Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 201

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 201

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 13 JANUARI 1978

5

Politieke marges voor samenwerking met Derde Wereld-universiteiten tamelijk groot De speelmimte voor universitaire samenwerking met (ook niet-demokratisctae) ontwikkelingslanden is tamelqk groot. We moeten dan wel met de nodige soepelheid te werk gaan, weliswaar niet bU het aangaan van samenwerking maar zeer zeker bq de uitvoering. Natuurlek moeten we het verdere verloop kritisch volgen en zonodig het projekt stopzetten. Bq de beoordeling van de samenwerking moeten we de uitgezonden mensen een grote mate van vertrouwen geven. Met deze 'voorlopige algemene konklusie' besloot drs. Th. van der Pluym kortgeleden een door de vakgroep sociale geografie der ontwikkelingslanden georganiseerd forum over 'werken in de marges in ontwikkelingslanden.' Naast voorzitter Van der Pluym zaten in het forum de heren: K. Brabar (bureau buitenland), prof. B. Engelen (hoogleraar geografische hydrologie met enkele jaren ervaring by het Serayu-projekt in Indonesië) en drs. P. J. W. van Dyk (direktem- van het Bemplod, een onderzoek in opdracht van Pronk in thuislanden van gastarbeiders). Gerrit Huizer (direktem- van het Derde Wereldcentrum), de enige uitgenodigde van wie een duidelijk andere visie werd verwacht, had afgezegd. Aanleiding tot de forumdag waren de recente diskussies by de sociaal-geografen over het meewerken aan de samenwerkingsovereenkomst tussen de VÜ en de Indonesische staatsuniversiteit Gadjah Mada. Centraal stond daarby de vraag of de marges aan de Gadjah Mada groot genoeg zyn om iets waar te kunnen maken van de gekozen doelstellingen, zoals het bevorderen van de ontwikkeling van de achtergebleven bevolkingsgroepen. De heer Brabar, hij sprak op persoonlijke titel, begon met een schets van de immense verschillen tusen het hoger onderwijssysteem in de meeste derde wereldlanden en het onze. Als illustratie een voorbeeld uit zyn eigen ervaring: het onderwijs aan doktoraalstudenten ekonomie in Pakistan. De verhouding student-docent is strikt autoritair. De studenten leren gedikteerde stof uit het hoofd, een gewoonte die het gevolg is van lange tyden van analfabetisme. Kritische zin en eigen initiatief worden niet gewaardeerd. Het is volgens Brabar dan ook zinloos om als Nederlander daar onderwijs aan studenten te V geven. Hij vervolgt: 'De rol van de universiteiten in Derde Wereldlanden is het opleiden van de kenniselite, of die zich nou in dienst stelt van de ontwikkeling van het volk of zijn kennis te gelde maakt door het marktmechanisme. Deze taak leidt tot een onvermijdelijke afstand tussen de universiteit en de armsten. De macht en invloed van kennis en wetenschap zijn (ook in landen met onderdrukkende regimes) niet gering. Het is niet toevallig dat biJ politieke onrust het eerste de universiteiten worden gesloten. Daarom kan het wel degelijk zinvol zijn je op de kennis-elite te richten. Maar geef dan les aan de docenten (up-grading). Voorts kan up-grading de onafhankelijkheid van de partneruniversiteit bevorderen (dat is één van de doelstellingen).' Brabar meent dat aan de instelling van de uitgezondenen nog wel eens wat schort. 'Het is belangrijk om, eventueel bij de koffie, maatschappelijk relevante zaken aan de orde te stellen. Mijn indruk is dat dit niet voldoende gebeurt. Ik ben éénmaal naar Indonesië geweest en daar bleek dat zo'n diskussie vaak pas door ons bezoek werd aangezwengeld.' Hy heeft de indruk dat de discussie aan de subfakulteit der sociaalgeograven met name over het vertrouwen in de uit te zenden medewerkers ging, meer dan over Indonesië.

Makro-bril Voorzover het wel over Indonesië ging zegt Brabar erover: 'We moeten de marges zien vanuit de mogelijke of bestaande Projekten. Dat betekent een afzetten van de 'makro-bril'. De redenering 'het Soeharto-bewind is misdadig dus een demon':tratieve boycot' is dan ook weinig vruchtbaar. Dat wil niet zeggen dat de 'makro-bril'

Door Johan de Groot onbelangrijk is. Ik kan me indenken dat je zegt 'de repressie in Chili is dusdanig dat we daar geen projekt beginnen. Maar in Indonesië is het m.i. minder duidelijk.' Later, bij de diskussie, wordt opgemerkt dat tegenstanders van samenwerking met een bepaald land niet persé voorstanders van een demonstratieve boycot behoeven te zijn. Je kunt ook van mening zyn dat je elders met dezelfde inspanning meer kunt bereiken gezien de maatschappelijke struktuur. Van der Pluym reageerde met te zeggen dat er echter op grond van historische banden vaak automatismeS ontstaan. Ook besteedde Brabar in zyn inleiding aandacht aan de situatie in Nederland. 'Er is m.i. te weinig

koppeling tussen de zwakkeren in de onderontwikkelde landen en de universiteiten in Nederland. Daartoe zouden er bij een interfakulteit ontwikkelingssamenwerking of werkgroepen bij de fakulteiten kunnen komen. Belangrijk is eveneens de vorming van Nederlandse docenten, bestuurders en wetenschappers op het gebied van de ontwikkelingsproblematiek. Ook is volgens mij een mentaliteitsverandering van de keimiselite in Nederland nodig.' Engelen wy'st erop dat ook in het huidige Indonesische regeringsbeleid maatschappijgerichte dienstverlening één van de drie taken van de universiteit is. Hy' meent dat doorgaans andere dan politieke marges van belang zijn, nl. organisatorische of psychologische. 'Ik ben zelf nog nooit aangelopen tegen politieke marges. Alleen by de verkiezingen mochten een aantal mensen een tijdje niet in het veld. Ook een repressief regime is wel geneigd naar rede te luisteren. Hoe meer je van onderwijs en onderzoek naar toepassing komt, des te meer krijg je te maken met regeringsinstanties. Om die te mobiliseren is de universiteit daar zeer nuttig. Op basis van persoonlijk vertrouwen blijken er zeer veel mogelijkheden te zyn. Het gaat om de mensen en niet om

Studium generale over medezeggenschap in onderneming

De tweede serie colleges in het kader van het studium generale dit studiejaar, staat in het teken van IMedezeggenscbap in de onderneming'. Weer een heel ander thema dan waarover de eerste cyclus ging: 'Dood en stervensbegeleiding'. Het programma Vwäk: maandag 23 januari: prof. dr. L. U. de Sitter, hoogleraar in de bedrijfskunde, in het bijzonder vergelijkend onderzoek produktie-systeimen aan de T.H. Eindhoven; maandag 30 januari: prof. dr. H. J. van Zuthem, hoogleraar in de bedrijfssociologie aan de T.H. Twente; woensdag 8 februari: J. Lanser, voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond; donderdag 16 februari: W. Spit, Federatie Nederlandse Vakbewegii^; maandag 27 februari: mr. C. van Veen, Voorzitter Verbond van Nederlandse Ondernemingen; dinsdag 7 maart: mr. W. P. de Gaay Portman, oudhoc^leraar in het burgerlijk recht, handelsrecht en artoeidisrechit aan de VU; woensdag 15 maart: drs. J. Boersma (ex) Minister van Sociale Zaken. Plaats: Aula, Hoofdgebouw, De Boelelaan 1105. Tijd:, 16.30 uur.

de strukturen. Daar stappen we dan wel eens overheen ook al weten ze het in Den Haag niet.' Prof. Engelen's visie lijkt vnl. gebaseerd op zyn ervaringen bij het Serayu-projekt, waar het onderzoek tot nu toe beperkt is gebleven tot geologische en aanverwante aspekten. In de huidige fase van het projekt moeten echter vooral bosbouwkundig en sociaalgeografisch onderzoek gedaan gaan worden. Het is een open vraag of dan dezelfde vrijheid aan de onderzoekers wordt gelaten. Stemmen uit de zaal laten een wat sceptisch geluid horen. Staflid Hardman: 'Zodra je daar een ontwikkelingsgerichte doelstelling gaat formuleren kunnen er moeilijkheden komen.'

'Communisten als voorbeeld' Kort daarvoor had Engelen betoogd dat in het Scrayu-gebied (en beslist niet alleen daar) natuur- en sociaalwetenschappelijke problemen nauw vervlochten zijn. Dat zou het voordeel kunnen hebben dat de sociale wetenschappers als het ware onder dekking van de natuurwetenschappen kunnen opereren. 'Neem een voorbeeld aan de kommunisten. Die houden hun doel dicht voor ogen maar byua elk middel is geoorloofd'. Hoe ver moet je gaan met afspraken met de partneruniversiteit van te voren? Niet zo ver, is de tendens. Er wordt gezegd dat je moet afgaan op de vraag, de noden in het land. Deels blijken die pas als je al éénmaal aan de gang bent. Het is onmogelijk het verloop van een projekt te voorspellen. En, zegt Engelen: 'Je kunt niets zeggen over wat buiten onderwijs en onderzoek valt. Zelfs op papier vastleggen zegt weinig.' Brabar: 'Je hoeft geen eisen te stellen als je eerunaal tot samenwerking besloten hebt. Je moet wel afspraken maken. Dat vind ik buitengewoon moeilijk.' laatste inleiding voor de diskussie was die van drs. Van Dijk. Hij zegt dat Remplod vanaf het begin aansluiting gezocht heeft bij universiteiten of daarmee verbonden instituten. 'Maar van Rabat in Marokko tot Ankara in Turkye bleken de universiteiten zeer terughoudend zodra het onderzoek ook maar in het minst politieke kanten had. Daarby kwam dat onder de Turkse wetenschappers nog een mentaliteit heerste van 'daar zyn we als universiteit niet voor'. Ik heb dat ervaren als een zeer reëel probleem waaraan m.i. te weinig aandacht wordt besteed bij de diskussie in ons land.' Voorts merkt Van Dijk op dat internationale samenwerking tussen universiteiten belangrijk kan zijn doordat dan de buitenlandse (lees: Nederlandse) instelling een deel van het politieke risiko gaat dragen. Ja, zegt Brabar: 'Soms kun je funktioneren als een soort breekijzer. Je hebt een bepaald soort gezag waardoor je ook snel wordt toegelaten bü allerlei belangrijke heren.'

Van Brian Peacock

Engelse ambassadeur opent expositie op VU Maandag om 16.30 uur opent de Engelse ambassadeur Sir Richard Sykes in het VU-restaurant een tentoonstelling van het werk van de Britse kunstenaar Brian Peacock. De expositie duurt tot en met 10 februari. Inl. John Vrieze, tel. 020-5484327. De expositie staat onder auspiciën van de Exposoriumcommissie.

Samenwerken met de VU: mag dat? De VU kent een paar heel mooie doelstellingen voor samenwerkingsovereenkomsten met buitenlandse universiteiten. Bevordering van de sociaal-ekonomische ontwikkeling van het ontwikkelingsland waarbü, in overeenstemming met het Nederlandse overheidsbeleid, het lot van de achtergebleven bevolkingsgroepen centraal dient te staan. En, bevordering van de onafhankelijkheid van het ontwikkelingsland. U ziet, lang niet elke universiteit in een ontwikkelingsland komt voor samenwerking in aanmerking. Niemand vindt het vreemd dat dergelijke eisen wel aan andere instellingen worden gesteld maar zelden op onszelf betrokken worden. Dat staat immers niet op de agenda. De heer Brabar is één van de weinigen die zich niet vermocht te storen aan dit taboe. 'Als je over samenwerking met universiteiten in ontwikkelingslanden praat is het ook belangrijk je af te vragen welke ervaringen een. subfakulteit heeft met werken aan de basis in Nederland zelf. Met bijvoorbeeld de vakbonden of de zwakkeren bij de ruimtelijke planning.' (J.d.G.)

Verhuizing uit Valeriuskliniek

Neurochirurgie nu in AZVU Op 23 januari zal in het Academisch Ziekenhuis (A.Z.V.U.) te Amsterdam een afdeling voor Neurochirurgie worden geopend. Voordien was deze afdeling ondergebracht in de Valeriuskliniek (Vk) eveneens te Amsterdam. De staf van de afdeling bestaat uit prof. dr. H. A. M. van Alphen, drs. H. Ponssen en drs. J. Ploegmakers. Coördinerend hoofdverpleegkundige is zr. H. J. Kemperink. Op grond van reeds lang bestaande afspraken zal omstreeks een jaar later deze afdeling Neurochirurgie worden gevolgd door de kom"t van de afdeling Neurologie eveneens uit de Vk. De beide afdelingen vormen een essentieel onderdeel van een academisch ziekenhuis en waren om redenen van ruimtegebrek ondergebracht in de Valenuskliniek. De ontwikkelingen in deze kliniek, die medisch gezien gericht zullen zijn op de psychiatrie, laten niet langer toe deze oplossing te continueren. D3 uitbreiding van het A.Z.V.U. is echter nog steeds niet voltooid, zodat ook daar, tot de nieuwbouw gereed is, een provisorische oplossing moet worden aanvaard. De polikliniek van de afdeling Neurochirurgie is te bereiken onder telefoonnr. 020 - 548 3262 terwijl de afdeUng in de kliniek te bereiken is onder nummer 020 - 548 2213.

Universiteitsraad

Volgende week dinsdag 17 januari komt de universiteitsraad weer voor de eerste maal bijeen in het nieuwe jaar. De agenda vermeldt o.a.: aanmelding dreigende overschrijding opnamekapaciteit lichameUjke opvoeding; beleidsnota int. samenwerking (hf dstk samenwerking met verwante mstelluigen en instanties) en nota gegevens voor een ontwikkelingsplan 19801983. In een besloten deel vooraf wordt overlegd over een voordracht voor de rector magnificus. Plaats: UR-zaal, tijd: 18,30-22.30 uur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 201

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's