Ad Valvas 1976-1977 - pagina 307
AD VALVAS — 25 MAART 1977 ••
U achter gesloten deuren? biologen onder aanvoering van dr. Paul Berg (Standford University, U.S.A.) een oproep om bepaalde proeven niet voort te zetten. Zo verzochten zij als vooraanstaande biochemici geen onderzoekingen te doen waarbij genen van kankerverwekkende virussen en bacteriële genen worden gekoppeld. Experimenten waarbij gemanipuleerd wordt met genen die voor de resistentie tegen antibiotica zorgen en voor bepaalde giftige stoffen werden afgewezen. Er werd aangedrongen óp nadere studie van de risico's. Wetenschappers uit de hele wereld zouden met elkaar moeten gaan praten. Verschillende van dit soort bijeenkomsten vonden plaats. In Davos (1974), Utrecht (1975), San Francisco. In Amerika kwamen er tenslotte de NIH-richtlijnen uit voort.
willige medewerking wordt ver- , daarbij getroffen veiligheidsmaatregelen en de mogelijke implicaties langd. In Nederland werd vorig jaar janu- voor de samenleving. ari door Koninklijke Nederlandse Eind januari is het rapport van de Akademie van Wetenschappen de commissie klaar. Hierin staat dat ad hoe-commissie, belast met het de commissie onder bepaalde voortoezicht op de genetische manipula- waarden genetische manipulatie tie, ingesteld. De KNAW hééft toestaat. Hoewel het rapport op het zich als lidorganisatie van de Eit- punt van verschijnen staat — volropean Science Foundation ver- gens de berichten zal het een dezer enigd met de door de ESF opge- dagen uitkomen — en de inhoud stelde Recommendations on Re- ervan nog niet openbaar is, blijkt dit uit de antwoorden die minister combinant-DNA Research. De commissie werd ingesteld om Trip mede namens minister Vordergelijke onderzoekingen te regis- rink (volksgezondheid en milieuhytreren en het risico-niveau van aan giëne) en staatssekretaris Klein (onhaar voorgelegde proeven te bepa- derwijs en wetenschappen) op vragen van het kamerlid Van Kuijen (een bioloog) gaf. Immers, voor de VU werd al een kontrakt afgesloten, aldus de minister, terwijl concept-kontrakten klaarliggen voor onderzoeksprojekten aan de KU Nijmegen, de RU Groningen en de Universiteit van Amsterdam. Voor een Leids proiekt werd wegens het te hoog bevonden risico geen kontrakt opgesteld.
Europa In Europa waren op een internationaal congres in Amsterdam van de Federatie van Europese Biochemische Verenigingen (1972) al openlijke protesten tegen voortzetting van DNA-recombinant-onderzoeken te beluisteren. In 1975 geeft het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Biochemie onder voorzitterschap van prof. Planta als zijn mening dat bepaalde experimenten voorlopig niet dienen plaats te vinden, andere slechts onder bijzondere -voorzorgen mogen worden gedaan, terwijl weer andere proeven als in feite risicoloos beschouwd kunnen worden. Opmerkelijk is dat het de enige nationale organisatie was die als zodanig een oordeel gaf.
Nederland Inmiddels zijn in Engeland ook richtlijnen opgesteld door een staatscommissie (het zg. Williamsrapport). In andere Europese landen zijn nationale commissies samengesteld die, zolang er nog geen wettelijke regeling bestaat, toezicht houden op de experimenten, waarbij van de onderzoekers zelf vrij-
len volgens de richtlijnen van internationaal gezaghebbende organen. De commissie kan kontrakten afsluiten in de vorm van een gentlemen's agreement. De kontrakten moeten worden ondertekend door de commissie, het college van bestuur en de onderzoekers. De commissie bestaat uit merendeels niet moleculair-biologen. Behalve uit moleculair-biologen bestaat de commissie uit een geneticus, een orthopedagoog, een farmacoloog, een jurist, een epidemioloog, een viroloog, een plantkundige en twee bacteriologen. Het behoort ook tot de taak van de commissie te adviseren over een tot stand te brengen wetgeving voor het hanteren van potentieel gevaarlijk biologisch materiaal, voorzover dit op onconventionele genetische methoden betrekking heeft, en dat zij rapporteert over het gebruik daarvan in Nederland, over de
Het is volgens minister Trip de bedoeling dat na het verschijnen van het rapport beleidskonklusies worden geformuleerd, die aan de Kamer worden meegedeeld. Bij de materie betrokken instellingen en personen kunnen hun mening over het rapport geven, voorzover dat nog niet via de commissieleden is gebeurd. Rapport en beleidskonklusies zullen zeer binnenkort ter diskussie komen. Voor de tussentijd heeft staatssekretaris Klein de instellingen van wetenschappelijk onderwijs verzocht bij het aangaan van nieuwe kontrakten de grootst mogelijke terughoudendheid te betrachten, wat de commissie genetische manipulatie, voorzover ons bekend, niet erg heeft gewaardeerd. Prof. Bootsma: „We hebben indertijd van de minister opdracht gekregen de onderzoekers te adviseren hoe ze de onderzoekingen zouden moeten doen. Er is immers geen wetgeving. Iedereen kan ze doen. Maar men vond wel naar aanleiding van de waarschuwing
Prof. dr. R. ]. Planta, kider van het nog niet begonnen eerste DNA-recombinant-onderzoek waarvoor een kontrakt werd afgesloten door de KNAW-commissie genetische manipulatie, het college van bestuur van de VU en hem {archieffoto). van onderzoekers zelf dat ze onder bepaalde kondities zouden moeten gebeuren. Toen heeft de minister de commissie ingesteld. Die zei: laten we er nu geen onderonsje van maken, maar het doen via kontrakten op vrijwillige basis, gentlemen's agreements, zolang die wetgeving er niet is. Kontrakten die niet alleen door de onderzoekers en de commissie, maar ook door de colleges van bestuur worden ondertekend. Immers, die kunnen als hoogste beheersinstantie van de universiteit hun maatregelen nemen. Als ze het nodig vinden, kunnen ze veiligheidsinstanties inschakelen, dat is de zaak van de CvB's".
VvA -onderzoek Aan de Universiteit van Amsterdam heeft het college van bestuur er geen bezwaar tegen dat prof. P. Borst en dr. R. Flavell met het door hen vorig jaar aangevraagde DNA-recombinant-onderzoek, door
ft'^«
DNA-recombinant-onderzoek
ook op programma
Veriioiid van Wetenschappelijke Onderzoekers kongressseeit over 'Rïsk»'s en Wetenschap' „Risico's van DNA-recombinantonderzoek" is de titel van een van de onderwerpen die aan de orde komen op een kongres van het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers op 1 en 2 april in de Oudemanhuispoort in Amsterdam. Op het kongres, dat als geheel onder het thema „Risico's en Wetenschap" plaatsvindt, zullen wetenschappers uit verschillende hoeken spreken over problemen van risico's en risico-analyse. Het VWO: „Toepassing van wetenschap in technologieën heeft naast welvaart ook nieuwe problemen doen ontstaan. Bovendien brengt ekonomische groei een steeds grootschaliger gebruik van technologie met zich mee. Onze samenleving wordt op die manier niet alleen steeds afhankelijker van wetenschap en technologie, maar de daaraan gepaard gaande vaak nieuwe onverwachte problemen kunnen steeds grotere risico's inhouden. Sommige kunnen zo groot zijn dat zij overlevingsrisico's betekenen met betrekking tot de gehele mensheid."
ms
SITEITSRAAD de huidige stniktuur goed, maar sluit verandering niet uit. Naar vénuidt is «en grotere groep raadsleden dan tot voor kort voorstander van de stichtingsvorm. Het punt komt pbn. 17 uur aan de orde.
Een deel van deze problematiek zal op de avond van 1 april in twee algemene beschouwingen worden belicht. Op 2 april zal er een workshop-achtige diskussie worden gehouden over de sociale en sociaalpsychologische aspekten van risico's en risico-analyse. DaarnaasJ zullen 4 cases worden behandeld en indien mogelijk zullen die getoetst worden aan de verworven inzichten. In de middag van de 2e april zal het kongres besloten worden met een algemene diskussie, waarbij de zes sprekers tezamen een panel zullen vormen. Sprekers zijn: P. Boskma over „Mogelijkheden en problemen van risico-evolutie", J. I. Schwarz over „Risico-analyse en het hanteren van onzekerheid" (beide vrijdagavond); P. de Voogd over „P.V.C.: van gevaaronderkenning tot normstelling", I. lelsma over „Valt er te leven met plutonium?", A. van Kammen over „Risico's van DNArecombinant-onderzoek", D. Overkleeft over „Bedreiging door computer: mythe en werkelijkheid" {cases, alle zaterdagmorgen). De workshop sociaal en sociaal-psychologische aspekten vindt zaterdag rond middaguur plaats. Verdere inlichtingen (o.a. overnachting, lunch) over dit kongres, dat ook voor belangstellenden van buiten het V.W.O. toegankelijk is, verstrekt het buro van het VWO, Postbus 165, Maarssen, tel. 034651108 ('s morgens). Men kan zich voor dit kongres opgeven door ƒ 10,— (VWO-leden ƒ 5,—) over te schrijven op giro 22321 van VWO te Maarssen.
Ook dialoog met Hindoes
Prof. D. C. Mulder schreef ons het volgende n.a.v. het ingezonden stuk in AV van 11 maart van de heer Appalsamy: In Ad Valvas van 11 maart vraagt de heer Appalsamy zich bezorgd af of de V.U. zich alleen interesseert voor de dialoog tussen loden, Christenen en Moslims en niet voor die met Hindoes en anderen. Er is een klein misverstand: het Permanente Comité van loden. Christenen en Moslims werkt niet aan de V.U. als zodanig. Het is een Europees comité met een Nederlandse afdeling en van die Nederlandse afdeling voert het Instituut voor Godsdienstwetenschap aan de V.U. het secretariaat. De ontmoeting tussen Jodendom, Christendom en Islam is zinvol vanv/ege de historische verbindingen en vanwege de gezamenlijke problematiek (b.v. in het Midden-Oosten). Maar dat betekent niet dat Hindoes of anderen niet mee tellen in de dialoog. Vanuit de Wereldraad van Kerken is er intensief contact met Hindoes en ook Christenen in Nederland zullen graag Hindoes ontmoeten om begrip voor eikaars religieuze opvattingen te kweken. Als de heer Appalsamy vindt dat zulk een ontmoeting ook aan de V.U. moet plaats vinden, dan nodig ik hem van ha,rte uit contact op te nemen met het Instituut voor Godsdienstwetenschap.
de commissie gewaardeerd met „laag-risico-niveau", beginnen. In een concept-besluit wordt een serie van in hoofdzaak veiligheidsvoorschriften gegeven waaraan moet zijn voldaan. Vorig jaar november — sinds ca. die tijd dateert de aanvraag — liet de universiteitsraad het CvB via een motie blijken ook graag de maatschappelijke en ethische kanten van de zaak in de besluitvorming te zien betrokken. Maar het CvB voldeed hieraan niet in zijn concept-besluit, dat 20 januari klaarkwam. Overigens is het besluit nog steeds niet in de raad besproken, wat mogelijk verband houdt met het feit dat de verkiezingen voor een nieuwe samenstelling ervan aanstaande zijn. Bovendien ligt er het verzoek van Klein vooralsnog terughoudend te zijn bij het aangaan van kontrakten.
Hinderwet Naar aanleiding van een artikel in het UvA-blad Folia Civitatis van 30 oktober, waarin van de aanvraag van prof. Borst en dr. Flavell voor het eerst melding wordt gemaakt, stelt het lid van de gemeenteraad P. A. Lankhorst schriftelijke vragen aan B. en W. Hij vraagt of B. en W., met gebruikmaking van eigen wettelijke middelen (o.a. Hinderwet), alles willen doen om het DNA-recombinant-onderzoek tegen te gaan, als zou blijken dat de ge-
varen ervan onaanvaardbaar of twijfelachtig zijn. B. en W. zeggen in hun antwoord het Jan Swammerdam Instituut, waar het onderzoek gepland is, „in principe hinderwetplichtig" te achten. Als na onderzoek blijkt dat als gevolg van het voorgenomen experiment risico voor de omgeving aanwezig kan zijn, zal er een formele hinderwetprocedure moeten plaatsvinden. Daarbij zal ook de Amsterdamse bevolking worden gehoord. Uiteindelijk zal dan beslist worden of een hinderwetvergunning kan worden verleend. De inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op hét milieu in Noord-Holland, is gevraagd de zaak in de gaten te houden. B. en W. zeggen niet van de plannen op de UvA op de hoogte te zijn geweest. Prof. Bootsma: „Ja, men kan de Hinderwet er wel bijhalen, maar ik denk dat dat niet veel zin heeft. Je hebt hier te maken met experimenten waarvan het risico helemaal niet vaststaat en dan wordt het voor de Hinderwet wel een probleem. Overigens moet dat nog worden uitgezocht. Ik ken die wet niet, maar de commissie is in een heel vroeg stadium bij de arbeidsinspectie geweest en daar zei men dat er geen enkele mogelijkheid is bij de huidige wetgeving regelend op te treden. Er zou een nieuwe wet moeten komen. Overigens is de commissie zo voorzichtig mogelijk bezig." Aan het college van bestuur van de VU is door de gemeente Amsterdam een formulier voor het aanvragen van een hinderwetvergunning gezonden, sinds men daar begrepen heeft dat er aan de VU een DNA-recombinant-onderzoek op stapel staat. Drs. J. Cleij, hoofd van de afdeling Hinderwet en Milieuzaken, zegt dat er nog geen- antwoord op binnen is.
Stilte Rond het VU-onderzoek is het tot dusver stil gebleven. Het onderzoek is nog steeds niet begonnen. Prof. Bootsma zegt dat dat ook niet kan omdat er eerst een visitatiecommissie van de commissie genetische manipulatie moet komen kijken of alles in orde is in het laboratorium. „Want dat hebben we als eis gesteld voor al het onderzoek". De aanvraag voor de visitatie is echter nog niet door prof. Planta aangevraagd. Misschien vrezen de VU-autoriteiten een emotionele diskussie en wil prof. Planta daarom liever wachten. Gezien de ontwikkelingen aan de Universiteit van Amsterdam? Maar, als dat zo is, waarom gaat men daarvan uit? In 1975 nog zei prof. Planta in VU-magazine: „Het is de taak van de onderzoeker om in verstaanbare taal naar buiten te brengen wat hij doet, zodat een grotere groep mensen daarover kan denken en dan is ook de vraag of 'n bepaald wetenschappelijk onderzoek wel of niet moet gebeuren een vraag die door een grotere groep van mensen dan door de wetenschappelijke onderzoekers alleen • moet worden beantwoord."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's