Ad Valvas 1977-1978 - pagina 441
5
Ondeizoekers moeten niet benauwd z p voor beoordeling van hun werk De beoordeling van wetenschappelijk onderzoek is iets waarover in Nederland slechts met schroom wordt gesproken. Een vergelijking laat zich trekken met de seksualiteit: ze is nodig voor het in stand houden van de soort, maar je praat er niet over. De terughoudendheid laat zich misschien verklaren uit de Calvinistische volksaard. Een ongunstige beoordeling duidt op slecht werk en wie slecht werk levert, zal de wrekende gerechtigheid ondervinden. Zeker leeft biJ menig onderzoeker de angst dat de beoordeling nadelige invloed kan hebben op de voorzetting van zijn werkzaamheden en zelfs op zijn maatschappelijk bestaan. Toch is diezelfde beoordeling een noodzakelijk kwaad, omdat in de huidige ekonomische situatie minder dan ooit de mogelijkheid bestaat alle subsidieaanvragen van onderzoekers te honoreren. Er is selektie nodig en dikwijls zwaardere selektie dan redelijk lijkt. De onderzoeker moet leren dat afwijzing van zijn voorstellen niet betekent dat hij als vakman heeft afgedaan. Het was daarom een goed ding dat eind mei zo'n zeshonderd universitaire zwaargewichten deelnamen aan het eerste symposium dat aan de kwestie van de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek was gewijd. Het werd gehouden in het Jaarbeurskongrescentrum in Utrecht, onder de vlag van de Commissie Algemene Vraagstukken Wetenschappelijk Onderzoek (CAVWO) van de Akademische Raad en de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO). Zoals te verwachten was, heeft dit eerste, aarzelende kontakt hèt antwoord op de problematiek niet gegeven; menige visie bleef steken achter de verhullende volzinnen die de akademikus voor dit soort gevallen paraat heeft. Niettemin waren er ook aanzetten voor een meer praktische, direkte aanpak van de materie, die dankbaar applaus oogstten. 'Door angst gedreven bijeengekomen', zoals een der inleiders, prof. dr. P. G. Smelik, het noemde, gingen de deelnemers tenslotte naar huis in de hoop — om met AB-voorzitter dr. G. Brenninkmeijer te spreken — dat dit symposium zou kunnen bijdragen tot 'een gelukkige wending' in de universitaire verhoudingen, ten gunste van een onderzoekbeleid dat er ten opzichte van het onderwijs tot nu toe schamel van af is gekomen. Eén der belangrijkste inleiders van het symposium was ir. J. Boel, die als adviseur onderzoekaangelegenheden van de technische hogescholen beroepshalve rechtstreeks met de beoordelingsproblematiek te maken heeft. Hoewel beoordeling van wetenschappelijk onderzoek niets nieuws is — de onderzoeker zelf is er voortdurend mee bezig en ook voor de beoordeUng van anderen bestaan vertrouwde procedures — stelt de huidige, sprongsgewijze intensivering van het onderzoek hc^e maatschappelijke eisen, zo betoogde hij. Vragen rijzen als: wie beoordeelt, moet men deskundig zijn, mag men belanghebbend zijn, in hoeverre is een rationele beoordeling mogelijk, hoe staat het met subjektieve overwegingen en met politieke keuzen? Daar is veel strijd over. Volgens Boel is het zaak de beoordeling in een openbaar proces te brengen.
Groeiperikelen Wat we nu l)eleven, ziJn de groeiperikelen van een leerproces, dat zich in de wetenschappelijke wereld èn in haar omgeving moet voltrekken. Je kunt het zien als een boeiende poging om rationaliteit en demokratisering tot een
Huisdienstweekend Voor 17/18 Juni is vanuit het team liuisdiensten een weekend georganiseerd op de boerderij Maria ter Plaetse bij Waskemeer in Friesland. We verzamelen zaterdagmorgen 17 Juni tussen 10 en Iialf 11 bij Syb de Lange, Olympiaplein 19 bv. We gaan met auto's en een motor. Fen extra auto zou welkom zijn. Wie zou er nog een weten? Meenemen: toiletspullen, slaapzak, als t kan een luchtbed. Verder alles wat we nodig hebben voor feest en viering, met name materiaal voor de huisdienst, muziekinstrumenten, muziek, liederen-boeken, waarmee je vindt dat wp iets kunnen doen, gedichten, artikelen. Bijbels en liedboeken zijn aanwezig. We denken als uitgar^spunt voor de dienst aan; Wegen en obstakels tussen mensen. Maar dit moet zaterdag daar nog helemaal uitgewerkt worden, waarbij iedere deelnemer nodig is. Het kan dus nog aUe kanten uit. Moge ieder zn gedachten te voren laten gaan over de inhoud en vorm' van de dienst. Wie zich heeft opgegeven krijgt bericht. Wie onverhoopt niet meegaat, laat die zich afmelden. Een oproep: Peter, je woont in de Bijlmer, je studeert waarschijnlijk medicijnen, we kennen je achternaam niet, we kunnen je niet vinden, je hebt je opgegeven, geef een teken van leven ! ! (telefoon 5484906, 5482668). Tot zaterdag 17 juni. De weekendcommissie
door Bert
Kieboom
eenheid te smeden. Je kimt het ook zien uitdraaien op een 'total loss'. Om dat laatste te vermijden stelt Boel voor op overkoepelend niveau te streven naar overeenstemming en op plaatselijk niveau te proberen het leerproces een beetje te struktureren. Boel wU een uitdrukkelijk, rationeel onderzoekbeleid, dat naar zijn mening staat of valt met de mogelijkheid onderzoek te beoordelen. Er is volgens hem geen weg terug naar ^e 'akademische vrijheid', behalve misschien voor een aantal zoi^vuldig geselekteerde 'centres of excellence'. Daarin hoeven pessimisten nc^ geen symptomen te zien voor 'het naderende einde van de beoefening der wetenschap'. Het onderzoek is in het algemeen doorweven van momenten waarop beoordeling plaatsvindt: aanstellingsbeleid, bu(feettering, goedkeunng programma, aanschaf aï>paratuur enzovoort. Daarnaast ztjn er nieuwe momenten gekreëerd, zoals beleidsruimten, sektorraden en dergelijke. Te veel instanties proberen, volgens Boel, te wéinig gekoördineerd, op steeds meer momenten onderzoek te beoordelen, zonder voldoende oc^ te hebben voor het effekt. Hij ziet de volgende tendenties: explicitering, rationalisering, verwetenschappelijkiog, politisering, demokratisering, externalisering en formalisering. Interessant is dat Boel hierbij plaats inruimt voor een belangrijke rol van de maatschappijvisie en voor het inschakelen van steeds meer personen btj beoordeling en besluitvorming. Hij ziet de genoemde tendenties als positieve strevingen, ofschoon hij het gevaar van tijdverlies, bureaukratie, polarisatie en strijd niet uitsluit. Centrale instanties als CAVWO en ZWO kunnen naar zijn idee het verloop van het proces gunstig beïnvloeden door een forum te bieden voor gedachtenwisseltng over de beoordellngsvraagstukken. Een geschikt hulpmiddel daarbij acht hiJ een 'open netwerk van alïtuele ontwikkelingen'.
Geen
politiek
Hoewel hij zichzelf niet als zodanig zag, ontpopte zich tot een echte opponent van Boel de Rotterdamse ekonoom prof. dr. W. H. Somermeijer, die zijn opvattingen over demokratisering maar zeer gedeeltelijk kon delen en bij die over de politiek een hartgrondig 'nee' liet horen. Deze ijzervreter stelde kernachtig dat politisering nooit ten goede komt aan de kwaliteit van het onderzoek: 'Het zijn vaak de zwalikere broeders en zusters, die in de maatschappelijke relevantie vluchten.' Verder vond Somermeijer dat btJ beoordelen grote zorgvuld^heid in acht moet worden genomen, want 'wij leven in een Kafkaiaanse wereld waarin iedereen altijd, overal,
voor aUes terecht staat.'- Niet zelden verkeert beoordelen in veroordelen, op grond van vooroordelen. In zekere zin wilde hij daarom dit symposium zien als een bewustmakings- en bewustworöings-manifestatie. Somermeijer bepleitte ook bij de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek vooral zo veel medelijk konstruktief te zijn. Als hpt niet 'zus' moet, wat is dan het 'zo'? Een botte afwijzing van onderzoek vond hij verwerpelijk, maar nog erger achtte hij het geven van géén beoordeling. In wezen houdt zo'n afwezigheid van enig oordeel een verldaring van minderwaardigheid in. Boel, uit de zaal g e v r a ^ d of hij het net zo eens was met Somer, meijer als deze zei het met hem te zijn: 'Somermeijers opvattingen geven een goede illustratie van de worsteling waarmee wü bezig zijn.'
Twijfelaar De tweede man die een algemene beschrijving had oi^esteld over de ingewikkelde beoordeUngsproblematiek, was de adjimkt-direkteur van ZWO, prof. dr. H. M. Jolles, afkomstig uit een sociologisch nest, waarvan hij in zijn diskussie-paper ruimschoots büjk gaf. Eén van de belangwekkendste stellingen die hiJ poneerde, was dat er een beoordeling van de beoordeling moet komen. 'Science of science' dus, om enigszins de grond te ontnemen aan de twijfel, die hij, naar zijn z^gen, in zijn koffertje naar het symposium had meegebracht. Met zoveel 'struktureel geweld' in de zaal, wilde JoUes wel kwijt dat hij niet erg gelooft in de koUektieve verwachting, dat de verzameling b^taande beleidssystemen voor de beoordeling van onderzoek nog glänzender tevoorschijn zal kunnen komen. AUe maanden dat hij zich op de bijeenkomst had voorbereid, hadden hem er niet van ktmnen overtuigen, dat hier een aktueel probleem aan de orde was. 'Boel legt de nadruk op wat we zouden kunnen doen en ik ben al blij als ik kan begrijpen wat ik zie. Wij moeten ons niet met Illusies volzuigen wat beoordeling kan zijn, maar ons afvragen wat zij is,' aldus zijn betoog. De omgang met kriteria is volgens Jolles niet duideUjk gestruktureerd. Hij zou wel eens willen weten wat voor effekt het heeft wetenschappers door deelsystemen 'heen te jonassen'. In een moeilijk geformuleerde zin, voegde Jolles zich min of meer bij de medestanders van Somermeijer: 'Vergroting van de betekenis van externe faktoren bij de onderzoekbeoordeling heeft een vokabulaire en een retoriek doen ontstaan, die wellicht in materieel opzicht effektief is, maar die niet meer in een zmvol verband staat met de interne Isritische processen die de kennisvermeerderii^ begeleiden, en geen inzicht bieden in verdiensten en tekorten van het beoordeelde. Het gezichtspunt der
'maatschappelijke relevantie' moge hier als voorbeeld dienen.' Het is jammer dat de geïnteresseerde dikwijls uit zulke zinnen zijn wijsheid moet putten, met het gevaar ten offer te vallen aan interpretatiefouten.
Probleemgericht Opponent van Jolles was de bekende hooggeleerde dr. A. D. de Groot, die vond dat Jolles onvoldoende bijdroeg tot de oplossing van het probleem, al had hij het wèl ingebed in een wetenschappelijke struktuur, óf, lelijker gezegd, had bijgezet in de 'science of science'. De Groot voelde meer voor een probleem-gerichte benadering, met duidelijke doelstellingen. HiJ betoogde dat wij veel meer weten dan waarvan wij gebruik maken. Uit wat bekend is over leerprocessen bijvoorbeeld ziJn duidelijke regels af te leiden over de opzet van beoordelingsprocedures. Die regels zijn uit te breiden en te versterken door rekening te houden met wat bekend is uit de psychologie en uit de organisatieleer. In de plenaire diskussie die zich na de ochtendzitting ontwikkelde, reageerden alle inleiders op een vraag uit de zaal of de wetenschapper, 'als drager van een kultureel erfgoed', niet zelf de ontwikkeling mag bepalen. Boel: 'Als de onderzoeker niets v r c ^ van zijn on^eving, was het eenvoudig, ja. Maar samen vragen de onderzoekers meer dan er is.' Jolles: 'De wetenschap aan zichzelf overlaten, is zinledig.' Somermeijer: 'Beoordeling is onvermijdelijk, maar voor mij is belangrijker dat iemand iets onderzoekt dan wat hij onderzoekt.' De Groot: 'Het sturen door beloningen zou misschien beter werken dan het huidige sturen door beperkingen.'
Verschillen De middagzitting van het symposium was toegesneden op enige ervaringen met beoordeling in verschillende wetenschapsgebieden. Daarbij kwamen nogal wat tegenstellingen naar voren. In de letterenfakulteiten is, zoals uit de inleiding van prof. dr. F. P. J. Drij koningen bleek, de diskussie nog nauwelijks begonnen. De verbrokkeling in deze hoek heeft een negatieve invloed. Met de invoering van de WUB is een eerste aanzet gegeven tot inhoudelijk onderzoekbeleid. Het is hoog tiJd dat de letterenfakulteiten onderling kontakt opnemen om een basis te vinden voor de subsidiëring van de zogenaamde 'kleine circuits'. In de medische fakulteiten is, naar prof. dr. H. J. van der Molen vertelde, geen eenstemmigheid over de argumenten waarom onderzoek beoordeeld zou moeten worden. De objectiviteit zou naar zijn mening gediend zijn met loskoppeling van ekonomische beperkingen. Door de relatie onderzoek
— onderwijs — patiëntenzorg blijft het in deze fakulteiten moeilijk een akademisch onderzoekbeleid te vormen. Bijval oogstte zijn opponent prof. dr. P. G. Smelik, die de fakulteiten aanspoorde maar eens 'heel eenvoudig te beginnen'. In het landelijk beleid is plaats voor uitstekende groepen, die je niet te veel voor de voeten moet lopen en die altijd wel organisaties vinden die zich over hen willen ontfermen. Het is daarnaast zaak de 'humuslaag van wetenschappelijke medewerkers in de middengroepen niet uit te roeien'. ledere vakgroep moet leren zijn 'vastrecht' zo goed medelijk te beheren. In de natuurwetenschappen lijkt een redelijk goed systeem van beoordelingen opgebouwd, zoals bleek uit de woorden van prof. dr. C. Ie Pair, Er zijn kommissies van vakgenoten, leken-beoordelaars en er is gel^enheid voor tu^enttjdse sturing door middel van beleidsruimte.
Kompetitie Bij de schaarse middelen ontstaat een harde kompetitie. 'Als er vaak 'nee' ^ e z ^ d moet worden', zo waarschuwde Le Pair, 'heb je kans dat zich grotere groepen gaan vormen, die zich niet voetstoots bij de weigering n e e r l a gen. Nog schrijnender is het probleem wanneer onderzoek wordt afgewezen dat toch tot de lokale hoogtepunten kan worden gerekend. In dat stadimn dreigen we helaas te raken.' Le Pair is onderdirekteur van de FOM, een organisatie die door opponent prof. dr. C. J. D. M. Verhagen uit Delft 'mathematisch broddelwerk' werd verweten bij het beoordelen van onderzoek. Dat was een aardige uitsmijter voor het symposium, waarvan de Utrechtse hoogleraar dr. H. A. Becker de hoofdzaken mocht samenvatten. Becker raadde aan een beter gebruik te maken van de geweldige hoeveelheid ervarir^ Sie er al is, bijvoorbeeld in de beoordeling van dissertaties. Om de 'tirannie van de beoordeling' te vermijden, acht hij het noodzakelijk dat ieder orgaan dat middelen moet toewijzen, een deel reserveert voor 'wilde, ongebruikelijke aanvragen'. Om fouten te vermijden, zou het zinnig kunnen zijn twee golven van beoordeling te gebruiken. Hoe nu verder te gaan? Vofeens Becker hebben CAVWO en ZWO een taak aan het regelmatig, systematisch dooigeven van informatie over beoordelingsprocessen. Zij kunnen daarmee een aandeel leveren aan een. rechtvaardige verdelii^ van de geldstromen. Het symjjosium heeft naar zijn mening aardige diskussiestof opgeleverd. Een andere keer kan misschien wat meer gekeken worden naar de konkrete aanpak van de beoordelingsvraagstukken. (GÜPD, ütr. U-blad)
C. van der Hout 40 jaar bij VU dër Hout betreft. En dat is 'een bijzonder mens'.
Op donderdag 29 juni wordt in de vakgroep Anatomie en Biomechanica een jubileum gevierd. In txvee opzichten is dit voor deze vakgroep een bijzonder jubileum. Het is nl. nog niet eerder voorgekomen, dat een 40-jarig jubileum te gedenken viel. Tweede bijzonderheid is, dat het de heer C. van
HiJ was een van de eersten die door de piepjonge Faculteit der Geneeskunde werd benoemd tot amanuensis in de afdeling Anatomie en Histologie. Nadat hü in het laboratorium voor Anatomie van de Gemeente-universiteit reeds zijn sporen verdiend had. Uit het An. Lab. is hy moeilijk weg te denken. Enerzijds vanwege zijn veelomvattende taak die hij nog steeds met enthousiasme vervult, anderzijds vanwege zijn bijzonder .beminnelijke persoonlijkheid. De heer Van der Hout is een van die waardevolle krachten die op vaak bescheiden posten een zeer belangrijke bijdrage leveren tot het goed functioneren van de afdeling. Op donderdag 29 juni a.s. is er vanaf half vier gelegenheid hem de hand te drukken. De receptie vindt plaats in de kantine van de Medische Faculteit. Alle bekenden zijn daar zeer welkom. De afdeling
bio-mechanica
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's