Ad Valvas 1976-1977 - pagina 327
AD VALVAS — 15 APRIL 1977
UR-kandidaten
3
Boeker (KSVU)
en Vlijm (WP)
over: In verband met zijn kandidatuur voor de universiteitsraad schreef prof. Vlijm de volgende verklaring:
De doelstelling en het geva; van geformaliseer
Aangezien de U.R. met het College van Bestuur het hoogste beleidsorgaan binnen de Vrije Universiteit vormt, veronderstelt dit dat de leden:
„Het gaat er bij de doelstelling om deze primair waar te maken in de basiswerkeenheden van onderwijs en onderzoek, de vakgroepen dus. Het dienen van God heeft te maken met het selecteren van onderzoeksonderwerpen. In de praktijk blijkt echter, dat in de werkeenheden die doelstelling dikwijls lastig is. Eigen eer en aanzien moeten dan worden afgewogen tegen het dienen van God en Zijn wereld, zoals dat zijn toepassing vindt in maatschappelijk relevant onderzoek."
iemand een bepaalde bijdrage wil leveren aan een bepaalde wetenschappelijke ontwikkeling in eerste instantie een individuele zaak is. Vervolgens moeten tmiversiteit en maatschappij mee kunnen spreken.
Aan het woord is prof. dr. E. Boeker (lid KSVU, waarvan het programma elders op de pagina), één van de twee kandidaten voor de universiteitsraad in de faculteit van wis- en natuurkunde. Met hem en de andere kandidaat in deze faculteit prof. dr. L. Vlijm hadden we een kort interview. Boeker vindt een inhoudelijke doelstellingsdiskussie op vakgroepsnivo belangrijker dan de diskussie op universitair nivo, waar zij in veel algemener termen wordt gevoerd en vaak uitloopt in geformaliseer. Ook vindt hij, dat de doelstelling niet gebruikt mag worden om mensen met bepaalde ideeën te weren. „Als binnen een vakgroep over een sollicitant de mening ontstaat, dat hij hier thuis hoort en het is wederzijds, dan moet bij een beslissing die mening het zwaartepunt vormen. Daarna is er eventueel pas plaats voor formele regelingen." Boeker vindt het helemaal niet bezwaarlijk dat door deze accentuering van de vakgroepsidentiteit er binnen de universiteit als geheel een pluriform totaal ontstaat. Prof. Vlijm denkt daar wat anders over.
Inspwak
Door Jaap Kamerling Hij vindt weliswaar ook, dat de doelstelling primair duidelijk moet worden gemaakt in de kleinere werkeenheden maar van daaruit moet je doorstoten daar een diskussie op universitair nivo. Iets wat ook Boeker meent.
Pluriformiteit Het verschil tussen beide heren is, dat Vlijm veel meer hecht aan het streven naar een gezamenlijke benadering wat betreft de uitwerking van de doelstelling voor de universiteit als geheel. Wel moet je daarbij uitkijken voor formalisme. Het gaat om de inhoudelijke diskussie.
DR K(\NmMT
maatschappij
Boeke^^ legt sterker de nadruk op de inspraak van de maatschappij. Voor de V U betekent dat, dat de universiteitsraad, die over het on^ derzoeksbudgct beslist diskussieert over de vertaling van de doelstelling in onderzoeksaktiviteiten. Globaal kan die diskussie in de U R plaats vinden. Over de details kunnen de faculteitsraden zich buigen. Boeker vindt niet, dat specifieke deskundigen de doorslag moeten geven bij de beslissing of er geld voor onderzoek wordt uitgetrokken. All-round deskundigen bestaan niet. Deskimdigen hebben meestal slechts een specifieke deskundigheid. Bij beslissingen moet de hele maatschappij worden betrokken. In feite gaat het hier uiteindelijk om politieke beslissingen. En wat we-tenschappelijke risico's betreft, kunnen deskimdigen worden uitgenodigd risico's te evalueren. Maar op veel breder nivo moet bekeken worden of die risico's kunnen worden aanvaard. We hebben het tenslotte ook nog even over een heel ander aktueel probleem: de herprogrammering.
• de historie en ontwikkeling van de VU kennen, om van daaruit zicht te krijgen op de huidige situatie; • zich in denken en doen, gegeven hun menselijke beperktheden stellen achter datgene wat de V U voorstaat; • de struktuur van de universiteit kennen, en daardoor de gegeven mogelijkheden en onmogelijkheden kunnen overzien; • zich bewust zijn van het feit dat zij het beleid van de V U mede bepalen. Zij dienen zich daarbij niet steeds passief ten opzichte van ontwikkelingen op te stellen, doch actief mede te werken, op deze wijze het College van Bestuur critisch begeleidend en ondersteunend; • in staat zijn tot eigen meningsvorming, daarbij critisch luisterend naar anderen, en er niet van uit te gaan dat binnen de universiteit slechts door vorming van machtsblokken een beleid kan ontstaan; • oog hebben voor een zo groot mogelijke zelfstandigheid der werkeenheden, in de overtuiging dat het klimaat daar bepalend is voor de universiteit in zijn geheel.
Prof. Vlijm vindt, dat herprogrammeren een verlammende bezigheid is. Hij zou graag willen, dat er randvoorwaarden worden vastgelegd. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. N u moet je herprogrammeren zonder dat je weet binnen welke beleidsruimte je moet werken. Boeker zegt over herprogrammering nog, dat je programma's moet maken, die aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkeling. „Er is niet tijdig gereageerd op de maatschappelijke behoeften.' Vlijm brengt daar tegen in, dat je op een gegeven moment als wetenschapper dingen moet kunnen doen waarvan het maatschappelijk nut niet direkt aantoonbaar is maar die o p langere termijn wel maatschappelijk relevant zijn.
Vervolg van pagina 1 gegaan aan de vrijheid van onderwijs, die de grondwet biedt. De universiteit heeft als zodanig een doelstelling. Afspraken daarover vindt hij normaal. Harm: „Op de VU moet een vrije en open confrontatie van verschillende wetenschapsvisies plaatsvinden. Een Rijksuniversiteit is per definitie verplicht die botsing te laten plaatsvinden naar liberaal model. En die botsing kan niet genormeerd worden of het moest zijn volgens de weinig helder gemaakte norm van de maatschappelijke relevantie. Aan de VU hebben we een andere norm. Daarover kun je stevig diskussiëren.'
Bikkelhard Experimentele kernfysica VU
KSVU-voorzitter Sijbolt Noorda zegt:
"Een sterke UR juist nu: stem KSVU"
Samenwerken met derden bij bouw pionenkanaal? Dinsdag 5 april werd door de subfakulteitsraad natuur- en sterrenkunde beraadslaagd over de kwestie of de V U in casu de vakgroep experimentele kernfysica (EKF) inzake de research naar pionen al dan niet zal moeten gaan samenwerken met het Instituut voor Kernfysisch Onderzoek (IKO), of dat de V U de bouw van een pionenkanaal zelf ter hand zou moeten nemen. Pionen (en muonen) zijn afgesplitste (sekundaire) deeltjes van elektronen. Bij die afsplitsing komt gamma-straling vrij. Pionenbundels dienen o.a. voor het bestralen van weefsels in de geneeskunde. In het laatste geval zou een investering van circa 2,5 miljoen gulden aanleiding moeten vormen tot het aanvragen van een financieringsregeling met Den Haag. Toch bleek tijdens de raadsvergadering vrij algemene iiistemming te bestaan over het standpunt dat er een VU-IKO-samenwerking tot stand moet worden gebracht. Alleen de vorm waarin deze mqet plaatsvinden, is nog een punt van diskussie. Twee mogelijkheden werden naar voren gebracht: gast zijn van het IKO, dus slechts aan incidentele onderzoeken deelnemen of participant zijn. De algemene opinie is dat men een (volwaardige) participant wil zijn, zodat alle faciliteiten ter beschikking staan. Een van de naar voren gebrachte bezwaren is dat de experimenten dan onder leiding staan van mensen die niet bij de universiteit zijn aangesloten. Een ander punt is of de door de VU gewenste onderzoeken inderdaad allemaal^kunnen worden uitgevoerd, m.a.w. of de te verlenen faciliteiten inderdaad voor de V U bevredigend zullen zijn. Deze en andere problemen zullen in de volgende subfakulteitsraadsvergadering van 19 april aan de orde komen. Dan zal er een beslissing moeten worden genomen. Over de achtergronden hopen wij in een volgend nummer nader te informeren. (J. B.)
Boeker meent, dat een eenheidsvisie niet mogelijk is. In feite komt het daar niet van en daarom moet je proberen de doelstelling operationeel te maken op de plaats waar je werkt. Op universitair nivo vindt vaak een vlucht plaats in formalisme. De pluriformiteit in visie, die aan de V U kan ontstaan vindt hij geen bezwaar. Vlijm vindt die pluriformiteit ook niet zo erg maar „je moet wel weten, dat je in dezelfde richting blijft praten als je het over de doelstelling hebt. Als je de diskussie helemaal verlegt naar de werkeenheden dreigt het gevaar, dat de V U uitéén groeit. Vlijm vraagt zich ook af welke graad van pluriformiteit nog acceptabel is. „Als je met studenten praat over hun mensvisie merk je dat er vaak erg verschillend wordt gedacht. In mijn visie is de mens de kroon der schepping. Maar die kroon is bezig andere schepselen (dieren en planten) kwaadaardig te bejegenen. Van waaruit is dan mense'ijk handelen in de natuur te benaderen? Daarover zijn nogal nuanceringen in meningen.' Prof. Vlijm zou een nadere vormgeving van een christelijke antropologie binnen de VU van belang achten.
Openbaarheid
onderzoek
Wil er een diskussie kunnen ontstaan over christelijk geïnspireerd onderzoek, dan moet er natuurlijk wel in het openbaar gediskussieerd kunnen worden. Wat vindt prof. Vlijm van zo'n openbare diskussie? (bijv. over het DNA-recombinatieonderzoek). „Wie verantwoordelijk is voor bepaalde onderzoeksplannen moet bereid zijn daarvan verantwoording af te leggen naar de universiteit en de maatschappij toe. Dat kan bijvoorbeeld in universiteitsbladen en in de universiteitsraad. Je moet echter wel voorzichtig zijn en eerst deskundigen de gelegenheid geven intormatie te geven. Wel moet de leek de kans krijgen zich een oordeel te vormen. Vlijm vindt, dat de beslissing of
Het enthousiasme pro en contra waarmee zo'n zeven jaar geleden de universiteit halfweg werd gedemokratiseerd, is geheel weggeëbd of in walging en spot verkeerd. Men laat het gezamenlijk bestuur aan ongenoemde anderen over en vlucht zeer legitiem in het veeleisende eigenlijke werk van onderwijs en onderzoek. Vaker nog trekt men de zin van raden en commissies in twijfel, maakt de bedoelingen van de demokratisering verdacht en beklaagt zichzelf en de universiteit vanwege zoveel misselijk makende vergaderingen, da overlast van onnodig overleg. Zo al ooit, zeker op dit moment kan de universiteit niets beter missen dan een dergelijke lauwe of geëmotioneerde afkeer. In meer dan één opzicht staat er te veel op het spel. Een als los zand samenhangende universiteit is zowel naar binnen toe, als in handen van het departement van O. en W. niet in staat aan sterke verambtelijking en centraliseringstendenzen tegenstand te bieden. Een duidelijke, samenhangende en sterke positie van de Universiteitsraad gesteund vanuit de hele universiteit is in dit verband van bijzonder belang. De voorwaarden voor goed onderwijs en onderzoek, de relatie universiteit-samenleving, de interne organisatie, de verwerkelijking van het bijzonder karakter van de universiteit, het personeelsbeleid, de universitaire pers en voorlichting, de studentenvoorzieningen, de internationale kontakten van de universiteit, het zijn stuk voor stuk hoofdzaken die heel de universiteit aangaan en die voor wat onze universiteit betreft grotendeels in de Universiteitsraad worden beslist. De Kiesvereniging Staf-VU zet zich er nu al een aantal jaren voor in om de positie van de Universiteitsraad te versterken. Het is een illusie te menen dat een goed beleid vanzelf wel tot stand komt wanneer goedwillende individuele vertegenwoordigers van faculteiten en diensten in de raad zitting nemen. Steeds vaker lijkt on-
doorzichtig manoeuvreren vanuit onduidelijke uitgangspunten de kracht van de raad beslissend te verlammen. De doelstellingsdebatten van eind maart geven een treffend voorbeeld. Op basis van een programma, dat samenhangende kritiek en op de toekomst gerichte alternatieven biedt, maakte de fraktie van de KSVU, in nauwe samenwerking met de fraktie van de Kiesvereniging TAS-UR, zich sterk voor de universiteit. INZET Meer dan ooit hangt het voortbestaan van de ^miversiteit als meer dan een verambtelijkte school goeddeels af van de enthousiaste inzet van de imiversitaire gemeenschap zelf. Het versterken van zelfstandigheid voor de werkplaatsen van onderwijs en onderzoek, het tegengaan van de dreigende scheiding van onderwijs en onderzoek, het leggen van nieuwe relaties met de maatschappij in onderwijs en onderzoek (niet vermeende kracht zoeken in een ivoren toren van achterhaalde wetenschappelijkheid). Het tegengaan van kortzichtige herstruktureringspogingen, het stimuleren van onderwijs dat de hele mens raakt en niet maar tot geïsoleerde intellektuele operaties aanzet, het handhaven van de rechtsposities van wetenschappelijk personeel en student-assistenten, het uitbreiden in plaats van uithollen van demokratisch bestuur en beheer, het streven naar een bijzondere universiteit die als zodanig leeft, en niet uit angst met kunst en vliegwerk van reglementen in stand wordt gehouden, een universiteit waar het goed werken is, ook in de laagste rangen — dit zijn even zovele aanduidingen van wat de KSVU in de Universiteitsraad tot nu toe heeft willen realiseren. Ze zal dat blijven doen. Wanneer u uw stem uitbrengt op onze kandidaten Boeker en Zaal en de TAS-UR kandidaten, versterkt u deze richting! Sijbolt Noorda, voorzitter
KSVU
Teffslotte gooien we het strijdpunt van de herprogrammering nog even in de diskussie-arena. Deze maand nog wordt hier in de UR over gediskussieerd omdat er een advies naar de Academische raad moet. De meeste (sub)faculteiten hebben een vijfjarig studieprogramma ingediend bij de AR. Klein vindt, dat tachtig procent van de programma's onder de vijf jaar moet blijven. Henk verwacht een bikkelharde strijd met de staatssecretaris. „We moeten nü al duidelijk maken, dat we dat niet pikken en een beweging op touw zetten om die vijfjarige programma's te handhaven omdat je nü al kunt aangeven, dat de staatssecretaris zal gaan hakken, ook al heeft hij geen goede argumenten." ' Harm wil de vijfjarige programma's ook verdedigen maar vindt, dat nu eerst het woord aan Den Haag is. Overigens verwacht ook hij niet, dat de staatssecretaris met goede argumenten zal kunnen komen om de vijfjarige studieprogramma's af te wijzen. Als Klein ze toch afwijst dan moet opnieuw bekeken worden wat te doen. Henk vindt van die benadering van de VUSO, dat, zoals vaker, het standpunt van de VUSO op zichzelf niet helemaal slecht is, maar wanneer het op konkrete stappen en de praktijk aan komt is het VUSO-standpunt uiterst mager of zelfs tegen de PKV. Harm zegt hierover nog: ,.Het interesseert de P K V niet waar de bevoegdheden liggen en bij wie de beslissingsbevoegdheid berust en dat die bevoegdheid ook gebruikt kan worden". Een duidelijk verschil dus tussen VUSO en P K V in de methode, waarmee je Den Haag aanpakt. Ook over de methode van de bezetting verschillen beide frakties van mening. De VUSO vindt dat een bezetting in het alleruiterste geval op zijn plaats kan zijn maar er moeten dan wel regels gecreëerd worden voor het bezetten, een soort bezettingencode dus. De PKV daarentegen ziet het (bij monde van Henk) als zijn grootste politieke sukses van de afgelopen raadsperiode, dat het debat over zo'n bezettingencode onlangs weer van de universiteitsagenda is afgevoerd. Met het uitspreken van dit verschil in benadering eindigt het interview toch nog vrij kalm.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's