. het m a ken van een leerboek, 2. het ge bruik, 3. leertraning, 4. leerboeken kiezen, 4. de voordelen van leer boeken. Ook wat we lezen over oefeningen is belangwekkend. We volstaan met het noemen v a n . d e paragraaftitels: 1. opgaven maken, 2. opstellen maken, 3. spreekbeur ten, 4. privaatles, 5. automatische oefening, 6. simulatie en simulatie spelen, 7. praktische oefeningen, 8. geleide groep.sdiscussie. Moeilijk k u n n e n we nalaten hierbij meteen
hoogleraar
Durand
Roep om duidelijker regels voor gastcolleges aan theologische fakulteit Het gastcollege van prof . J. J. F. Durand van de kleurlingenuniversiteit van Bellville in ZuidA f rika is de a f gelopen maand door een aantal theologiestudenten geboycot. In verband daarmee hebben zij aan de faculteitsraad gevraagd duidelijker regels te stellen voor gastcolleges in het algemeen en voor uitnodiging van Zuidaf rikaanse gastdocenten in het byzonSer. De f akulteitsraad theologie heef t af gelopen maandag besloten een kom missie ad hoc in te stellen om de problematiek te bestuderen. De kom missie, die uit vier man bestaat, zal vóór 10 januari met een voorstel naar voren moeten komen.
Door dr. Jan H. Raat
Het instruc tieleer (ILS)
Na bezoek Zuidafrikaanse
De sc hrijver van dit aTtikel,dr.Jan H. Raat (Natuurkundig laborato rium VU). op te m e r k e n , dat deschrijver aan groepswerk niet hecht. „Deze in structietechniek heeft een beperkt toepassingsgebied". Groepsdiscus sie: „Het nuttig effect l i j k t . . . vaak gering." „Er zijn m a a r weinig do centen die van een discussie een efficiënte instructietechniek k u n nen maken".
Concrete instructieleersystemen De schrijver noemt er zes: het privaatlessysteem, het c ollege examensysteem, individualiseren de systemen, het blokcursussys teem, het klassikale systeem, het telecursussysteem. De meeste aan dacht én verguizing gaan naar het collegeexamensysteem. „Het is niet zorgvuldig geconstrueerd maar in de loop van vele jaren ge groeid". Van elk systeem worden beschreven: de parameters, de docentfunctie, varianten, resulta ten en analyse. Hoewel het boek niet eindigt met een duidelijke conclusie, w a a r de oplossingen liggen voor de vragen bij de ontwikkeling van het TO (dat wordt t r o u w e n s ook niet ge suggereerd in het boek; wél op de achterflap!), is duidelijk, d a t de schrijver verwacht van het ge b r u i k van telecursussen (corres pondentiecursus, offcampus learn ing).
Conclusie Uit het boek worden enkele zaken erg duidelijk. Heyn heeft op grond van duidelijk aangegeven argu menten een vreselijke hekel aan massahoorcolleges.Bij c olleges be hoort in elk geval steeds de vol ledige tekst van de voorgedragen leerstof, liefst in boekvorm, aan wezig te zijn. Het TO dient de stu denten zo snel en goed mogelijk te leren zelfstandig te studeren. Dat kan in het algemeen beter als studenten individueel werken. Slechts in een b e p e r k t aantal ge vallen is het nuttig aan groeps w e r k te denken. Het k a n moeilijk w o r d e n tegen gesproken, dat ontwikkelingen bij het TO als uitbreiding van het
Aanleiding voor de boycot van het gastcollege was dat één'van de zwarte theologiestudenten uit ZuidAfrika die aan de VU stu deren, er op gewezen had, dat prof. D u r a n d een typisch liberale blanke is, die tegenover zwar t e n wel l a a t horen, d a t hij kritisch ten opzichte van de apartheid staat, m a a r tegenover blanken met zijn kritiek binnen het r a a m van de apartheidsideologie en wetten blijft en in zijn daden nigt o n dubbelzinnig laat blijken aan welke k a n t hij staat. „Prof. Durand heeft nog geen principiële keuze gedaan. Hij heeft wel kritiek, m a a r binnen het systeem. Boycot is de enige moge lijkheid om hem tot de nu nood zakelijke keuze te bewegen," al dus één van de actievoerders. Aan de boycotactie ging een ge
aantal studenten, uitbreiding van de leerstof, beperking van de stu dieduur zorgelijk zijn en om aan dacht vragen. Wie, zoals Heyn, de moeite neemt de k n e l p u n t e n te beschrijven en mogelijke oplos singen aan te dragen, verdient stellig de aandacht. In het aan reiken van wezenlijke oplossingen in de problematiek stelt het boek echter teleur. Ook vindt men geen goed onderbouwde theorie, die kan bijdragen in het wegnemen van structurele moeilijkheden. Lezers moeten zich vaak door lange blad zijden vol „ruis" slepen; de mees ten zullen hier en daar wel een graantje oppikken. Velen zullen soms ook volwassen korrels aantreffen. Over de smaak e r v a n valt niet te twisten; die smaken zullen verschillen: „Vele TOinstituten hebben onder wijskundigen, c psy hologen, stu dentendecanen enz. in dienst. Van teamwork is nog geen sprake. Dit is te betreuren omdat de solitaire docenten die spec ialisten zijn op hun vakgebied meestal ook de bekwaamheden en de tijd missen om, het TO te ontwikkelen. Ze kunnen niet anders dan op de oude manier doorgaan en belem meren zo de vooruitgang." Op dezelfde bladzijde 102 na het stellig afwijzen van het n u t van studentassistentschappen: „Afwis selend worden studenten, c do enten of beheer verantwoordelijk ge steld voor de systeemoutput. Het ligt voor de hand bij het TO de volle verantwoordelijkheid op de studenten te leggen omdat zij de genen zijn die de ac tiviteiten moe ten ontwikkelen waardoor ze le
* Dr. ir. F. A. Heyn, Studenten en docenten bij het tertiair onderwijs. Van Gorcum, Assen/Amsterdam, 1976; 195 blz., ƒ 32,50.
Vrijstelling voor wp-ers moeilijker Minister Vredeling van Defensie wil voor het wetenschappelijk personeel op de universiteiten de aparte regeling voor vrijstelling van militaire dienst afschaffen. De bewindsman heeft dit besluit genomen op a a n d r a n g van staatssecretaris Klein. De staatssecretaris meent, dat de uitzonderingsregeling inmiddels achterhaald is. Voortaan zal men als wp-er alleen een uitzonderingspositie k u n n e n innemen als een bepaalde baan met spoed moet worden vervuld, -
als de aangeboden funktie zoveel eisen op het gebied van kennis en vaardigheden stelt, dat men slechts op een gering aantal gegadigden kan r e k e n e n en als het verlenen van vrijstelling in feite de enige mogelijkheid blijkt te zijn om een vacature op te vullen. Voor artsen, tandartsen en apothekers blijft een aparte regeling gehandhaafd. Voor reeds verleende vrijstelhngen en voor de reeds ingediende aanvragen zullen de oude voorwaarden van k r a c h t blijven. (Red.)
Door Nanne
Haspels
sprek vooraf tussen de faculteitsdekaan, prof. Tj. Baarda (nieuwtestamenticus), en het betreffende groepje studenten, terwijl .er ook ' nog enige belanghebbenden aanwezig waren (o.a. de hoogleraren J. Veenhof (dogmaticus) en J. Verkuyl (missioloog) van de vakgroepen, onder w i e r vlag prof. Durand hier was), alsmede enige bestuursleden van de theologische faculteitsvereniging „Rachab", die inmiddels ook tot boycot had opgeroepen. . De reden voor dit overleg was, dat er onduidelijkheid was over de verantwoordelijkheid voor dit gastcollege. Bovendien had een aantal mensen positievere infor matie gekregen over prof. Du rand, met n a m e dat dr. Beyers Naudé zich niet onvriendelijk over de hoogleraar had uitgelaten. Deze informatie kon echter, even min als de felle en hier en daar onjuiste kritiek van de actievoer ders, niet duidelijk bevestigd worden. Zo bleek de aanklacht, dat prof. Durand in het geheel niets had gedaan tegen de schorsing van een zestal studenten van zijn univer siteit en de gevangenneming van twee van hen, onwaar te zijn. Prof. Durand had met enkele col lega's een protestadvertentie in een k r a n t geplaatst en tentamens in de gevangenis afgenomen. Toch was er in het gesprek geen sprake, van verschil van mening aangaande de laakbaarheid van de apartheid, m a a r was het meer een verschil in tactiek: terwijl de ene groep de voorkeur gaf aan een boycot, wat in dit geval effec tiever zou zijn, gaf de andere groep liever blijk van zijn soli dariteit door in de discussie zijn standpunt te tonen.
Over dode heenhelpen
punt
„Het is nu juist nodig, en stellig ook een belangrijke taak voor de VU om hen die in h u n hart tegen de apartheid zijn, maar de weg nog niet hebben gevonden om dat tot u i t d r u k k i n g te brengen in h u n levenssituatie mede door onze in breng over het dode punt heen te helpen," aldus prof. Baarda, ver wijzend n a a r een gesprek met de Zuidafrikaanse professor G e j ser. Na dit overleg riepen de studen ten toch tot de boycot op, met de volgende argumenten: a. in Zuid Afrika heeft prof. Durand nooit veel van zijn bezwaren tegen de apartheid laten horen, b. de dis cussie kan hier te vrijblijvend ge voerd worden, c. uit solidariteit met de zwarte studenten aan de faculteit, onder meer omdat de discussie in ZuidAfrika niet op basis van gelijkwaardigheid wordt gevoerd. Hoewel de boycotactie niet hele mcjal 'geslaagd k a n worden ge noemd — er waren ongeveer 30 personen aanwezig —, zien de initiatiefnemers wel een tweetal positieve punten. „Allereerst is er nu zeer kritisch geluisterd naar en gereageerd op prof. Durand en voorts is er de aandacht op geves tigd, dat er twee zwarte Zuid afrikaanse studenten op de theo logische faculteit rond lopen, naar wie ook geluisterd dient te wor den" (aldus de theologiestudent Arend Altena in het faculteits blad „K laxon").
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's