Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 215

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 215

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 20 JANUARI 1978 Oud-minister

Van

Kemenade

3 in adviesaanvraag

aan Academische

Raad

Zeer krap tijdschema voor behandeling binnen de VU

Beperking van inschrijvingsduur voor alle studenten voorgesteld studenten, die nä 1 september 1975 aan een Nederlandse imiversiteit of hogeschool zyn ingeschreven maar vóór het tqdstip, waarop een herzien studieprogramma in werking treedt, hebben recht op de inschrijvingsduur behorende bij het herziene studieprogramma, onder aftrek van de reeds verbruikte ttjd. Het College van bestuur kan hun ten hoogste één jaar extra inschrüvtngsduur verlenen. Studenten, die zön ingeschreven vóór 1 september 1975, hebben recht op een 'ruime, maar wel begrensde' inschrijvingsduur, waarbij de tot nu toe geldende cursusduur als richtsnoer zal kunnen dienen. Studenten, die zich inschrijven op het moment of na het tijdstip 'dat een herzien studieprogramma in werking treedt, vallen onder de bepalingen inzake de inschrijvingsduur, zoals voorzien in de Wet herstructurering wetenschappelijk onderwijs. Aldus enkele hoofdpxmten uit de regeling met betrekking tot de inschrijvingsduur van studenten, die de demissionaire bewindsman van Onderwijs en Wetenschappen, minister Van Kemenade voor ogen staat. De voorstellen zajn vervat in een brief van de bewindsman aan de voorzitter van de Academische Raad, gedateerd op 25 november, waarin de AR om advies wordt gevraagd over een voorontwerp-algemene maatregel van bestuur inzake de herziening van het Academisch statuut. Zoals bekend vergt de Wet herstructurering wetenschappelijk onderwijs, die eind 1975 van kracht werd, een herziening van het Academisch statuut, waarin de exameneisen voor de verschillende studierichtingen zijn vastgelegd. Voor die herziening is door Van Kemenade een voorontwerp-algemene maatregel van bestuur opgesteld, die voor advies aan de Academische raad is voorgelegd. Met het oog op de wenselijkheid 'dat per 1 september 1978 een herzien academisch statuut operationeel is' vraagt Van Kemenade de AR binnen drie maanden een advies over het ontwerp-AMVB uit te brengen. Eén van de zaken die bij de herziening van het Academisch statuut geregeld zal moeten worden, aldus de bewindsman in zijn schrijven aan de Academische raad, is het vaststellen van overgangsbepalingen, waarin wordt vastgelegd in hoeverre rechten, die zijn verkregen onder de werking van het huidige Academisch statuut, behouden kunnen blijven. In dat verband komt de kwestie van de toegestane inschrijvingsduur naar voren. Geen onaanvaardbare verschillen 'Om de gedachten te bepalen; stelt Van Kemenade een regeling voor, die 'enerzijds de nodige souplesse moet bevatten voor die studenten, die voor de inwerkingtreding (van de Wet herstructurering) waren ingeschreven, maar anderzijds erop gericht zal moeten zijn dat er geen onaanvaardbare verschillen in rechtsbedeling zullen ontstaan tussen de bovengenoemde studenten en die welke tot "nieuwe generaties" behoren.' Om aan dat principe uitvoering te geven, stelt Van Kemenade zich voor bij de herziening van het Academisch statuut te bepalen, dat studenten, die vóór 1 september 1975 zijn ingeschreven een 'ruime, maar wel begrensde inschrijvingsduur' verkrijgen, waarbij de tot dan geldende ciu-susduiu- 'tot richtsnoer' zal kuimen dienen. Studenten, ingeschreven na 1 september 1975, maar nog voor de toepassing van het herziene studieprogramma verkrijgen 'de bij de studierichting behorende inschrijvingsduur, onder aftrek van de reeds gebruikte tijd. Aan hen kan het College van bestuur ten hoogste één jaar extra inschrijvingsduur verlenen; aldus Van Kemenade. Studenten die zich inschrijven onder de vigeur van de herziene studieprogramma's en cursusduren vallen onder de bepalingen van de Wet herstructurering. Tenslotte zal, aldus de bewindsman in zijn adviesaanvraag bij de Academische raad, in dit verband bepaald moeten worden dat individuele moeilijkheden op het punt van de inschrijvingsduur door de betreffende faculteitsbesturen

worden opgelost en dat tegen beslissingen inzake de beperking van de inschrijvingsduur beroep mogelijk is. Opmerkelijk is voorts dat Van Kemenade er in zijn brief van 25 november op wijst ook ten aanzien van het onderwijs regelingen te willen treffen in het Academisch Statuut, dat hij evenwel zoveel mogelijk als 'examenstatuut' zegt te willen handhaven. In dat verband denkt hij dan aan de research-aantekening, post-doctorale cursussen en de vaststelling van de cursusduur. Niet opgenomen in Van Kemenade's voorstel is een regeling omtrent de onderwijsbevoegdheden, waarin alle zaken met betrekking tot de universitaire lerarenopleiding aan de" orde zouden moeten komen. Eerst erkenning 'Te veel zaken aangaande de lerarenopleiding (zijn) bij de voorbereiding van de herprogrammeringsvoorstellen in het ongewisse gebleven. Dit heeft er mede toe geleid dat er in deze voorstellen te grote onderlinge verschillen moeten worden geconstateerd om thans reeds in dit voorontwerp algemeen geldende regelingen te kunnen voorstellen; Van Kemenade wijst er voorts op dat er zijns inziens alleen een herprogrammeringsprocedure kan worden gevolgd voor die studierichtingen welke zijn opgenomen in het huidige Academisch Statuut. Een aantal (historisch gegroeide) studierichtingen staat nog niet als zodanig zelfstandig in het statuut vermeld. Van Kemenade's opmerking houdt in dat eerst de procedure moet worden gevolgd waarbij via de Academische Raad deze opleidingen als studierichting dienen te worden erkend, alvorens de minister bereid is de ingediende programmavoorsiellen te toetsen. Ruimer dan marginaal te toetsen wel te verstaan, gezien 's minis-

Oud-minister Van

Kemenade.

ters opmerking dat deze 'nieuwe' studierichtingen niet slechts op examenprogramma's en cursussen, doch ook op financiële en personele aspecten zullen worden getoetst, mede in het kader van een landelijke taakverdeling. Daarnaast hoopt de minister de departementale voorbereiding van dat deel van het Academisch Statuut dat de bijzonderheden per studierichting regelt, in overleg met de Commissie Voorbereiding Herprogrammering Wetenschappelijk Onderwijs te doen, gezien de 'waardevolle initiatieven' (gedoeld wordt op het boekje 'Naar een nieuwe academisch statuut') die deze commissie reeds heeft ontwikkeld. Tevens stelt de minister de Academische Raad nog een in dit verband van belang geachte wijziging van de examencommissies in het vooruitzicht, welke thans echter nog niet is uitgewerkt. Tweede studie In een algemeen commentaar met betrekking tot de herprogrammeringsvoorstellen heeft de Academische Raad gesteld dat zij van oordeel is dat het mogelijk moet ziJn om binnen de vastgestelde inschrijvingsduur een tweede studierichting te volgen. Van Kemenade nu is blijkens deze brief van oordeel 'dat de strekking van de herstructurering, het stelsel van de wet, waarin met name een relatie tussen cursusduur en — daarvan afgeleid — inschrijvingsduur wordt gelegd, en de opzet van de herprogrammering waarbij de normstudent als uitgangspunt

VU heeft nu ook een wetenschapsvoorlichter De VU heeft sinds 1 januari een wetenschapsvoorlichter. Het is drs. Jan Albert Dop (32), die met ziJn komst de bij de dienst pers en voorlichting bestaande lege formatieplaats bezet. De heer Dop studeerde na zijn gymnasium-B opleiding Engelse taal en letterkunde aan de Leidse universiteit met als bijvakken Russisch en moderne Nederlandse letterkunde, waarmee hij in 1973 klaarkwam. Hü is drie jaar als wetenschappelijk assistent verbonden geweest aan het Sir Thomas Erown-instituut van de Leidse universiteit, dat zich bezighoudt met de bestudering van de Nederlands-Engelse kulturele relaties. Vorm en inhoud van de wetenschapsvoorUchting aan de VU moeten nog bepaald worden. De heer Dop, die zijn baan 'interessant* noemt, is zich uiteraard nog aan het oriënteren. Vorm en inhoud van de wetenschapsvoorlichting aan de VU moeten trouwfens nog worden bepaald. Ook heeft de wetenschapsvoorUchter nog geen officiële taakomschrijving. De begeleidingscommissie wetenschapsvoorlichting uit het college van dekanen denkt over een en ander na. Momenteel beschikt ongeveer de

Het College van Bestuur heeft op 12 december aan de besturen van de (sub/inter) faculteiten de tekst gezonden van het voorontwerp algemene maatregel van bestuur inzake de herziening van het Academisch Statuut. Dit voorontwerp is door oud-minister Van Kemenade op 25 november, vergezeld vn een aanbiedingsbrief naar de universiteiten en hogescholen opgestuurd. Het CvB schrijft in zijn aanbiedingsbrief aan de faculteiten de term;jn, waarbinnen uiteindelijk de Academische Raad de minister moet adviseren (34 maand) uiterst krap te vinden. Voor de oordeelsvorming binnen de VU leidt dit tot een zeer strak tijdschema. Het CvB heeft deze bezwaren overgebracht aan de voorzitter van de Academische Raad maar adviseert niettemin de (sub/inter) faculteiten het voorontwerp zo snel mogelijk in studie te nemen. Het zwaartepunt van de behandeling zal, zo stelt het CvB voor, gelegd worden bij een gezamenlijke werkgroep van het college van decanen en de commissie onderwijs en onderzoek. Per faculteit zou een deskundige het kommentaar van de faculteit kunnen voorbereiden en contact kunnen houden met de werkgroep. Centraal acht het college de vraag of het voorontwerp in voldoende mate de specifieke omstandigheden van de (sub/inter)faculteit weerspiegelt, m.a.w. of men met een dergelijke r^elmg kan 'leven'. Het college verwachtte voor 13 januari al in eerste instantie kommentaar van de faculteiten. Als het goed is dan hebben de faculteiten op dit moment al een voorstel voor het VU-standpunt ontvangen, dat door de werkgroep is gebaseerd op de eerste facultaire reakties en op de amendementen, voorgesteld door de commissie voorbereiding herprogrammering w.o. Ook gingen voor 20 januari al opmerkingen van de werkgroep m.b.t. de inschrijvingsduur en het afleggen van examens als voorlopig standpunt naar de AR. Vóór 10 februari moeten de (sub/inter) faculteiten hun kommentaar in tweede instantie op basis van het voorstel van de werkgroep versturen. Na nog enkele fasen in het VU-tiJdschema bepaalt op 10 maart de Academische Raad zijn standpunt. De Klankbordkommissie bepaalt het gedetailleerde VU-standpünt ten behoeve van de AR-vergadering. (Bed.)

dient voor de vast te stellen cursusduur, niet toelaten dat na het afleggen van "het doctoraal examen volgens een bepaalde variant en in een bepaalde studierichting alsnog aan een tweede variant danwei een tweede studierichting wordt begonnen.' Men moet er vanuit gaan, aldus de scheidende bewindsman, dat voor degenen die zich in een vergevorderd stadium van een tweede studie bevinden er de mogelijkheid is een verzoek tot verlenging van de inschrijvinèsduur in te dienen bij het College van Bestuur, 'waarbij het redelijk voorkomt dat deze verlenging hem zou worden toegestaan'. Tenslotte vermeldt de brief nog uitdrukkelijk dat vanaf het moment dat een student formeel meegedeeld krijgt geslaagd te zijn voor het doctoraal, hjü zijn inschrijvingsduur als beëindigd dient te beschouwen, ongeacht het feit of hij het m,aximum nu heeft 'opgebruikt' of niet. Reakties studenten Het Landelijk Overleg van Grondraden LOG (waarin de SRVU participeert, red.) heeft in een — nogal alerte — reactie verklaard in principe niet tegen beperking van de inschrijvingsduur te zijn, maar zich tegen deze veel te stringent geachte voorstellen te keren. Er dreigt volgens de verklaring een beperkte inschrijvingsduur voor alle studenten — en dat is zeker voor hen die al een deel van hun inschrijvingsduur hebben opgesoupeerd een onrechtvaardige zaak: zij zouden, wanneer hun bekend was geweest met welke korte inschrijvingsduur zij te maken zouden krijgen hun studie wellicht anders gepland hebben. Naast een aantal andere argu-

menten (waaronder de opvatting dat het onjuist is bij de inschrijvingsduur uit te gaan van de geherprogrammeerde studie, óók voor diegenen die neg de 'oud^e' cursus volgen) meent het LOG voorts, dat bij deze voorstellen volstrekt geen rekening is gehouden met bijzondere groepen studenten. Werkstudenten, sttidentenvakbondsbestuurders en dergelijke zouden bij uitvoering van deze voorstellen ernstig gedupeerd worden. Het LOG eist daarom onmiddellijke intrekking van de voorstellen, zoals die door van Kemenade zijn geformuleerd in zijn adviesaanvraag bij de Academische Raad. De bezwaren van het LOG tegen een beperking van de inschrijvingsduur met terugwerkende kracht worden door de VUSO gedeeld. Het argument van het ministerie, ongelijke rechtsbedeling van twee generaties studenten, is onzinnig, en zou iedere verandering in het onderwijs onmogelijk maken; vreemd zo een voorstel te zien komen van een bewindsman van de politieke signatuur van Van Kemenade, meent de VUSO. Ernstiger is nog, aldus de VUSO, dat het in de kamerdebatten gegeven uitgangspunt van de onbeperkte studieduur, waarbij een student na zijn inschrijvingsduur zijn tentamens af kon maken, langs een achterdeurtje ingetrokken wordt, door een voorstel met betrekking tot de geldigheidsduur van tentamens. Als het departement zijn zin krijgt, dan vervallen alle gedane tentamens op de dag dat de inschrijvingsduur afloopt. Ook een zaak waarover de Academische Raad bij zijn advisering duidelijk positie zou moeten kiezen. (Folia Civitatis

GUPD/Red.)

informatiecentrum

Informatiecentrum,

helft van de dertien universiteiten en hogescholen in ons land over een wetenschapsvoorUchter. De heer Dop is wegens ruimtenood in het Hoofdgebouw gehuisvest in de perskamer (1 A-12), die in de buiirt van het Informatiecentrum ligt. Hij is daar telefonisch bereikbaar onder nummer (548)6911. (Red.)

hoofdgebouw kamer lD-03, tel. 548.3711.

TER INZAGE: De hieronder vermelde publikaties liggen ter inzage in het Informatiecentrum, voor iedereen die erin is geïnteresseerd. — Interimrapport 1977 — eerste interimrapport van de Coördinatiegroep Informatiesysteem Lopend Onderzoek (CILO) uitgebracht aan de minister voor Wetenschapsbeleid op 28 november 1977. 25 blz. + 7 bijlagen. — Bronnenboek Docententraining, deel 3: College geven door W. J. Elsinga en C. van Dorp m.m.v. K. A. H. Hermans, Tilburg, onderwijsresearchcentrum. Katholieke Hogeschool 1977. 85 blz. — Jaarverslag Rijksuniversiteit Utrecht 1975-1976 (cursusjaar 1 sept. 1975—31 aug. 1976) algemeen deel. 252 blz. — Jaarverslag 1975-1976 Academisch Ziekenhuis, Pakulteit der Geneeskimde Leiden. 97 blz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's