Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 204

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 13 JANUARI 1978

Als mi-Tne-ma-te-to-systeem, wordt ingevoerd in september

Sociaal-psychologen zien dit jaar 'laatste restje projektonderwi Het projektonderwijs bg de vakgroep sociale psychologie gaat dit jaar op de helling. Tot de zomervakantie zal het projektmatig karakter van het onderwijs in het eerste doctoraaljaar al flink worden afgezwakt en in september zal het projektonderwijs opgaan in een heel nieuwe opzet van de doktoraal-studie sociale psychologie. Bij de VSPVU, de subfaculteitsvereniging van de psychologen staat men niet bepaald te juichen over deze ontwikkeling. Eind vorig jaar wqdde men een seminaar aan de huidige stand van zaken rond het projektonderwijs en de ontwikkeling ervan de afgelopen jaren. De studenten van de VSPVU concludeerden, dat het projektonderwüs zeker niet altijd over rozen is gegaan en regelmatig stagneerde. Zij voelden zich nu genoodzaakt zich te bezinnen op de nieuwe wijzen om als wetenschappers maatschappel^k echt zinvol onderzoek te gaan doen en willen verder proberen de nieuwe studieopzet in september toch nog een zo projektmatigachtig karakter te geven. In dit artikel gaan we in op de achtergronden van de problemen, die er rond het projektonderwijs in de vakgroep hebben bestaan. In 1972 begonnen staflid Bert Klandermans en enkele assistenten met de voorbereidingen voor invoering van projektonderwijs in het eerste doctoraaljaar sociale psychologie. De vakgroep was nog erg jong en zowel docenten als studenten waren vervuld van idealisme. In navolging van de Groningse psychologen, die het projektonderwijs al hadden ingevoerd zou nu ook bij sociale psychologie aan de VU een vorm van onderwijs moeten komen, waarin studenten en docenten in groepsverband maatschappelijk relevante problemen konden bestuderen en metterdaad aanpakken door kontakt te zoeken met achtergestelde groepen in de maatschappij.

Bert Klandermans

K, van IS es in nieutvsjaarsrede

Bert Klandermans: 'Er was toen een heel conglomeraat van motieven, dat ons bracht tot het invoeren van projektonderwijs. Er was bijvoorbeeld een zich sterk afzetten tegen de massaliteit van hoorcolleges, we wilden de verbrokkeling in het onderwijs tegengaan en maatschappelijk relevante thema's aan de orde stellen.' In 1973 werd het projektonderwijs overal ingevoerd voor de eerstej aarsdoctoraal studenten. Naast een algemeen tentamen sociale psychologie konden de studenten zich een jaar lang bezig houden met een maatschappelijk relevant probleem: de (zwakke) positie van leerling-verpleegkundigen in ziekenhuizen. Daarnaast wierp een groepje studenten zich op het thema 'probleemstudenten'. Over de vraag of men hier nu echt met 'projektonderwijs' bezig was kan men overigens twijfelen. Bert: 'De bedenkers van projektonderwüs (zoals Beekraad) zouden het waarschijnlijk zo niet hebben genoemd. Zij zouden het te beperkt gevonden hebben maar in elk geval hadden we nu elementen uit het projektonderwijs. We gingen veldgericht werken en wat je leerde werd ook toegepast. Met name ging dat goed bij het aanleren en toepassen van onderzoekstechnieken, het gebruik van de computer en het maken van verslagen. Alleen was het projektonderwijs bij ons niet echt interdisciplinair van aard. Wel WEIS de informatie, die men vroeg (bijvoorbeeld bij het projekt arbeidersbeweging) interdisciplinair van karakter.' Van dit eerste pro-

over

meerjarenplanning:

'We zijn aardig dicht bij een patstelling' In zijn nieuwjaarstoespraak op de eerste werkdag van het nieuwe jaar heeft de voorzitter van het college van bestuur K. van Nes veel nadruk gelegd op het belang van het samen verantwoordelijkheid dragen van alle mensen binnen de universiteit, ongeacht rang of stand. 'In een tijd van consolidatie, waarbij je extra aandacht moet gaan geven aan wat wél en niet verantwoord is voor het besteden van tijd en geld, in zo'n tijd is het elkaar goed begrijpen, het samenwerken van het hoogste-belang', zei hij. "De tfld is voorbij, dat iemand meer achting kreeg omdat hij meer geld verdiende en de tijd is ook voorbij, dat we ons onderdanig dienen te gedragen. Samenwerking, daar gaat 't om; we zijn als werkers op elkaar aangewezen'. Sprekend over de materiele zorgen, die in 1977 op de voorgrond stonden en dat ook in 1978 zullen doen wera Van Nes erop, dat a,in het eind van de eenste fase van de meerjarenplannen 'we aar Jig dicht bij een paststelling' zijn gekomen. 'Het wordt uiterst moeilijk om nog zetten te doen — laat staan tegenzetten: 't Is gewoon een spannend afwachten hoe ae nieuwe bewindsman en de nieuwe regering windsman en de nieuwe regering de planningsdraad weer zullen aanvatten. Het is ook hier 'balanceren tussen hoop en vrees', een uitdrukking, waarmee Van Nfs aan het begin van zijn praatje de jaarwisseling typeesTde. De CvB-voorzltter herinnerde ook n3g even aa i de 'koude douche', waarop oud-minister v. Kemenade onlangs heeft getrakteerd, om een oplossing te vinden voor de extra financiële problemen, die gaan ontstaan door de te lage ramingen van de te verwachten studentenaantallen de komende jaren. Van Kemienade noemde toen drie mogelijkheden: meer studentenstops, minder onderzoek en 't goedkoper

maken van onderwijs (zogeheten 'extensivertag' van het onderwijs). De minister zei toen nog het meest te voelen voor inki-imping van de onderzoeks-capaciteit. Een nogal onheilspellend perspectief vond Van Nes. Hij hoopt, dat de soep niet ZD warm hoeft te worden gegeten als ze woi-dt opgediend en dat het hier meer om een 'schot voor de boeg' gaat. Aan het begin van zijn toespraak sprak Van Nes behalve hoop (op vrede in het Midden Oosten) ook zijn vrees uit over de ontwikkelingen in Zuidelijk Afrika. 'De toekomst is somber— wanhoop vergezelt de vrees al. Onze eredoctor Beyers Naudé is monddood gemaakt — zijn instituut is in de ban gdaan. Onee verbondenheid met hem is groter dan ooit'. De CvB-voorzitter maakte bekend, dat er vóór de Kerstdagen een telegram naar Beyers Naudé is gestuurd met de tekst: 'De colleges van bestuur en decanen van de Vrije Universiteit wensen u in hartelijk meeleven een gezegende viering van de komst van de Messias'. (J. K.)

jekt hebben de studenten veel kunnen leren, vindt Bert. Met name, dat je zo'n projekt heel goed moet voorbereiden. Omdat er nog geen ervaring met deze vorm van onderwijs bestond ging er erg veel tijd zitten in het afbakenen van het probleemgebied en het vinden van de juiste probleemstelling. Dat dit zo lang duurde vormt volgens Bert een didaktisch probleem, dat eigenlijk alle jaren, waarin het projektonderwijs functioneerde, bleef. 'Het probleem namelijk dat j e zóveel tijd steekt in het maken van de probleemstelling, dat je daarna vliegensvlug moet gaan operationaliseren, je vervolgens veel te Vlaak je toevlucht moet zoeken tot onderzoekstechnieken, die snel ontworpen kunnen worden en de dataverzameling en rapportage ook haastwerk wordt. De tyd, waarbinnen gewerkt mocht worden was immers maar beperkt'. Aanvankelijk kon een projekt nog uitgesmeerd worden over het hele eerste jaar maar later werd dat ingekrompen tot de periode van kerst tot aan de zomervakantie al bleef de effectieve studietijd even lang: twee en halve maand.

Dilemma De docenten kwamen door deze ervaring voor een groot dilemma te staan. Bert: "Wil je als docent er zeker van zyn, dat er echt een goed onderzoekje gedaan werd, dan moet je ëen projekt grondig voorbereiden en het verloop ervan flink van te voren struktureren. Het vervelende is dan alleen, dat er voor de studenten weinig keuzemomenten meer overblijven en hun zelfwerkzaamheid sterk wordt beperkt. Stel je nu die zelfwerkzaamheid voorop, dan is er het risico, dat het projekt veel te lang in zijn eerste fase blijft steken.' Dat laatste hoeft overigens niet zo erg te zijn omdat de studenten bij deze opzet veel gemotiveerder zijn en best in de zomer eraan willen doorwerken om het projekt af te ronden. Bert: 'Maar je kunt toch niet jaar in jaar uit voor lief nemen, dat studenten twee keer zoveel tijd steken in een studieonderdeel dan vereist is. Ze komen dan aan te weinig punten en raken in moeilijkheden met hun beurs. In een sterk voorgebakken projekt is het mogelijk binnen de voor het projekt uitgetrokken periode meer aandacht aan het leren van bepaalde technieken te besteden en langer bij alle fasen van een onderzoek stU te staan. Adriaan Visser, ook docent bil sociale psychologie heeft met zijn gezondheidsprojekten gekozen voor deze vorm maar Luit van der Linden en Hans Boetelier van de VSPVU, met wie we ook spraken, zijn daar niet erg enthousiast over. 'De docent nam de inbreng van de studenten niet serieus, volgde zijn eigen denkrichting. Het projekt werd helemaal op zijn onderzoek betrokken. Je had weinig in te brengen. De gezondheidsprojekten gaan over de verbetering van het therapeutisch klimaat in ziekenhuizen o.a. door middel van angstreduktie bij de patiënt. Luit: 'Dat ging alleen op basis van de roltheorie. Of die theorie juist was kwam niet aan de orde.' Beri Klandermans vindt het beter, dat studenten de vrijheid hebben zelf tot een bepaalde probleemstelling te komen. Hij vindt hun eigen inbreng erg belangrijk. Om nu toch te garanderen, dat die vrijheid niet leidt tot teveel aandacht voor de probleemstelling en het afraffelen van de overige onderzoeksfasen heeft de vakgroep tot een soort drie fasen-systeem besloten, wat het komende semester beproefd kan worden. De nieuwe opzet heeft als achtergrondgedachte dat alle leerdoelen van het projekt veilig gesteld worden. De student moet naast het maken van een probleemstelling ook leren die te operationaliseren, leren hoe de gegevens te verzamelen en hoe de onderzoeks-

P.tfl

Henk Boetelier en Luit van der Linden resultaten te rapporteren. Blijft nu een projekt in de eerste fase steken, dan zou om toch ook de volgende fasen redelijk aandacht te geven teruggegrepen kunnen worden naar een al eerder gedaan onderzoek met hetzelfde thema, waarop dan voort geborduurd kan worden. Didaktische overwegingen krijgen dan dus de voorrang boven de inhoud en het afronden van een projekt. Maar er blijft wel steeds binnen dezelfde thematiek gewerkt worden.

Alvorens hierop in te gaan eerst nog een greep uit de geschiedenis van het projektonderwijs bij sociale psychologie. Na het verpleegkundigen-projekt het eerste jaar begon Bert met Projekten rond het thema arbeidersbeweging als emancipatiebeweging met maatschappelijke ongelijkheid als achtergrond hiervan. In het eerste projekt over dit thema hielden drie groepjes studenten zich respectievelijk bezig met zeggenschapsverhoudingen bij enkele Philips-bedrijven in Den Haag, de legitimeringen, die Voorgebakken de werknemers daar verbinden Luit: 'Daarmee gaat het eenheids- aan de ongelijkheid onder het stichtende karakter van een pro- personeel en de vraag in hoeverjekt verloren. Ook ons gaan de re de structuur van de bedrij fdidaktische problemen ter harte. ledengroepen (groepen werkneVorig jaar hebben we in een no- mers die aktief ziJn in de industriebond N W ) aansloot bij de ta hierover voorgesteld vooral de tijdrovende onderzoeksmomenten informele leidersstruktuur in het assistenten in te schakelen om bedrijf. Het ging er daarbij voorhet projektverloop te versnellen. al om er achter te komen hoe de Luit verwacht, dat de nu in janua-, arbeider komt tot participatie in ri te starten Projekten zo sterk de vakbond. voorgestruktureerd zullen zijn, De motieven, die de arbeider dat die nieuwe opzet niet eens brengen tot participatie werden gebruikt zal worden. De leerdoe- door de studenten keurig op een len zullen niet worden veiligge- rijtje gezet maar hoe nu die parsteld door bovengenoemde pro- ticipatie vergroot kan worden cesbewaking, vreest zij, maar door werd niet duidelijk aangegeven. gewoon met sterk voorgebakken En dat kon ook moeilijk binnen Projekten te komen. het korte tijdsbestek, waarin geDe Projekten, die Bert in de loop werkt moest worden. De studender jaren heeft begeleid en die ten ervoeren in dit projekt duidetot deze nieuwe opzet leidden lijk de spanning, die er bestaat hebben ook de studenten aan het tussen enerzijds het leerdoel (het denken gezet over de zin ervan. komen tot sociaal-psychologische

Slechts 13 van de 278 voorstellen

afgewezen

Mild oordeel van de Onderwijsraad De Onderwijsraad vindt, dat voor 265 van de 278 studierichtingen, die herprogrammeringsvoorstellen hebben ingediend een vijfjarige cursusduur zonder enige twijfel gerechtvaardigd is. Van slechts dertien studierichtingen heeft de raad een negatief advies doorgegeven aan het ministerie van O en W. Volgens de wet op de herprogrammering zouden de studies in de regel vier jaar en maximaal vijf jaar moeten duren. De Onderwijsraad, een adviescollege aan de minister van O en W onder voorzitterschap van prof, I. A. Diepenhorst, zegt 'onder de indruk gekomen te zijn van de kwaliteit van vele der «verlegde stukken'. Duidelijk is geworden, dat aan de opzet van de nieuwe studieprogramma's •met ernst en op weloverwogen wijze' gewerkt is. Afgewezen door de Onderwijsraad zijn de voorstellen van farmacie aan de UvA en de universiteiten van Groningen, Maastricht en Utrecht. Verder zijn afgewezen theologie en archeologie aan de UvA; Tandheelkunde, archeologie en Nederlands in Utrecht, geschiedenis in Leiden, economie aan de VU en Bedrijfskunde, een samenwerkingsproject tussen de TH Delft en de Erasmusuniversiteit. Hoewel sommige voorstellers geen en andere wel argumenten aanvoeren waaruit kan blijken dat een vierjarige cursusduur ontoereikend is, ziet de Onderwijsraad geen reden om> programma's, waarin zo'n argumentatie niet voorkomt, af te wijzen. De richtlijnen verlangen namelijk niet 'dat wordt aange-

toond, dat een vierjarige cursusduiu- ontoereikend zou zijn en dat mitsdien een langere periode noodzakelijk is'. De Raad heeft op verzoek van de minister geen adviezien' uitgebracht over de zogenaamde nieuwe studierichtingen (studierichtingen, die nog niet in het Academisch Statuut zijn opgenomen), zoals politicologie, sociologie en culturele antropologie. Het overlegorgaan van de studentenbonden, het LOG, schrijft in een brief aan minister Pais van Onderwijs, dat zij vraagtekens zet by de aparte behandeling van deze studierichtingen. Die aparte behandeling houdt in, dat de minister de programma's voor deze studierichtingen afzonderlijk gaat toetsen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's