Ad Valvas 1977-1978 - pagina 381
^0 VALVAS — 12 MEI 1978
'lannen voor wetenschapswinkel aan de VU [rijgen snel vorm Aan de oprichting van een wetenschapswinkel aan de VU wordt momenteel hard gewerkt. De plannen worden concreter en de smalle basis, gevormd door biologen van het eerste nur, wordt breder: steeds meer belangstellenden uit verschillende faculteiten vinden veel van hun wensen op maatschappelijk en studie-inhoudelijk gebied terug in de opzet van de WeWi. Over de WeWi in het algemeen en over de aan de VU in oprichting zijnde in het bijzonder, spraken wij met Elma van der Bql, Jan Harm Koolstra en Hans Reinders, die gedrieën de publiciteitscommissie vormen. In februari j.l. werden de eerste ideeën om de oprichting van een WeWi te realiseren geopperd door studenten aan de biologische faculteit. Het voornaamste doel dat hen voor ogen stond was de wetenschap dichterbij die maatschappelijke groeperingen te brengen die er normaliter geen gebruik van zouden kimnen maken. Daarnaast was men de mening toegedaan, dat het aan de universiteit verrichte onderzoek niet maatschappijgericht genoeg was. In die situatie wenste men verbeteringen aan te brengen.
door Warner Bruins Slot WeWi. Hierin wordt het fenomeen WeWi positief beoordeeld.
Duidelijkheid Echter, om daadwerkelijk tot de oprichting van een WeWi aan de VU te komen heeft men steun op bredere basis nodig. Om die te verkrijgen zal men op bepaalde punten meer duidelijkheid moeten geven. Bg menigeen staat of valt de
onderzoek moet passen in het programma van de (sub) faculteit kan voor de nodige problemen zorgen: sommige onderzoeken nemen meer tijd in beslag dan de tijd die de onderzoeker ter beschikking staat (bijvoorbeeld in de vorm van een stage). Daarnaast onderkent Hans Reinders ook de mogelijk negatieve invloed die de studieduurverkorting op de WeWi kan hebben: 'Wanneer de tijd die de medewerker voor onderzoek heeft korter wordt, zal de tijd die hij voor onderzoek naast zijn favoriete onderzoek heeft relatief nog korter worden. Het zal derhalve steeds moeiUjker zijn om deze mensen voor onze vragen te interesseren'. Men vril deze problemen vóór zijn door via een WeWi slechts kortetijd-vereisende onderzoeksvragen te behandelen. Grotere onderzoeken worden aan een IMGO (äe kadertje) toegedacht. Hierdoor
Mede gestimuleerd door het succes van de tot op heden enige WeWi — die aan de UvA — werden (en worden) belangstellenden uit alle faculteiten opgeroepen hun medewerking te verlenen. Ondanks het feit dat studenten en stafleden van enkele faculteiten nog niet gereageerd hebben — 'Geen kwestie van desinteresse, maar we hebben ze nog niet allemaal kurmen bereiken', aldus Elma van der Bijl — kan men stellen dat het initiatief is aangeslagen. Voordat de WeWi aan de VU werkelijk zijn poorten kan openen, zullen echter nog enkele klippen omzeild moeten worden (integratie met onderwijs, financiering en mate van zeggenschap van de VU over de WeWi).
Meeste reakties bêta-kamp
uit
Dat de meest positieve reacties vooralsnog uit het bêta-kamp komen, is te verklaren uit het feit dat het initiatief daar genomen is en derhalve ook daar het eerst zijn vruchten afwerpt. Daarnaast is het volgens Hans Reinders 'een mogelijk gevolg van de bij sommige bèta-wetenschappers levende wens om eindelijk eens maatschappelijk zinvolle onderzoekingen te verrichten'. Dat de WeWi hiertoe kansen biedt is duidelijk: de meeste aanvragen die de WeWi aan de UvA te verwerken kreeg betroffen concrete' onderzoeken, byvoorbeeld naar milieubederf door bedrijven. De bij de oprichting van een WeWi aan de VU betrokkenen zijn merendeels studenten. Hun bijd r ^ e leveren zij vooralsnog op strikt persoonlijke titel en niet in de hoedanigheid van student aan een bepaalde faculteit of namens die faculteit. Is dit geen verontrustend gegeven? Volgens de initiatiefnemers is het een logische gang van zaken die geheel past in de door hen uitgestippelde strategie. Enerzijds mag men van het College van Bestuur niet verwachten dat het de WeWi, zonder te weten of het initiatief al of niet aanslaat, accepteert. Anderzijds ieert de praktijk (Groningen), dat het 'pushen' van de WeWi van onderaf (op faculteitsniveau, zonder toestemming van het CvB) tot mislukken gedoemd is. Blijft over de gulden middenweg. Hans Reinders: 'De betrekkingen met het CvB moeten van dien aard zijn, dat het CvB ons ruimte wil geven voor het ontplooien van een initiatief. Wij houden het CvB op de hoogte en dit neemt voortijdig geen enkele ingrijpende beslissing.' Op basis van deze strategie is men thans in de weer om velen enthousiast te maken. De initiatiefnemers weten zich in de rug gesteund door een in opdracht van het CvB door de wetenschapsvoorlichter van de VU, drs. J. Dop, geschreven rapportje over de
Voldoet het resultaat van deze toetsing niet aan de verwachtingen van de aanvrager, dan bestaat voor hem de mogelijkheid om tegen een eventuele afwijzing in beroep te gaan bij het algemeen bestuur. Volgens Elma van der Bijl zal deze mogelijkheid worden ingebouwd met als doel 'de klant een democratische beslissing te garanderen'. Voldoen verzoeken en aanvragers aan alle criteria dan wordt het onderzoek — via de bemiddelende onderzoekscommissie — op de desbetreffende faculteit ondergebracht. In eerste instantie tracht men het onderzoek bij belangstellenden te plaatsen d.m.v. advertenties in Ad Valvas. Slaagt deze poging niet (hoewel: 'adverteren in Ad Valvas doet verkopen') dan gaat men pogingen in het werk stellen om het onderzoek zelf onder te brengen. De WeWi is voornemens zich hiertoe te bedienen van zgn. contactpersonen op iedere participerende faculteit. Bij deze contactpersonen wordt een goede voeüng met de faculteit verondersteld, want het zijn deze mensen die het onderzoek moeten plaatsen bij welwillende en geschikte onderzoekers. Vindt men geen belangstellenden, dan probeert de WeWi het onderzoek btj een andere instantie (bijvoorbeeld een andere WeWi) onder te brengen. De contactpersoon brengt aanvrager en onderzoeker nader tot elkaar, assisteert bij de formulering van het onderzoeksvoorstel en begeleidt het onderzoek. Over het afleggen van verantwoording aan het CvB of aan de faculteiten en vakgroepen en de wijze waarop dit zal geschieden, bestaat in dit stadium geen zekerheid. Er is n.l. nog niets te zeggen over de mate van zeggenschap van de VU in haar WeWi.
Karakter
(overgenomen uit
ÜK-Groningen)
waardering voor de WeWi met de inhoudelijke criteria welke de initiatiefnemers voor het onderzoek aanleggen. Hoewel men naast de eerder genoemde criteria waaraan de aanvrager moet voldoen (nog) geen inhoudelijke criteria voor het onderzoek aanlegt, wordt de noodzaak hiervan zeker onderkend. Vroeg of laat zullen zich situaties voordoen waarin de inventarisatiecommissie (de cie die de aanvraag aan de diverse criteria moet toetsen) voor de keuze komt te staan of de aanvraag al dan niet strookt met de filosofie achter de WeWi. Zulke situaties doen zich zeker voor, wanneer politieke partijen — bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau — een beroep op de WeWi doen. Formulering van zo'n inhoudelijk criterium is juist in dit beginstadium vereist. Om duidelijkheid over de signatuur van de WeWi te verschaffen en om in de toekomst herhaaldelijk intern gekrakeel te voorkomen. Hiernaast zijn inhoudelijke criteria vereist voor wat betreft de wetenschappelijke waarde van het te verrichten onderzoek. Vooralsnog moet de vakgroep haar goedkeuring aan een onderzoek hechten. Jan Harm Koolstra: 'Nu is het nog zo dat de onderzoeker bepaalt wat belangrijke onderzoeken zijn, terwijl het in de ideale situatie, waarin de WeWi goed functioneert, zo zal zijn dat ook andere groepen bepalen wat belangrijk is'. Het feit dat het te verrichten
ontstaan IMGO's die met een bepaald thema bezig zijn zoals veiügheid, werkgelegenheid, economie, etc. Hans Reinders over de invloed van de WeWi op het onderwijs: 'Het onderwijs wordt grotendeels bepaald door het onderzoek waarmee men bezig is. Als het aandeel van het onderzoek vanuit de WeWi groter wordt, is het niet uitgesloten dat de studenten er ook nog eens wat van zullen horen.'
Werkwijze
van
WeWi
Naast het formuleren van inhoudelïike criteria is men ook drtik doende met het opzetten van de meest efficiënte werkwijze van de WeWi. De contouren hiervan beginnen zich langzamerhand af te tekenen. Voorlopig denkt men aan de volgende opzet. Naast de spontane vraag naar onderzoek, bestaat ook de 'geïnduceerde' vraag: de WeWi schrijft diverse potentiële klantengroeperingen aan (actiegroepen, vakbonden etc.) om hen te attenderen op de mogelijkheid om kosteloos onderzoek te doen verrichten. Zowel de binnengekomen aanvragen als wel de aanvragers zelf worden door een ^ n . bestuurscommissie getoetst aan de gestelde criteria. Vragen kunnen immers onduidelijk geformuleerd zijn of een zodanig karakter dragen, dat ze zo in voor iedereen toegankeUjke boeken op te zoeken zijn.
WeWi
Dientengevolge hangen er vooralsnog dichte nevels over het karaJfeter van de WeWi aan de VU. Het is mogelijk dat de WeWi geen ander karakter draagt dan de WeWi aan de UvA. De mogelijkheid bestaat echter ook dat men • in het product dat mede door de WeWi wordt voortgebracht iets terugvindt van de imiversiteit waaraan de WeWi is verbonden. Dit is overigens niet de bedoeUng van de initiatiefnemers. Verschillen in WeWi^s mogen naar hun mening slechts veroorzaakt worden door een verschillend onderzoekspotentieel. Wel is het volgens Elma van der Bijl mogelijk, dat klantengroepen zich tot een bepaalde WeWi wenden omdat ze zich nauw verbonden voelen met de universiteit waaraan de WeWi is gelieerd. E a n men niet alle problemen over zeggenschap e.d. omzeilen door een IMGO op te richten? Elma van der Bijl: 'Natuurlijk is een IMGO beter te hanteren dan een WeWi, maar daar staat tegenover dat een IMCïO meer kosten met zich mee brengt. Immers, al het onderzoek moet via subsidies betaald worden.' Dit i.t.t. het onderzoek aan de universiteit dat toch — in het kader van het studieprogramma — verricht wordt. Voorts kan men met een IMGO slechts de eerste van de twee doelstellingen van de WeWi verwezenlijken, n.l. het verrichten van onderzoek voor groeperingen die daar normaliter geen gebruik van kunnen maken.
Financiering Het hele project van de WeWi kost relatief weinig. Slechts de kosten van een enkele personeelsplaats en wat administratieve kosten (bij de UvA samen goed voor ƒ50.000,—) dienen gedekt te worden. Immers, het met behulp van de WeWi te verrichten onderzoek moet in de plaats van een deel van het aan de universiteit ver-
Een wetenschapswinkel (WeWi) is een aan een universiteit gelieerd bemiddelingsbureau. Het heeft ten doel, de vraag naar v/etonschappelijk onderzoek onder groeperingen die niet over de wegen en middelen beschikken om onderzoeksvragen te laten behandelen, uit te besteden aan het bij de universiteit aanwezige onderzoekspotentieel. De groepen die op de bemiddeling van een WeWi een beroep kunnen doen, dienen aan drie eisen te voldoen: • de aanvrager mag niet in staat zijn het onderzoek zelf te financieren; • men mag geen commerciële doeleinden nastreven en • de aanvrager moet in staat zijn om met de verkregen resultaten verbeteringen aan te brengen in de eigen situatie of in die van anderen. Een aan de WeWi nauw verwante instelling is een Instituut voor maatschappelijk gericht onderzoek (IMGO). Het meest wezenlijke ondereen WeWi is het feit dat de scheid tussen zo'n IMCrO en laatste aan een universiteit is gekoppeld en derhalve'ook op het daar aanwezige onderzoekspotentieel terugvalt, terwijl een IMGO een zelfstandige instelling is met een eigen wetenschappelijke staf.
richte onderzoek komen en kost dus niets extra.
Rechts-, chemie- en wetenschapswinkels Hoewel de filosofie achter een rechtswinkel zoals de Rechtshulp VU een andere is dan die achter een WeWi — de rechtswinkel helpt geen groepen maar individuele klanten — zien de initiatiefnemers toch bepaalde parallellen. In de toekomst hoopt men dan ook de krachten op de VU te bundelen Nemen wij daarnaast terloops de eventuele oprichting van een chemiewinkel op de VU in ogenschouw, dan is Amsterdam wellicht binnenkort een grootwinkelbedrijf aan de De Boelelaan rijker.
Voorzitter CvB en twee hoogleraren onderscheiden
Dr. K. van Nes, voorzitter van het college van bestuur, is op vrijdag 28 april benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Ten Amsterdamse stadhuize werden hem die dag door burgemeester Polak de daarbij behorende versierselen uitgereikt. Tijdens de zitting van de universiteitsraad van vorige week dinsdag feliciteerde voorzitter dr. P. Kuijper hem namens de raad. Hij noemde de koninklijke onderscheiding een openlijke erkenning van het werk van dr. Van Nes door de overheid. Verder werden de VU-hoogleraren dr. P. J. L. Schölte (radioloog) en mevr. drs. M. J. 't Hooft-Welvaars vontwikkelmgsekonoom) ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. (Red.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's