Ad Valvas 1977-1978 - pagina 414
2
Onder meer sommige
getrouwde
studenten
Aantal studenten wacht aanzienlijk lagere studietoelage De budgettaire mi^elqkheden van een aantal getrouwde studenten en een paar andere kleine groepen studenten zullen met ingang van het komende studiejaar 1978-'79 aanzienlijk worden beperkt. Dit heeft de centrale directie studiefinanciering van het onderwüsministerie aan de bureaus studentendecanen laten weten. Een aantal regelingen die binnen het studiefinancieringsstelsel golden zuUén worden gewijzigd of afgeschaft. Voor sonunige studenten kan dit ook een verbetering van hun mogelijkheden inhouden. Over de aangekondigde maatregelen, die voor een aantal studenten een achteruit van enkele duizenden guldens per jaa.r kan betekenen, is tevoren geen overleg gepleegd tussen het rijk en de universiteitsbesturen, de Academische Raad of het Landelijk Beraad Studentendecanen. De studentendecanen zqn van de komende maatregelen geschrokken en hebben minister Pais, die de bezuinigingsoperatie heeft bevestigd, dringend verzocht ze niet door te laten gaan. En als daar geen sprake van kan zün er dan tenminste voor te zorgen dat de maatregelen niet zullen gelden voor studenten die hun studie zijn begonnen op basis van een bestaande regeling. Hieronder legt het bureau studentendecanen VU de maatregelen uit: 1. Zgn. hbo-weigeraehtigheid Het kwam in het verleden nogal eens voor dat ouders die voor zoon of dochter al een hbo-opleiding van tenminste drie jaren hadden bekostigd, er weinig voor voelden om daarna opnieuw te gaan betalen voor een studieperiode in het tertiair onderwijs, die al gauw vijf of zes jaren zou vergen. Aanvankelijk moest men bewijzen dat achter de weigering in feite een conflict stak: later, in 1973, heeft men een formele verklaring van de ouders geaccepteerd en de student de mogelijkheid geboden twee jaren lang een toelage te ontvangen in de vorm van een renteloos voorschot, waarbij het bedrag was gelimiteerd tot 50% van de maximum-rijksstudietoelage. Die limitering bleef in een derde en volgend studiejaar bestaan, maar de toelage werd dan een gemengde, dus gedeeltelijk voorschot, gedeeltelijk gift. Voor degenen, die van deze regeling reeds in 1975-1976 of eerder gebruik maakten en die dus in 1977-1978 een gemengde toelage ontvingen, blijft de regeling van kracht. Voor allen, die er pas later op inhaakten, wordt de regeling afgeschaft, zy zullen moeten kiezen tussen het afsluiten van een rentedragende lening, waardoor ze evenveel geld kunnen incasseren, maar wel op ongunstiger voorwaarden, of het aanvragen van een gemengde toelage, afhankelijk van het inkomen van hun ouders. Die laatste mc^elijkheid herleeft dus, ondanks het feit dat de ouders destijds een verklaring tekenden dat zü niet (ten volle) willen bijdragen. Wie enigszins met de keus verlegen zit, doet er goed aan op het spreekuur van één der studentendecanen te komen, maar dan wel met een gegeven over het belastbaar inkomen van de ouders in het jaar 1977. De centrale directie studiefinanciering heeft over de afschaffing en het zeer bescheiden stukje overgangsrecht een berichtje gestuurd aan de belanghebbenden. 2. Gehuwden van 27 jaar en ouder. Voor gehuwden van 27 jaar en ouder gold tot dusver de regeling dat zy een toelage konden krijgen onafhankelijk van het inkomen van hun ouders en dat de student voor een niet studerende en nauwelijks verdienende echtgenote een extra renteloos voorschot kon krijgen ter grootte van 75% van de maximumtoelage voor uitwoAdvertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 . Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 . 400 nieuwe luxe- en beSiftlwagens waaronder: FORD - VW - SIMCA - OPEL , NIEUWE
MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 MS EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent,korting
nenden. Men mocht de 25% van de maximumtoelage, die niet als voorschot werd gegeven, bijverdienen en nog ƒ1100,— meer zonder dat korting op de toelagen werd toegepast. Deze regeling wordt voor bedoelde groep in ongunstige zin herzien: het extra renteloos voorschot wordt niet meer op 75% van de maximum rijksstudietoelage gesteld, maar op het bedrag dat als maximum geldt voor een bij ouders inwonend kind. Ook de bijverdienstenregeling wordt ongunstiger. Voorheen werd uitgegaan van een budget van tweemaal het maximum bedrag voor een uitwonend student en nog ƒ1100,—, die door één der beide partners vrij verdiend kon worden. Voorzover dit budget niet door een rijksstudietoelage en huwelijkstoelage werd gedekt, mocht worden bijverdiend. In het komende studiejaar zal men uitgaan van het budget van een uitwonend student vermeerderd met dat van een inwonend student met daarboven vrijlating van ƒ 1100,— per inkomen genietende partner. Wat meer wordt verdiend wordt in zijn geheel op de toelagen in mindering gebracht. Verder wordt niet geaccepteerd dat één der partners ƒ2200,— verdient en de ander niets. Zou deze regeling reeds voor 19771978 hebben gegolden dan zou de grens van het haalbaar budget voor gehuwden ƒ 1700,— lager hebben gelegen dan nu het geval is geweest. 3. Gehuwden van 23-27 jaar. Ook hier wordt weer bedoeld de student, die gehuwd is met een niet student en die vóór 1 april van het betrokken studiejaar 23 wordt. Tot dusver kon deze gehuwde student een zgn. huwelijkstoelage krijgen ter hoogte van 50% van de maximum rijksstudietoelage voor uitwonende studenten. Die huwelijkstoelage was dan ook een integraal renteloos voorschot. Er waren echter twee beperkingen: ten eerste moest de student niet meer dan twee jaren van het doctoraal examen af zitten en ten tweede werd het toe te kennen bedrag berekend aan de hand van het inkomen van de ouders van de student en van diens eventuele eigen inkomen. Dat laatste blijft zo, maar de eis van hoogstens twee jaren van het doctoraal examen verwijderd zijn, komt te vervallen. De maximale grootte van de huwelijkstoelage zal niet beperkt zijn tot 50% van de maximum toelage voor uitwonenden, maar wordt evenals b« categorie 2 gesteld op het maximum voor de inwonende student. Er ziJn dus twee winstpuntjes in de laatste en voorlaatste zin te signaleren, maar de wijziginger. houden niet over de gehele linie een verbetering in. Voorheen werd namelijk uitgegaan van een budget ter grootte van tweemaal de maximum studietoelage voor uitwonenden. Dat kwam voor het lopende studiejaar neer op ƒ 17.680,—. Voorzover ouderlijke bijdrage (zoals door de overheid mogelijk geacht), rijksstudietoelage en huwelijkstoelage dit bedrag niet opleveren, mocht het door de student en/of zijn vrouw worden bijverdiend. In het komende studiejaar wordt het budget beperkt tot het maximumbedrag van een
inwonende student. Nadat is vastgesteld wat de potentiële bijdrage van zijn ouders is, kan de student de rest van dat totaal als studietoelage en huwelijkstoelage ontvangen. Zowel de student als ziJn echtgenote kimnen nog ƒ1100,— (dat is het voor 1977-1978 geldende bedrag) bijverdienen zonder dat het toelagebedrag gewijzigd wordt. De totale financiële speelruimte wordt echter, vergeleken met^ de tot dusver bestaande, wel zo'n ƒ 1700,— kleiner. 4. Student gehuwd met student. Voor deze categorie gold een zgn. anticumulatieregeling, die een bescheiden wijziging ondergaat. Hun budget kan de omvang aan-
nemen van tweemaal het maximum voor de ongehuwde uitwonende student en daarnaast kan elk van beide studerende partners nog ƒ 1100,— bijverdienen zonder dat het toegekende toelagebedrag herzien wordt. Voor alle categorieën gehuwde studenten geldt dat een kindertoelage van ƒ1100,— per van hen afhankelijk kind kan worden verstrekt naast de huwelijkstoelage of kan worden vrijgelaten bij de vaststelling van het totale budget. Voorzover bekend zijn deze wijzigingen tot dusver niet per circulaire aan belanghebbenden bekend gemaakt. Ook is er geen spoor van een overgangsregeling. Op het moment van gereedmaken van deze Ad Valvas-copy is nog niet bekend welke maxima in 1978-1979 zullen worden gehanteerd vooi uitwonende en inwonende studenten en in hoeverre het standaardbedrag van ƒ 1100,— wordt aangepast aan de geldontwaarding. Studenten, die willen berekenen hoever hun financiële polsstok in het komende studiejaar zal reiken, doen er verstandig aan maar op een absolute nullijn te rekenen.
Vrijheid voor Pretoria 12 De briefkaartenaktie, die de AntiApartheids Beweging Nederland onlangs gestart is tegen de veroordeling van de 6 gevangenen tot straffen van 7 tot 18 jaar in het Zuidafrikaanse Pretoria 12 Proces, is goed op gang gekomen. De eerste oplage van 4000 kaarten is verkocht en de tweede oplage komt nu op gang. Ondanks de aktie heeft de Nederlandse regering nog geen officieel protest laten horen. De A.A.B.N. heeft bij minister Van der Klaauw middels een brief hierop aangedrongen, vooral tegen de doodstraf van één van de zes, Solomon Mahlangu. De briefkaarten Vrijheid voor de Pretoria 12 ziJn bij de A.A.B.N. verkrijgbaar per set van 10 stuks door overmaking van het verschuldigde bedrag op giro 580900 t.n.v. A.A.B.N., Amsterdam. Prijs per set ƒ0,50 (inklusief porto ƒ1,30). Prijs per 2 sets (inkl. porto) ƒ 2,20.
'Hoger' onderwijs voor velen?
geeft niet aan wat de beroepsmogelijkheden zijn voor deze studenten die niet in de gel^enheid worden gesteld een postdoktorale beroei>sopleiding te volgen.
Emiel Stolp en Harm Scheepstra van de VUSO schrijven ons het volgende:
De nota maakt volstrekt niet duidelijk hoe een 4-jarlge kursusduur meewerkt aan het bevorderen van de ekonomische weerbaarheid; dit Is volgens de regeringsverklaring een van de onderwijsdoelstellingen.
VUSO wijst plannen
van Pais af
Op 18 mei diende minister Pais een nota over de herprogrammering in onder de titel 'hoger onderwijs voor velen'. De inhoud van de nota is in de (universitaire) pers al uitgebreid aan de orde geweest, het kernpunt is de vierjarige kursusduur. Met deze nota heeft Pais in wezen de wet herstrukturering afgekeurd. De minister schrijft dat hij het gezien de resultaten niet meer zinvol vindt om met deze wet door te gaan. Impliciet is dit een erkenning van het feit dat de ingediende programma's over het algemeen aan de eiseen van de wet voldoen en van goede kwaliteit zijn. Afkeuren van de programma's was dus niet mogelijk. De nota komt er op neer dat Pais naar het angelsakslsche 2-fasen systeem voor hoger onderwijs toe wil. De eerste fase is dan kort en voor iedereen toegankehjk, de tweede geeft meer diepgang en is voor weinigen bestemd. Hiermee sluit de minister aan bij de ideeén van prof. de Moor van de cie-ontwikkellng hoger onderwijs. Diens ideeën over 2 fasen, 4-jarige kursusduur, gescheiden financiering van Ie en 2e fase en integratie van WO en HBO zijn vrijwel letterlijk in de nota terug te vinden. De nota is verder nogal centralistisch van aard. Er wordt volstrekt voorbij gegaan aan de Ideeen van de universitäre wereld zoals die naar voren kwamen bij het overleg dat de minister heeft gevoerd met organisaties uit het onderwijsveld. Ook wordt de nota eerst aan het parlement voorgelegd en pas daarna worden de universiteiten weer gehoord. De ervaring uit het verleden heeft al geleerd dat het van boven opleggen van grootse plannen doorgaans tot een mislukking leidt.
Tegenstrijdigheid De voorgestelde gescheiden financiering van de Ie (onderwijs) fase en de meer op onderzoek gerichte 2e fase (post-doctoraal) leidt ook tot een grotere greep van de overheid op het universitair beleid. Ten aanzien van deze gescheiden financiering blijkt ook nog een stuk tegenstrijdigheid in de nota. Enerzijds wordt gesteld dat de onduidelijkheid over de financiering van het postdoktoraal onderwijs er toe geleid heeft dat de fakultelten zoveel mogelyk voor het doktoraal geprogrammeerd hebben. Anderzijds wordt in de nota de onder wij skapaclteit van de 2e, postdoktorale, fase afhankelijk gesteld van de behoefte aan onderzoek en afgestudeerden, de materiele en personele middelen en nog enige andere faktoren die nu in het geheel nog niet te voorspellen, laat staan te beïnvloeden, zijn. De" in een rekenvoorbeeld genoemde 40% van de studenten die naar de tweede fase kan doorstromen wordt de universiteiten dan ook geenszins gegarandeerd. De titel van de nota 'Hoger onderwijs voor velen' doet sympathiek
aan maar ook hier biedt de nota niet veel. Er wordt uitgegaan van permanente stops bij medicijnen, tandheelkunde, farmacie en diergeneeskunde. Daarna gaat het volgens de nota nog om een stijging van de studentenaantallen met 10%. Na de groei van meer dan 100% sinds de zestigerjaren is deze laatste 10% onvoldoende argument voor een zo ingrijpende struktuur vrijziging.
Erg
minimaal
In het kommentaar van het ministerie op de ingediende herprogrammerlngsvoorstellen wordt hier en daar gewezen op een maxlmalistische Interpretatie van de artikelen 1 en 2 van de Wet op het V^etenschappelijk Onderwijs, deze artikelen geven de taak en doelstelling van het WO aan. De interpretatie van minister Pais is daarentegen wel erg minimaal. Hij probeert 3 bladzijden lang de opleiding tot wetenschapper en de voorbereiding op funkties waarvoor ^en wetenschappelijke opleiding vereist is van elkaar los te koppelen. Dit Is In strijd met de huidige opvatting van deze artikelen en ook zonder dat valt te betwijfelen of een 4-jaiige opleiding voor alle studierichtingen het predikaat 'wetenschappelijk' kan verdienen. Toch is een 4-jarlge studie voor 60% van de studenten als eindoplelding bedoeld. De nota
VU-koor geeft zijn jaarlijks slotconcert
Eensgezind Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat de VUSO zich niet in de ministeriële plannen kan vinden. Om te voorkomen dat door deze nota de verbeteringen in het onderwijs weer jaren worden tegengehouden moeten de fakultciten nu gaan werken aan het op vrijwillige basis invoeren van de herprogrammeringsvoorstellen. Naar Den Haag moet duidelijk gemaakt worden dat een voortgaande financiële meerjarenplanning meer kans op een oplossing van de problemen biedt dan een overval met futuristische plannen van 10 jaar geleden. Met zijn nota waar waarschijnlijk ook wel een fors stuk overvragen in zit heeft Pais in ieder geval bereikt dat allen zich eensgezind achter de herprogrammering scharen.
Bedaktie-adres: De Boelelaan 1105 of Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 0205484330. B.g.g. 5482671. Redaktie: Jan van der Veen (hoofdredakteur). Jaap Kamerling. Mathilde van Amstel (redaktie-assistente). Medewerking: Johan de Groot, Bart Muysson, Rudi te Velde, Warner Bruins Slot, Peter Ingwersen en (niet-red.) Dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Mark van Dorp (AVO, Eduard de Kam, Peter Wolters (AVO. Tekenaars: Frans Vera, Rob Razoux Schultz. G.UJJD.
Op zaterdag 3 juni geeft het VUkoor zijn jaarlijkse slotconcert. Het wordt gehouden in de Carmelkerk, Bembrandtweg (hoek Groen v. Prinstererlaan) te Amstelveen, en begint om 20.30 uur. Uitgevoerd worden het Requiem van Pauré en The Hollow Men van Van Haaren. Medewerking wordt verleend door het Utrechts Symphonieorkest o.l.v. Huub Kerstens. Solisten zijn Lucia Kerstens en Jaap Dieleman. Kaarten ä f 6,50 en ƒ 3,50 (Cjp en studenten).
De redaktie werkt met alle andere universiteits- en hogeschoolbladen, op dat van de Nijmeegse universiteit na, samen in de stichting Gemeenschappelijke Universitaire Persdienst (GUPD).' Kopij, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk maandagmorgen 10 uur binnen zijn. Advertenties: J. G. Duyker, Oostvierdeparten 50, 8392 XT Boyl, Tel. 05612-541.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's