Ad Valvas 1977-1978 - pagina 145
AD VALVAS — 18 NOVEMBER 1977
Proefschrift:
9
'Vrouw heeft 't voor het zeggen bij gezinsuitgaven
Jonggehuwden struikelen over conventionele rolpatroon Vele jonggehuwden zitten financieel behooriyk in de nesten. In hun dagelijkse doen en laten slagen velen van de pas gehuwden er niet in om een sluitend financieel beleid te voeren. In menig geval zijn de problemen rond het gezinsbudget dusdanig, dat er van een crisissituatie moet worden gesproken. Overigens blijft de gezinscrisis die van geldkwesties het gevolg is, voor de buitenwereld vaak onzichtbaar; veelal is er sprake van een langzaam groeiende situatie, die door de echtelieden als onoplosbaar wordt ervaren. Over het ontstaan van crisissituaties is nog maar weinig bekend. De kinderschoenen waar het onderzoek nog in staat, zijn met het verschijnen van een studie onder 93 jonge echtparen in de gemeente Ede een maat groter geworden. Het verslag van het onderzoek vanuit de vakgroep huishoudkunde van de LH vormt de kern van het proefschrift 'Financiële problemen onder jonggehuwden', waarop de 27-jarige H. J. B. Stein deze maand promoveerde tot doctor in de landbouwwetenschappen. Hoezeer financiële problemen binnen de gezinnen verborgen blijven, moge met de conclusie van Stein dat een derde van de onderzochte jonge paren in een crisissituatie verkeert, duidelijk zijn. Voor het ontstaan van een financiële crisissituatie onder jonggehuwden zijn niet alleen de hoogte van het netto gezinsinkomen bepalend, maar vaak ook de financiële lasten als gevolg van een afbetalingsregeling, een persoonlijke lening, een gedwongen huwelijk of een 'ongeplande' geboorte binnen het eerste huwelijksjaar. Om financiële moeilijkheden het hoofd te kunnen bieden, blijkt het van groot belang te zijn, dat de beslissingen over het gezinsbudget door beide huwelijkspartners — in, onderling overleg en met een ongeveer even sterke ideeëninbreng — genomen worden. De laatste bevinding kan sterk bijdragen tot een verklaring van financiële crisissituaties, wanneer men een andere uitkomst van het onderzoek daarnaast legt, namelijk dat in de besluitvorming rond het gezinsbudget sprake is van een typisch vrouwelijke rol: de vrouw neemt in de meeste gevallen de beslissingen op het gebied van de dagelijkse huishoudelijke inkopen. (Dit is, in iets mindere mate, ook het geval als ze zelf een volledige baan buitenshuis heeft). Alom is onder jonggehuwden nog het traditionele beeld aanwezig, dat de vrouw zorgt dat er eten in huis is. Anders dan aanvankelijk werd verondersteld, valt er met geen mogelijkheid een typisch mannelijk rol waar te nemen: bij de aankoop van kleding en 'grote stukken' is de machtsverhouding tussen man en vrouw globaal gelijk; deze besluitvorming wordt
Door Jaap van de Woestijne overigens voor nog geen 35 pet. door man en vrouw in gezamenlijk overleg bepaald, wat percentueel büna overeenstemt met het aantal gevallen, dat de vrouw beslissingen neemt. De bevindingen over het beheer van het inkomen stemmen overeen met de uitkomsten van een onderzoek ('Problemen onder jonggehuwden') dat het Instituut voor psychologisch markt- en motievenonderzoek in Den Haag in 1970 publiceerde. Dit laatste, algemener onderzoek, gaf de aanzet tot de door Stein verrichte studie: in 1970 werd duidelijk, dat de financiën in vrijwel gelijke mate (grofweg 50 percent) problemen opleverde voor jonggehuwden als de sexuele aanpassing. Voor het ministerie van CRM volstond de studie van het Haagse instituut om opdracht te geven voor nader onderzoek. Daar rolde het promotieassistenschap uit voor Ronald Stein, die in 1974 met lof afstudeerde in de studierichting sociologie van de westerse gebieden met ali specialisatie de gezinssociologie. De opdracht hield feitelijk niet meer in dan dat een antwoord gekregen moest worden op de vraag: hoe besteedt men zijn inkomen. Een zuiver kwantitatieve, statistische methode zou hier mogelijk geweest zijn, en nodig ook
Mogelijkheden te over voor hogere vergoeding
Waarom student-UR-leden geen adjunktkommies A maken? Dus Versloot schrijft ons namens de PKV het volgende: 'De Universiteitsraad heeft, zoals in het vorige nummer van Ad Valvas te lezen viel, met de grootst mogelijke meerderheid, zoals dat heet, in een motie het College van Bestuur verzocht binnen één maand na te gaan op welke wijze de student-leden van de Universiteitsraad een totaalvergoeding van tenminste ƒ3000,— (met terugwerkende kracht) kunnen krijgen. Zonder zelfs maar de schijn van onwil van de kant van het CvB of wantrouwen in zijn bestuurskracht te willen suggereren, wil de PKVfractie juist aan het adres van het college, maar ook ter overdenking voor allen, die zich bij deze kwestie betrokken voelen, een aantal suggesties kwüt, die snelle uitvoering van de motie mogelijk kunnen maken. Immers, het zou een droevige zaak zijn, als de Universiteitsraad over een maand te horen aou krijgen, dat er geen mogelijkheden zijn om bovengenoemde motie uit te voeren. Welnu, ons inziens is een regeling, zoals die aan de Universiteit van Amsterdam wordt toegepast, verr e w ^ de beste. Daar worden studenit-UR-leden als administratieve kracht bü het sekretariaat van de Universiteitsraad aangesteld (om precies te zijn: ze worden voor 0,2 formatieplaats ingeschaald als adjunktkommies A). Juist deze oplossing beoordelen wij als de beste, omdat zij aansluit bij de regelingen die reeds voor het Wetenschappelijk en Niet-wetenschappeiyk Personeel, dat in de Universiteitsraad zitting heeft (respectievelijk 0,2 formatieplaats ten behoeve van een student-assistent en een uitzendkracht per UR-lid) gelden.
Ingezonden door Dus Versloot namens de PKV Het bezwaar, dat tegen deze regeling kan worden ingebracht is, dat ze valt buiten de richtlijn van de staatssekretaris (ma^cimaal ƒ 1500), welke het CvB er tot nu toe steeds van heeft weerhouden materieel iets te veranderen aan de bestaande situatie, die overigens door een ieder als ongewenst wordt beschouwd. Desondanks^ en, wat ons betreft, second best zijn er ook nog wel mogelijkheden, die binnen de richtlijn van de staatssecretaris kunnen worden uitgewerkt. Zo zou het college, vooruitlopend op een bijstelling van de richt-
om de bestaande theorieën en daaruit afgeleide voorspellingen te toetsen. Stein zou zich evenwel op het standpunt stellen, dat de statistische methode ontoereikend is om de sociale werkelijkheid te begrijpen. Ook werd daarom een kwalitatieve methode toegepast: er werd niet gewerkt met (gestructureerde) vragenlijsten, maar met de interview-methode. De echtparen (93 in getal) werden 's avonds thuis bezocht, elk gezin drie of vier keer. Steeds werd met man en vrouw samen gesproken, in een zo ontspannen mogelijke sfeer en zonder onmiddellijk gerichte vragen te stellen. In de praktijk kwam dat er op neer, dat de onderzoeker bijvoorbeeld eerst de voetbalwedstrijd op t.v. mee uitkeek voor hiJ, uiterst omzichtig, zijn informatie kreeg. Het doel van het onderzoek werd daarbij voor de ondervraagden verborgen gehouden. Dit alles, zo Ucht de heer Stein in een gesprek toe, 'omdat er anders geen vertrouwensrelatie haalbaar was. Als je zondermeer naar binnenstapt met de vraag 'Wat verdient u', zou je daar maar al te vaak geen antwoord op krijgen'. Het diepte-interview zoals in dit onderzoek toegepast, is een kenïielijk uiterst bruikbare methode om zaken boven tafel te krijgen, welke anders verborgen blijven. Het beeld dat men zodoende krijgt van bijvoorbeeld de 'machtsverhoudingen' bij de budgetbesteding is vollediger dan èn verschillend van de schets die men aan de hand van vragenlijsten kan maken. /
wordt en voortdurend aan invloeden van buitenaf onderhevig is. Een theoretische stellmgname dus die niet meer dan logisch lijkt, maar die methodologisch tot grootse problemen leidt, omdat juist die invloeden van buitenaf op het gedrag moeilijk kwantificeerbaar ztjn; beter gezegd, verbiedt deze stellingname in zuivere vorm een getalsmatige benadering van het gedrag. In de onderhavige sïudie is het symbolisch-interactionisme in een afgezwakte vorm toegepast. Ook om tactische redenen, zoals Stein toegeeft: 'Als we helemaal kwalitatief waren gebleven, dan waren we gewoon helemaal nergens binnen gekomen.' Vandaar dat Stein en zijn collega-onderzoeker ir. C. M. van 't Klooster-van Wingerden het materiaal dat uit de interviews naar boven kwam, in 'cases' hebben ondergebracht om deze vervolgens te analyseren en te vergelijken op de problemen die kennelijk tot crisissituaties leiden, in die zin hebben de ondervraagden zelf de problemen geformuleerd — de enderzoekers zijn niet met vaste vooronderstelling op pad gegaan. Op grond van het kwalitatieve materiaal heeft Stein aan de hand van waarderingsschalen en wat dies meer zij op abstracter niveau hypothesen getoetst. (Wageningen — GÜPD)
Voorbeeld van een case-study
Theorie Het belang van het proefschrift schuilt dus niet alleen in de praktisch hanteerbare en voor verder onderzoek toegankelijke resultaten, maar ook in de methoden en technieken. Gedurende zijn studie voor de ingenieurstitel was Stein al sterk onder de indruk gekomen van de mogelijkheden die de theorie van het symbdisch-interactioni'me te bieden heeft voor de bestudering van het geziru. In deze theorie wordt sterke nadruk gelegd op het sociale gedrag van de mens, die slechts door het complexe samenspel van maatschappelijke krachten tot individu lijn (die er heus wel inzit) een lening kunnen aangaan bij de Vereniging (voor Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag). In hetzelfde perspektief zou men de kosten die uitvoering van voornoemde motie met zich meebrengen en die bepaald geen astronomisch bedrag beslaan (voor de vorige plus huidige studentleden tezamen ƒ 33.000), kunnen boeken onder de post 'overige lasten' van de universitaire b^roting. En als het CvB dan werkelijk alle risico's zou willen vermijden die bij bovenvermelde oplossingen in theorie nog bestaan (immelijk dat de universiteit deze kosten ooit zou moeten terugbetalen aan het departement), dan zou het college altijd nog de hand in eigen portemonnee kunnen steken. Daarmee zelf het goede voorbeeld in de richting van wat het college voorstelt gevend, namelijk 1% inikomensverlagmg voor het universitaire personeel ten behoeve van meer arbeidsplaatsen voor het Wetenschappelijk Onderwijs'; een voorstel waar wij als PKV overigens vooralsnog als oplossing: van de huidige tekorten niet onverdeeld achter staan. Dat kan geen hogere instantie de leden van het College van Bestuur verbieden en bovendien, dergelijke kosten zijn ook nog altijd aftrekbaar voor de belastingen. Er zijn nog talloze andere oplossingen te bedenken. Wij hebben er slechts enkele willen weergeven, die wij vooralsnog het meest wenselijk en reëel achten. Mogelijkheden genoeg om de motie materieel gestalte te geven; dus met een beetje goede wil...'
Het echtpaar D.: Het eerste huwelijksjaar waren er weinig financiële problemen. Omdat men voor het huwelijk üechts in geringe rrmte gespaard had, zag" men er de noodzaak wel van in, dat mevrouw D. héle dagen bleef werken. Het inkomen van 2300 gulden, dat toen elke maand binnenkwam,, was voldoende om de financiële moeilijkheden van de eerste huwelijksmaanden uit de weg te ruimen. Aanvankelijk vond mevrouw D. het niet so'n punt om hele dagen van huis te zijn, maar na een jaar kwavi daar verandering in. De werkomstandigheden werden minder plesierig en bovendien wilden beiden eigenlijk wel een kind. Na enige tijd. raakte mevrouw D. dan ook in verwachting. Financieel durfde gij het echter nog niet aan haar werkkring op te geven, zodat ze Lot kort voor de bevalling bleef doorwerken. Toen ze uiteindelijk met werken ophield, kreeg men binnen korte tijd met enorme financiële problemen te kampen. Na aftrek van de huur bleef nog maar 11 SO gulden per maand over; een bedrag waarvan nu niet i maar zelfs 3 mensen onderliouden moesten worden. Bovendien had men verzuimd zich volledig in te richten, toen de financiële mogelijkheden daar toen nog aanwezig waren. Dit betekende, dat men bijvoorbeeld nu ooit nog voor de taak kwam te staan het oude meubilair te vervangen. Hoewel men zich bij alles zoveel mogelijk beperkingen trachtte op te leggen (afzien van dure kleding, verkoop van de auto), bleek met name in die maanden, waarin de meeste rekeningen binnenkwamen, steeds weer onvoldoende geld aanwezig te zijn. Noodgedwongen is mevrouw D. er sinds kort toe overgegaan om 's avonds kantoren schoon te gaan maken m de hoop op die manier een einde te kunnen maken aan de schier onoplosbare financiële problematiek, waarmee men nu al meer dan een jaar te maken heeft.
Ir. Ronald Stein heeft zijn onderzoek naar de financiële problemen onder jonggehuwden, niettegenstaande de tijdsintensieve interviews, gemakkelijk binnen drie jaar kunnen afronden. Reden hiervan is het nagenoeg ontbreken van literatuur op dit deelgebied van de gezinssociologie. Het onderzoek is noodgedwongen explorerend getaleven. Alhoewel enerzijds de gehanteerde kwalitatieve methode een belofte inhoudt voor )iet (na toekomstig onderzoek) beter b^rtjpen van de sociale werkelijkheid van het crisisge2än, matigt het explorerende karakter van de studie het op^timisme, de bevindingen zijn ook niet opzienbarend. De praktische relevantie van het onderzoek komt samen in conclusies als: financieel zwakkere gezinnen zijn sterker crisisgevoelig; sparen en aankopen (minstens een jaar tevoren) voor het huwelijk ziJn een goede voorbereiding op financiële moeilijkheden; er bestaat een significante samenhang tussen het aangaan van een afbetalingsregeUng of persoonlijke lening en het ontstaan van een financiële. crisissituatie. Deze laatste bevinding resulteert in de stelling: 'Nu financieringsondernemingen op agressieve wijze consumptief krediet aanbieden, kan de vraag 'hoe krijk ik krediet' beter vervangen worden door 'hoe kan ik aan kiedietverlokking weerstand bieden'.' De heer Stein pleit voor invoering van consumentenopvoeaing op scholen en voor een breder opgezet voorllchtings- en hulpverleningsprogramma. Jonggehuwden blijken over 't algemeen slecht geïnformeerd te zijn omtrent instanties als sociale diensten en het maatschappelijk werk, waar men met financiële problemen voor advies kan aankloppen. De promovendus vindt het een schrijnende situatie, dat de overheid zo weinig ontplooiingskansen biedt aan instellingen die op curatief gebied werkzaam zijn. De kersverse doctor ziet de noodzaak van een nationaal instituut om gecoördineerd onderzoek en hulpverlening mogelijk te maken. Om het ontstaan van crisisprocessen volledig te begrijpen zal er nog veel onderzoek nodig zijn. 'De resultaten hiervan zullen beslist opwegen tegen de kosten die ermee gemoeid zullen zijn', meldt het proefschrift. 'Bij crisissituaties treden immers gevoelens van onzekerheid en angst op en wordt het slachtoffer steeds meer door het onoplosbare probleem in beslag genomen. Dit heeft tot gevolg, dat het functioneren van het individu of de g'-oep ook op andere terreinen pi'oblematisch kan worden'. Het proefschrift van de heer Stein zal in een populaire uitgave verschijnen, waarschijnlijk bij het Voorlichtingsinstituut voor het Gezinsbudget (VIG). H« is inmiddels in dienst getreden bij de afdeling onderzoek van sociale zaken van Philips te Eindhoven; het toekomstgerichte onderzoek waaraan hij sedert augustus deelneemt zoekt een antwoord op de vraag, hoe de .samenleving in het jaar 2000 eruiï zal zien, hoe de verhouding zal zijn tussen opleidingsniveau en arbeidsmarkt en de plaats van 't gezinshuishouden. De laatste stelling bü dit eerste proefschrift, dat in 25 jaar uit de vakgroep huishoudkunde is gerold, luidt: ('Proefschriften in de algemeen maatschappelyke sector lenen zich gemakkelijk voor behandeling in het openbaar, bijvoorbeeld via publiciteitsmedia. De eventuele zwakte van derge-. lijke dissertaties wordt daardoor pijnlijker aan de kaak gesteld, dan het geval is met 'zwakke' proefschriften binnen minder toegankelijke wetenschapsgebieden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's