Ad Valvas 1976-1977 - pagina 306
AD VALVAS — 25 MAART 1977 Over het nog niet gestarte onderzoek met erfelijke eigenschappen (DNA) in het biochemisch laboratorium aan de V U hangt nog steeds een sluier van geheimzinnigheid. In alle stilte is voor het VUexperiment, vooralsnog als het enige in ons land, een contract afgesloten door de commissie die belast is met het toezicht op de genetische manipulatie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, het college van bestuur en de projektleider prof. dr. R. J. Planta. Dat wordt eind januari bekend. Het blijkt uit het antwoord van minister F. H. P. T rip (wetenschapsbeleid) op schriftelijke vragen die het T weede Kamerlid drs. C. J. van Kuijen (PPR) vorig jaar november stelde. Ongeveer tegelijkertijd maakt het college van bestuur als het ware bij toeval in Ad Valvas melding van het VUonder zoek (28 januari). Namelijk als onderdeel van zijn reaktie op uitspraken die het oudhoofd van de bedrijfsgeneeskundige dienst, dr. J. Sikkel, eerder in zijn geruchtmakende interview in Ad Valvas deed. Slechts een paar regeltjes zijn het. En dan gaat de deur voor de publiciteit in feite meteen potdicht. De portefeuillehouder veiligheids en milieuzaken in het CvB, de heer C. de Niet, zegt de redaktie zeer kort daarna eigener beweging dat niemand op de VU iets over het onderzoek zal zeggen buiten prof. Planta als verantwoordelijke pro jektleider om. Maar deze blijkt na herhaaldelijke telefoontjes tenslotte niet bereid tot een interview. Geen onwil, maar er zijn andere priori teiten. Een perscommuniqué, waar van al wekenlang sprake is, blijft tot op heden uit. Waarom die waas van geheimzinnigheid? Rondom worden al geruime tijd — na jaren nu ook vóór de scher men — diskussies gevoerd en arti kelen geschreven over de voors en tegens van de nieuwste moleculair biologische ontwikkeling, waardoor het mogelijk is geworden om door samenvoeging van erfelijke eigen schappen van verschillende orga nismen in een reageerbuis nieuwe organismen te scheppen. Een pro blematiek van letterlijk levensbe lang. Voorstanders wijzen op de vermoe delijke nieuwe mogelijkheden: erfe lijke ziekten als gevolg van het ont breken van een stukje informatie in het D N A zouden kunnen wor den uitgebannen, kankersoorten be streden etc. Tegenstanders wijzen op de risico's die er mogelijk aan vast zouden zitten: als er iets in het lab misgaat doordat van kwaad aardig D N A voorziene bacteriën per abuis via afvalwater of lucht kokers ontsnappen, zou dat een aanslag op de totale mensheid kun nen betekenen.
Minst gev aarlijk Het VUexperiment wordt niet tot de gevaarlijke gerekend. Het is het koppelen van een stukje erfelijk materiaal van gist aan erfelijk ma teriaal van een bacterie. In vaktaal: de konstruktie van recombinant D N A tussen plasmide D N A en gist ribosomaal D N A . Prof. D. Bootsma, docent genetica aan de Rotterdamse Erasmusuni versiteit en tot voor kort als voor zitter van de commissie genetische manipulatie van de K N A W (nu is dat de Wageningse moleculairbio loog dr. A. van Kammen), zegt: „De proeven behoren tot die van de minst gevaarlijke klasse. Iedereen heeft er langzamerhand moeite mee te bedenken wat daar nu voor bezwaren tegen kunnen bestaan." De Groningse biochemicus dr. L u cas Reijnders zegt; „Het is.buiteri gewoon onwaarschijnlijk dat je daar een buil aan kunt vallen, maar het vervelende is dat je per ongeluk iets verkeerd kunt doen. Ik bedoel: je gebruikt alle mogelijke hulpstof fen waar af en toe per ongeluk wéT eens D N A in terecht kan komen. Naar mijn gevoel is er daarvoor geen afdoende veiligheidsfilosofie." Volgens prof. Bootsma zijn de risi co's ,,op dit moment beheersbaar". Hij zegt: „En dan steun ik op de ervaringen die in de microbiologi sche laboratoria zijn opgedaan." Noemt de al jaren plaatsvindende onderzoekingen van pathogene or ganismen op cholera, pest etcetera, die leidden tot „bijzonder belang rijke bestrijdingsmethoden", eigen lijk veel gevaarlijker dan experi menten als het DNArecombinanl onderzoek op de VU. Waarbij hij uitdrukkelijk zegt dat er ook be paalde recombinantDNA experi menten zijn „waarvan we vinden dat ze nog niet moeten worden uit gevoerd". „Dat is ook in Amerika afgesproken. We moeten eerst meer informatie krijgen over de risico aspekten ervan om een voorbeeld te noemen: het inbouwen van D N A afkomstig van bacteriën' dte voor de mens zeer gevaarlijke stoffen produceren, zoals de botulüsbacte riën." Zegt dat het miljoenen mensen het leven zou hebben gekost, als men indertijd besloten had dat er niet
Door Jan v an der Veen met de pestbacterie en andere ui terst gevaarlijke microorganismen gewerkt had mogen worden. Dat dat aan de andere kant het risico zou zijn geweest. Bootsma: „Er zijn twee methoden om het risico in te perken (die tegelijk moeten worden toegepast, red.): de biologische en de fysische. Met beide zijn heel goede ervaringen opgedaan die mijns inziens de risico's tot een aanvaardbaar minimum reduceren." Speciaal voor het DNArecombi nantonderzoek zijn veranderde colibakteriën gemaakt volgens de klassieke methode. „Dat maakt het uiterst onwaarschijnlijk dat die bakteriën op een ander medium kunnen groeien dan waar ze in het laboratorium voor worden ge bruikt. Het zijn kreupele bakte riën. Er zijn nu stammen gemaakt, die iedereen kan krijgen die met dit soort onderzoek wil gaan begin nen. Minder dan één op de 100 miljoen daarvan zal in staat zijn zich korte tijd buiten het laborato rium te handhaven. Dat is getest. Dit is de biologische inperking. Daarnaast is er de fysische inper king: het aanleggen van bepaalde laboratoriumcondities, eisen waar aan de apparatuur moet voldoen etc, waardoor besmetting wordt te gengegaan."
Zorg In „Drab", het orgaan van de sub fakulteit biologie van de VU, schrijft prof. dr. H. J. J. Nijkamp (genetica) op verzoek van de re daktie in resp. het december en het januarinummer, een tweetal ar
»« IS
Erfeli jkheidsonderzoek aan i zondheid, en zij gelden op dit mo ment alleen nog maar voor het onderzoek dat door dat instituut gefinancierd wordt. Het is belang rijk dat ook ander onderzoek, waaronder dat van de industriële en militaire laboratoria, onder deze richtlijnen komen te vallen. Al hoewel ook een aantal,andere lan den deze richtlijnen hanteren zal het duidelijk zijn dat alleen wereld omvattende afspraken effect "kun nen sorteren.
waaronder ook de problemen van misbruik van de genetic enginee ring vallen, d.w.z. de genetische manipulatie waarbij vaak de soorts grenzen worden overschreden (b.v. genen van een pad en die van een bacterie koppelen). „Voor het onderzoek en de toepas singen' op. het gebied van de genetic . engineering in agrarische, medi sche, industriële en militaire sector is het noodzakelijk regels op te stel
Het vooruitzicht op wereldomvat tende regelingen is helaas voorals nog gering. Wat overigens intussen zou kunnen gebeuren en inderdaad ook gebeurt is onderzoek naar de potentiële gevaren in daartoe spe ciaal uitgeruste laboratoria. Het is namelijk erg belangrijk te weten of b.v. een darmbacterie met daarin het D N A van een zoogdier virus dat kanker kan verwekken, zich na ontsnapping uit een labora torium kan handhaven in het na tuurlijk milieu en zo ja of er uit zo'n bacterie weer tumorvirussen kunnen vrijkomen. Wanneer tumorvirussen zich inder daad kunnen verspreiden via de darmbacterie E. coli die bij alle mensen (en bij vele andere orga nismen) voorkomt (het recombinan ten onderzoek wordt met name ge daan met deze bacterie als „proef konijn", in laboratoria daarom ook wel „huisdier" genoemd, red.), zou dit kunnen leiden tot een ca tastrophe met name omdat zo'n vi rusdragende bacterie zich niet mak kelijk laat identificeren en bestrij den."
len te treffen die de informatie stroom helpen uitbreiden en verbe teren. Van dit laatste is nog weinig terechtgekomen . . . E r wordt wel eens gesteld dat het fundamentele onderzoek vrij moet zijn en dat de samenleving maar over de consequentie van de weten schappelijke ontdekkingen moet beslissen. Deze stelling lijkt mij on houdbaar. Immers, wanneer genetic engineering een E. coli bacterie (menselijke darmbacterie, red.) op levert met b.v. een voor de mens dodelijk virus, dan is het reeds te laat voor de samenleving om be slissingen te nemen. Of wanneer wij een E coli bacterie construeren die in onze darmen de hormonen produceert die in de pil voorkomen dan hoeft de samenleving zich al geen zorg meer te maken over zijn nageslacht, want dat komt er niet meer." Tot zover prof. Nijkamp.
Richtlijnen
len en controle op de naleving van die regels uit te oefenen . . . Openbaarheid van onderzoek is daarbij noodzakelijk. De informa tiestroom van de onderzoeker naar de samenleving dient daarom ver beterd te worden. Het verwijt klinkt, dat wetenschappelijke on derzoekers de samenleving te wei nig informeren omtrent hun werk. Dat is terecht, maar ik wil met na druk stellen dat het ook de plicht is van die samenleving die maatrege
in Amerika gelden sinds juli 1976 richtlijnen inzake het onderzoek op het gebied van recombinant D N A . Ondanks hier en daar felle protes ten werden ze van toepassing ver klaard voor al het onderzoek dat door het National Institute of Health (NIH) wordt gesubsidieerd. Dat is het grootste deel van de bio chemische research in de Verenigde Staten. Tevoren waren er veel discussies in de wetenschappelijke wereld (maar ook daarbuiten) geweest. In juli 1974 deed een groep moleculaire
QECÖMBlI^mrtE 'D.^''.A.
Allerergste v eronderstellen Nijkamp zegt dat de opvattingen over de mogelijke risico's die der gelijke gemanipuleerde organismen met zich kunnen brengen sterk uit eenlopen. „Een ding is zeker, de wetenschap verkeert op dit moment in het ongewisse . . . " De allerbeste opstelling lijkt hem „het allerergste te veronderstellen en vanuit die op stelling de ethische en veiligheids aspecten aan de orde te stellen,
9 • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • » • • • • • • « • • • • • • 4
Studenten zouden een normaal inkomen moeten hebben
tikelen onder de titel „Zorg om nieuwe ontwikkelingen in het ge netisch onderzoek". Het zijn al gemene artikelen waarin over het VUonderzoek niet wordt gerept. Daarin stelt hij de vraag: kunnen gemanipuleerde organismen gevaar opleveren voor mens, plant of dier? Hij antwoordt: „Op dit moment kunnen we daar nog geen antwoord op geven, maar als we de eventuele gevaren willen evalueren, dan moe ten we de volgende punten in be*' schouwing nemen: wat is de kans dat gemanipuleerde organismen ontsnappen uit het laboratorium?; wat is de kans dat zo'n organisme overleeft in de natuur en zich ver menigvuldigt, en tenslotte wat is de kans dat zo'n organisme, dat zich kan handhaven in de natuui, nadelige gevolgen heeft voor ande re organismen, waaronder de mens." Verder schrijft hij: „Sinds 1973 is er(een voortdurende discussie gaan de m.b.t. deze punten. Deze discus sie heeft er in Amerika en andere landen reeds toe geleid dat richt lijnen voor genetische manipulatie zijn opgesteld. In deze richtlijpen worden de mogelijke experimenten naar hun eventueel risico ingedeeld in vier klassen. Afhankelijk van de eventuele gevaren moeten meer of minder veiligheidsmaatregelen wor den genomen." Nijkamp noemt dan de hierboven genoemde biologische en fysische inperking. „Zulke richtlijnen zijn voor het eerst opgesteld door het Ameri kaanse instituut voor de Volkspe
In Ad Valvas van 4 maart schreven wij onder de kop „Studenten hoeven niet op dure kamers te wonen" een artikel, waarin we — naar aanleiding van de URbehandeling van het budget „overige lasten" — met name een aantal misvattingen over de woon en leefsituatie van de studenten hebben bestreden. De heer Braams (URlid en één van degenen, wiens opvattingen wij aanvielen) reageerde hierop in de volgende Ad Valvas. Nu de afhan deling van deze begroting nadert — 29 maart waarschijnlijk — willen we graag op een en ander ingaan. In ons artikel hebben wij vooral duidelijk willen maken welke om vang inkomens en huisvestings problemen bij, de studenten al heb ben aangenomen. Tijdens de UR, waarin de voorstellen van de PKV om voor de mensaprijzen en, de huren van de SSHpanden aan Spuistraat en Herengracht extra geld toe te wijzen werden behan deld, waren namelijk door Braams en Brinkman stellingen naar voren gebracht die van een onderschatting van de problemen blijk gaven. De ze stellingen hebben wij ook (en korrekt) geciteerd om ze vervolgens aan te vallen.
Falend regeringsbeleid In zijn reactie op ons stuk laat Braams naar voren komen dat hij niet zo zeer de inkomensproblemen van de studenten onderschat — hij spreekt (terecht) van een falend re geringsbeleid op dit terrein — maar subsidiëring met name afwijst om dat dit oneigenlijk gebruik van universitaire middelen ?ou behel zen. , . ' ' Deze acc'entuelring en relativering was ons inziens in het URbetoog zeker niet aanwezig. Verwijten van „verminking" en „aperte onjuist heid" komen ons, zeker zonder na
dere adstruktie, dan ook overdre ven voor. Overigens nodigen we Braams van harte uit op de ASVA SRVU manifestatie van aanstaande zaterdag waar het falend regerings beleid ten aanzien van de studiefi nanciering in haar volle glorie cen traal zal staan.
Oneigenlijk
En één van de redenen waarom de ze gelden werden uitgetrokken is altijd geweest dat op deze manier een aantal voorzieningen ook voor studenten betaalbaar zou worden (ACC en ASVU bijvoorbeeld zijn daardoor goedkoper dan vergelijk bare zaken voor nietstudenten). Dit „oneigenlijke gebruik van uni versitaire middelen" is normaal onderdeel van de begrotingen van de laatste tien jaar. Moet dat dan niet veranderen? ja, eigenlijk wel, de studenten zouden een normaal inkomen moeten heb ben en dan zouden indirekte sub sidies niet meer nodig zijn. Het afbouwen van de voorzienin gen vóórdat de inkomenspositie is verbeterd is echter onaanvaardbaar. En dat is toch eigenlijk hetgeen er op dit moment dreigt te gebeuren; en dat willen de SRVU en de PKV voorkomen. De indruk dat we met onze' voor stellen voor extra geld voor mensa en de SSHpanden iets nieuws in troduceren waardoor studenten in vergelijking tot vorig jaar minder hoeven te gaan betalen is namelijk onjuist. Het enige wat we willen bereiken is dat de mensaprijzen en de huren niet meer stijgen dan de studenteninkomens ( = 5—7%), iets wat mogelijk is als de universiteit haar verantwoordelijkheid in deze ten volle erkent. Klaas v an Urk, namens de SRVU
Maar nu over de vraag of het uit trekken van geld voor het verlagen van mensaprijzen of huren van SSHpanden oneigenlijk gebruik van universitaire middelen is. Braams onderbouwt deze stelling met twee argumenten: „het overige lasten budget is uit sluitend bestemd om onderwijs en onderzoekstaken materieel mogelijk te maken — " en „maatregelen op het stuk van studiefinanciering zijn primair een taak van de overheid". Hier wordt eenvoudigweg vergeten AD VAIVAS dat de zorg voor de studentenvoor zieningen onder de verantwoorde Dinsdag 29 maart vergadert de tJR lijkheid van de universiteiten valt. eindelijk over de vraag of de or Daarom staan zowel personele als materiële middelen van de RSA o,p ganisatiestniktmir van Ad Valvas de begrotingen van de Universiteit' .moet, worden veranderd (stich ting) of niet. Het punt is een en worden ook binnen het budget aantal malen uitgesteld. De Be overige lasten gelden ten behoeve leidsraad AV vindt in zijn rapport van de studentenvoorzieningen uit getrokken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's