Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 329

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 329

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 15 APRIL 1977

5

Verklaring 'breed komitee herstrukturering' Op de achterpagina van de Ad Valvas van 1 april stond het al aangekondigd: een twintigtal organisaties heeft het „breed komitee herstrukturering" opgericht. In mei 1975 deed de Tweede Kamer een aantal uitspraken, die tegemoet kwamen aan de bezwaren zoals die uit de universiteiten waren geformuleerd. Doel van het kontitee is er toe bij te dragen dat bij de toetsing van de herprogrammeringsvoorstellen door staatssekretaris en minister overeenkomstig diè uitspraken wordt gehandeld. Hieronder de volledige tekst van de verklaring van het komitee, waar zich ondertussen behalve de eerdere gemelde personen en organisaties ook ASVU en het bestuur van de sociëteit Uilenstede achter hebben geschaard. De verklaring van het „Breed Komité Herstrukturering" luidt: „Al jarenlang is er door groeperingen en personen die bij de universiteit betrokken zijn fundamentele kritiek geuit op de plaimen tot herstrukturering van het wetenschappelijk onderwijs. Zo is ook het wetsontwerp herstrukturering zwaar onder vuur genomen door deze groeperingen, ieder vanuit hun eigen invalshoek. Zo werd gevreesd dat bij uitvoering van het wetsontwerp een brede wetenschappelijke opleiding in het gedrang zou komen, en de opleidingen zouden verzwaren, verschralen en verschoolsen. Dit zou dan nadelige konsekwenties hebben voor de eksteme demokratisering en het recht op kwalitatief goed onderwijs, maar ook voor de aktiviteiten van de studenten op vormend, sociaal, politiek en sportief terrein. Daarnaast zouden de herstruktureringsplaimen leiden tot een taakverzwaring voor het personeel aan de universiteiten. Dat deze groeperingen hun kritiek op de één of andere wijze naar buiten hebben gebracht, is niet zonder resultaten gebleven.' Zo heeft de Tweede Kamer in mei '75 eerst een aantal wijzigingen aangebracht voordat zij het wetsontwerp als wet aanvaardde, en hebben de minister en de staatssekretaris enkele toezeggingen moeten doen. Als belangrijkste verbeteringen willen wij hier noemen: 1. dat ekspliciet is vastgelegd dat de kursusduur 5 jaar mag bedragen, in tegenstelling tot het oorspronkelijke plan van 4 jaar; 2. dat toegezegd werd dat programma's met een kursusduur van langer dan 4 jaar en/of een propedeutiese fase van langer dan 1 jaar slechts marginaal getoetst worden. Onder marginale toetsing moet verstaan worden: toetsing op de mate van zorgvuldigheid en redelijkheid van totstandkoming van het programma; 3. dat niet, zoals eerst de bedoeling was, het uitsplitsen van onderwijsprogramma's in varianten (bijv. lerarenvariant, onderzoeksvariant e.d.) in de wetstekst is opgenomen; 4. dat toegezegd werd dat er voor diegenen die het post-akademies onderwijs willen volgen een stelsel van studietoelagen uitgewerkt zou worden. Zodoende kunnen werklozen en werknemers waarvan de werkgevers niet willen opkomen voor de kosten toch van deze onderwijsgelegenheid gebruik maken; 5. dat is opgenomeij dat om bepaalde — nader uit te werken — redenen verlenging van de inschrijvingsduur verleend kan worden. M.n. het door de minister bij de behandeling van het wetsontwerp in de Eerste en Tweede Kamer uitdrukkelijk toekennen van een marginaal karakter aan de toetsing, tezamen met het bepalen van de kursusduur in de wet op ten hoogste vijf jaar, moet geïnterpreteerd worden als een uiting van de wil van de volksvertegenwoordiging dat de fakulteiten in belangrijke mate zelf het onderwijs- en eksamenprogramma en de daartoe noodzakelijke kursusduur bepalen.

Afbreuk

We moeten nu echter konstateren dat aan deze verbeteringen afbreuk gedaan dreigt te worden. Ad l-t-2.: Nadat de wet herstrukturering in gewijzigde ^vorm was aangenomen, moest de minister richtlijnen voor de herprogrammering (dit is het omvormen van de onderwijsprogramma's zodat ze passen binnen de wet herstrukturering) opstellen. De Akademiese Raad formuleerde in haar advies m.b.t. „ministeriële richtlijnen herprogrammering wetenschappelijk onderwijs" dat „een zo gedetailleerde onderbouwing van de voorstellen betreffende de onderwijs- en eksamenprogramma's en de kursusduur als bij handhaving van het gestelde in de koncept-beschikking

Door Lia Ransdorp,

SRVU

zou worden gevraagd, niet in een reèle verhouding staat tot hetgeen met de richtlijnen wordt beoogd" (AR 2581, dd. 2 december 1975)." De Akademiese Raad, een belangrijk orgaan binnen de universitaire wereld, vond dus dat het niet nodig is alle inhoudelijke motiveringen en overwegingen aan de minister kenbaar te maken, omdat hij immers toch niet inhoudelijk kan en mag gaan toetsen. Desondanks heeft de minister geen reden gezien om in de definitieve richtlijnen aan deze bezwaren tegemoet te komen. Daarom formuleren wij dezelfde kritiek op deze definitieve richtlijnen en wijzen we daarbij op het gevaar van een inhoudelijke en vergaande toetsing van de herprogrammeringsvoorstellen door de Onderwijsraad en de minister aan de hand van deze richtlijnen. Mogelijkerwijs heeft dit tot gevolg dat de mogelijkheid voor de fakulteiten een langere kursusduur dan vier jaar en/of een langere propedeutiese fase dan één jaar in te stellen wordt ingeperkt. Ad 3.: In dezelfde richtlijnen worden plotseling de varianten weer wèl genoemd. Er wordt zelfs gesteld dat je een onderwijsbevoegdheid pas kunt krijgen als je een lerarenvariant hebt gevolgd. Hierdoor worden de fakulteiten gedwongen toch varianten in te voeren, ondanks alle kritiek die hierop is uitgeoefend en destijds ook in de wet gehonoreerd is. Ad 4-f 5.: Aan de uitwerking voor de studietoelage voor het post-akademies onderwijs en de regels voor de verlenging van de inschrijvingsduur is tot nu toe nog helemaal niets gebeurd. Indien hier niet aan gewerkt wordt, zal dat tot gevolg hebben dat vele studenten verhinderd worden het onderwijsprogramma af te maken, of niet eens aan het post-akademies onderwijs kunnen beginnen. Hier komt nog bij dat staatssekretaris Klein zich in het openbaar al verschillende keren laatdunkend heeft uitgelaten over de herprogrammeringsaktiviteiten van de fakulteiten. Met name de lengte van de kursusduren moest het dan ontgelden.

De

beleidsindicaties

Nu heeft Klein in februari zijn „Beleidsindikaties voor de begroting van 1979 en het ontwikkelingsplan 1980—1983 van de instellingen van Wetenschappelijk Onderwijs" gepubliceerd. Deze beleidsindikaties — een aanduiding van de hoeveelheid en wijze van verdeling van de financiële middelen — baseren zich onder andere op de vooronderstelling dat in 1979 na de herstrukturering slechts 20% van de aankomende studenten in een kurrikulum van 5 jaar terecht zal komen. En hoewel het aantal studenten dan met 10% gestegen zal zijn, konkludeert Klein dat de middelen voor het W.O. vergeleken met de huidige situatie niet uitgebreid behoeven te worden. Deze vooronderstelling is uiterst twijfelachtig. Op de VU bijv. kent

DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Anisterdam-(Z). Telefoon 71^754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101. Tel. 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens w.c: FORD - VW - SIMCA - OPEL NIEUWE MERCEDES EN HANOMAG VRACHTWAGENS TOT 18 m» EN 34 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten lO^a korting

ruim 75% van de door de universiteitsraad doorgestuurde herprogrammeringsvoorstellen een kursusduur van 5 jaar of meer. Daar de situatie op de andere universiteiten vergelijkbaar is, is het uiterst vreemd op deze vooronderstelling het financieel beleid voor de toekomst te baseren. Omdat aldus het door Klein voorgestelde totale pakket van middelen voor het W.O. op te korte programma's is gebaseerd, willen wij er op wijzen dat de konsekwenties van dit beleid is dat de geherprogrammeerde programma's prakties onuitvoerbaar worden gemaakt met alle gevolgen van dien zoals kwaliteitsdaling en taakverzwaring voor personeel en studenten. Kennelijk wil Klein door nu dit toekomstbeleid te formuleren de resultaten van het herprogrammeringsproces beïnvloeden. Wij worden in dit vermoeden gesterkt nu Klein de Akademiese Raad heeft verzocht bij zijn oordeel over de herprogrammeringsvoorstellen het gestelde in de beleidsindikaties in de overwegingen te betrekken (ministerie van OW: HW/BOP300440, 4 febr. '77; bijlage 5 van de beleidsindikaties).

varingen van 2 jaar herprogrammeren aan de fakulteiten bevestigen dit. Zo wordt er aan de VU geen enkel programma van vier jaar voorgesteld. Het bleek allesbehalve eenvoudig te zijn om binnen de wet en de richtlijnen tot een goed en verantwoord herprogrammeringsvoorstel te komen. (Zo heeft bijv. een onderzoek in Wageningen opgeleverd, dat de studieresultaten na de doorvoering van de herprogrammering veel slechter waren dan voor die tijd het geval was.) Tevens is ook altijd betwijfeld of juist de overheid de eksakte kursusduur van een studierichting zou kunnen en mogen bepalen, en daarmee de fakulteiten een konkrete kursusduur zou kunnen opleggen. De Staten-Generaal hebben hier oog voor gehad en in de wet ruimte geschapen voor de fakulteiten

Advertentie

VRIJE UNIVERSITEIT De Universitaire Commissie Onderwijs en Onderzoek zoekt een:

ACADEMICUS

Wet herstrukturering uitbuiten

die gedurende een j a a r onderzoek zal verrichten n a a r de taken en de fmicties van de bestaande facultaire commissie voor de wetenschapsbeoefening en n a a r de criteria, de middelen en de procedures die zij gebruiken. Dit onderzoek zal plaatsvinden door middel van interviews en documentatieanalyse.

Het komitee is dan ook van mening dat de mogelijkheden die door de volksvertegenwoordiging in de wet herstrukturering zijn neer-'elegd en waar de fakulteiten bij het opstellen van hun herprogrammeringsvoorstellen vanuit gegaan zijn, nu in de praktijk ten volle gebruikt moeten kunnen worden. Reeds in de diskussies rondom het wetsontwerp zijn er van de kant van de imiversitaire wereld twijfels naar voren gebracht omtrent de mogelijkheid de kursusduren tot vier jaar terug te brengen. De er-

G. R. Burggraaff,

De functionaris zal h e t onderzoek verrichten onder begeleiding van de Commissie Onderwijs en Onderzoek. Voor inlichtingen kan m e n zich wenden tot Dr. P. J .A. van den Akker, telefoon 020 - 5 48 36 79. Schriftelijke sollicitaties, onder vermelding van vacaturen u m m e r 002 - 687 te richten a a n de Dienst Personeelszaken, De Boelelaan 1105, Postbus 7161 te AmsterdamBuitenveldert.

TAS-kandidaat

voor

UR:

'Meer duidelijkheid in en begrip voor bestuur en beleid gewenst' „De reden, dat ik mij weer kandidaat heb gesteld voor de Universiteitsraad is, dat ik mij weer op bestuurlijk niveau wil inzetten voor het welzijn van de V.U. en allen die daar werken en studeren of er een andere relatie mee hebben. Hierbij wil ik mij laten leiden door de doelstelling van de V.U." Aldus de heer G. R. Burggraaff, kandidaat van de TAS-geleding voor de nieuw te kiezen universiteitsraad. Een belangrijk aktiepunt vindt Burggraaff, dat er meer doorzicht van, duidelijkheid in en begrip voor het algemene bestuur en beleid komt. Vertaald naar te verstrekken (c.q. verstrekte) informatie betekent deze openbaarheid van bestuur, dat de achtergronden van beslissingen/ zo daar om wordt gevraagd, bekend moeten worden gemaakt. Ten aanzien van besturende organen zou jiit bijvoorbeeld kunnen door een kort verslag te verspreiden. Een toetsing van de beleidsuitvoering aan de beleidsbeslissing enerzijds en aan de doelstelling anderzijds vindt hij ook van groot belang. Zelf zal Burggraaff regelmatig verslag uitbrengen aan de KRAD. Bovendien wil hij een ieder, die daarin is gemteresseerd, in de gelegenheid stellen de UR-verslagen in te zien. Zo men over een bepaalde zaak een gesprek wil hebben, wil hij trachten daaraan op korte termijn tegemoet te komen. Een en ander met uitzondering van die onderwerpen waarover geheimhoudingsplicht is opgelegd.

Demokratisering Over de demokratisering van de algemene diensten zegt Burggraaff: „Onder demokratisering wordt over het algemeen verstaan: meedenken en meebeslissen. Persoonlijk zou ik echter zo ver willen gaan, dat bij belangrijke beslissingen de personeelsleden in kennis worden gesteld van het probleem en dat (een vertegenwoordiging uit) die personeelsleden word(t)en betrokken bij het meedenken en meepraten ten behoeve van de beslissingsvoorbereiding".

om aan hun verantwoordelijkheid — een programma van aanvaardbare kwaliteit op te stellen — te kunnen voldoen. Nu de fakulteiten van deze ruimte gebruik hebben gemaakt om tot een akseptabel programma te komen konkluderen wij dat deze programma's in alle opzichten ook uitgevoerd moeten kunnen worden: beperking tot een marginale toetsing van de herprogrammeringsvoorstellen; toewijzing van de volgens de fakulteiten benodigde kursusduren; geen verplichting achteraf van de varianten; uitwerking van de mogelijkheden tot verlenging van de inschrijvingsduur, uitwerking van de studietoelage; geen formulering van een financieel beleid voor de toekomst dat de resultaten van het herprogrammeringsproces langs oneigenlijke weg beïnvloedt, maar toewijzing van de financiële middelen om de programma's te realiseren en de herprogrammering in goede banen te leiden."

Voor personeelsleden wil Burggraaff een betere sociale en maatschappelijke begeleiding, waarbij gedacht kan worden o.a. aan • scholing, opleiding en vorming, • een personeelsbeoordelingssysteem met daaraan verbonden een funktiewaardering en -honorering, • de reorganisatieprocedure, • de aannemingskode, waaronder begrepen de interne sollicitaties. Hij heeft tot zijn vreugde gekonstateerd, dat met enkele van deze zaken reeds een aanvang is gemaakt. Voor de overige diensten en de faculteiten staat hij een betere advisering en een juistere en vollediger serviceverlening op het gebied van het personeelsbeheer voor. Op financieel gebied is Burggraaff begrotingstechnisch gezien tegen „vaste" trendmatige verhogingen. Hij wil een begroting op basis van konkrete uitvoeringsprogramma's. Op het gebied van financieel beheer dienen de betreffende centrale diensten die ondersteuning te leveren, die van hen verwacht wordt. Als het om bezuinigingen gaat, vindt Burggraaff dat, aangezien een universiteit een instelling is voor onderwijs en onderzoek, naar zijn mening hier pas in laatste instantie op mag worden beperkt. Getracht moet worden te besparen door een efficiënter gebruik van de materialen. Moet echter toch worden bezuinigd op onderwijs en onderzoek, dan zou dat bij voorbeeld kunnen gebeuren door vertraging van onderzoeken, door te proberen om te komen tot een verkorting van de studieduur en meer van zulk soort maatregelen.

Voor onderwijs en onderzoek moet, vindt Burggraaff, gelden dat het, in welke vorm dan ook, zijn nut moet hebben voor de maatschappij. Het bouwkundig beleid moet er op gericht zijn, dat bij nieuwbouw en verbouw het programma van eisen aansluit op de wensen van de (toekomstige) gebruiker, waarbij moet worden gelet op zowel interne als externe voorschriften in het bijzonder die met betrekking tot de persoonlijke en de bedrijfsveiligheid. Over de uitleg van de doelstelling met betrekking tot vertegenwoordiging in besturende organen en kommissies zegt Burggraaff: „Mijn standpunt in deze is, dat men a priori niemand vooraf moet veroordelen op grond van een bepaalde overtuiging. Ik ga er van uit, dat als" men de bereidverklaring heeft ondertekend, men de kans moet krijgen zitting te nemen in besturende organen. Als bij de uitvoering echter blijkt, dat een bepaalde persoon dit niet doet overeenkomstig de doclstellin<T van de Universiteit, dan zullen daaruit de konsekwenties moeten worden getrokken." Wat de betrekkingen van de V.U. naar buiten toe betreft is Burggraaff van mening, dat moet worden gestreefd naar maatschappelijke verbeteringen, waarbij de V.U. moet trachten zelf het voorbeeld te zijn(Red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 329

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's