Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 265

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 265

10 minuten leestijd

ADVALVAS —17FEBRUARI1978

5

Hoe breed de marges voor de vakgroep sociale geografie in Indonesië zijn Hoe breed zijn de marges voor de vakgroep sociale geografie in Indo­ nesië? Dat is de vraag waar Gerrit Jongkind zich in het derde en laatste artikel van een serie van drie bezighoudt. De eerste twee arti­ kelen verschenen in Ad Valvas van 27 januari en 3 februari. Het eerste artikel ging over de Indonesische universiteiten in het algemeen en de Gadja IVIada Universiteit in Yokjakarta in het bijzonder. Het tweede over de vraag tot welke resultaten vroegere universitaire ontwikke­ lingssamenwerking via Projekten in Indonesië heeft geleid. Gerrit Jongkind studeert sociale geografie aan de VU sinds 1972, koos na z'n kandidaats voor de richting sociale geografie van ontwikkelings­ landen maar switchte later over naar onderwijsgeografie. Hij is tevens medewerker van de Derde Wereldwinkel VU. Je kunt beginnen met je af te vragen in hoeverre Nederlandse universiteiten er in slagen aan te sluiten bij behoeften en noden die leven aan de 'basis' in Nederland. Ik zou hier niet zomaar een posi­ tief antwoord op durven geven. In Indonesië ligt dit gezien de on­ gunstige sociaal­politieke struk­ tuur nog moeilijker. In konkreto; hoe kan dr. G. A. de Bruyne (voorzitter van de vakgroep s.g.o.) aansluiten bü de armsten als hij kolleges gaat geven aan een imi­ versiteit in Indonesië. In Indone­ sië is 80% van de bevolking anal­ fabeet en driekwart leeft als boer op het platteland.

De vakgroep sociale geografie van ontwikkelingslanden zal er nog een zware dobber aan krijgen haar uitgangspunt, aansluiten bij de armste bevolkingsgroepen, te behouden (1). Maar hierbij geniet zy de 'benefit of doubt'. Indien zij echter besluit om met het 'centre of excellence' Gadjah Mada te gaan samenwerken, dan is zeker dat alleen al aan overhead-kosten voor het projekt voor tienduizenden guldens aan valuta Indonesië binnen zullen komen. Indonesië ruilt haar roepia's graag in tegen valuta omdat het daarmee buitenlandse goederen kan kopen die het zelf niet in staat is te produceren (b.v. telecommunicatie apparatuur, geavanceerde wapens). De Nederlandse gulden is momenteel één der hardste valuta ter wereld en de Indonesische regering zit hierom te springen (o.a. in verband met een kostbare oorlog die zij voert met 40.000 man troepen op Oost-Timor met buitenlandse wapens) (2). Bovendien vloeite een deel van de universitaire hulp rechtstreeks de schatkist van Indonesië toe, middels indirekte belastingen (aanschaf voertuigen, benzineaccijns, luxe belasting op goederen, belastingen die betaald moeten worden over het salaris dat de Nederlandse universiteiten aan de Indonesische universitaire stafonderzoekers moet betalen, etc).

Utrechtse

projekt

De Rijksuniversiteit Utrecht trok voor haar projekt sociale geografie van ontwikkelingslanden op de begroting van 1976 uit: ƒ25.000,— voor 'aanschaf voertuig', ƒ3000,— 'administratiekosten', ƒ 15.000,— 'instrumentarium voor kartograaf' (3). Op de begroting voor '77, '78 en '79 prijkt driemaal een bedrag van ƒ80.000,— voor de projektleider, en voor de Indonesische stafonderzoekers is resp. ƒ4320,—, ƒ 7200,— en ƒ 4320,— uitgetrokken. De totale kosten van het projekt voor de vakgroep s.g.o. van het

door Gerrit

Jongkind

Geografisch Instituut van de Utrechtse universiteit komen neer op ƒ596.000,— (4). Hierbij ingesloten zit een reis- en verblijfstoelage voor mensen die een lezing komen geven in Indonesië ('visiting lectures') waarvoor begroot is driemaal ƒ20.000,—. Van deze post zal dr. G. A. de Bruyne, als hij in juli a.s. voor de universiteit van Utrecht zes weken naar Indonesië gaat om er kollege te geven, ook betaald worden.

Zo zie je dat naast de persoon De Bruyne er ook deviezen het land in komen. Deviezen die theoretisch aangewend kunnen worden voor de aankoop van buitenlandse wapens waarmee het leger, om maar een voorbeeld te noemen, studentenakties de kop in kan drukken. Zo onzeker als het is of de heer De Bruyne met kolleges sociale geografie aan kan sluiten bij de armsten, zo zeker is het dat het geld dat het land op deze manier invloeit, het regiem steunt.

Goodwill

kweken

Ook versterkt de Nederlandse universitaire hulp de goodwill van Nederland en de Nederlandse handelsbelangen in Indonesië (5). Nederlandse handelsbelangen schragen het Soeharto-regiem zowel op militair als op ekonomisch gebied (bij Wilton-Feyenoord staan drie oorlogsschepen op stapel ter waarde van een half miljard gulden (6). Kontakten die Nederlandse universiteiten leggen met Indonesië bevestigen bovendien de legtimdteit van het gezag in Indonesië. Hadden de generaals zich na de bloedige machtsovername in een soort isolement gemanoeuvreerd; dit nu wordt doorbroken door de impliciete erkenning van dat gezag die het aanknopen van een samenwerkingsverband met een Indonesische staatsuniversiteit met zich meebrengt. Een ander effekt van Nederlandse universitaire kontakten met Indonesische universiteiten ligt in het ideologische vlak. De meeste sociaal-kulturele studies over Indonesië worden in Nederland gebruikt om Indonesië weer de glans van weleer te geven, om het land weer populair te maken, waarmee een ideologisch klimaat geschapen wordt waarin problemen als armoede, politieke gevangenen en onderdrukking worden verborgen achter regionale beschrijvingen over Bali, Java, Borubudur tempels en 'oude historische banden'. Dat deze positieve btjschaving van

het beeld van Indonesië in Nederland in de toekomst zal leiden tot ruimere toewijzing van financiële middelen — al of niet via universiteiten — is niet illusoir. Tevens kun je je afvragen dat, als je op grond van de vorige universitaire Projekten in Indonesië mag oordelen dat deze Projekten voor de armsten minder geslaagd waren, welke illusie de vakgroep s.g.o. dan heeft dat het haar beter af zal gaan, met welke nieuwe gegevenheden werkt zy? Maar ook als de vakgroep met nieuwe gegevenheden werkt en ze een formule heeft gevonden waarmee het haar toch lukt aan te sluiten by de armste bevolkingsgroepen, dan nog is er de garantie niet dat je niet het tegengestelde bereikt van wat je wilt bereiken. Ik doel hierop; elke universiteit heeft wel één of andere vorm van sociaal projekt dat bedoeld is om ten goede te komen aan de armsten. Doordat nu de Indonesische universiteiten geld krijgen van ons, hoeft de Indonesische regering geen geld meer te geven aan de universiteiten voor die sociale Projekten. Dat geld kan de overheid dan ergens anders voor besteden. Nederlandse universitaire hulp speelt zo een rol in het beleid van de Indonesische regering. Hiermee komt tevens het argument van dr. G. A. de Bruyne 'dat die hulp toch doorgang moet vinden om de arme bevolkingsgroepen tenminste aan hun elementaire voorzieningen te helen' (7) op losse schroeven te staan. De Indonesische regering delegeert Projekten die Nederlandse universiteiten ook wel voor hun rekening willen nemen en houdt hierdoor haar handen vry voor andere zaken. En als je aanvoert dat je mensen die zuchten onder een diktatuur niet zomaar kunt laten stikken, of nog sterker, dat je juist mensen die zuchten onder een diktatuur moet steunen, waarom worden er dan geen initiatieven ontplooid om met een Chileense of Zuidafrikaanse universiteit te gaan samenwerken? (8). Hier wordt door de betrokkenen dan toch blijkbaar een grens getrokken.

ste groepen dan in Indonesië, waar ae politieke marges zoveel smaller zijn. Indien de vakgroep s.g.o. er mee akkoord gaat dat naarmate een sociaal politieke struktuur rotter is, de samenwerking hiermee moeilijker wordt, waarom kiest zij dan voor Indonesië? Indonesië, waar de generaals zich de luxe kunnen veroorloven 12 jaar na de bloedige coup in 1965 nog tienduizenden politieke gevangenen zonder berechting vast te houden. Waar Van Olden en Braber (buro buitenland VU) melden dat er veiligheidsburo's op de universiteiten zijn die moeten waken tegen communistische agitatie (12). Waar prof. Peursen van het filosofieprojekt in dec. '77 nog melding maakt van de 'strakke staatskontrole op oppositiepartijen en op universiteiten' (13). En waar dr. A. Kater van het NUFFIC na een bezoek aan Indonesië zei dat 'het duidelijk is dat de Projekten die in NUFFIC kader worden ondernomen, de situatie waarin de Indonesische universiteiten werken niet kunnen veranderen, maar in deze situatie een rol moeten spelen' (14). Kan de Indonesische regering een — universitair — samenwerkingsprojekt inpassen in haar beleid, dan zal zij het aksepteren. Wil je tijdens de periode in het veld nog de marges benutten of het projekt bijsturen, dan zal de Indonesische regering het projekt stoppen, op dat moment dat de nadelen van het projekt voor haar groter worden dan de voordelen. Zö breed zijn de marges voor de vakgroep s.g.o. in Indonesië. Noten: (1) Diskussie paper 'Werken in de marges in ontwikkelingslanden', 12 dec. 1977, p. 7. (2) Tijdschrift Indonesia, feiten en meningen, nr. 5, 3 dec. '77 p. 5. (3) 'Letters of Intent' van de vakgroep s.g.o. Rijksuniversiteit Utrecht. Bijlage 3.

(4) idem (3), p. 15. (5) Zone, tijdschrift voor rui. theorie en politiek, 2e kwartaal '77 p. 60. Ton Dietz. (6)bron; X-Y bulletin, dec. 77 p 13. (7) De Nieuwe Geografenkrant no. 7 nov. '77, Peter de Graaf, namens het Indonesië-comité van SG '74 p. 11. (8) Maar dat is dan niet in overeenstemming met de PUO-doelstellingen bron: idem (9) p. 13. (9) Universitaire samenwerking met Indonesië; stoppen of doorgaan? Een handreiking bij de diskussie, 1977 NUFFIC, p. 14. (10) idem (9), p. 13. (11) Notulen van de 34e subfakulteitsraadsvergadering op 7 nov. '77 der Subfakulteit Sociale Geagrafie Planologie. (12) Overzicht, informatieblad, uitgaand van de universiteits bureaus-buitenland en de NUFFIC, juni '76 p. 20. (13) idem (12), dec. '77. p. 17. (14) idem (12), juni '74. p. 33.

Intermediair-jaarboek 1978 is uit Onlangs is het nieuwe Intermediair jaarboek van de persen gerold. Het boek bevat informatie over bedrijf en loopbaan voor (a.s.) afgestudeerden van universiteit, hogeschool en hoger beroepsonderwijs. (supplement: cursusinformatie). Leden van de universitaire gemeenschap, die er belangstelling voor hebben kunnen het jaarboek gratis verkrijgbaar bij het Informatiecentrum lD-03.

Erratum In de Vü-maandagenda van februari van de voorlichtingsdienst is ten onrechte vermeld dat mevr. H. E. H. Weevers-Meijer (subfaculteit psychologie) op 8 februari a.s. te 15.30 uur afscheid van de VU zou nemen. Het betrof hier echter een jubileumfestiviteit waarover in het nummer van Ad Valvas dd. 3 februari melding is gemaakt in de rubriek 'Faculteiten'.

Ander voorbeeld van inpassing Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat hulp van Nederlandse universiteiten kan worden ingepast in het beleid van de Indonesische regering komt uit een rapport van de NUFFIC: 'Langzaam maar zeker ziJn de progressieve krachten weggezuiverd en kan men zich afvragen m hoeveel gevallen die vervangen zijn door bijvoorbeeld Nederlandse deskundigen!' (9). Amnesty International drukt het nog sterker uit; 'westerse wetenschappers worden op plaatsen ingezet waar progressieve Indonesiers zaten, maar die zitten nu opgesloten in concentratiekampen' (10). Ook als De Bruyne beweert dat geografen aan de Gadjah Mada universiteit niet weggezuiverd zijn tussen '66 en '76 (11), dan nc^ blijft de kans bestaan dat zijn kolleges aan de Gadjah Mada bijdragen tot handhaving van de status quo. Stel dat het aantal vakatures aan een universiteit toeneemt. Dan zal doordat De Bruyne — zij het tijdelijk — voorziet in zo'n vakature, de noodzaak gedetineerde kritisch geografen van andere universiteiten vrij te laten, minder aanwezig ziJn. Het argument van De Bruyne 'dat die hulp toch doorgang moet vinden om de arme bevolkingsgroepen tenminste aan hun elementaire voorzieningen te helpen' is om nog een andere reden minder valide. Hulp in de vorm van geld en kennis zijn n.1. alternatief aanV endbare middelen en kunnen zowel de bevolking van Indonesië als van, zeg Botswana, dienen. Waarschijnlijk levert eenzelfde bedrag uitgegeven m Botswana een hoger rendement op voor de arm-

Roestwij stalen plastieken in VU'park aangebracht Hebt u ze al gezien? Het nog in wording zijnde VU-park telt sinds vorige week donderdag een paar kunstwerken. Twee solide roestvrij stalen plastieken van de Limburgse beeldhouwer Arthur Spronken. Schuin voor het W N-gebouw staat de tweedelige 'Amfi' (9 m hoog, 6 m lang en breed, gewicht: 1400 kg). Midden in de vijver bevindt zich het kunstwerk 'Vogelvlucht'. Ontstaan vanuit de idee van een vogel die in de vlucht het water ontsnapt (3 m hoog, 7 m lo,ig, 4 m breed en 1100 kilo zwaar). Beide kreaties zijn te danken aan de zgn. 1%-regeling. Dat betekent dat één honderdste deel van de kale bouwkosten voor kunst gebruikt mag worden. Mits CRM toestemming verleent. Ook is er nog inspraak, pardon naspraak, vanuit de VU-bevolking aan te pas gekomen. Halverwege vorig jaar is een oproep gedaan kommentaar te leveren op de ingediende ontwerpen. Vijf mensen reageerden. Op een speciale bijeenkomst zijn toen hun op- en aanmerkingen besproken en is het hoe en waarom van de kunstwerken uitgelegd. Kort daarvoor echter had CRM de vereiste toestemming verleend en het CvB het licht al op groen gezet voor de uitvoering. De kosten bedroegen enige tonnen. Op de foto's: 'Vogelvlucht' midden in de vijver (Red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's