Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 191

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 191

6 minuten leestijd

AD VALVAS — 16 DECEMBER 1977

bracht kunnen worden! in het novembernummer o.a. aandacht voor: de schiphollijn, spoonwegruit of kopstatton?, het industrie-eiland In de noordzee, als we niet oppassen ligt het er al! een aflevering over planologie in de verenigde staten, sociale planning is overheidstaak, en een frontale aanval van prof. m. de smidt op de historische geografie zoals ze in nederland nog steeds beoefend schijnt te worden! het decembernummer gaat o.a. over: de keerzijde van de gouden deltamedaille oftewel de ontwikkelingsmogelijkheden van de provincie zeeland, vernieuwingen in het duitse aardrijkskunde-onderwijs, energiegeografie in de sovjet-unie, de toekomst voor de kleinere havens in de benelux, uitgebreid verslag van het vugs-congres met de belangrijke redes van prof. dr j . bult en prof. dr j . lambooy. laatste aflevering van de stedelijke crisis in amerika, en natuurlijk zoals altijd weer de hapklare brokken voor hei geografle-ondenwijs: atlas kaart, lesvooriieelden en veel geografische informatie, mocht de geografenkrant in de vuboekhandel snel ultveri(OCht zijn (hetgeen helaas maar al te vaak gebeurt) dan is er nog een kans een exemplaar te t>emachtigen bij de bibliotheek op de zevende ver-

promoties

'

,

„dlgoxin in patients on chronic intermittent hemodialysis, some pharmacokinetic aspects" is de titel van het proefschrift waarop w.J.f. van der vijgh te diemen op vrijdag 16 december zal promoveren, promotor is prof. c. van der meer, coreferent dr a.J. dunning. korte samenvatting: bij patiënten met een (vrijwel) geheel uitgevallen nierfunctie treedt in het lichaam een opeenhoping op van stofwisselingsprodukten die normaliter via de nieren zouden worden uitgescheiden, teneinde vergiftigingsverschijnselen t.g.v. deze stoffen te voorkomen, worden de patiënten enige malen per week gedialyseerd d.w.z. dat het bloed van de patiënten gedurende enige uren achtereen door een kunstnier wordt geleid waarin het bloed van zijn afvalstoffen wordf ontdaan, het is begrijpelijk, dat met dit proces ook geneesmiddelen uit het bloed gewassen kunnen worden, digoxine is een veel gebruikt geneesmiddel, dat als belangrijkste eigenschap het vergroten van de kontraktiekracht van de hartspier heeft, het heeft echter als bezwaar een smalle therapeutische breedte, hetgeen inhoudt dat dit geneesmiddel nauwkeurig gedoseerd moet worden voor het bereiken van het gewenste therapeutische effect, doet men dit niet dan bestaat een grote kans dat het geneesmiddel niet werid of toxische verschijnselen oproept, naast een goede klinische ot>servatie wordt de concentratie van digoxine in het bloed gebruikt als controle op de goede werking van het digoxine. de pharmacokineUek, die op wiskundige wijze het gedrag van een geneesmiddel in het menselijk lichaam tracht te beschrijven, maakt het mogelijk uit de gemeten bloedspiegels een dynamisch beeld van het geneesmiddel in één patiënt of groep patiënten te vericrijgen. de pharmacokinetische parameters, waarmee het gedrag van het geneesmiddel wordt vastgelegd, kunnen dienen als richtlijn bij een in te stellen therapie of ter optimalisatie van een reeds ingestelde therapie, daar digoxine voor een belangrijk deel vla de nieren wordt uitgescheiden, bestaat bij de dialyse patiënt een verhoogde kans op een onjuiste werking van dit geneesmiddel indien het gedrag van dit geneesmiddel bij deze groep patiënten niet nauwkeurig bekend is. Vandaar dat bij hen een aantal belangrijke pharmacokinetische parameters, zowel tussen als tijdens hemodialyses, werden bepaald. de dissertatie heeft twee inleidende hoofdstukken, het eerste handelt over de pharmacoklnetlek van digoxine en de invloed van een slechte nierfunctie hierop, het tweede bespreekt de methoden waarmee digoxine in lichaamsvloeistoffen t)epaald kan worden, in de daarop volgende hoofdstukken wordt het onderzoek beschreven, dat verricht is voor het verkrijgen van een betrouwbare analyse van digoxine in het bloed van dialyse patiënten, met deze tiepalingsmethode worden dan de bloedspiegels van digoxine in de dialyse patiënten tussen en tijdens h e m o d i a l ^ s gemeten en de tarmacokinetische parameters berekend, uit deze parameters wordt vervolgens een therapieschema voor digoxine t.b.v. de dialyse patiënt opgesteld. personalia Willem jan frederik van der vijgh, op 4 augustus 1941 te amsterdam getioren, studeerde scheikunde aan de vrije universiteit te amsterdam. het doctoraal examen met hoofdvak analytische chemie werd behaald in januari 1967. gedurende de laatste vier jaar van zijn studie was hij assistent-a op hot analytisch-chemisch prakticum. ven/olgens bleef hij tot september 1971 deeltijds vertjonden aan het scheikundig laborato-

dieping bi) de uitleent>alie. de krant kost ƒ 2,- wiltiert van der heijde.

aktuariaat en ekonometrie werlcgroep simulatie voor econometristen komend semester start een wer1<groep simulatie voor econometristen bij informatica o.l.v. prof. V. d. riet. liefhebbers dienen zich zo spoedig mogelijk op te geven bij gloria (r5-23, tel. 5485327). er wordt paarsgewijs aan een werkstuk gewerkt, denk al eens aan een onderwerp. liet tentamen speltheorie zal gehouden worden op dl. 3 januari 1978 om 13.30 uur. zaal zal nader t>ekend gemaakt worden.

lichamelijke op^'oeding wijzigingen tentamenschema eerstejaars in het tentamenschema voor de eerstejaars zijn de volgende wijzigingen aangebracht: statistielc 1 verplaatst van 15-12 na do. 121 van 14.00-17.00. psychologie 1 verplaatst van 10-01 naar

rium van de v.u. als wetenschappelijk medeweri<er op afdeling electrochemie. tevens was hij tot januari 1973 leraar scheikunde aan de chr. scholengemeenschap amsterdam-oost, terwijl hij van september 1971 tot januari 1973 een deeltijdse functie vervulde binnen de afdeling inwendige geneeskunde aan de v.u. voor het opzetten van een laboratorium t.b.v. de klinische farmacologie, sinds januari 1973 vervult de heer van der vijgh een volledige dagtaak bij de afdeling inwendige geneeskunde waar hij leiding geeft aan genoemd laboratorium, dat sedert augustus 1976 het research laboratorium van de afdeling inwendige geneeskunde is. het adres van de promovendus luidt: aristide briandstraat 29, diemen. „the significance of the dutch waddenzee in the annual life cycle of arctic, subarctic and boreal waders", Is de titel van het proefschrift waarop g. c. Iioere te beesd op donderdag 15 september promoveerde, promotor was prof. dr. k. h. voous, coreferent dr r. h. drenth. korte samenvatting: ondenwerp van dit proefschrift is de tietekenis van het nederiandse waddenzeegebied als ruicentrum voor arctische, subarctische en tx)reale steltlopersoorten en het vormt onderdeel van een algemene studie naar het tielang van het gebied in de jaarcyclus van deze soorten, de gegevens over de rui zijn gebaseerd op 1996 vogels uit het eerste kalenderjaar en 6375 vogels ouder dan het eerste kalenderjaar, gevangen op Vlieland in de periode van decemtjer 1971 tot december 1975. de voor- en najaarsrui zijn beschreven, waarbj speciale aandacht is besteed aan de rui van de grote en kleine slagpennen en de staartpennen. de lichEiamsrui is globaal beschreven, ondanks het feit dat de rui samenvalt met de periode waarin voedsel In maximale hoeveelheden beschikbaar is. de totale ruiperiode voor alle soorten liep van eind juni (tureluur) tot begin december (scholekster), er bleken duidelijke verschillen te bestaan in ruitijd en ruiduur tussen de verschillende soorten, miperiode en ruiduur in de waddenzee worden vergeleken met die van individuen van dezelfde soorten, maar rulend op andere plaatsen, vooral marokko en mauretanië. verschillen in ruitijd en ruiduur zijn vastgeteld tussen vogels in het tweede kalenderjaar en oudere vogels van dezelfde soort, zulke verschillen waren vooral duidelijk bij scholekster, steenloper, zilverplevier en rosse grutto, verschiullen in ruiduur tussen mannetjes en vrouwtjes zijn vastgesteld bij rosse grutto en Ixinte strandloper. uit terugvangsten van geringde vogels bleek dat het begin van de ruitijd van individuele vogels en van de soort kan variëren van jaar tot jaar. dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de jaarijkse variaties van de weer- en voedselsituatie in het broedgebied, deze variaties tieïnvloeden het begin van het broedseizoen en daarmee de daarop volgende ruiperiode. de jaariijkse verschillen van de condities in het broedgebied veroorzaken waarschijnlijk ook jaariijkse verschillen in het percentage vogels, dat in het waddenzeegebied arriveert in ondert)roken of actieve vleugelrui. dergelijke verschillen konden voor de rosse grutto worden vastgesteld, vogels in hun eerste jaar ruiden geen vleugelpennen en alleen bij een aantal individuen van de steenloper en tureluur werd rui van de staartveren vastgesteld in het najaar, eerstejaars hebben een gedeeltelijke lichaamsrui in het najaar, die enkele weken later valt dan bij de oudere vogels, naast ruiende exemplaren werden van de meeste soorten ook niet ruiende gevangen, die op doortrek waren naar andere ruigebieden, deze doortrekgroep was vooral aantoonbaar bij steenloper, rosse grutto.

vr. 10-02 van 14.00-17.00 uur. herkansing statistiek 1 is verschoven naar ma. 3 maart. Inleiding in de agogische wetenschappen (eerstejaars) de kollegeklapper „inleiding in de agogische wetenschappen" is vanaf heden verkrijgbaar in de v.u.-boekhandel (kosten f 14,-). deze wordt echter alleen verstrekt tegen inlevering van een machtiging, die u kunt verkrijgen bij het studiesekretariaat. tevens dient te worden aangeschaft het txiek van eckhard könig „theorie der erziehungswissenschaft" bd 1 wilhelm fink vertag, münchen 1975. het eerste kollege vindt plaats op 18 januari 1978 van 09.00-11.00 uur. bestudeerd dient te worden biz. 3-12 van de kollegeklapper. tijdens dit eerste kollege zal een uitvoerig programma worden' uitgereikt, docent: h. dona - tel. 5484552. veso - speciale bewegingsagogiek op 9, 10 en 11 januari verzorgt de sectie speciale bewegingsaktiviteiten de veldoriëntatie voor de eerstejaars studenten, programma: 9 jan.: 09.30: introductie; 09.45-10.15: his-

zilverplevier, drieteenstrandloper en turelluur. bij de tureluur was het mogelijk om de doortrekgroep te correleren met de subspecies tringa t. tetanus, van deze continentale tureluurs, maar ook van andere algemene doortrekkers zoals groenpootruiter, krombekstrandloper en tx}ntt)ekplevier, tieglnt een bepaald percentage met de slagpenrui in het waddengebied, deze rui wordt onderbroken om elders te worden voltooid. veel overwinterende zilverplevieren ruien de buitenste 2 è 3 grote slagpennen en een deel van de kleine slagpennen niet, maar onderbreken de rui gedurende de winter, waarna de slagpennen in het voorjaar worden vernieuwd, dit is waarschijnlijk een gevolg van het relatief late begin van de mi bij de zilverplevier, dat samenvalt met een weer afnemende biologische produktie in het waddenzeegebied, tegen het eind van de njiperiode en direct ema stijgt het lichaamsgewicht bij alle soorten sterk als gevolg van vefafzetting, die nodig is om door te trekken of te overwinteren, grote aantallen steltlopers vertaten na de mi het waddenzeegebied om elders te ovenwinteren, vooral op de britse eilanden, controlevangsten tonen aan dat soms individuen het ene jaar mien in het waddenzeegebied en een ander jaar in engeland. dit is een aanwijzing dat de beide gebieden als rulplaats van belang zijn; zij verschillen evenwel in draagkracht in de periode juli tot oktober. grote aantallen steltlopers gebmiken het waddenzeegebied in het voorjaar voor de mi naar hef broedkleed. sommige soorten, zoals de rosse gmtto, zijn dan zelfs talrijker dan in het najaar, andere soorten ontbreken bijna geheel, zoals de krombekstrandloper. in de algemene discussie worden onderwerpen besproken die het gehele waddenzeegebied belangrijk maken als micentmm. daartoe behoren o.a. de uitgestrektheid; de hoge biologische produktie; de lage predatiedmk; de korte afstanden tussen voedsel- en rustgebieden; de differentiatie in prooikeuze en voedselgebieden, waardoor de concurrentie tussen de soorten wordt vermeden, dit laatste wordt nog versterkt door de verschillen in ruiperiode. de plaats, in wereldverband, van het waddenzeegebied als mk^ntrum wordt besproken. personalia: gerhardus Cornells boere, geboren op 2 november 1942 te zutphen, studeerde biologie aan de vrije universiteit te amsterdam. doctoraal examen 26 mei 1971 (cum laude). I vakcombinatie: diergeografie, diersystematiek en palaeontologie. direct na het doctoraal examen werd de heer tx>ere als wetenschappelijk ambtenaar vertx>nden aan de waddenzeecommissie (commissie mazure) belast met onderzoek naar de functie van het waddengebied in de levenscyclus van noordelijke vogelsoorten, per 1 mei 1974 kwam hij voor voortzetting van dit onderzoek (uitgevoerd op Vlieland) in dienst van de inspectie natuurljehoud van staatsbosbeheer en per 1 juli 1977 bij deze inspectie belast met de leiding van de sectie flora- en faunabescherming, de heer twere publiceerde eerder over dit onden«erp in vaken populair wetenschappelijke tijdschriften, het adres van de promovendus luidt: voorstraat 7 te beesd. „systeem en beleid" Is de titel van het proefschrift waarop g.p. noot noordzij te haariem op vrijdag 9 december promoveerde, promotor was prof. dr. g. kuypers, co-referent dr. mr. I. th. m. snellen, korte samenvatting: twee ontwikkelingen gaven aanleiding tot het ontstaan van dit proefschrift: in de eerste plaats de opkomst van wat genoemd zou kunnen worden „de beleids-oriëntatie

torische schets van de ontwikkeling van speciale bewegingsagogie(k)?; 11.00-11.30: bewegingstherapie in een psychiatrisch centrum; 14.00-16.00: praktische ervaring. 10 jan.: tiezoek aan een zwakzinnigeninrtehtlng 11 jan.: 09.30-10.30: voortjereidingen op praktische ervaringen welke van 11.0012.00 en van 14.00-15.00 geboden worden; 15.15-16.00: evaluatie. op 9 januari begint het programma in c-109 of in de grote sociëteit uilenstede, nadere aankondigingen volgen op het publikatiebord. koördinator: drs. r. j . bosscher, c-110, tel.: 5484545

diversen 17e leergang buitenlandse t>etrekkingen ibb, den haag 3 april - 1 juli 1978 georganiseerd door het nederiands genootschap voor internationale zaken en de stichting der nederiandse universiteiten en hogescholen voor internationale samenweridng nuffic. het doei van deze opleiding is het verstrekken van kennis van en inzicht in het veld van de internationale betrekkingen gezien

binnen de politicologie", de toenemende belangstellifig voor het tieleids- of plandenken en voor de uitwerking van methoden voor beleidsontwikkeling, in de tvraede plaats de vooral sedert de tweede wereldoortog opgekomen en sterk in de belangstelling staande systeemt>enadering: de benadering die het systeembegrip en de daarmee vert>and houdende noties tot theoretisch vertrekpunt heeft gekozen, de belangstelling die de systeembenadering geniet wettigt de vraagstelling ,,wat kan politicologie van deze benadering verwachten?" de veronderstelling dat de systeembenadering zeer wel relevantie voor het ontwikkelen van beleid (de hoofdopgave waarvoor de politicologie zich ziet gesteld) kan blijken te bezitten wordt gevoed door de overweging dat een beleid zelf een systeem is. dat het een systeem is dat door een systeem wordt voortgebracht en dat het een systeem is dat op veleriei systemen betrekking heeft, de opzet van de studie vertoont nauwe samenhang met de wijze waarop deze veronderstelling is geformuleerd, het proefschrift is vooral geschreven vanuit de behoefte de systeembenadering in discussie te brengen met de beleidstheorie zoals die met name binnen de vakgroep politicologie aan de vrije universiteit wordt ontwikkeld en niet zozeer vanuit de wens de discussie rond de relevantie van de systeembenadering voor de politicologie in algemene zin te inventariseren en daarin stelling te kiezen, de studie is daardoor veel meer exposerend dan discuterend van aard.

vanuit de nederiandse situatie, de leergang is in het bijzonder afgestemd op jonge academk;! die zich voorbereiden op een loopbaan in een internationale context, van de deelnemers aan de leergang wordt verwacht dat zij een doctoraal examen hebben afgelegd, dan wel een opleiding hebben gevolgd die hiermee gelijk te stellen valt. het programma van de leergang t)estaat uit de volgende onderdelen: — de (nieuwe) economische wereldorde; — capita uit de algemene geschiedenis sinds 1939; — atlantische samenwerking; — europese samenwerking; — verenigde naties; — militair strategische kwesties; — achtergronden van de buitenlandse politiek van nederiand en enkele van haar tielangrijkste bondgenoten; — tieschavingen over het marxisme, de sovjetunie, china, het midden-oosten, latjjns amerika, zuidelijk afrika en Japan; — talenpracticum; — simulatiespel. nadere inlichtingen alsmede de prospectus van de cursus kunnen worden veri<regen bij Ibb, alexanderstraat 2, den haag, tel.: 070 - 46 59 29.

na het inleidende hoofdstuk, waarin de opzet van de studie en de centrale tjegrippen (systeem, systeembenadering; beiekJ, beleidsontwikkeling; plan, planning) nader worden toegelicht volgt een tjeknopte bespreking van de systeembenadering; de achtergronden en de basisbegrippen ervan, het derde hoofdstuk is gewijd aan het politicologische grondbegrip „beleid", daarna volgen het ,,systeem dat bieleid voortbrengt" en de „systemen waarop beleid betrekking heeft", zowel beleid ais beleidsvormingssystemen als de beleidsomgeving worden onderworpen aan een systeembeschouwing, dat wil zeggen: ze worden afgebakend en besproken aan de hand van een consequente hantering van de systeemnotie en de implicaties daarvan. tx>vendien wordt afzonderiijk Ingegaan op het begrip planning, opgevat als deelproces van belekisvorming. de studie mondt uit in een beschouwing over de relevantie en bijdrage(n) van de systeembenadering, gespecificeerd naar systeemtjeschouwing en terminologie, de bijdragen van systeemanalyse en bevindingen naar aanleiding van de systeemtheoretische begrippen stmctuur, prestatie, regeling en organisatie, de systeembenadering, zo luidt de algemene conclusie. Is van

Vervolg op pagina 8

universiteitsraad besluiten en mededelingen uit de 128 e vergadering van de universiteitsraad van de vrije universiteit op 6 december 1977 u.r. benoemt twee leden college van bestuur de heren h. j . brinkman en t. d. stahlie zijn dinsdag door de universiteitsraad benoemd tot lid van-het college van bestuur voor de periode 1 september 1978 — 1 september 1980. voor de heer brinkman betrof het een herbenoeming: hij is sinds 1972 lid van het college, de heer stahlie is gewoon hoogleraar paediatrie aan de vu; ook is hij o.m. voorzitter van de kommissie voor onderorijs en onderzoek. in mei 1978 nieuwe discussie over algemene studentenbijdrage (bijdrage voor 1978-1979 gecontinueerd) ruim een uur diskussieerde de raad over de algemene studentenbijdrage (die van de studenten wordt verlangd als bijdrage voor bijzondere studentenvoorzieningen) en het financieel beleid van de raad studentenaangelegenheden (r.s.a). de algemene studentenbijdrage stamt uit de tijd toen de vu nog geen 100% overheidssubsidie kreeg, nu dat al enige tijd wèl het geval is, vragen sommige raadsleden zich af of die bijdrage nog wel geheven mag worden, (de niet-bijzondere instellingen voor wetenschappelijk ondenwijs heffen de studentenbijdrage niet). uiteindelijk ging de raad akkoord met een meerderheidsvoorstel van de begrotingskommissie om de algemene studentenbijdrage voor het studiejaar 1978-1979 te kontinueren. voorts zal de dienst fez een bedrijfseconomische analyse opstellen voor de verschillende categorieën studentenvoorzieningen, waarin een kwalitatieve koppeling wordt gelegd tussen aktiviteiten en financieringsbronnen, de analyse moet eind april 1978 klaar zijn, zodat deze — na van een advies te zijn voorzien door de begrofingskommissie — in mei 1978 in de raad kan dienen als uitgangspunt voor de verdere diskussie over de algemene studentenbijdrage. overige besluiten: — de raad heeft de koncept-vraagbegroting 1978 voor de internationale samenwerking van de vu, die door het college van bestuur was ingediend, ongewijzigd vastgesteld, de vraagbegroting wordt nu ter subsidiëring ingediend bij het bestuur van de vereniging. — overeenkomstig het advies van de kommissie personele zaken werd de (derde) nota van het college van bestuur over „de positie van het wetenschappelijk personeel in tijdelijke dienst" voor kennisgeving aangenomen, in het najaar van 1978 zal de raad een voortgangsverslag worden aangeboden. — een voorstel van het college van bestuur tot restitutie van het saldo ultimo 1976 van het centraal budget voor meubilair en kantoormachines is door de raad aanvaard, het hierdoor vrijgekomen bedrag van / 145.900.- is aan de begrotingsreserve toegevoegd. — tot lid van de kommissie introduktie eerstejaars zijn benoemd: c. houtman (wetenschappelijk personeel), g. r. burggraaff (technisch en administratief personeel), j . f. mos (studenten), j . r. kraan-wielenga (verenigingsleden), p. g. pelle, I. h. w. van der plas en r. m th. zemel (vanuit de faculteiten), d. kuiper en w. kuyken (op voordracht van de r.s.a ) en th. noordhoek (op voordracht van de raad van samenwerking). — de notulen van de vergadering van 22 november 1977 zijn vastgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's