Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 165

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 165

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 2 DECEMBER 1977

Pleidooi voor een waardevolle

5

wetenschapsbeoefening

Teveel ruimte voor funktioneren doelstelling heeft nadeel van vrijblijvendheid Dit opstel* mist de garantie van een wetenschappelijke, afstandelijke verhandeling. Er wordt een opinie gearticuleerd over wetenschapsbe­ oefening in het verlengde van de doelstelling van de Vrqe Universiteit. Een dergelijk betoog kan niet het karakter verkrijgen van een dwin­ gende argumentatie. Er kan slechts een uitzicht aangereikt worden,

dat uitnodigend werkt ten behoeve van een verdere gedachtenwisseling. Dit perspectief is het resultaat van een persoonlijk groeiproces. Be­ kendheid met het psychologisch gegeven dat emotie en analyse elkaar vaak bijten, brengt me ertoe mijn gedachtengang, stap voor stap, te presenteren.

In het verkiezingsnummer van Ad Valvas van voorjaar 1977 heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat nadere formele reglemente­ ring van de doelstelling tot onge­ wenste, averechtse gevolgen zou kunnen leiden. Tot een vergelijk­ baar inzicht is het bestuur van de Vereniging geraakt, na ge­ sprekken met de (sub) faculteits­ besturen. De Universiteitsraad heeft deze opvatting kunnen de­ len, zodat op de muurkrant van Pers en Voorlichting met grote letters te lezen was, dat er nu ruimte is voor een wezenlijke dis­ cussie over het functioneren van de doelstelling. Dit betoog tracht hiertoe een bijdrage te leveren. Na mijn eerste overwegend nega­ tieve kanttekeningen 'Regiemen­ tering leidt tot ongewenste ave­ rechtse gevolgen', vind ik het van belang een ovei­wegend posi­ tieve bijdrage te leveren. Op dit punt aangekomen, kan ik begrip opbrengen voor de lezer die bij zich zelf denkt; 'Moet die ellen­ dige geschiedenis zonodig weer opgerakeld worden? Gun de Vrije Universiteit toch even rust!' Deze lezer zou ik willen adviseren zijn welwillende poging dit betoog te volgen er hier maar DiJ te laten. De overtuiging dat het hier een wezenlijke zaak betreft, is een noodzakelijke voorwaarde, «Dor het lezen van de volgende ge­ dachtengang: 'èn wetenschappe­ lijk, én gehoorzaam aan het Evan­ gelie', zie hier, geformuleerd als de èn­èn­regel, de opdracht waar­ mee elk wetenschappelijk perso­ neelslid wordt geconfronteerd bij zijn indiensttreding bij de Vrije Universiteit.

ven dat wetenschap theorie be­ oogt. Theorie opgevat als een ver­ zameling uitspraken, niet­tegen­ strijdig en waarvan uit toetsbare voorspellingen ziJn af te leiden. Na deze summiere omschrijving terug naar de draad van het be­ toog. Theorie ter wille van de theorie, is van oudsher een res­ pectabele wetenschappelijke tra­ ditie die de wetenschap heeft ge­ vrijwaard ten onder te gaan bij het slechten van maatschappe­ lijke conflicten. De verstrengeling van economische belangen met wetenschappelijke belangen in onze tijd maaKt het urgent, aan de doeüomschrijving van weten­ schap als theorie, een finale bij­ zin toe te voegen. In het latijn wordt een finale bijzin ingeluid met ut, opdat, of ne, opdat niet. Samengevat zou ik nu als weten­ schapbeoefening willen verstaan: het zoeken naar theorie 'opdat'... of het zoeken naar theorie 'opdat niet'... Ten aanzien van de sociale we­ tenschappen heeft de psycholoog Hofstee voor de stippeltj es voor­ gesteld: 'opdat de samenleving het jaar 2000 haalt'. Nu in de ja­ ren zeventig het inzicht door­ breekt dat de bomen inderdaad niet tot in de hemel groeien, de grenzen van het economisch groeimodel benaderd worden, in­ ternationale en nationale .verde­ lingsvraagstukken gekoppeld aan een steeds dringender energie­ en veiligheidsproblematiek onze aan­ dacht vragen, is een cynische doelomschrijving als het zoeken naar theorie opdat de mondiale samenleving zich zelf niet ten grave draagt, uiterst zakelijk en reëel te beschouwen. Persoonlijk zou ik deze negatief geformuleerde finale bijzin wil­ len zien in het licht van: 'Want Ciod heeft zijn Zoon niet gezon­ den in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar op­ dat de wereld door Hem zou be­ houden worden' (Johannes 3­17).

Een psychologische theorie, de cognitieve dissonantietheorie van Pestinger, geeft een interessant inzicht op welke wijze menselij­ kerwijs aan dergelijke meervou­ dige opdrachten kan worden vol­ daan: 'De mens streeft er naar zijn opinies en gedragingen met elkaar in overeenstemming te brengen (desnoods door recht­ vaardiging achteraf), en daar­ naast moeten die opinies een co­ herent bouwsel vormen'. Deze zin­ snede drukt op een andere wijze uit wat bekend staat als 'eenheid in woord en daad'.

Drie mogelijke

oplossingen

Drie mogelijke oplossingen voor de opdracht, èn wetenschap, èn Evangelie heb ik vanuit dit gege­ ven uitgewerkt. Een eerste oplossing zou kunnen bestaan in het eenvoudigerwijs ontkennen van een mogelijk pro­ bleem. Evangelie en wetensohap­ beoefening zijn onvergelijkbare grootheden. De doelstelling is een historisch gegeven, dat de aan­ sluiting met hedendaagse weten­ schappelijke inzichten verloren heeft. Het bijzonder karakter van de Vrije Universiteit zou dan een respectabele traditie, erfgoed, ge­ noemd kunnen worden, dat ca­ chet geeft bij officiële bijeenkom­ sten. Een tweede oplossing zou hierin kunnen bestaan, dat de doelstel­ ling aangepast wordt aan de be­ langen van de wetenschapbeoefe­ ning. Het sociologisch gegeven van christelijke organisaties geldt als legitimering van onderaoek­ en hulpverleningsactiviteiten ten be­ hoeve van deze organisaties door de Vrije Universiteit. Kenmerkend van deze oplossing is. dat de doel­ stelling, als zodamg, buiten schot blijft. Een derde oplossing zou tenslotte kunnen zijn, de wetenschapbe­ oefening in overeenstemming te brengen met de doelstelling, of anders met de formulering van de werkgroep doelstelling gezegd: een wetenschapsbeoefeining die zich onder bijbelse critiek stelt. Kenmerkend van deze oplossing is, dat de wetenschapsbeoefening, ook taalkimdig, primair onder­ werp van gesprek is, en zich wil

Door drs. H. K. Groen, onderwijscoördinator psychologie laten onderzoeken, gehoorgeven aan de betekenis van de joods­ christelijke traditie, zoals die met de bijbel aan ons is doorgegeven. Wellicht zijn deze drie oplossin­ gen een te eenvoudige weergave van alle bestaande opvattingen. Naar volledigheid heb ik niet ge­ streefd, de oplossingen dienen ter illustratie en zijn derhalve enigs­ zins antithetisch geformuleerd om uitdrukking te laten komen dat schrijver dezes een duidelijke voorkeur heeft voor de laatste op­ lossing. Het is nu zaak om te verduide­ lijken op welke wijze deze laatste oplossing nader geformuleerd kan worden, een konkrete uitwerking af te leiden, de huidige praktijk rondom de doelstelling te plaat­ sen naast de ontwikkelde konkre­ te uitwerking, en aan de hand van dit laatste, enige afsluitende opmerkingen te maken.

Gehoor geven aan Joods­Christelijhe traditie Onder 'Arbeid te verrichten in ge­ hoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus', zou ik willen verstaan, dat in het wetenschap­ pelijk werk rekenschap dient te worden afgelegd, of zoals hierbo­ ven gezegd, gehoor te worden ge­ geven aan de betekenis van de joods­christelijke traditie, zoals die met de bijbel aan ons is door­ gegeven. Van belang hierbij is op te mer­ ken dat deze omschrijving van de doelstelling geen specifiek theo­ logisch standpunt ten aanzien van het Evangelie vooronderstelt. Deze ruimte is eveneens terug te vinden in de oorspronkelijke be­ tekenis van het bijvoegelijk naam­ woord 'vrije' bij de Vrije Universi­ tiet; in de eerste rectorale reden van dr. A. Kuyper over de souve­ reiniteit van eigen kring wordt vrij uitgelegd als een dubbele on­ afhankelijkheid, respectievelijk van staat en kerk. Bij de opening va nhet huidige academische jaar heeft de voorzit­ ter van het College van Bestuur, dr. K. van Nes, nog eens deze on­ afhankelijkheid benadrukt, en gewezen dat de Vrije Universiteit wel gebonden is aan de doelstel­ ling. De tweede term, waarvan de in­ houden nader omschreven zal worden, is het begrip wetenschap­ beoefening. Dit drukt uit het be­ oefenen van wetenschap. De vol­ gende vraag is nu: welk doel wordt er met wetenschap nage­ streefd? Hier wordt onderschre­

Mediaan voortaan op kringlooppapier

Mediaan, het blad van de facul­ teit der geneeskunde is overge­ gaan op krir^looppapier. Kring­ looppapier is, zoals bekend, papier, dat voor een groot deel uit oud papier vervaardigd is, waardoor er sterk bezuinigd wordt op hout, dat steeds schaarser wordt. Maar wat nog belangrijker is, is dat de wa­ tervervuiling, die optreedt bij de produktie van papier uit hout met 80% gereduceerd wordt. Hoewel het mogelijk is om wit kringloop­ papier te krijgen, wordt het oud papier door de Nederlandse fabri­ kanten niet ontinkt. Een zachte, sympathieke kleiur grijs is daar­ van het gevolg. (Bed.)

Gesprek Nu enkele begripsafbakingen zijn verricht, is het zaak één en an­ der te combineren. Bij beide be­ grippen, wetenschapsbeoefening en doelstelling is een gemeen­ schappelijk element dat ik zou willen omschrüven als 'verant­ woording afleggen, rekenschap geven'. Binnen de wetenschap­ pen wordt de forumfunctie van geëngageerde, ter zake kundigen meer en meer benadrukt. Dit wetenschappelijk forum kan slechts functioneren bij de gratie van het wetenschappelijk gesprek. Hierbij zijn rationele argumenta­ tie, consensus en last but not least publiciteit de sleutelbegrippen. Ook bij het rekenschap geven aan de doelstelling is het idee van fo­ nrni houdbaar. In dit opzicht kan geen deskundigheidsaspect gelden. Een ieder, geïnspireerd door de Goede Boodschap, zal als gesprekspartner serieus genomen moeten worden. Schetsmatig kan het probleem van èn wetenschappelijk, èn ge­ hoorzaam aan het Evangelie voor­ gesteld worden als: een gesprek met twee fora; een wetenschap­ pelijk forum en een forum waar­ in de betekenis van de Goede Boodschap voor ons doen en la­ ten ter sprake staat. Op het eer­ ste gezicht Hikt zoiets op een on­ mogelijke taak, zoals het tegelij­ kertijd dienen van twee meesters. Met enige goede wil zijn er noch­ tans enkele paden aan te geven, waarlangs een oplossing allengs in het verschiet komt. Daarover het volgende.

Paden voor

konkretisering

Het onderwijs­ en onderzoek be­ leid wordt in de primaire werk­ eenheden, de vakgroepen, ontwik­ keld en uitgevoerd. Grofweg zijn bij het bepalen van prioriteiten

twee criteria: de theoretische re­ levantie en de maatschappelijke relevantie. De Vrije Universiteit zou zich zelf kunnen verplichten naast deze twee criteria een derde criterium in te voeren: een poging de activiteiten te verantwoorden als significant ten opzichte van het beginsel dat het bestaan van een Vr^je Universiteit legitimeert. Om dit niet als een vrijblijvende suggestie te laten verzanden zouden de uitwerkingen van deze drie criteria, per werkeenheid, ge­ publiceerd kunnen worden in een soort jaarboek. Deze nood zou dan tegelijkertijd als deugd kun­ nen werken omdat dan eveneens de achterban van de Vrije Uni­ versiteit zich op de hoogte kan stellen. Op deze wijze komt de 'emancipatie der kleine luyden' ook weer aan zijn trekken. Voor de vormgeving zou de redactie van VU­magazine (het maand­ blad van de Vereniging; waarvan de VU uitgaat) zeer bruikbare suggesties kunnen geven. Een bij­ komend voordeel van publicatie van het onderwijs­ en onderzoek­ beleid in een jaarboek is boven­ dien, dat hiermee een gesprek in de primaire werkeenheden over het werk, zonder meer, geboden is. Op het niveau van de (sub)facul­ teiten zou er op aangedrongen kunnen worden, dat in het onder­ wüsprogramma reflectie vanuit de doelstelling op de grondslagen van de vakwetenschap ruime aan­ dacht dient te krijgen. Het lijkt me verstandig dit onderdeel als een facultatief onderdeel in het programma op te nemen. Ook hier geldt dat verplichting tot averechtse gevolgen leidt. Van oudsher ligt hier voor de wijsbe­ geerte een taak. Het werk van Dooyeweerd in de faculteit der rechtsgeleerdheid is in dit op­ zicht exemplarisch te noemen. Op het niveau van de universi­ teit geeft de 'beleidsruimte onder­ zoek' personele armslag om on­ derzoek te stimuleren met een uitgesproken relevantie voor de doelstelling van de Vrije Univer­ siteit. Eten zwaarwegende priori­ teit zou naar m^n mening dienen te gelden voor theoretisch onder­ zoek aangaande doelstelling en vakwetenscnap. Aan het eind van dit opstel besef

ik ten volle dat de schets, doel­ stelling in wetenschapsbeoefening te integreren, weinig concreet­in­ houdelijk, en nogal abstract en procedureel van aard is gewor­ den. Omdat dit opstel zich niet beperkt tot één bepaalde tak van de wetenschappen, zal de concrete inhoudelijke invulling gestalte moeten krijgen op vakgroep en (sub) faculteitsniveau. Voornoemde procedureschets is ingegeven vanuit het onbehagen dat het huidige bezinningspro­ gramma te veel ruimte geeft. Te veel ruimte voor het functioneren van de doelstelling heeft als na­ deel dat vrijblijvend in de hand gewerkt wordt. Het bestaan van een aanbod van bezinningsaktivi­ teiten kan op het niveau van de primaire werkeenheden of (sub)­ faculteiten nimmer als reden kun­ nen gelden om af te zien van ac­ tiviteiten. Voor vrijblijvendheid is geen enkele ruimte. Juist de inspanning de doelstelling in de wetenschapbeoefening te in­ tegreren zal een waardevolle we­ tenschapsbeoefening op kunnen leveren. Eén van bereidwilligen die de eer­ ste versie van deze tekst hebben willen doornemen, is tot de con­ clusie gekomen dat dit betoog niets nieuws bevat en weinig con­ creet is. Het laatste is gezien de opzet van het opstel onvermüde­ lijk, het eerste is voor een schrij­ ver van ernstiger aard. De con­ clusie niets nieuws vooronderstelt een vergelijking met bestaande opinievorming. Het komt me voor dat alleen de lezer deze conclubie kan toetsen. Reacties zou ik graag willen ontvangen. Persoonliik heb ik het als zeer waardevol beleefd deze problematiek eens systema­ tisch te doordenken. * Met dank voor de reacties van mevr. J. J. Teunissen, dr. E. van out en mr. D. Schut, die zeer waardevol bleken bij de eindre­ dactie van dit opstel.

Blad TNO­projekt over agressie

Kinderen tussen 5 en 14 jaar zagen 13.000 doden op teevee Geweld op de televisie en in films veroorzaakt agressie bij kinderen. Dit bleek uit een onderzoek van de sociaal­psycholoog dr. Oene Wieg­ man, hoofdmedewerker aan het Instituut voor Sociale Psychologie te Utrecht. Dit onderzoek, uitgevoerd op een aantal kleuterscholen in Utrecht, toonde aan dat na vertoning van films met een lieve, on­ schuldige inhoud kinderen een meer meegaande houding dan gewoon­ lijk laten zien. Dr. Wiegman pleit in een verhan­ deling over agressie in het novem­ bernummer van TNO­Projekt, dat iu zyn totaal aan agressie ge­ wijd is, er dan ook voor dat pro­ grammamakers zich meer met déze agressieproblematiek gaan bezighouden. Men moet bedenken dat Amerikaanse kinderen tussen de vijf en de veertien jaar gemid­ reld in die periode 13.000 doden op de televisie hebben zien vallen. In een ander artikel in TNO­Pro­ jekt gaat de sociaal­psycholoog dr. C. L. Ekkers nader op een on­ derzoek in, waarbij kinderen van 12 en 13 jaar betrokken waren. Uit dit onderzoek bleek dat ook een niet­gewelddadige, maar wel spannende film verhoogde agres­ sie tot gevolg had bij de kijkers. Hieruit concludeert dn Ekkers dat agressieve handelingen in de hand worden gewerkt door op­ winding, een toestand van ver­ hoogde lichamelijke aktivaties zo­

als vensnelde hartslag en ver­ hoogde bloeddruk. Dr. A. R. Hauber, wetenschappe­ lijk hoofdmedewerker van het Criminologisch Instituut van de RU te Leiden, betoogt in zjjn bij­ drage over agressie, dat de auto­ mobilist zich in het verkeer snel­ ler tot agressief gedrag laat ver­ leiden dan in vergelijkbare situa­ ties buiten het verkeer. Het door­ breken van de anonimiteit van de automobilist door een naambord­ je boven de kentekenplaat te be­ vestigen zou wellicht verbetering brengen. Verder in TNO­Projekt aandacht voor zelfagressie en zelfmoord bij apen en mensen, toesohouwersge­ weld bij sportwedstrijden en een artikel over de vergelijkbaarheid van menselijk en dierlijk agres­ sief gedrag. (Red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's