Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 224

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 224

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 4 FEBRUARI 1977

4

VUSO vindt: 'Bereidverklaring moet verdwijnen' In een tweetal artikelen op respektievelijk 8 oktober en 22 oktober, is van VUSO-zijdc uiteengezet, op welke twee pijlers de vertaling van de doelstelling naar het bestuurlijk kader zou moeten rusten. Op 12 november stond er in Ad Valvas een uitnodiging aan andere personen of groeperingen, om daarop in te gaan, op basis van een eigen visie, en niet slechts op basis van kritiek. Dit is helaas niet gebeurd. In dit artikel zal een aanzet tot de oeloofde uitwerking van de eerder weergegeven gedachtegangen te vinden zijn. Daarbij zal dan meteen in de beschouwingen worden betrokken, hoe de VUSO zich voorneemt het beleid te voeren, gezien de uitspraken van de universiteitsraad op 14 december, waarover door de redaktie reeds uitvoerig is gerapporteerd. De eerste pijler waarop naar de mening van de VUSO de bestuurlijke vertaling van de doelstelling in voorwaarden voor verkiezing zou moeten berusten is het mecrderhcidsbeginsel. Dit houdt in dat naar de mening van de VUSO raden en besturen aan de VU m meerderheid moeten bestaan uit mensen die instemmen met de doelstelling. (Zie A.V. 22 oktober) De tweede pijler is de mens om do aanspreekbaarheid op de doelstelling meer expliciet te maken, naarmate men verder van de basis van de universiteit verwijderd is, wegende de individuele veiantwoordelijkheid op de desbetreffende bestuursplaats. Een dergelijke weging Mndt ook plaats bij het al dan niet verlenen van dispensatie door het bestuur van de Vereniging krachtens artikel 1.6.2. van de Regelen \ o o r de VU. Daar gaat het om individuele gevallen, terwijl het hier gaat om een weging voor katcgorien bestuurders.

Door Harm Scheepstra, namens de VUSO durend kan oproepen tot en bepalen bij het handelen in de geest van de doelstelling. Dit aanspreekbaar zijn vergt natuurlijk ook dat men de doelstelling bespreekbaar maakt, met andere woorden, dat men zelf zegt hoe men de doelstelling ziet, en vooral duidelijk maakt dat de VU een doelstelling heeft, en hoe die voor de universiteit relevant is. Dit bespreekbaar maken gaat vooraf aan de gezamenlijke arbeid om te komen tot gestaltegeving aan de doelstelling. Over de gestaltegeving aan de doelstelling zal binnenkort van VUSO-zijde_ een nota verschijnen.

De 14e

genomen. Dit betekent dat het Universiteitsbestuur en het bestuur van de Vereniging nu voorstellen moeten ontwikkelen voor een nadere regeling die echter niet de vorm mag krijgen van een formele reglementering. Hoe de vroede vaderen hier uit denken te komen, mag Joost weten." (einde citaat) Dat de VUSO van deze nadere regeling weinig verwacht en er tegen is, als er geen verankering in het reglement plaatsvindt, zal hiermee duidelijk zijn.

VUSO-nota

^

In de VUSO-nota van mei 1976 werden aan de bereidverklaring 2 aspekten onderscheiden: een duidelijke konfrontatic met de doelstelling en een verplichting om op deze veiklaring aanspreekbaar te zijn. Dit laatste onderdeel nu, de aanspreekbaarheid, zal nu geen reglementaire basis krijgen, hetgeen voor de VUSO betekent, dat één van de twee wezenlijke kanten vaji de bereidverklaring vervallen is. Het tekenen van een verklaring suggereert duidelijk gevolgen, wanneer' men zich niet h(?udt'aan de afspraken die daaruit voortvloeien. De konklusie die hieruit getrokken moet worden is dan ook: de bereidverklaring moet verdwijnen, en vervangen worden door een her-

haalde konfrontatic met art. 1.3.2. van de Regelen van de V U (zie boven). Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren doordat de voorzitter van de Universiteitsraad de aankomende leden varj de Raad (nogmaals) op deze verwachting wijst. Op art. 1.3.2. immers kan men buiten het reglement om, verwachten dat iemand aanspreekbaar is, maar de valse meerwaarde-suggestie, dat er gevolgen verbonden zijn aan het nret aanspreekbaar zijn, zoals die bij het verplichten tot het tekenen van een verklaring gewekt wordt, ontbreekt. Verder is er aan het meerderheids-beginsel voldaan, gezien het feit, dat verwacht mag worden dat de gehele Verenigingsfraktie (7 van de 40 leden) een meerderheid van de WP-geleding (14) en een meerderheid van de TAS-geleding (8) en een deel van de studentengeleding instemt met de doelstelling. Tot zover de eerste aanzet tot de uitwerking van de beleidsuitgangspunten, waarin de ontwikkelingen in de Universiteitsraad sinds november betrokken zijn. In verband met de plaatsingsruimte zal in een volgend artikel de uitwerking van de uitgangspunten voor vakgroepen, fakulteitsraden en fakulteitsbesturen gegeven worden.

Klein tegen uitbreiding Erasmusuniversiteit Staatssecretaris Klein is niet van plan zich te houden aan de belofte van de vorige regering, dat de Erasmusuniversiteit in Rotterdam voor 1983 mag uitgroeien tot een volwaardige universitaire instelling. Deze indruk heeft het college van bestuur van de E.U.R. overgehouden aan een gesprek met de staatssecretaris eerder deze maand, zo meldt het universiteitsblad Quod Novum. Klein zou verder hebben laten doorschemeren dat de E.U.R. alleen o p meer geld en personeel mag rekenen, als zij bereid is tot samenwerking met de hogere beroepsopleidingen in Rotterdam. Het — teleurgestelde — college van bestuur beraadt zich nu op mogelijkheden om de bewindsman alsnog van mening te doen veranderen. De Erasmusuniversiteit is in 1973 ontstaan uit een fusie tussen de Nederlandse Economische Hogeschool en de Medische Faculteit Rotterdam. De beslissende factor voor de N.E.H, om haar particuliere status op te geven was de toezegging van minister de Brauw, dat de E.U.R. er binnen tien jaar onder andere een letterfaculteit en technische faculteiten bij zou krijgen.

december

De vraag die de Universiteit heeft beziggehouden op met name 14 december, (althans, zo ziet de VUSODe aanspreekbaarheid fraktie dat) luidt: Hoe nu te hanIn artikel 1.3.2. van de Regelen delen, wanneer iemand, ondanks wordt de verwachting uitgesproken een afgelegde ,,bereidverklaring". dat alle leden van de universitaire niet aanspreekbaar blijkt? De megemeenschap naar vermogen te ning van de VUSO-fraktie was, dat werk zullen gaan in de geest van iemand dan zelf zijn zetel in de de doelstelling, een formulering die Universiteitsraad ter beschikking ruimte laat voor samenwerking tus behoort te stellen. sen christenen en nict-christenen, In dit verband tonen de Regelen met het oog op de gestaltegeving voor de VU een lakunc: er is aan de doelstelling. In artikel 1.5.4. slechts bepaald dat de bereidverwordt \cr\olgens van leden van de klaring ondertekend moet worden, universiteitsraad een schriftelijke maar niet dat iemand op deze ververklaring van de bereidheid om in klaring aanspreekbaar moet zijn, de geest van de doelstelling te werk en al evenmin dat iemand van enite gaan, gevraagd. ge instantie het advies kan krijgen Daar er geen pasklaar beleidsprozijn zetel ter beschikking te stelgramma uit het Evangelie voortlen. Dit blijft overigens betekenen vloeit, is het van groot belang, dat . dat de betrokkene uiteindelijk zelf men elkaar op deze verklaring aan zon moeten besluiten of hij verkan spreken Dit geldt door de hele trekt of niet. universiteit ook reeds, gezien het Een dergelijke regeling oordeelde hierboven genoemde artikel 1 3.2 de VUSO-fraktie noodzakelijk omAan dit aanspreekbaar zijn, onderdat de ervaring leert, dat niet alle scheidt men in VUSO-knng drie raadsleden aanspreekbaar zijn als aspekten: bedoeld in de bovengenoemde aspekt en 2 en 3. Het zou hier gaan 1. Denkbaar zou zijn iemand op om een regeling, een afspraak over zijn eigen geloof aan te spreken. hoe te handelen ten' aanzien van Dit zou er echter in een raad of gekozen raadsleden in direkt verbestuur, en door de hele universiband met de doelstelling van de taire gemeenschap heen, toe kunVU. nen leiden, dat men aan de VU te maken krijgt met twee rangen van Dit is een zaak van een dermate burgers: gelovigen en niet-gclovigroot gewicht, dat de VUSO-frakgen Tevens dient overwogen te tie meent, dat deze in de Regelen worden of niet het iemand vragen voor de VU verankerd zou moeten naar zijn geloof een zaak is die in worden. Een reglement is immers een „binnenkamer" hoort, met anmeer dan een formele zaak; het dere woorden in een sfeer van perdient een levende neerslag te zijn soonlijke vertrouwelijkheid; dit van de hoofdafspraken aangaande staat overigens niemand in de weg wie welke verantwoordelijkheden om uit eigen beweging vanuit zijn op welke wijze dragen moet. en geloof te spreken. Deze overweginhoe er bij falen terzake gehandeld gen leiden ertoe dat de aanspreekzal worden. baarheid op de doelstelling met geUiteindelijk lagen er, na twee zien moet worden als een aanspraschorsingen in de vergadering twee ken op eigen geloof. moties op tafel in de Universiteitsraad. De ene motie sprak van een 2. Een andere zaak is het als het nadere regeling van de aanspreekgaat om bestuurlijk handelen in rabaarheid, en liet de vraag of dit den en besturen; de universiteitsook in het reglement verankerd zou raad heeft uitgesproken dat de worden expliciet open. De tweede doelstelling van de VU het bestumotie sprak over een regeling echren moet ,,doordringen en beheerter zonder reglementering. Met nasen". Welnu, als dat zo is, dan mag me de indieners van de tweede momen elkaar wel vragen hoc men tie hebben in geen enkel opzicht zijn beleid ziet, gelet op de doelaangegeven wat zij zich hiervan stelling. Met andere woorden, men voorstellen. Beide moties zijn door mag elkaar vragen: hoe ziet u deze de Raad aanvaard, waarbij de bestuursuitspraak in het kader van VUSO-fraktie, gezien het bovende gestaltegeving aan de doelstelstaande, tegen de tweede motie ling? stemde. 3. Men kan elkaar aanspreken op Het resultaat hiervan is het helderst het onderling konsistent zijn van weergegeven in de Volkskrant van zijn uitspraken. Het gaat hier om 16 december: „Tweede moties dus, vragen als: U heeft verlclaard dat u die vanuit twee wezenlijk verschilbereid bent om in de geest van de lende denkwijzen over het probleem doelstelling te werken, hoe mag ik voortkwamen. Tot verbazing van dan deze of gene uitspraak van u iedereen werden beide moties (onverstaan. der meer door' een raadselachtige „dubbelstem" van de vertegenwoorDe bedoeling van deze aanspreekdigers van de VU-Vereniging) aanbaarheid is, dat men elkaar voort-

Dialoog christendom - marxisme onmogelijl( „Vrienden, ik ga u geen honing om de mond smeren. ^ De situatie in de wereld is niet alleen gevaarlijk en dreigend, zij is catastrofaal". Met dit citaat van Alexander Solzjenitsyn wil ik dit stuk openen omdat ik het alarmsignaal van Solzjenitsyn ermee wil doorgeven. De „situatie" die ik hier speciaal beoog, zijn de komende colleges van het Studium Generale, die zullen gaan over een eventuele dialoog tussen christendom en marxisme. Deze dialoog is namelijk een onmogelijkheid. Het is dwaasheid dit niet te willen inzien, alleen al omdat deze dialoog wordt opgedrongen van de marxistische kant. Desalniettemin is het uitgesloten dat er ooit van een vruchtbare samenwerking tussen marxisten en christenen sprake zal kunnen zijn, tenzij er ontoelaatbare concessies worden gedaan. En naar men verwachten kan, niet door liet marxisme. Het zijn en blijven nu eenmaal twee stromingen die onder geen enkele voorwaarde kunnen samengaan, om de eenvoudige, maar daarom niet minder juiste reden, dat ze twee absoluut tegengestelde principes vertegenwoordigen. Het christendom is menselijk en verdedigt de menselijke vrijheid. „Het marxisme is altijd tegen de vrijheid geweest", is satanisch. Ook dit laatste citaat sfamt van Solzjenitsyn. Men kan het vinden op blz. 44 van het boekje Amerikaanse Redevoeringen, een boekje van slechts 72 bladzijden, dat eigenlijk verplichte literatuur zou moeten zijn voor een ieder die zich met deze z.g. dialoog tussen het marxisme en het christendom wil bezighouden. Ik citeer Solzjenitsyn omdat hij een erkende autoriteit is. Wij, hier in het Westen, praten alsmaar, wij leuteren, kan men gerust stellen. Maar waar het om gaat is de praktijk. Vanuit deze praktijk nu spreekt Alexander Solzjenitsyn: „Natuurlijk zijn de communisten in de huidige situatie gedwongen om verschillende soorten camouflagetechnieken toe te passen. Nu eens horen wij ze over „een Volksfront" praten, dan weer over de z.g. „dialoog met het christendom". Communisten en een dialoog met het christendom!! Bij ons in de Sovjetu n i e was die dialoog eenvoudig: met mitrailleurs en revolvers", (p. 50).

Dit is dan de praktijk. Vervolgens noemt Solzjenitsyn dan nog wat praktische voorbeelden uit het Westen, van de westerse communistische partijen. En de conclusie: „Alle communistische partijen worden, zodra ze de macht in handen hebben, volslagen meedogenloos. Maar in de stadia waarin ze nog geen macht hebben, zijn ze gedwongen een -camouflagetechniek toe te passen", (p. 50). Men zal mij verwijten: wat zit je nu toch over het communisme te kletsen? Wij hebben het over het marxisme. En dat is nu precies de truc: er bestaat nl. geen verschil tussen marxisme en communisme, of het moest zijn dat de eerste de naam van de theorie is, en de laatste die van de praktijk. En wij zagen» al: daar gaat het alleen om. Het z.g. verschil is alleen een smoesje. Een van de belangrijkste geschriften van het marxisme is trouwens het Communistisch Manifest, „waarvan bijna iedereen de titel kent, maar dat bijna niemand zich de moeite geeft om te lezen", aldus Solzjenitsyn op p. 42. „Niemand", zegt hij, „schijnt het te willen begrijpen. De mensheid gedraagt zich alsof ze nooit begrepen heeft wat het communisme eigenlijk is, het niet wil begrijpen, niet in staat is om het te begrijpen". En ondertussen „worden zelfs enkele nóg verschrikkelijker dingen (in het Communistisch Manifest) beschreven dan die welke gerealiseerd zijn". Het is als met Mcin Kampf: niemand wil het geloven, niemand weet wat het is. „De verschrikkelijkste eigenschap van het wereldsysteem van het communisme is haar eenheid, haar aaneengeslotenheid. Onlangs ( . . . ) zei Enrico Berlinguer: boven de Komintern is de zon onder gegaan. Oh, nee! Ze is niet ondergegaan. Haar energie heeft zich verdicht tot electriciteit en is verdwenen in onderaardse leidingen. De zon "van de komintern stroomt in de vorm van een clectrische hoogspanningsstroom overal onder der aarde", (p. 49). Bij een andere gelegenheid heeft Solzjenitsyn eens opgemerkt dat het succes van het communisme slechts mogelijk is door de morele crisis in het Westen.

De energie heeft zich verdicht, is subtieler geworden en drupt nu langzaam de westerse wereld binnen, en wel in het belangrijkste deel van de westerse wereld: haar weerstand verliezende intelligentia. Men spreekt over het marxisme alsof het een wetenschap is: „Dat het marxisme geen wetenschap is, is bij ons in de Sovjet-Unie de intelligente mensen volkomen duidelijk. Het is zelfs gênant als iemand in een gezelschap beweert dat het marxisme een wetenschap is. ( . . . ) Het communisme is zo'n grove poging om de maatschappij en de mens te verklaren dat je het kunt vergelijken met een chirurg, die een slagersmes pakt voor zijn meest gecompliceerde operatie. Alles wat in de psychologie van de mens en in de inrichting van de maatschappij — een nog veel ingewikkelder organisme — een beetje ingewikkeld is, wordt allemaal teruggebracht tot materie", (p. 43). En met betrekking tot de z.g. dialoog: „Het is typerend, dat het communisme dermate wars is van argumenten, dat het in ( . . . ) de communistische landen niets heeft waarmee het haar opposanten, zonder haar toevlucht tot geweld te hoeven nemen, zou kunnen bestrijden. Argumenten zijn er niet — en daarom de stok, de gevangenis, het concentratiekamp, een gedwongen verblijf in een psychiatrische kliniek", (p. 44). Wellicht zal men mij beschuldigen van; „alweer een communistenjager, een koude-oorlogs hitser". Maar, zoals Solzjenitsyn zegt: „ze hebben het slecht begrepen. De koude oorlog is een oorlog van de haat, ze gaat ook vandaag nog door, alleen: van de kant van het , communisme. Wat is nl. de koude oorlog? Een scheldoorlog". (p. 63). Dit is ook precies wat men kan constateren in die z.g. dialogen, of bijvoorbeeld in ingezonden artikelen hierover in de Ad Valvas. Ik heb zoveel mogelijk Solzjenitsyn aan het woord gelaten, omdat hij iemand is, die het marxisme heeft ervaren,'in al zijn gelederen. Bovendien omdat er dreigt te gebeuren wat de Sovjets beoogden met Solzjenitsyn's uitstoting: Dat hij wel vergeten zal worden. God geve dat hij niet de zoveelste roepende in de woestijn is. Een gewaarschuwd man telt tenslotte nog steeds voor twee. ƒ. Zijderveld,

student

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's