Ad Valvas 1977-1978 - pagina 307
AD VALVAS — 17 MAART 1978
In diskussienota
3
aan universiteitsraad
en college van
men zich in het algeiüéeA in Ons land tegenover de apartheidspolitiek opstelt. Zo ontviel de zin aan de relatie, die toch, zoals al dergelijke universitaire relaties, vooral getypeerd moet kunnen zijn door 'kritische verbondenheid', aldus de CIS.
bestuur
Commissie internationale samenwericing veegt mogelijjc 'boycotbeleid' van tafel De universiteitsraadsconunissie internationale samenwerking (CIS) heeft een mogelijk Imycotbeleid' ten aanzien van wetenschappelijke instellingen in 'foute' landen in een diskussienota aan de raad en het college van bestuur van de tafel geveegd. De universitaire samenwerking mag niet als politiek strijdmiddel worden gebruikt, zo vindt de CIS. Dat wordt het wel als een 'boycotbeleid' wordt gevoerd. Een dergelijk beleid zou dan ook haaks staan op het tot dusver gehanteerde 'relatiebeleid', waardoor de VU naar alle kanten openstaat voor samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek. 'Dienst aan de mensheid, aan de wereld, vergt kommunikatie, vergt samenwerking als normale bindende regel,' aldus de CIS. Niet meer openstaan voor de dialoog kan daarom pas in uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk en/of gerechtvaardigd zijn. Het is in elk geval het laatste toe te passen middel, omdat de universiteit daarmee afstand doet van haar meest geëigende middel om binnen de samenleving, zowel mondiaal als in het betrokken Partnerland, invloed uit te oefenen. I n de diskussienota, die tevens bedoeld is als een aanzet voor een volgend definitief beleidshoofdstuk In de reeds bestaande reeks, wordt weliswaar in de eerste plaats het huidige samenwerkingsbeleid verantwoord, maar dat gebeurt in vergelyking met het alternatief van een 'boycotbeleid'. De universiteitsraad had namelyk vorig jaar augustus aan de CIS verzocht zich ook eens over de mogeiykheid van boycots uit te spreken. Met name onder de studenten wordt een 'boycotbeleid' voorgestaan. I n een 'boycotbeleid' wordt als eerste kriterium gesteld of er gezien de politieke situatie in het land van een zich aanbiedende samenwerkir^spartner wel tot een relatie moet worden overgegaan. De CIS noemt dat een beleid dat de universitaire samenwerking in dienst stelt van het uitoefenen van politieke pressie op alle onaanvaardbare geachte regimes. En daar is zo'n samenwerking niet direkt voor bedoeld. Dat zou misbruik zyn, aldus de nota. Bovendien vraagt de CIS zich af in hoeverre een internationaal samenwerkingsbeleid volgens de 'boycotgedachte' praktisch liaalbaar is. 'Worden immers eisen gesteld van een demokratische re-
Zuidafrikaanse studentlid stapt uit de CIS Ds. J. C. Adonis, de nietblanke Zuidafrikaan die sinds januari lid is van de commissie internationale samenwerking, heeft te kennen gegeven 'om persoonlijke redenen' uit de commissie te willen stappen. Ds. Adonis maakt aan de VTJ zijn theologische doktoraalstudie af en was als studentlid aan de CIS toegevoegd. Voor hem in de plaats is de student H. v. d. Zant (subfakulteit natuuren sterrekunde) dinsdag door de imiversiteitsraad benoemd. De heer Van de Zant is lid van de projektkommissie die op zijn subfakulteit bestaat voor het 'basic science'-projekt, een onderdeel van het samenwerkingsverband met de Indonesische Gadjah Mada-universiteit. Van de Zant nam aktief deel aan het doktorale by vak ontwikkeliogsproblematiek en maakte m dat kader deel uit van de groep studenten die vorig jaar de Satya Wacanauniversiteit in Indonesië bezocht. Van de Zant heeft laten weten dat 14i na enige tyd zal willen bekijken of hij er goed aan heeft gedaan studentUd van de CIS te worden. De CIS had daar geen bezwaar tegen. (J. V. d. V.)
door Jan van der
Veen
geringsvorm, algehele afwezigheid van schending van mensenrechten, en het streven naar vermindering van grote welvaartsverschillen, dan zal waarschijnlijk geen land in de tweede of derde wereld nog in aanmerking komen voor enig samenwerkingsprojekt. De noodzaak van non-kommunikatie verslindt dan de mogelijkheid van kommunikatie.' De CIS vindt een 'boycotbeleid' naar zijn aard bedreigend voor het geheel van de internationale universitaire samenwerking, waarin, zo zegt zij, meer dan in andere relaties (bv. ekonomische, sportieve of kulturele) telt dat men met elkaar praat en naar elkaar luistert. De universitaire samenwerking onderscheidt zich verder van andere relaties door de specifieke gerichtheid op dienstverlening. Volgens de CIS past een 'boycotbeleid' meer in de grandeur van een eenmalig gebaar van afschuw dan in de moeizame pogingen om van onderop duurzame veranderingen teweeg te brengen. In een serie losse opmerkingen aan het eind van de nota stelt de CIS de vraag in hoeverre een stelselmatig 'boycotbeleid' niet een vlucht inhoudt. Immers, zo zegt zii, voor een goed internationaal beleid mag nooit als prioriteit gelden dat men zich beperkt tot probleemloze kontakten.
Huidige beleid a-politiek
niet
Het huidige samenwerkii^sbeleid wordt overigens niet als a-politiek beschouwd. Het hoort het volgens de CIS ook niet te zijn. 'Er is een direkt raakvlak in onze hedendaagse wereld tussen imiversitair bezig ztjn en invloed uitoefenen — bewust of onbewust — op bestaande maatscliappelijke of politieke omstandigheden. Zeker van een universiteit die haar opdracht ziet in relaties tot de dienstverlening aan God en ZiJn wereld, mag worden verwacht dat ze zich van deze invloed niet alleen bewust is, maar ook poogt deze invloeden daadwerkelijk ten gunste van de samenleving te doen zijn.' Samenwerkingsrelaties kimnen daarom ook best elementen van wederzijdse konfrontatie inhouden, zo blijkt uit de nota. Maar volgens de CIS mag niet over het hoofd worden gezien dat het hier om invloeden gaat die uit het imiversitair bezig zijn als zodanig voortvloeien. Anders wordt een samenwerkingsrelatie oneigenlijk gebruikt.
Misbruik 'zeker denkbeeldig'
niet
Het gevaar van misbruik wordt 'zeker niet denkbeeldig' geacht. Voor de VU kan bijvoorbeeld de vraag rijzen of de relatie van het instituut voor aardwetenschappen met haar counterfakulteit aan de Indonesische Gadjah Mada-universiteit door instanties buiten (maar ook binnen) de VU niet anders wordt bekeken dan vanuit het overeengekomen projektdoel. ï ) e partner zou zich kunnen afvragen of het regime in zo'n land
de relatie niet probeert te benutten om internationale erkenning te krijgen, propaganda te maken of de onderdrukking van mensen(rechten) te bemantelen. Maar ook of het wel aanvaardbaar is om zich onder druk te laten zetten om dingen te doen die niet in de nationale kontext passen, alleen om maar de gewenste relatie met de VU te krijgen. De politiek speelt dus volgens de CIS wel mee, maar slechts indirekt. Namelijk voorzover het wetenschappelijke samenwerkingsdoel erdoor in het gedrang komt of aan de samenwerkingsvoorwaarden niet meer wordt voldaan. Een van de met name genoemde voorwaarden is dat de partnerinstelling in haar land de mogelijkheid moet bezitten het regeringsbeleid kritisch te analyseren, waarbij de gebondenheid aan de wetgeving wordt erkend. Andere voorwaarden die de CIS noemt ztJn dat de relatie van voldoende
Alleen
wetenschappelijk niveau is of daar reëel uitzicht op biedt; dat de samenleving er daadwerkelijk mee gediend wordt of zal worden; en dat er een minimale mate van akademische vrijheid in de beoefening van onderwijs en onderzoek bestaat. De CIS wijst in dit verband op het verbreken van het uitwisselingsverdrag van de VU met de Zuidafrikaanse universiteit van Potchefstroom in 1974. Zoals bekend staat deze blanke wetenschapsinstelling achter het apartheidsbeleid van het Vorsterregiem, welk beleid de VU afkeurt. Hoewel het opzeggen van het verdrag ook vanuit de 'boycotgedachte' kan worden gemotiveerd, is destijds nee gezegd op basis van het geldende 'relatiebeleid': er viel niet meer te praten over de verschillen in opvatting. Bovendien ergerde de PU zich gaandeweg steeds meer aan de kritische houding van de VU en voor de manier waarop
College van bestuur antwoordt
minister
VU-beleid
In de CIS-nota wordt met nadruk in de inleiding gezegd dat alleen over het ATÜ-beleid van het imiversitaire topbestuur (universiteitsraad en college van bestuur) wordt gesproken. 'Vakgroepen en (sub)fakulteiten moeten binnen de grenzen van hun autonomie zelf hun beleid bepalen.' Ook komen de persoonlijke internationale kontakten van wetenschappers in hun kwaliteit van VU-academicus niet aan de orde. Dat is een privézaak, aldus de CIS. Er zou hooguit een marginale toetsing van deze kontakten kunnen plaatsvinden en 'dan nc^ uitsluitend met betrekking tot hun funktioneren in het imiversitaire verband'. De nota zal begin april in de universiteitsraad in een eerste ronde worden behandeld. Ook leden van de universitaire gemeenschap kunnen op de nota reageren. Op basis van de reakties zal de CIS een aantal konklusies op papier zetten en die voor een tweede ronde aan de raad voorleggen. De raad moet zich dan uitspreken over de toekomstige beleidslijn.
Pais:
'Voorzichtig en terughoudend gebruik' van proefdieren aan de VU Aan de VU wordt een 'voorzichtig en terughoudend gebruik' van proefdieren gemaakt. Het college van bestuur heeft dit aan minister Pais geantwoord op diens vragen naar aanleiding van verontrustende persberichten over de vivisectie aan universiteiten en hogescholen. Onder andere werd in de pers twijfel uitgesproken over de noodzaak om op zo'n grote schaal als schijnt te gebeuren proeven met dieren uit te voeren. Twee medische studentes van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam vroegen om meer eerbied voor het proefdier en ook voor studenten die om persoonlijke redenen niet in proefdieren willen snijden. Daarmee kwam de zaak in de publiciteit. De minister — zelf vegetariër — stelde vragen over omvang, kontrole en de mogelijke beperking van het gebruik van proefdieren. Het college van bestuur heeft op grond van de binnen de VU vergaarde gegevens niet de indruk dat er op het terrein van de proefdieren enig probleem bestaat. Overigens vindt het CvB dat voor een zuivere beoordeling van ernst en omvang van eventuele problemen bij dierproeven meer en andere gegevens nodig ziJn dan de door de minister gevraagde, hoewel die statistisch gezien misschien interessant materiaal verschaffen. Het college schrijft wat verbaasd te zijn dat de minister met ziJn vragen aan de instellingen kwam, omdat het eerder een versnelde, meer volledige inwerkingtreding van de nieuwe wet op de dierproeven (1977) zou hebben verwacht. Gedurende het afgelopen jaar vonden de meeste dierproeven plaats bij elf vakgroepen van de medische fakulteit. Daarvoor werden gebruikt: vele duizenden ratten en muizen; vele honderden konijnen, honden, hamsters, katten en cavia's; precies honderd eenden; en verder tientallen apen, kikvorsen en schapen; een paar kippen en varkens en tenslotte één kalf. De verantwoordelijkheid voor de proeven berust btj de vakgroepbesturen of iemand die door het vakgroepbestuur daarvoor is aangewezen. De registratie gebeurt via verslagen en kaartsystemen
College over euthanasie
Op donderdag 6 aprU zal van 1416 uur een interdisciplmair college over euthanasie worden gegeven in de AZVU-collegezaal 3 op de vijfde verdieping. Sprekers zullen ziJn: prof. C. v. d. Meer, prof. L. J. Monges, mevr. dr. mr. A .van Till en ds. Ph. Stoffels.
(welk dier, welke ingreep). Kontrole door het vakgroepbestuur of er wordt verantwoording afgelegd aan een laboratoriumkommissie. Het CvB vermeldt verder nc^ dat binnen de vakgroep fysiologie van de interfakulteit lichamelijke opvoeding proeven zijn gedaan op een tiental katten en een hon-
derdtal ratten. Dit alles onder toezicht van een veterinair inspecteur. Ook daar wordt alles geregistreerd. En binnen de vakgroep algemene en experimentele dierkunde van de subfakulteit biologie zijn slakken gebruikt.
Andere
instellingen
De colleges van bestuur van andere instellingen waar dierproeven worden gedaan reageerden op een zelfde manier als het CvB van de VU. Zo spreekt het CvB van de katholieke universiteit te Nijmegen ook van een zorgvuldig gebruik van proefdieren. 'Waar mogeiyk wordt het gebruik van proefdieren voor verschillende
projekten gekombineerd,' aldus dit college. Ook worden organen en bloed van slachtdieren gebruikt. Omdat proefdieren ook geld kosten betekent dit tenslotte ook een rem op onnodig gebruik van proefdieren. Er wordt in Nijmegen volgens het CvB een 'nauwkeurige administratie van kosten' bijgehouden. Ook het CvB van de Erasmusuniversiteit schreef de minister dat er niet onnodig met dieren wordt geëxperimenteerd. Hij zei erbij dat een proefdierdeskundige zal worden aangetrokken om te zien of verdere beperking van het gebruik van proefdieren mogelijk is. Gedacht wordt aan de dierenarts W. van Dijk, nu hoofd van het centraal proefdierenverbltjf van de R'damse universiteit. I n het universiteitsblad Quod No-
vum zei hij eerder voorstander te zijn van elke methode die het gebruik van proefdieren kan verminderen. Hij meende toen ook dat de nieuwe wet op de dierproeven en de nieuwe wet op de uitheemse diersoorten daar een bydrage toe zouden leveren. De antivivisectiebond in ons land heeft tijdens een diskussiebijeenkomst in het kader van het studium generale aan de R'damse universiteit meegedeeld dat hij de strijd tegen de vivisectie op universiteiten zal verscherpen en studenten die tegen proefdiergebruik zijn financieel zal gaan steunen. De bond vindt de dierproeven voor 99% overbodig. (J. V. d.*V.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's