Ad Valvas 1977-1978 - pagina 334
18
Een gesprek
AD VALVAS — 7 APRIL 1978
met dr. H.J. van Alphen
(DAK) en prof. dr. L. Vlijm ( w.p.)
Fraktïevorming in UR voor de een winst, voor de ander 'n verlies "Het voordeel van frakties in de universiteitstaad is dat de kiezer bq verkiezingen door hun etiket min of meer weet of een kandidaat in zijn Ign denkt of niet. Anders moet het wel een erg bekende kandidaat zijn, iemand van wie je weet hoe die is.' Dat is de opvatting van het zittende pw-raadslid dr. H. J. van Alphen, die deel oitmaakt van het Demokratisch Akkoord, samenvoeging van de tot oktober vorig jaar zelfstandig opererende frakties TAS-UB en KSVU. Een opvatting die niet wordt gedeeld door prof. dr. L. Vlijm, die behoort ot de geleding van het wetenschappelijk personeel in de raad. Hij zegt: IVIet fraktievorniing ga je het pluriforme denken missen.' En ook: 'Een soort politieke partij achter je als raadslid, dat werkt niet binnen de universiteit.' Een gesprek met twee verschillend denkende wetenschappers met ervaring als raadslid, die het soms ook wel weer met elkaar eens blijken te zijn. Vlijm is tegen fraktievorming. Hy vindt het gewrongen om in de universiteitsraad te gaan werken met groepten waarvan je kunt zeggen: die denkt er zus en die denkt er zo over. Een organisatorische eenheid vormen, dat is een goede zaak, maar verder dan een verdeling in geledingen (wp, tas, studenten en Vereniging) moet je niet gaan. Als je de raad zou gaan opdelen in verschillende blokken met een bepaalde opvatting, zou je op den duur meer individuelere meningen in de vergaderingen gaan missen. De pluriformiteit zou op het spel komen te staan. Van Alphen stelt daar een paar voordelen van fraktievorming tegenover: de kiezer weet waar-ie aan toe is; er kan efficiënter worden gewerkt omdat je globaal hetzelfde over de dingen denkt; en ook kan de kontinuiteit in het raadswerk erdoor worden bevorderd en blijven er geen zaken half afgewerkt door een vertrekkend raadslid in de la liggen. 'Een geleding is meer een toevallige organisatorische eenheid dan dat het iets funktioneels is. Er zyn immers zelden problemen in de raad aan de orde die echt een geleding als zodanig aangaan, waarbij de geleding moet optreden omdat het anders misgaat.' Vlijm is het daar 'niet helemaal mee eens*. Zegt: 'Als ik denk aan kwesties van onderzoek, dan behoort de geleding van het wetenschappelijk personeel daar meer dan andere bij betrokken te zyn. En over de kontinuiteit in het raadswerk (een wp-er of tas-ser wordt voor twee jaar gekozen): 'Je gaat als nieuw raadslid eens naar een oud-raadslid toe en vraagt hoe het erb« staat. Er is wel degeiyk gelegenheid gebruik te maken van de beschikbare know-how. Dus hoewel je geen fraktie vormt, heb je toch wel verbmdingslijnen.' Hoe het ook zij, het bestaan van frakties in de universiteitsraad heeft het in elk geval niet minder moeilijk gemaakt om kandidaatbestuurders te vinden. Van Alphen: 'Het is afschuwelijk moeilijk mensen te vinden.' Vlijm: 'Je moet soms wel erg veel moeite doen, omdat iedereen probeert de boot af te houden.' Of het misschien de komende tijd nog moeilijker zal worden door de bezuinigingen? Van Alphen: 'Ach, tenslotte moet je altijd wel veertien raadsleden op de 1500 wetenschappers kunnen vinden.' (Het wetenschappelijk personeel heeft veertien zetels in de raad.)
UR en CvB De verhouding universiteitsraadcollege van bestuur. Van Alphen meent dat het belangrijkste punt in die verhouding is dat er openheid bij het college van bestuur bestaat: 'Omdat de zaken dan publiek zijn en iedereen in de universiteit er zich mee kan bemoeien.' Noemt als voorbeeld de nota informatiebeleid van het CvB: 'Daar is veel op gereageerd vanuit de fakulteiten.' Hoe de praktijk eruit ziet zal naar zijn oordeel ook veel afhangen van de personen in het college van bestuur. Vlijm vindt dat als eis moet gelden dat het coUege van bestuur altijd luistert, ook als sommige leden van zijn groep in de raad eens een individueel standpunt verkondigen. Zijn ervaring is wat dat betreft goed. Volgens hem zal de sa-
menwerkingsrelatie met het CvB zich in 'een gezamenlijk spel' moeten ontwikkelen. De bestuurskracht van de universiteitsraad hangt van een aantal faktoren af. Vlijm: 'Van de wijze waarop raadsleden hun taak opvatten, maar ook van de voorlichting die zij vooraf krijgen. Er zijn er die denken dat ze het raadswerk wel even onder de arm meenemen kunnen.' Van Alphen: 'Het komt voor helaas dat mensen zich erbij gelapt voelen en het raadslidmaatschap als een verplichting zien, maar met een zekere inzet is wel het een en ajider te bereiken.' De raadsleden moeten, als ze dat voor hun werk nodig hebben, ook kunnen aankloppen bij de adviseurs van het coUege van bestuur (de diensten en bureaus), aldus Vltim. 'Zy staan, zo is mü gebleken, beslist open voor raadsleden die eens in de keuken willen kijken.'
ven. Daar ligt wat dat betreft eigenlijk de funktie van de UB.' Van Alphen meent dat een extra bestuurslaag 'het logisch gevolg is van de noodzaak om de sekties van de Academische Baad te koordineren, maar daar was men laatst zeer huiverig voor. Ik weet met of het tegengas uit de sekties moet komen. Die hebben immers een eigen taak.' Vlijm vindt dat, gegeven dat de CvB's ook een overlegorgaan hebben, de sekties (disciplines) zich ook goed moeten organiseren. 'Omdat je anders geen instanties meer hebt waarmee je langs demokratische weg dat tegengas kunt geven. Ik zie op het ogenblik geen andere mogelijkheden.'
VU als chr.
universiteit
De ontwikkeling van de VU als bijzondere (christelijke) universiteit. Van Alphen schetst om te beginnen een historische lijn. 'Na
de tweede wereldoorlog, met name smds de jaren '60 kwam de doelstelling van de VU eigenlijk voor het eerst in diskussie. De VU groeide erg en werd een regionale universiteit: de studentenpopulatie werd langzamerhand het Nederlands gemiddelde plus een extra aantal 'gereformeerde' studenten. De ontwikkehng in de studentenpopulatie heeft zijn gevolgen gehad voor de staf die voor een belangrijk deel gerekruteerd wordt uit de afgestudeerden. Deze hele ontwikkeling moet haast wel gevolgen hebben voor het bijzondere karakter van de VU en ik ben een beetje bang dat dat te weinig erkend wordt.' 'Als er zijn die weer terug willen naar een ouderwetse 'gereformeerde' universiteit met strikte toelatingseisen voor staf en studenten — wat overigens iemands goed recht is — dan moeten ze beseffen dat ze de VU in feite willen af-
breken, omdat ze dan terug moe ten naar een universiteit var maar een man of 2000.' 'Maar gelukkig zijn we nu van de turbulente botsingen over de doelstelling af. Buitenstaanders begrijpen daar overigens niets van De VU komt op een veel positievere manier over als je wat doet met de doelstelling, bijvoorbeeld door er bepaalde Projekten vooi op te zetten die extra steun krijgen, zoals een diskussie over schepping of evolutie. Dat is beter dan steeds te vragen: ben je wel christelijk?' '
^Aanspreekbaarheid ontbreekt' Vlijm is het in belangrijke mate met Van Alphen eens, naar hij zegt, maar vindt toch dat er iets ontbreekt: de aanspreekbaarheid, 'Degenen die de doelstelling onderschrijven of een bereidverklanng ondertekenen moeten kunnen zeggen waarom ze aan de VU als bijzondere universiteit willen werken. Iedereen mag dat op zijn manier doen natuurlijk. Ik zou het jammer vinden als je de zaak uitsluitend gaat verleggen naar kleine groepjes. Dat zou armoe zijn. Hij noemt als voorbeeld dat je de eerstejaars studenten door verschillende mensen iets over de doelstelling en het bijzondere karakter van de VU kan laten vertellen. (J. V. d. V.)
Van Alphen mompelt glimlachend iets in de trant van: da's niet zo verwonderlijk, nadat het CvB een jaar geleden een poging het verstrekken van informaties te kanaliseren onder druk van de universiteitsraad moest opgeven. Overigens vindt Van Alphen: 'Het punt waar het om gaat is dat je wel de informaties kunt krijgen, maar dat het allemaal tijd kost je in de dingen te verdiepen. En dan moet je rapporten e.d. ook nog kunnen lezen.'
Vruchten Sprekend over de vraag welke 2aken als positief kunnen worden beschouwd in dit raadsjaar zegt Van Alphen: 'De verhoging van de vergoeding voor studentleden van de raad van ƒ 1500 naar ƒ 3000 en Grand Rapids. Verder is het moeilijk te zeggen hoe je de dingen moet gaan wegen naar belangrijkheid. Er gebeurt heel veel 'kleine-dingen-werk'. Voor Vlijm is de honorering voor de studentraadsleden ook een belangrijk punt geweest en verder: 'Met name ook de ontwikkeling van onderwijs en onderzoek in het kader van planningprocedures waarbij landelijke afspraken worden gemaakt.' Maar juist ten aanzien van dat laatste punt vindt Van Alphen dat de raad daar weinig greep op heeft of kan hebben. 'Het is ook een complexe zaak die ontzettend moeilijk te behappen is.' Vlym blijkt dat ook wel in te zien. Toch gelooft hij dat er in principe in de raad voldoende kennis aanwezig is en er ook mensen zijn die zich met de ontwikkelingsplannen bezig willen houden. Volgens Vlijm moet het landelijke werk echter vooral mede gedaan worden door de verschillende sekties van de Academische Baad. 'Daar heb je de mogelijkheid om mensen diciplinegewijs bij elkaar te brengen. Maar je zou wel een orgaan moeten hebben binnen de Academische Raad dat een soort koördinerende funktie heeft, omdat het gevaar er anders inzit dat de overheid een verdeel- en heersspelletje gaat spelen.' Hij vervolgt: 'En als UB moet je proberen zo goed mogelijk dit soort dingen te begrijpen. En als het CvB misschien geneigd is om teveel diktaten vanuit Den Haag meteen te accepteren, dan zal de UR moeten bekijken: hoever kunnen we dat diktaat terugschroe-
Dr. H. J. van Alphen (links) en prof. dr. L. Vlijm (rechts)
VU deed van zich spreken op eerstejaärssporttoernooi
Het jaarlijkse eerstejaärssporttoernooi in Twente is weer voorbij. Donderdag en vrijdag 16 en 17 maart stond de campus van de TH Twente volledig op zijn kop. Liefst 13 universiteiten en hogescl^jolen streden om de finaleplaatsen in de diverse sporten op het schitterende komplex in Drienerlo. De vu-equipe bestond uit 2 volleybal-, 2 basketball-, 2 badminton-, 1 voetbal- en 1 schaakteam. Het eerste kulturele welkomstfeest op de woensdagavond redelijk doorgekomen, slaagden wel 5 VTJ-teams erin hun poule te winnen. De Bastille als tussenstation voor de vrijdag kostte bijna meer inspanning dan het toernooi zelf. Een bierestafette (met een stilstaand horloge mis je nog wel eens wat), de Howling Hurricanes en Denise, denise zorgden voor ekstra gezelligheid tot in de vroege "uurtjes. De damesvolleybal beantwoordde daarna volledig aan de verwachting: in de kolkende massa van het Amsterdamse en Wageningse publiek haalden zi) de eerste prijs weg. De basketballers bezweken
onder de grote druk, de korte nachtrust of de dorst: een tweede en derde plaats waren het resultaat. Op een 'Ajax-Juventus' manier misten de voetballers de finale in de herkansing. De wedstrijd om de derde plaats eindigde met pinda's en veel sensatie op het veld, en leverde een 4e plaats op. De badmintonners van de VU eindigden op de 2e en 6e plaats, terwijl de volleybalheren 7e werden. Ergens op een stil plaatsje op de campus werden de schakers kampioen. In totaal resulteerde dat in een 4e plaats voor de VU in het algemene klassement. De beker voor de 'damessporten in het algemeen' kon tijdens de prijsuitreiking onder luid gejuich weer in ontvangst worden genomen. Na een weekje uit Amsterdam te ziJn
weggeweest staat hij nu weer opgepoetst in de ASVU prijzenkast. Een hoop gezelligheid, de bomvolle bus, gemiddeld 2 uur slapen per dag, de enkels van Annet, de broekjesstunt van de basketballers, het 'we are the champions' publiek bij het volleybal maakten het toernooi tot een niet te vergeten gebeurtenis, en dat zullen de 58 ESTD-gangers, een beetje slaperig, alleen maar kunnen beamen. Twente weet weer wat Amsterdammers zijn en kunnen. S De basketbalkompetitie is bijna afgelopen en ook dit jaar heeft ASVU weer grote kans op de eerste plaats. Vorig jaar stond al zeer snel vast dat ASVU kampioen zou worden, dit jaar is het echter veel spannender, want met nog maar twee wedstrijden te spelen is nog steeds niet bekend wie er eerste wordt ASVU en Pakstars staan al geruime tijd op een gedeelde eerste plaats. De beslissing valt in de wedstrijd van zaterdag 8 aprU als deze twee ploegen tegen elkaar spelen in Uilenstede. De ploeg die dan wint kan zich wel kampioen noemen. Dat belooft een mooie wedstrijd te worden en voor de mensen die in Uilenstede wonen een mooie gelegenheid om eens van topbasketbal te genieten. Op zaterdag 8 april: ASVU-Fakstars op sportcentrum Uilenstede om 20.00 uur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's