Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 287

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 287

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 3 MAART 1978

'Open brief'-groep

'76 wil ruimere diskussie

over dispensatie

__

Is doelstelling VU van bovenaf opgelegde norm of van onderaf werkend zout? In november 1976 zonden een 160-taI personeelsleden van de Vrije Universiteit een open brief aan bet bestuur van de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwqs op Gereformeerde grondslag. In deze brief, die in Ad Valvas is gepubliceerd, werd de ongerustheid uitgesproken over het funktioneren van de doelstelling en de onduidelijkheid rondom het hanteren van doelstellings-kriteria bij beoordeling van een dispensatieaanvrage. Direkte aanleiding tot het schrijven van de brief was de negatieve beslissing van het bestuur van de Vereniging ten aanzien van de dispensatie-aanvrage van drs. B. J. Gerritsen, wetenschappelijk medewerker bij de medische faknlteit. In de publieke verklaring by zijn dispensatie-aanvrage stelde de heer Gerritsen over de vraag of zün arbeid gericht is op het dienen van God en zijn wereld onder meer het volgende: 'Deze vraag is nameiyk voor mij onbeantwoordbaar, de pretentie ervan is my te groot, mUn motieven zyn voor my te ondoorzichtig gecompliceerd, dan dat ik al myn arbeid deze geladenheid zou kunnen verstrekken.' Volgens de briefschryvers getuigde de opvatting van Gerritsen van esn serieuze en positieve instelImg ten opzichte van de doelstelling, en zou een honorering van de dispensatie-aanvrage voor de hand liggen. Naar hun mening zou aan de geloofwaardigheid van de doelstelling afbreuk worden gedaan als niet voor ledereen duideiyk is of de afwyzing is geschied: a) louter wegens weigering van de heer Gerritsen de formele regel te onderschryven, b^ wegens zyn inhoudeiyke interpretatie van de doelstelling, 0^ wegens andere redenen, die by de beoordeling van deze dispensatie naar voren zyn gekomen. Aan het Verenigingsbestuur werd gevraagd nadere inlichtingen te verschaffen over de argumenten van de afwyzing.

Antwoord bestuur reaktie daarop

en

Op 2 februari vorig jaar ontving prof. Van Aalderen schrifteiyk antwoord van de voorzitter en sekretaris van het Verengingsbestuur. In deze brief werd kort samengevat het volgende gesteld: — Het bestuur let wel degeiyk op motieven of de interpretatie die de ondertekenaar van de doelstelling wenst te geven. — De beslissing ten aanzien van Gerritsen is niet genomen vanwege de weigering van G. om de formele regel te onderschryven of de interpretatie van de doelstelling van G. De enige reden van de beslissing was dat het bestuur, gelet op het belang van de funktie waarvoor G. werd voorgedragen (studiekoördinator medische fakulteit), de verantwoordelUkheid voor deze benoeming niet durfde te aanvaarden, nu het standpunt van de heer G. naar de mening van het bestuur onvoldoende waarborg bood dat hy in die fimktie in de geest van de doelstelling werkzaam zou kunnen zyn. — G. zou te werk worden gesteld m een uiterst belangrijke funktie waarin hy vooralsnog praktisch alleen werkzaam zou zijn en dus niet in teamverband met funktionarissen die de doelstelling wel konden onderschrijven. — Het is niet mogeiyk voor iedereen duideiyk te maken waarom een dispensatie verzoek door het bestuur niet kan worden ingewilligd, omdat dit besluit een onderdeel vormt van de benoemmgsprocedure. Hierop is door de initiatiefnemers van de open-brief als volgt gereageerd: — Het is verheugend dat het bestuur van mening is dat er ruimte moet worden gelaten voor verschil van inzicht ten aanzien van interpretatie van de doelstellir^. — De serieuze en specifieke interpretatie van G. van de doelstelling maakt voor hem formele ondertekening hiervan onmogeiyk. Deze interpretatie moet een voldoende reden voor dispensatie vormen:

Betekent de negatieve beslissing niet juist een inperking van de vryheid van interpretatie die biykbaar ook volgens het bestuur mogeiyk moet zyn? — Het is wenseiyk dat in het algemeen de overwegingen die ten grondslag liggen aan afwyzing van een dispensatieverzoek worden gepubliceerd. Hoewel uiteraard persooniyke gegevens zo vertrouweiyk mogeiyk moeten worden behandeld, is het onbevredigend indien de verantwoordeiykheld van het bestuur voor het al of niet verlenen van dispensatie onverenigbaar wordt geacht met een of andere vorm van verantwoording afleggen van deze beslissingen. Juist het vertrouweiyk karakter van deze beslissingen vereist een duideiyke regeling van de dispensatieprocedure; vooral van de beoordelingskriteria enerzyds en het kreeëren van een beroepsmogeiykheid anderzyds. Aan het bestuur werd gevraagd met name te reageren op het voorstel om de dispensatieprocedure en -kriteria te verduideiyken, en een beroepskommissie in te stellen, waarby een personeelslid beroep kan aantekenen tegen een beslissing van het Bestuur over zyn/haar dispensatie aanvrage.

Gesprek

met

bestuur

Naar aanleiding van bovengenoemde reaktie nodigde het bestuur de initiatiefnemers van de open-brief uit voor een persoonlijk gesprek. Dit gesprek vond plaats op 9 juni vorig jaar. Aanwezig waren namens het bestuur van de Vereniging: Schut, Kruysse, Mudde, Biesheuvel, en namens de 'open-brief' groep: Van Aalderen, Boeker, Byienga, Kok en v. d. Berg. Tijdens dit gesprek werden laatstgenoemden in de gelegenheid gesteld om enkele voorstellen tot verandering van de huidige procedure van aanstelling en benoeming op tafel te brengen. Het gesprek was dus primair op algemene procedure zaken en in mindere mate op de kwestie G. gericht, omdat naar de mening van de initiatiefgroep de problematiek rondom G. voortvloeide uit de onbevredigende en ondoorzichtige procedure rondom aanstelling, benoeming en dispensatieverlening. Aan het begin van het gesprek gaf Van Aalderen een algemene toelichting van de visie van de groep op het funktioneren van de doelstelling. In het kort kwam dat op het volgende neer. De doelstelling funktioneert in het algemeen slecht; kwesties als geloof «n religie zyn nauweiyks inhoudeiyk bespreekbaar. De doelstelling funktioneert meer als iets wat van boven af wordt opgelegd ('norm'), dan als iets wat van onderop wordt opgebouwd ('zout'). De kwestie G. heeft hier ook duideiyk in doorgespeeld. De instemmingsregeling schaadt de doelstelling eerder dan dat zy deze laat funktioneren. Dit is mede een gevolg van de huidige procedure die ten aanzien van aanstelling en benoeming wordt gehanteerd. Het doel van dit gesprek is een aantal voorstellen te doen en de procedure zodanig te wüzigen dat het slechte imago van de doelstelling verdwynt.

De

voorstellen

De voorstellen waren kort samengevat: — Laat fakulteit zelf een benoemings/aanstellingsvdorstel verdedigen in plaats van de betrokken

persoon. By het gesprek met de Vereniging zou in ieder geval ook een fakulteitsvertegenwoordiger aanwezig moeten zyn. Aan het advies van de fakulteit moet in het algemeen ook een zwaarder gewicht worden toegekend. Het Verenigingsbestuur zou er op moeten toezien dat er niet teveel discrepantie bestaat tussen de kriteria die de verschillende fakulteiten hanteren. — Geef duideiyk aan waarover gesproken gaat worden tydens gesprekken met de Vereniging, en hoe de verkregen informatie wordt geweien. De open brief groep is van mening dat deze gesprekken zich dienen te bepalen tot die zaken die diretk te maken hebben met de verhouding doelstelling en de te vervullen funkties aan de VU. De huidige dispensatie voorwaarden (met name de eis van aanwezigheid van voldoende instemmers in de werkomgeving) fungeren vaak als motie van wantrouwen tegen mensen die al in dienst van de VU zyn. — Een beroep (c.q. arbitrage) procedure is in de huidige situatie gewenst, omdat het gaat om een subjektieve weging van vele faktoren, en omdat een afwyzing van een verzoek om disjjensatie een duideiyk negatief effekt heeft op de carrière van de betrokken persoon. — Voor de gehele (dispensatie-) procedure zou een tydslimiet (uyv. 3 maanden) moeten gelden. De eerste reaktie van het bestuur hierop was (wederom kort samengevat) als volgt: — Het bestuur kan weinig doen aan het beter laten funktioneren van de doelstelling, doch opereert noodzakeiykerwys in de marge. Het bestuur steunt de huidige dlspensatier^eling van harte, omdat het nooit de bedoeling is geweest mensen uit te sluiten. Eerder gaat het om een insluiten. Wel dienen bepaalde regels en kriteria te worden toegepast. Het negatieve besluit ten aanzien van G. had niets te maken met politieke achtei^ronden. Het ging hier om een komplex van faktoren. Bovendien gold het een sleutelpositie. — Met het voorstel om de fakulteit een belangryke plaats toe te kennen by het indienen, bespreken en verdedigen van een dis~pensatievoorstel, kon het Bestuur zich in grote lynen verdedigen. Wel achtte men een persooniyk gesprek met de persoon van groot belang. — Het op gang brengen van een dergeiyke procedure vereist stimulatie en koördinatie (dit geldt met name fakulteiten waar de benoemings/aanstellingsprocedure nog niet goed geregeld is). Het bestuur vindt hierin niet zozeer een taak van het Verenigingsbestuur, maar eerder een taak van het College van Bestuur, l^gen. — Wat het voorstel van het scheppen van een arbitragemogeiykheid betreft werd gesteld dat het Bestuur toch verantwoordelyk biyft, en deze verantwoordelykheid niet uit handen kan geven. Wel voelt men voor het vragen om advies aan een onafhankeiyke instantie, in uitzonderiyke en moeUyke dispensatie gevallen. Aan het slot van het gesprek werd door de voorzitter van het Verenigingsbestuur naar voren gebracht dat men het gesprek erg op prys gesteld had, en een verdere voortzetting van het kontakt in de toekomst zinvol achtte. Een definitieve reaktie op de voorstellen zou na de volgende vergadering van. het Verenigingsbestuur worden gegeven.

Nog een

gesprek

Tydens het daarop volgende gesprek met het Verenigingsbestuur op 14 november vorig jaar waren namens het Verenigingsbestuur aanwezig: Schut, Kruysse, Van Leeuwen, Mudde, Van Nes (als vertegenwoordiger van het C.v.B.)

en namens de initiatiefgroep: Boeker, Rignalda, Kok en Byienga. Aan het begin van dit gesprek deelde de heer Schut mede dat de voorstellen besproken waren op de vergadering van het Bestuur, en dat men op deze byeenkomst de reakties zou meedelen. Tijdens het gesprek kwam naar voren dat het C.v.B een belangrijke rol heeft in de voorfase van de beoordeling van dispensatievoorstellen. Het C.V.B. (althans het lid dat de personeelsportefeuille beheert) bepaalt na een persoonlijk gesprek met betrokkene, en na kontakt te hebben gehad met de ffikulteit of de dispensatieaanvrage kan worden gehonoreerd. Na positief besluit wordt de aanvrage doorgestuurd naar het bestuur van de Vereniging dat, weer na een persoonlijk gesprek met betrokkene, de eindbeslissing neemt. Het voorstel dat by een dispensatie-aanvrage het zwaartepunt by de fakulteit moet liggen trekt zowel het bestuur van de Vereniging als het C.v.B. wel aan. Dit impliceert volgens de initiatiefgroep dat de fakulteitsvertegenwoordiger het voorstel indient en ook verdedigt. Op deze wyze krygt volgens hen de procedure een meer zakelyk karakter. Bestuur (en C.v.B.) zyn echter van mening dat een persooniyk onderhoud met de betrokkene (zonder fakulteitsvertegenwoordigers) gewenst biyft. Wat het arbitragevoorstel betreft stelt het bestuur zich op het standpimt dat men de verantwoordelykheid over de uiteindelyke beslissing niet uit handen wil en kan geven aan een beroepsinstantie. Volgens het bestuur staat de grote zorgvuldigheid waarmee de gesprekken en beoordeling plaatsvinden garant dat er geen onjuiste of onevenwichtige beslissingen worden genomen.

Vervolg op pagina 11

• Prof. mr. F. J. M. CHele, gewoon hoogleraar belastingrecht in Leiden, in het universiteitsblad Mare: 'Door de "trucjes" blijft vaak van het van een rechtvaardige belastingheffing weinig of niets meer over. En zeker als je daar dan nog eens de invloed van de premieheffing voor de volksverzekering bijtelt, kan het wel eens zo zijn, dat de belasting- en premiedruk (die ten onrechte vaak te veel gescheiden worden gezien) juist bij de lagere inkomensgroepen het zwaarst is. Misschien kun je langzamerhand wel spreken van een omgekeerde progressie. En dat gaat dan lijnrecht in tegen de bedoelingen van de wetgever. Zó verworden is ons belastingstelsel dan kennelijk al.' • Drs. C. de Hart, de nieuwe voorzitter van het college van bestuur aan de Technische Hogeschool in Delft, in het hogeschoolblad ThD: 'De grootste opgave voor de komende tijd is, dat je geen "school" wordt, dat je het technisch wetenschappelijk onderzoek aan de TH in stand houdt. Die opgave moet je zien te verwezenlijken, met kleiner wordende middelen en een grotere toevloed van studenten. De reden dat je dat onderzoek in stand moet houden is, dat in mijn ogen het wetenschappelijk onderwijs een reflectie behoort te zijn op het onderzoek. Als je geen onderzoek doet, dan lijdt daar het onderwijs onder.' 'Wat betreft het gegeven dat veel afgestudeerden in een functie terecht komen waarbij ze met onderzoek weinig te maken hebben; ik vind dat daar eerst eens een goede analyse van gemaakt moet worden. Hebben die mensen bijvoorbeeld echt niks gehad aan hun studie of hébben zij door hun studie problemen leren zien en oplossen, waardoor zij in hun huidige beroep beter functioneren.'

Deze monumentale enveloppe is te bezichtigen in het Exposorium 'van de VU (restaurant hoofdgebouw). Tentoongesteld worden daar tot 17 maart schilderijen en zeefdrukken van Lode Pemmelaar.

Symposium over wetenschapswinkel Op de Technische Hogeschool Delft zal 8 en 9 maart een sjmiposium plaatsvinden over de wetenschapswinkel. Organisator is de Vereniging van Technische Psysica die op deze wyze het belang wil onderstrepen van wetenschapswinkels aan universiteiten en hogescholen als zynde 'plaatsen waar maatschappelyke groeperingen die normaal geen toegang hebben tot wetenschappeiyk onderzoek, een gewillig oor vinden voor hun problemen...' Het symposium moet tevens dienen om de wetenschapswinkel in oprichting aan de TH te ondersteunen. Sprekers op het symposium zullen zyn: P. Tindemans en Ton Reg-

tien, beide initiatiefnemers voor wetenschapswinkels aan de Delftse TH, aan de üvA en de Groningse. Universiteit; het BWA/ VWO over de IMGO-gedachte; Paul Bussman van de psysicawinkel uit Eindhoven; W. van Woerden van de onderwijskundige dienst van de Delftse TH. Er is een forum van diverse organisaties aan deze TH. Tydens het symposiumprc^ramma worden culturele voorstellingen gegeven _ door de Delftse Komedie. Nadere informatie, Bea Goethart 5483600 (SRVU) of Rob Schellekens (015-131391 of 786122), lid organiserend comité.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's