Ad Valvas 1976-1977 - pagina 375
AD VALVAS — 13 MEI 1977
3
CvB komt met nadere regeling
Bob is van mening, dat de centrale diensten een afgeleide taak hebben. Zij staan in dienst van de universitaire taken van onderwijs en onderzoek. De universiteitsraad neemt als hoogste universitair orgaan hierover beslissingen, die vervolgens worden uitgevoerd door het college van bestuur. Het CvB geeft op zijn beurt opdrachten aan de diensten. Die kunnen, waar nodig, kanttekeningen maken bij die opdrachten. Bovendien wordt hun de ruimte gegeven mee te praten over de manier waarop die opdrachten worden uitgevoerd. De behoeften van onderwijs en onderzoek bepalen echter de dienstverlening en niet andersom.
Werk-en dienstoverleg straks minder vrijblijvend Vermoedelijk zullen in september zowel het werkoverleg als het dienstoverleg bij de centrale diensten van de VU nader door het College van Bestuur worden geregeld. Als alles doorgaat betekent dit, dat werkoverleg en dienstoverleg min of meer verplicht zullen worden gesteld. Diensthoofden, die er niet voor voelen zullen met heel sterke argumenten moeten komen om aan deze verplichting te ontkomen. Bovendien zullen beide vormen van overleg aan een aantal regels worden gebonden zodat elke vrijblijvendheid gaat verdwijnen. Die regels zullen in het personeelsreglement of een zelfstandig reglement worden opgenomen. In het dienstoverleg zullen vaste vertegenwoordigers worden gekozen via verkiezingen. Op dit moment is er nog geen sprake van een vaste vertegenwoordiging. Voordeel van vaste vertegenwoordigers is, dat deze mensen op elk moment aanspreekbaar zijn voor zaken, die in het overleg spelen of kunnen gaan spelen. Verder zal ook worden geregeld, dat werk- en dienstoverleg met een bepaalde frekwentie gaat plaatsvinden. Binnen afzienbare tijd zal de werkgroep demokratisering algemene diensten (de Wedad), waarin o.a. twee CRAD-afgevaardigden en twee CvB-leden zitting hebben, rapport uitbrengen over de ideeen, die in deze groep leven over de demokratisering van de algemene diensten en die tot nu t ó e onder meer hebben geresulteerd in de hierboven genoemde voorstellen. Of deze voorstellen ook in de UR zullen worden behandeld is nog niet zeker. Wel is vanuit de UR-kommissie personele zaken verzocht om overleg hierover te zijner tijd. Dit vernamen wij in een interview met twee leden van de Wedad; Ruud Bouwens en Bob van der Leest, beiden tevens lid van de contactraad algemene diensten (het CRAD) en werkzaam bij Financieel-economische zaken (FEZ). De Wedad werd vorig jaar maart door het CvB ingesteld met de opdracht het werkoverleg bij de centrale diensten van de VU in kaart te brengen en na te gaan of er behoefte bestaat aan nadere regeling van het werkoverleg. Ook moest worden onderzocht of binnen en „boven" de centrale diensten bepaalde vormen van vertegenwoordigend overleg (dienstoverleg) zouden moeten wórden ingesteld. Dit onderzoek zou moeten resulteren in konkrete voorstellen met inbegrip van de nodige wijzigingen in reglementaire bepalingen (waarbij zowel aan het bestuurs- als aan het personeelsreglement kan worden gedacht). Eind vorig jaar verscheen er een nota over het werkoverleg en dezer dagen bereikte het CvB een nota over het dienstoverleg. Over een maand of twee zullen beide nota's in een totaalrapport aan het CvB worden aangeboden. Wat zal nu het dienstoverleg in de visie van de Wedad konkreet gaan betekenen? Het zal een adviesorgaan worden, dat het diensthoofd adviseert over bijv. de organisatorische aanpak binnen een dienst, de planning van het werk, reorganisaties, en eventueel aanstellingen en benoemingen etc.
Klachtenregeling Het orgaan zal op papier niet beleidsbepalend zijn maar in de Wedad-visie zal een hoofd wel duidelijke argumenten op tafel. moeten kunnen leggen wil hij een advies niet opvolgen. Bovendien wil de Wedad een soort klachtenregeling creëren voor gevallen, waarin een diensthoofd adviezen systematisch niet opvolgt. Zo'n regeling zou je, om de gedachten te bepalen, ook een beroepsmogelijkheid kunnen noemen maar die terminologie- ontmoette binnen de Wedad bezwaren. Een voorbeeld van hoe inspraak via het dienstoverleg kan plaatsvinden: Het diensthoofd schrijft een kwartaalverslag van het werk in de dienst. Dat komt in het dienstoverleg. In de eigen afdeling nemen de vertegenwoordigers het stuk kritisch door en leveren vervolgens in het overleg zo nodig kommentaar: bijvoorbeeld op de zaken, die het komend kwartaal worden aangepakt. Wanneer het volgende kwartaalverslag verschijnt kunnen ze dan weer vragen hoc het zit met de voortgang van bepaalde plannen. Met de vraag of er een overkoe-
Angst
Door Jqap Kamerling pelend overleg „boven" de diensten moet komen is de Wedad nog bezig. Op het ogenblik fungeren de contactraad algemene diensten en de „coördinatievergadering" als zodanig. De C R A D is een overlegorgaan van vertegenwoordigers van diensten en afdelingen geheel buiten de hiërarchische lijnen om. De raad heeft steeds een motorfunktie vervuld bij de demokratisering. De coördinatie-vergadering is pas kort geleden gecreëerd, heeft nog geen duidelijke struktuur en bestaat uit de hoofden van alle diensten en afdelingen.
CRAD
vervangen
Het C R A D heeft vorige week vergaderd over de instelling van een overkoepelend orgaan. Men kwam toen tot de konklusie, dat het C R A D zijn langste tijd heeft gehad en als stimulator van de demokratisering zijn vruchten heeft
ABVA-Groepscongres
Ruud Bouwens en Bob van der Leest afgeworpen. Zij zou kunnen worden vervangen door een soort „tussenorgaan", dat binnen de organisatorische lijnen valt (dus niet erbuiten zoals de CRAD). Zo'n orgaan zou dan periodiek een overlegmogelijkheid kunnen bieden tussen de leden van de coördinatievergadering (hoofden van diensten en afdelingen) en afgevaardigden uit het dienstoverleg. In dat overleg zou gesproken kunnen worden over zaken, die het gezichtsveld van de diensten overstijgen. Het idee werd ook geopperd op den duur dit tussenorgaan en de coördinatie-vergadering samen te voegen tot één bestuursorgaan, be-
wetenschappelijk
staande uit de leden van de coördinatie-vergadering en gekozen leden vanuit het werk- en dienstoverleg, een gemeenschappelijk bestuur dus van hoofden en medewerkers. Tegen deze gedachte werd op de CRAD-vergadering het bezwaar ingebracht, dat je dan een vermenging zou krijgen tussen uitvoering (de hoofden) en de „volg"funktic van de gekozen leden. Ook wordt wel het idee geopperd om een soort centrale dienstraad te creëren naar analogie van de universiteitsraad, die .dan het hoogste orgaan zou vormen binnen de diensten. Ruud Bouwens en Bob van der Leest vrezen dan echter een tweedeling op de universiteit: de universiteit en daarnaast het dienstvei lenend apparaat.
onderwijs:
Ook centrale diensten volgens WU B-model demokratiseren „Wij willen demokratisering van de centrale diensten naar analogie (min of meer naar het voorbeeld) van de demokratisering van de faculteiten. Onze voornaamste kritiek op de WUB is, dat de centrale diensten buiten deze wet vallen. Ons idee is nu om toe te werken naar dienstraden voor de centrale diensten op basis van vertegenwoordiging met paralelle bevoegdheden als de faculteitsraden. In die raden zou gepraat moeten worden over het algemene beleid van een dienst, bij voorbeeld de planning van werkzaamheden, de algemene organisatie, reorganisatieplannen maar ook bv. aanstellingen en benoemingen, ook van chefs. Daarbij moet het niet blijven bij het geven van informatie maar er moet de mogelijkheid zijn van beïnvloeding van het beleid; zo'n raad moet beleidsbepalend zijn! Aan het woord is Cees van der Veer, plaatsvervangend lid van de Commissie van Overleg voor de ABVA, de algemene ambtenarenbond. In deze commissie voeren de NCBO, de christelijke ambtenarenbond en de ABVA regelmatig overleg met het VU-bestuur over de rechtspositie van het personeel, dat bij de VU werkzaam is. De ABVA-groep Wetenschappelijk Onderwijs en Academische Ziekenhuizen heeft vorige maand een congres gehouden, met als één van de belangrijkste thema's de demokratisering van de centrale diensten van universiteiten. Men kwam tot de konklusie, dat de demokratiseringskloof tussen faculteiten en diensten moet verdwijnen. Op het congres werd Cees van der Veer, bij de VU werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij algemene sociologie, in het nieuwe hoofdgroepsbestuur gekozen. In een gesprek met hem vroegen wij hem zijn standpunt toe te lichten. Cees: „Het Rijksambtenarenreglement spreekt over dienstcommissies maar dat zijn organen met maar weinig bevoegdheden. Het zijn gekozen commissies, waarvan de leden kennis kunnen nemen van het beleid en bijvoorbeeld reorganisatieplannen. De mogelijkheden tot beïnvloeding van het beleid zijn
Door Jaap Kamerling nagenoeg nihil. In het COPWO (Het centraal o v ' ï g tussen de bonden en het ministerie van onderwijs) hebben de bonden gesteld, voorlopig niet te zullen aandringen op het instellen van zulke commissies (wat veel voorwerk vereist) als de minister tenminste mogelijkheden wil scheppen voor meer fundamentele demokratisering. De kritiek die wij op de WUB hadden (geen demokratisering van de diensten) werd door de staatssecretaris niet overgenomen. Omdat er op de universiteiten (ook op de VU) kritiek bleef leven, werd toen begonnen met experimenten met werkoverleg en dienstoverleg."
chanische werkplaats nu ook geëxperimenteerd met de dienstraad. Een vooruitgang volgens Van der Veer omdat zo'n raad de mogelijkheid heeft tot beïnvloeding van het beleid, wat naar zijn mening nauwelijks het geval is bij werken dienstoverleg. Het ziet er trouwens naar uit, dat staatssecretaris Klein de laatste tijd wat positiever is gaan staan tegenover het verschijnsel dienstraad. De Universiteitskrant van Groningen schrijft dat Klein, midden 1976, de dienstraden alleen nog acceptabel vond als vorm van werkoverleg. Ook verkiezingen voor zo'n raad wees hij steeds af. Werkoverleg zag hij als een georganiseerde samenspraak tussen chef èn medewerkers in de eigen werkeenheid over in beginsel alle zaken^ die tot de competentie van de eenheid (chef) behoren. In een brief (van 12 januari) aan Groningen wijst hij echter het functioneren van dienst- en bu-
reauraden, die veel verder gaan dan zijn visie op werkoverleg, niet langer af. Wel constateert hij de noodzaak om vaste regelingen te treffen, gezien de afwijking van het algemeen rijksambtenarenreglement. In zijn brief vraagt Klein om een overzicht van alle nu functionerende dienst- en bureauraden (wijze van samenstelling, functioneren, onderwerpen, die behandeld worden etc). Hij kondigde verder aan. dat zowel in het COPWO als in het bestuurlijke overleg (portefeuillehouders personeelszaken) de zaak nader aan de orde zal komen. Daarnaast vroeg Klein de vakcentrales om zelf „concrete denkbeelden" op het punt van de dienst- en bureauraden uit te werken.*) Cees van der Veer ziet deze stap van Klein als een soort verkiezingsstunt maar het is toch de moeite waard er melding \ a n te maken.
Beroepsmogelijkheid Cees ziet de dienstraad als het hoogste orgaan in een dienst, In deze konstruktie zijn ..de chefs niet meer de peilers in de hiërarchie maar meer coördinerende figuren binnen een gedemokratiseerde struktuur". De chef is verantwoording schuldig aan de dienstraad. Hij zou zich echter niet hoe\en neer te leggen bij belissingen. die tegen zijn zin worden genomen, In zulke gevallen zou hij uiteraard evenals de overige personeelsleden over een beroepsmogelijkheid moeten kunnen beschikken, Cees gelooft toch wel dat men op het ministerie zich bewust begint - te worden van de noodzaak om ook de centrale diensten te demokratiseren. Hij heeft ook de indruk, dat het College van Bestuur van de VU goed in de gaten heeft, dat demokratisering van de diensten van groot belang is voor de VU als geheel. Hij is wat dit betreft niet pessimistisch over de ontwikkelin-
Dienstraad Bij het werkoverleg zijn alle medewerkers van een werkeenheid betrokken. Dienstoverleg speelt zich af op het nivo van de hele dienst. Hierin zitten alleen vertegenwoordigers vanuit een dienst. Werkoverleg en dienstoverleg worden op de verschillende universiteiten op uiteenlopende wijze „ingevuld". In Delft wordt er bij de centrale me-
Bob en Ruud geloven, dat er beslist wel beleidsruimte voor de diensten overblijft. Men moet die ruimte echter wel pakken, vinden zij. Er heerst nog altijd onder het personeel van de diensten een soort angst voor mogelijke repercussies, die het meedenken door personeelsleden kan hebben. IVIen is bang zijn carrière te schaden. Het is echter de vraag of je je kansen vergroot door niets te zeggen. „Je moet ervan uitgaan, dat positieve kritiek wordt gewaardeerd en dat er wederzijds vertrouwen bestaat. Bob vindt dat demokratisering wel wat risico's waard is en gelooft trouwens, dat repercussies zeker van de kant, van de hogere leiding niet zijn te vrezen. Ook de leiding heeft belang bij het meedenken door het personeel. Zij ontvangt bovendien informatie uit de eerste hand. Niettemin is een goede rechtsbescherming van groot belang. Het demokratiseringsproces vraagt ook een intensieve begeleiding door middel van vorming en scholing van medewerkers, inclusief de hoofden van diensten en afdelingen. De gedachte, dat iedereen wat te zeggen heeft vraagt een gewenningsproces. Daar toe kan vorming een bijdrage leveren. Het personeel moet de ruimte voor een eigen inbreng gaan beseffen en de leiding de waarde daarvan.
*) Universiteitskrant Cees van der Veer
Groningen.
Vervolg op pag. 12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's