Ad Valvas 1977-1978 - pagina 253
AD VALVAS — 10 FEBRUARI 1978
Polemoloog
Hylke
5
Tromp
op lustrumforum
Q.B.D.:
Terreurbestrijding op de Icorte termijn leidt steeds meer tot tegengeweld van overheid Terrorisme roept nogal wat reakties van emotionele aard op. Ook wetenschappers en politici weten wat dat betreft van wanten. Dat bleek op een forum op de juridische fakulteit over terreur en terrorisme. Prof. Delfgaauw (ethicus): de man die Pinochet neerschiet zou een zeer verdiensteiyk man kunnen zün. Dr. Hylke Tromp (polemoloog): men kan zich afvragen of mensen die neutronenbommen fabriceren niet minstens even gek zqn als diegenen die, nadat ze een Amerikaanse president hadden vermoord, voor krankzinnig zqn verklaard. De juridische faculteitsvereniging Q.B.D.B.D. vierde vorige week haar 85e verjaardag (niet het 85e lustrum, zoals vorige week abusievelqk in Ad Valvas stond, maar het 17e lustrum dus). Er werden bq dit lustrum een tweetal forumdagen over terrorisme georganiseerd. Hieronder een verslag van de eerste forumdag. Eerst iets over Q.B.D.B.D. Q.B.D. (zoals de fakulteltsvereniglng in de wandelgangen wordt genoemd) probeert op kritische, doch op positieve wijze allerlei — voor de jurist belangrijke — maatschappelijke ontwikkelingen te volgen. Een thema als terreiu- en terrorisme lag dan ook zeer voor de hand. Iedereen heeft wel een mening over terrorisme en over de vraag hoe het aangepakt moet worden. De laatste tijd zoekt men elkaar te overtreffen in het bedenken van doeltreffende martelmethoden en straffen. Dat zelfs op een rechtenfaculteit dergelijke geluiden gehoord werden, waar toch de jurist geacht wordt zich enigszins genuanceerder te kimnen uitdrukken dan de gemiddelde Telegraaf-joumallst, is voor het Q.B.D.-bestuur en de lustrumcommissle de directe aanleiding geweest voor de keuze van het onderwerp. De lustrumconunissie overweegt in haar voorwoord in de — nog in beperkte mate verkrijgbare — lustrimibrochure, dat slechts weinig mensen spreken over terrorisme met erkenning van het feit dat het begrip een normatieve lading heeft. Om tot een typering te komen van een bepaalde geweldadige groep toetst men haar politieke Idealen aan de eigen politieke Idealen. Zo kan één en dezelfde persoon er toe komen de Zuldmolukse treinkapers 'vrijheidsstrijders' te noemen en de R.A.F.-leden 'terroristen', of andersom. Voor het vinden van de juiste bejegening van het terrorisme is het van groot belang de politieke achtergronden boven tafel te krijgen en tegelijkertijd te erkennen, dat de benaming van het verschijnsel niet anders dan normatief kan zijn. Dit nu werd ook niet door Ieder forum-lid erkend, zoals we zullen laten zien. Maandag waren dat prof. mr. G. E. Langemeijer, prof. dr. B. M. I. Delfgaauw, en dr. H. Tromp. Deze drie forum-leden — onder leiding van dr. E. Schrage, lektor aan de rechtenfaculteit — hielden elk een inleiding van ongeveer 15 minuten en daarna was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Van tevoren was door de lustrumcommissle een drietal vragen opgesteld, die konden dienen als richtlijn voor de inleidingen en voor de discussie: 1. hoe kan men terreur en terrorisme omschrijven?, 2. waardoor of In welke situatie kan terrorisme ontstaan?; Is er een relatie met de staatsvorm?, 3. wat Is de meest adequate reactie van overheid en bevolking op het verschijnsel terrorisme?; Is dat bv. een Europese aanpak; mogen politieke overwegingen van een terrorist wel of niet meetellen bij de beoordeling van de daad?
Door Willem Bruil het verzet tegen die terreur gewelddadig wordt onderdrukt, wordt men zich er veelal van bewust Terrorisme gaat uit van verzet tegen werkelijke of vermeende terreur. Het gaat hier om het gewelddadig verzet van Individuen tegen de staatsmacht. Delfgaauw staat op hej; standpunt, dat een algemene aanpak moeilijk, zo niet onmogelijk Is, omdat terroristische daden beoordeelt moeten worden volgens de omstandigheden waaronder zij plaatsvinden. Naarmate er minder mogelijkheden zijn langs vreedzame weg verzet aan te tekenen, kan terrorisme minder sterk veroordeeld worden. Naarmate er meer mogelijkheden zijn om via democratische kanalen iets aan de grieven te doen, kan terrorisme sterker veroordeeld worden. Een uniforme aanpak acht Delfgaauw dan ook onmogelijk, omdat de omstandigheden zeer verschillend zijn. Als Illustratie: de man die Helmut Schmldt neerschiet Is een 'schoft', de man die Pinochet om zeep helpt, zou een uiterst verdienstelijk mens kunnen zijn. Delfgaauw vindt een bestrijding van terrorisme alleen zinvol, als dat samei^aat met een onderzoek
terreiu-daad (bv. gijzelingen); moet men toegeven aan de eisen?; moet men hard optreden? Als oorzaken van terrorisme noemt hij een grote ontevredenheid in bepaalde kring, die men meent niet met maatschappelijk normale middelen te kunnen verhelpen. Dit kan ook In een democratie optreden. Als bijkomende factoren: gunstige gelegenheid en een bepaald geestelijk tijdsklimaat. Er Is In de historie een golfbeweging te onderkennen. Rond 1900 was er sprake van een hausse In het terrorlsmewezen. I n onze tijd valt dan op te merken, dat avontiu-Isme hoog staat aangeschreven, terwijl 'rust en orde' geen zeer hoog goed meer Is. Ook Langemeijer vindt, dat aan de verlangens van sommige groepen tegemoetgekomen moet worden, voorzover deze terecht zijn. Toch ziet hij daarin niet alle heil, omdat aan sommige verlangens onmogelijk te voldoen valt. HiJ stelt dan ook gelaten: zo mogelijk de redenen voor ontevredenheid verminderen, zo min mogelijk martelaren maken, zich niet laten Intimideren en verder maar hopen, dat het bij gebrek aan succes zal eindigen.
hij: 1. de beschikbaarheid van wapens (men kan tegenwoordig via postorderbedrijven aan wapens komen) 2. desintegratie van de staat als samenleving. Enerzijds is er een ontwikkeling naar de zgn. 'sterke staat' met veel controle en verzet daartegen, anderzijds verdwijnt de politieke homogeniteit. 3. Toenemende kwetsbaarheid van de westerse technologie. 4. Suggestie van effectiviteit. I n werkelijkheid Is het terrorisme helemaal niet effectief; het enige voorbeeld van 'geslaagd' (politiek) terrorisme wordt gevormd door Ierland in haar onafhankelijkheidsstreven (1920). 5. Het voorbeeld van de staat. Er ziJn 142 staten die op één na allemaal een leger hebben (Vaticaanstad). 6. Onmogelijkheid van normale oorlogsvoering. Internationaal terrorisme wordt bedreven door bv. de CIA, die een oorlog met 'gewone' wapens als Irrationeel beschouwt (hoewel een oorlog altijd op Irrationele manier ontstaat) en overgaat tot het plegen van aanslagen tegen staten als Cuba, Chili enz.
Foute definitie foute therapie De polemoloog Hylke Tromp wees als derde spreker nog eens op het belang van de definities. Een foute definitie is een foute diagnose en leidt tot een foute therapie. HiJ plaatst het terrorisme in een rijtje van vormen van geweldgebruik voor politieke doeleinden. Tussen terreur en terrorisme bestaat slechts een onderscheid van kwantitatieve aard. Zo komt hij tot de volgende Inventarisatie (van ernstig naar minder ernstig): totale nucleaire oorlog — beperkte nucleaire oorlog — conventionele oorlog — beperkte conventionele oorlog — binnenlandse oorlog — guerilla — revolutie —
Tot zover de drie inleidingen. Na de pauze was er gelegenheid tot het stellen van vragen. De eerste vraag betrof de bestrijding van het terrorisme, hoewel dit punt eigenlijk voor het volgende forum
Bestrijding
terreur
Vervolg van pag. 2 op een aantal pimten al beleid gevoerd. Daarbij stonden de instellingen buitenspel door het ontbreken van een alternatief. Slechts het uitzicht op het spoedig gereed komen van de CSV-nota heeft het departement ervan weerhouden de brief van 1 augustus uit te werken tot een volledige beleidsnota.'
Integratie
V.Z.M.r.; dr. H. Tromp, prof. mr. G. E. Langemeijer, prof. dr. B. M. I. Delfgaauw. naar de oorzaken van dat terrorisme en poging om die oorzaken weg te nemen. I n Nederland is daar bv. de problematiek m.b.t. de Zuidmolukkers. Politieke overwegingen bij de gerechterlijke beoordeling van terrorisme moeten In Ieder geval meespreken. Het onderscheid met 'gewone' criminelen is gelegen in het feit, dat de terrorist niet uit is op eigen voordeel, maar strijdt voor een Ideaal.
Definities
Ernstige vrees
Prof. Delfgaauw, ethicus te Groningen, beet de spits af. Allereerst gaf hy enkele definities. Terreur gaat uit van de staatsmacht, die het hele leven van een volk in haar greep houdt. Dit Is structureel geweld. Die staatsmacht kan zowel met een partij verbonden zijn (fascisme, nationaal-socialisme of communisme) als met een bepaalde klasse (Europa in 1850). Ze kan ook simpel op militaire macht berusten (Latijns-Amerika). Ook rustig lykende regimes kunnen terreur bedrijven. Pas als
Als tweede spreker gaf prof. Langemeijer een enigszins andere definitie van terrorisme: het stelselmatig streven naar verwezelijking van zijn wensen door het teweegbrengen van ern-stige vrees. Wat betreft terreur wijst hij op het spraakgebruik, dat duidt op een sociaal-psychologische toestand, die door terrorisme ontstaan is (bv. straatterreur) in aanvulling op de door Delfgaauw gegeven definitie. Langemeijer stelt de vraag hoe men moet optreden tijdens een
terrorisme — straatterreur. Terrorisme is dan: een vorm van geweldgebruik voor politieke doeleinden, tegen mensen die zich niet kunnen verdedigen en die in principe niets met de zaak te maken hoeven te hebben. Tromp geeft enkele onderschei»llngen: politiek terrorisme (gaat boven het individu uit) tegenover crimineel terrorisme (is Individueel gericht). Niet altijd valt te zeggen met welke van de twee we te maken hebben; immers het geld van een bankroof kan g e brulkt worden voor politieke acties. Verder: repressief terrorisme tegenover revolutionair terrorisme. De eerste vorm is het geweld door een staat gepleegt tegen onderdanen, het opsluiten In gevangenissen of concentratiekampen, het doden van politieke tegenstanders. Tromp wijst op een paar rare inconsequenties: men maakt zich druk over het relatief weinig slachtoffers makende terrorisme terwijl het grote aantal verkeersdoden tamelijk probleemloos geaccepteerd wordt en terwijl men druk bezig Is met het fabriceren van neutronenbommen. Als oorzaken van terrorisme ziet
Het ISO kiest de integratie van de student in de maatschappij als uitgangspunt. 'Voorwaarde is natuurlijk wel dat de student wat inkomens- en rechtspositie aangaat dezelfde rechten en mogelijkheden krijgt als andere Nederlanders. De meerderheidsnota geeft een uitgebreide beschrijving van allerlei omstandigheden waardoor van die integratie nu nog geen sprake kan zijn. Hij mist echter de op integratie gerichte toekomstvisie en blijft te veel steken in de huidige problemen. De universiteit wordt dan als dichtsbijzijnde en genukkelijlist te beïnvloeden instantie verantwoordelijk gesteld.' 'De minderheidnota heeft die toekomstvisie wel. De taak van de universiteit is dan beperkt tot die voorzieningen die duidelijk met onderwijs en onderzoek of met de unlvei^teit als instelling te maken hebben. Speciale omstandigheden rechtvaardigen dan niet langer een hoger voorzieningsniveau maar wel een afstemming op de betrokken doelgroep. Op korte termijn moet er echter zeker naar de meerderheidsnota gekeken worden, ook al om te voorkomen dat de overheid gaat 'integreren' voordat aan de eerdergenoemde voorwaarde is voldaan.'
Veiligstellen of afbouwen De PKV. 'Je kimt rustig stellen dat de meerderheidsnota als strekking heeft het veilig stellen van de studentenvoorzieningen, de andere nota het afbouwen ervan,' zegt Hans Mos. 'Wij willen trouwens ook wel integratie maar dat moet op een andere manier benaderd worden. In de studenten-
gereserveerd was. Tromp zei dat het huidige overheidsoptreden gekenmerkt wordt door een korte termijnbeleid: het optreden tijdens terroristische daden. I n toenemende mate gaat men niet In op de eisen van de terroristen, maar maakt met geweld een einde aan de actie, met het doel de geloofwaardigheid van de staat te handhaven. Men gaat over tot het vormen en trainen van speciale commando's; deze bestrijding wordt vergemakkelijkt door het beperkte aantal strategieën die terroristen toepassen: kapingen, brandstichtingen, gijzelingen en moorden. Delfgaauw merkte later hierbij op, dat we in de toekomst beducht moeten zijn voor het gebruik van atoomwapens door terroristen. Het korte termijnbeleid uit zich volgens Tromp in een toenemende bereidheid om slachtoffers te accepteren — de dood van Schleyer was dan ook voorspelbaar. Delfgaauw merkte op dat Duitsland een voorbeeld is van hoe het niet moet: de Duitse overheid doet precies wat de R.A.F, met haar aktles probeert aan te tonen; wat betreft Nederland zou hij als voorbeeld van goed beleid een onderzoek naar de achtergronden van de Zuidmolukse kwestie willen doen. Langemeijer ziet op de lange termijn geen duidelijke succesvolle aanpak. Tot slot wezen de sprekers op de tendens naar gewenning aan en accepteren van terrorisme. Ook In het autoverkeer heeft men heel wat moeten overwinnen voordat vrijwel Iedereen een groot aantal verkeersdoden beschouwde als vrij normaal. (Volgende week zal een verslag van de tweede forumdag verschijnen; de auteur Willem Bruil is student rechten aan de VU).
voorzieningen zal plaats moeten komen voor HBO-studenten en andere groepen jongeren. Het mag bekend verondersteld worden dat de algemene voorzieningen slecht zijn. Als ze al aanwezig zijn zijn ze te duitf voor de modale student en bovendien niet toegesneden op de specifieke vraag van studenten. Voorts hebben aan de VU de studenten zeggenschap over de voorzieningen in de RSA, bij de algemene voorzieningen is dat niet het geval.'
Meergeld Het CvB tenslotte zegt: D e meerderheidsnota onderscheidt zich voornamelijk van de minderheidsnota in de vraag om veel meer (geld), ten laste van het overheidsbudget.' De laatste Ujkt 'budgettair gezien niet op voorhand onrealistisch'. Voorts sluit deze goeddeels aan biJ huidige situatie en beleid, verondersteld dat het nieuwe studiefinancieringsstelsel (bedoeld wordt het omstreden plan-Klein) wordt ingevoerd. Geen van beide nota's geeft volgens het koUege een /iuldelijke verantwoording van de konsekwenties voor en samenhang met een stelsel van studiefinanciering. Over de brief van Klein oordeelt men dat deze geen onoverkomelijke problemen voor de VU oplevert.
Wat wordt er gepubfceerd n kader eeuwfeest? Aan de conunissie Eeuwfeest VU zijn enkele initiatieven bekend voor publicaties die meer of minder rechtstreeks in verband staan met het komende eeuwfeest. Tot op heden mist zy echter een volledig beeld van de plannen en initiatieven van deze aard, die In de universitaire gemeenschap leven. Iedereen die iets dergelijks van plan is, wordt verzocht kontakt op te nemen met de voorzitter van de subcommissie publikaties, prof. dr. D. M. Bakker, kamer 9A-37, hoofdgebouw, tel. (548) 3051.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's