Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 83

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 83

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 14 OKTOBER 1977

Napraten met rector magnificus prof, J. de Ruiter over zijn openingsrede

bij nieuwe academisch jaar

VU moet niet roepen om meer maar woelceren met wat zij heeft In zqn rede bg 4e opening van het akademisch jaar de vorige maand heeft de rector magnifictis prof. mr. J. de Ruiter de fakulteiten een waarschuwende vinger voorgehouden. Als 'hoeder voor de kwaliteit van onderwös en onderzoek' heeft hij ze geadviseerd toch vooral realiteitsbesef te tonen en de door de overheid noodzakelijk geachte bezuinigingen van de positieve kant te bekijken. Het denken vanuit een al dan niet ongebreideld groeigeloof en het diep teleurgesteld wijzen op de vele knelpunten die ontstaan nu de universiteiten tot 1983 op de 'nullijn' zfln gezet, dat is de verkeerde weg. Dat is blijven steken in de armoe van de rijkdom. Zo'n nullijn is wel pijnlijk natuurlijk. We zouden graag meer willen hebben. Maar een bedrag van ƒ 240 miljoen per jaar alleen al voor de VU, dat is toch beslist ook weer niet niks. Dat is toch 'een groot goed, een voorrecht, een ongekende weelde'. Daarom: we moeten maar eens woekeren met wat we hebben en naar de bijbelse uitdrukking laten zien dat we goede rentmeesters zijn. Wij praten wat na met de rector magnificus.

Hebt u erop toillen wijzen dat de universiteiten alleen op de door u aangegeven manier aan verder overheidsingrijpen kunnen ontkomen? Prof. De Ruiter: Dat is inderdaad zo. Je moet als universiteit de komende jaren tonen dat je een verantwoordelijke partner voor de overheid bent. Ik heb de indruk dat dat nodig is omdat er van de kant van de overheid wel eens te negatief over het universitaire bedrijf wordt gedacht. Als het moeilijk wordt, moet je met realiteitszin, maar ook met inventiviteit en creativiteit meedenken met de overheid. De houding van: het komt allemaal maar over ons en wat is dat toch verschrikkelijk, en de poging om dat zoveel mogelijk tegen te houden, zo'n houding Is verkeerd. Komt het meedenken met de overheid ook niet voort uit een soort loyaliteit? Prof. De Ruiter: Het komt mij als persoon, los van mijn funktie, voor dat dat een heel belangrijke faktor is. Iedereen die het moet hebben van overheidsgeld moet op het ogenblik die loyaliteit opbrengen. Daar ben ik van overtuigd. Men mag best voor de eigen groep opkomen, maar men moet beseffen dat er andere groepen in de samenleving zijn. Hebt u willen zeggen dat de vierjarige kursjisduur plus bijbehorende herprogrammering zonder kwaliteitsverlies best mogelijk is als de fakulteiten de beschikbare middelen maar uitbuiten? Prof. De Ruiter: Die uitspraak zou ik in mijn algemeenheid te ver vinden gaan, omdat ik me dan teveel zou verheffen, ook boven de fakulteiten. Ik weet er onvoldoende van om dat waar te maken. Ik heb in mijn rede alleen willen zeggen: vier jaar is een periode waarin je, hoe je dat ook wendt of keert, een heleboel kunt doen. Het is goed mogelijk dat het niet 'uitkan'. Er liggen ook een heleboel programma's die boven de vier jaar uitgaan — vrijwel alle — en we hebben ook via de Academische Raad tegenover de staatssecretaris verdedigd dat het nodig Kan zijn er boven uit te gaan. Xk zeg dus niet dat fakulteiten die op meer dan vier jaar uitkomen het fout hebben gedaan. Ik heb dlleen willen zeggen: als er een 'leslissing is genomen, als de kruitdamp is opgetrokken, dan KuUen we moeten zeggen: nu maken we programma's die zo inhoudsvol mogelijk zijn op basis van wat we hebben gekregen. Vandaar dat de hele teneur van mijn verhaal vooral is: verbeter :1e service aan docenten, door traixiing. Verbeter de infrastruktuur. Probeer vooral het onderwijs dus aan te pakken en te verbeteren. Ik ben ervan overtuigd dat je heel royaal met methodische kwaliteitsverbetering moet beginnen en dat je pas daarna kunt zeggen: zoveel hebben wliu nodig. Vindt u dat de luxe van de achterliggende vette jaren er voor de universiteiten maar af moet met het idee dat je dan toch nog genoeg overhoudt? Prof. De Ruiter: Dat is de benadering van de regering. Dat blijkt uit de begrotingen. Ook uit de 'afslankingsnota' van Klein. Daar wordt die benadering gekozen: we hebben op te grote voet geleefd, We hebben er maar ingepompt. En de mensen zijn in aantallen en in

Eigen

Door Jan van der Veen rangen zo gestegen, dat het niet meer kan. Natuurlijk een verschrikkelijk groffe benadering. Dat is, als je verder doordringt in het geheel, nooit hard te maken. Want of iets teveel of te groot is, wat is de maatstaf daarvoor? Ik ben het persoonlijk in algemene zin er wel mee eens dat we aan die afslanking op de een of andere m-anier niet zullen ontkomen, maar je geeft er pas zin aan als Je je realiseert wat we aan het doen zijn en hoe we dat zouden moeten doen. Ik heb mij m mijn toespraak proberen te ontworstelen aan het idee dat we er alleen over nadenken omdat de kraan dicht-

'Stromen Zal de geherprogrammeerde, kortere studie moeilijker voor de studenten zijn waardoor er minder mee zullen beginnen of minder de eindstreep halen, als dat niet gepaard gaat met kwaliteitsverlies? Prof. De Ruiter: Ik ben op het gebied van prognoses niet erg sterk. Je kunt erover filosoferen wat voor invloed dat zou hebben. Of het moeilijker zal worden voor de studenten? Dat hangt van de uiteindelijke studieprogramma's af. Op zichzelf is bijvoorbeeld vier jaar studeren niet moeilijker dan vijf jaar. Kwaliteitsverlies hoeft niet op te treden als wij de onderwijsvraag als zodanig beter aan de orde stellen: hoe geef je zo goed mogelijk onderwijs. Natuurlijk wordt het eindprodukt beïnvloed door wat je aan stof in een programma inbrengt. In een programma van vijf jaar kan dat meer zijn dan in een van vier jaar. Maar of je by een kortere studie moet zeggen: nu is er geen fatsoenlijke startpositie meer voor het vervolg daarna, dat is de vraag. Het gaat om de eindtermen: waar wil je de studenten afleveren? WiJ hebben in Nederland altijd een heel breed scala van idealen in dit opzicht gehad. Dat hebben we min of meer onontwarbaar in de studieprogramma's samengepakt. Afgestudeerden moeten in staat zijn een beroep uit te oefenen en tegeiykertijd zelfstandig de wetenschap kunnen bedrijven. Als we dat niet uit elkaar halen, krijg je dat studenten minder funktioneel worden opgeleid. Een zekere globale uitsplitsing van wat we nu in de studieprogramma's stoppen geeft ruimte. Alleen is het bezwaar dat de aanwendbaarheid van de academicus wat beperkter zal zijn. Iemand die een beroepsgerichte opleiding heef gevolgd en dan later toch de research in wil gaan, zal dan te

de vraag. Het onderwijs oefent natuurlijk druk uit op het onderzoek. Het wordt over het algemeen vooropgesteld omdat het nu eenmaal niet gemakkelijk is studenten naar huis te sturen met de opmerking: geen tijd om tentamen af te nemen, ik moet dat en dat boek afschrijven. Die druk is er dus, maar we moeten tegendruk geven en zeggen: er is veel te verbeteren. Of het onderzoek minder kansen krijgt, dat is natuurlijk in 't koffiedik kijken, maar mün idee is om door realistisch taken te verdelen beide meer kansen te geven. Het is tijdverlies als je mensen die duidelijk meer geschikt zijn voor het een toch dat andere ook laat doen.

Kwaliteit onderwijs verbeteren horen krijgen dat hü daar niet voor is toegerust. Je denkt dus meer in 'stromen', vergelijkbaar met wat je in het middelbaar onderwijs op het ogenblik hebt. Niet goed onderscheiden lijkt mij tijdverlies.

Kontrole op onderwijs Er is nu eigenlijk geen kontrole, geen 'grip' op de onderwijsbekwaamheden van docenten. Geven ze goed onderwijs, geven ze slecht onderwijs? U hebt het idee geopperd een aparte organisatorische eenheid te scheppen om het onderwijs intern te verbeteren. Daarin zouden het audiovisueel centrum, de afdeling onderwijsresearch en de bibliotheek moeten samenwerken. Als een steungroep voor docenten. Zal zoiets op de duur de vrijheid van de docenten kunnen gaan beperken? Prof. De Ruiter: Dat is denkbaar, maar je moet de rechtspositionele lijn niet verweven met dit soort samenwerkingsverhoudingen. Het moet-vooral gaan om hulpverlening. Dat is een figuur die je zeer veel tegenkomt. Maar ik houd het voor heel waarschijnlijk en ook erg aan te bevelen dat de wetenschappelijke, maar ook de onderwijskundige kwaUteiten van docenten worden gewogen. Alleen, het laatste is minder grijpbaar. Bij wetenschappelijke kwaliteiten kan je aan produktie, aan boeken etc. denken. Maar om te zeggen: we leiden de studenten voor die een docent heeft opgeleid, dat zegt maar weinig. U hebt ook gepleit voor een sterkere uitsplitsing van taken van het wetenschappelijk personeel. Naast de 'mengvorm' wetenschap-

Suggestie salarisverlaging in studie De door de voorzitter van het college van bestuur, dr. K. van Nes, in zijn bestuursverslag bij de opening van het academisch jaar gedane suggestie door salarisverlaging van vooral de hoogstbetaalden op de VU 35 formatieplaatsen te winnen wordt momenteel bestudeerd. Desgevraagd zei Van Nes hierover vooralsnog geen mededelingen te willen doen. Dr. Van Nes deed de suggestie als een mogelijkheid om de spanning tussen de gestelde taken en de beschikbare mankracht — die hoog opgelopen is —r te verlichten. (J.v.d.V.)

pelijk medewerker zouden er meer dan tot dusver onderwijsmedewerkers en researchmedewerkers moeten komen. Om teleurstellingen en ook verspilling tegen te gaan. Als vaste regel van docenten te vragen dat zij én goed onderwijs én goed onderzoek leveren, dat is de starheid van het huidige systeem. In uw rede denkt u vooral aan het onderwijs. Hoe zal het onderzoek er in uw visie van af komen? Prof. De Ruiter: Dat is voor mij

Audities Nederlands Studenten Orkest Van 19 tot 28 oktober zal het Nederlands Studenten Orkest voor de 26e maal haar traditionele audities houden. Uit de studenten, die komen auditeren zuUen de orkestleden voor het NSO 19771978 gekozen worden. Dit jaar zal het orkest voor het eerst gedirigeerd worden door Louis Stotijn. Na een eerste kennismakingsrepetitie in november zal het orkest in januari bijeenkomen in Bergen, waar na een repetitieperiode van bijna twee weken de tournee door 't land zal beginnen. Dit jaar zullen er concerten worden gegeven in Arnhem, Utrecht, Zwolle, Groningen, Den Haag, Eindhoven, Amsterdam, Breda en Rotterdam. De opbrengsten van deze concerten, als ieder jaar, geheel ten goede komen aan de doelstellingen van het Nederlandse Studenten Orkest: Het NSS, een stichting die invalide studenten helpt en de Stichting Vluchteling Studenten (UAP) die zorg draagt voor gevluchte of ontheemde studenten. De audities vinden plaats in de volgende steden; Wageningen, 19 okt. van 14.00—16.00 uur; Ceres, Gen. Foulkesweg Ib; Nijmegen, 19 okt. van 20.00—22.00 uur; Netao klooster, Sionsweg 2; Groningen,. 22 okt. van 14.00—16.00 uur; Vindicat. Grote' Markt 27; Leiden, 24 okt. van 14.00—16.00 uur; Minerva, Breestraat 48—50; Utrecht, 26 okt. van 10.00—12.00 uur; U.V.S.V. /N.V.V.S.U., Drift 19; Rotterdam, 26 okt. van 14.00—16.00 uur; Hermes, Robert Baelde';traat 55; Delft, 26 okt. van 20.00—22.00 uur; Phoenix, Phoenixstraat 30; Amsterdam, 28 okt. van 15.00—17.00 uur; ASC/AVSV, Raan^racht 6-8. Voor nadere informatie: Saskia van der Poel, h.t. perschef N.S.O., Maliesinged 33, Utrecht 030-316648.

identiteit

Aan het eind van uw toespraak hebt u met enige klem gezegd dat de eigen identiteit van de VU niet mag vjorden prijsgegeven. Noch de indertijd gemaakte keus voor een te ontwikkelen volwaardige, en daarmee overheidsafhankelijke universiteit, noch het meedoen aan een landelijke taakverdelingsbeleid (niet elke nieuwe studierichting, niet elk specialisme kan bij een smalle beurs aan alle instellingen worden gevestigd) mag dat met zich meebrengen. Bent u er bang voor dat dat gevaar erin m? Prof. De Ruiter: Dat is niet bij mij opgekomen. Voor het bijzondere karakter ben ik in dit verband niet zo benauwd. Ik heb er alleen op willen wijzen, dat wij als bijzondere, voor 100% door de overheid gesubsidieerde universiteit ook landelijke verantwoordelijkheid dragen. Sommigen, binnen en buiten de universiteit, zien daar problemen opdoemen en daar heb ik het over gehad. Bezuinigingen en de noodzaak bij groeiende studentenaantallen met gelijkblijvende middelen tot 1983 te werken hebt u misschien ook gezien als een goede mogelijkheid om de christelijke doelstelling van de VU in praktijk te brengen? Het goede rentmeesterschap. Prof. De Ruiter: Dat is juist, maar ik zeg er bij, dat het niet erg bijzonder is om realiteitszin op te brengen. We hebben lang onder de zon geleefd en nu komt er een bui aan.

Opfage twaalf universiteitsbladen Ideine 200.000

Het TUburgs Hogeschoolblad heeft eens nagegaan hoe de oplagecijfers van de twaaJr universiteits- en hogeschoolbladen in ons land eruit zien. Volgens de laatste gegevens: samen 193.650 exemplaren. Ter vergelijking: de Volkskrant heeft een oplage van ruim 220.000. Polia Civitatis, het blad vaji de UvA, is koploper met 30.000 exemplaren. Van Ad Valvas, worden elke week 14.000 exemplaren gedrukt. Het blad met de kleinste oplage is THT-nieuws van de TH van Twente met een oplage van 4750. Als men alle bladen op een lange rij zou plaatsen bevindt Ad Valvas zich ongeveer in het midden. Groter dan Ad Valvas zijn Polia, het Utrechts universiteitsblad (29.000), KU-Nieuws uit Nijmegen (22.500), Mare uit Leiden (21.000) en THDNieuws uit Delft (17.000). Kleiner dan Ad Valvas zijn Quod Novum lüt Rotterdam (13.000), TH-Berichten uit Eindhoven (7.500), het Wagenmgs Hogeschoolblad (7.100), het Tüburgs Hogeschoolblad (5.800). THTNieuws van de TH Twente sluit de rij met 4.750. (Red)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's