Ad Valvas 1977-1978 - pagina 35
AD VALVAS — 16 SEPTEMBER 1977
Heeft studeren op kontrakt toekomst?
Bij wisseling van de wacht van UR
Veel studenten zijn niet zichtbaar betrokken bij het onderwijs dat ze krqgen. Ze doen vaak niet duidelijk aan het onderwijsproces mee. Als verklaring daarvoor hoort men dikwijls dat die studenten lui, dom of niet gemotiveerd zqn, of ook niet kunnen studeren. Het percentage afvallers aan het begin van de studie ligt op circa veertig procent. Dat is veel. Teveel. Algemeen wordt immers aangenomen dat jongeren die de middelbare school hebben doorlopen en hun eindexamen hebben gehaald voor tachtig of negentig procent in staat moeten worden geacht universitair onderwqs te kunnen volgen. Hoe komt het dan dat studenten vaak niet, wat je noemt, participeren in het onderwijs? In de wereld van de onderwijsresearch is daarover nagedacht. 'En een idee voor een oplossing kwam er ook: biedt de student de mogelijkheid te gaan studeren op basis van een kontrakt tussen hem en de studieleiding. Een overeenkomst met rechten en verplichtingen voor beide partyen.
In een toespraak ter gelegenheid van de 'wisseling van de wacht' van een groot deel van de universiteitsraad heeft raadsvoorzitter P. Kuijper de staf gebroken over het 'slechts om electorale redenen' stellen van sommige vragen in de raad. Hij heeft ook de indruk, dat voor raadsleden een antwoord van het college van bestuur pas echt is als het in een openbare raadsvergadering met een goed gevulde tribune wordt gezegd. Bij dat vragen omwille van de kiezersgunst bestaat er bovendien 'geenszins het verlangen het antwoord te betrekken in een laatste afweging van de stem, die nog kans heeft voor of tegen uit te vallen'.
In 1972 introduceerde de coryfee van de Nederlandse onderwijsresearch prof. dr. A. D. de Groot (Universiteit van Amsterdam) de term kontraktonderwys in een rapport van de toen nog hetende Commissie Ontwikkeling Wetenschappelijk Onderwijs, getiteld 'Selektie voor en in het hoger onderwijs'. In 1974 werd er aan de VU bij propedeusekursussen ekonomie praktische ervaring opgedaan met het studeren op kontrakt. Dat gebeurde in het kader van een onderzoek door de afdeling onderwijsresearch. De man die alles van het onderzoek afweet is de psycholoog-onderwijskundige drs. Wim van Os van die afdeling. Met hem hebben wy een gesprek over deze nieuwe vorm van studeren. 'Wat eigenlijk centraal staat is de tweezijdige verantwoordelijkheid. Van de studieleiding, de docent, om studenten op te leiden. En van de student om een voldoende studieresultaat te behalen,' aldus Van Os. 'Je kan zeggen dat de verantwoordelijkheid van de student altijd al heeft bestaan, maar dat was een nogal eenzijdige, want de student had niet zoveel in te brengen. Hij mpest er maar voor zorgen dat hij slaagde en als dat niet gebeurde, lag dat aan hemzelf. Wat verontachtzaamd is in het hoger onderwijs is dat de studieleiding ook een verantwoordelijkheid heeft om de student te helpen slagen.' Kontraktonderwijs. Behalve de tweezijdigheid is er de vrijwilligheid. De student kan, als hij of zij dat wil, een overeenkomst met de studieleiding aangaan. Hij verplicht zich dan tot een maximale inzet: het op tij A studeren, het maken van oefeningen, het deelnemen aan oefeningen, het deelnemen aan voortentamens etc. En de studieleiding helpt hem in ruil daarvoor. Bij De Groot krijgt de student er zelfs, na al eerder gebleken geschiktheid (propedeuse), een slaaggarantie bij. Komt het kontraktonderwijs ook in het buitenland voor? 'Ongeveer tegelijkertijd met de invoering van de term door De Groot kwamen er in Amerika twee stromingen op. Die van de 'grade contracts' en een meer leerpsychologische stroming 'contingency contracting'. De 'grade contracts' liggen op hetzelfde vlak als het onderwijskontrakt.' Houdt de opkomst van het verschijnsel kontraktonderwijs verband met de stormachtig toegenomen aantallen studenten? 'De problemen by het wetenschappelijk onderwijs zyn zichtbaar geworden op het moment dat er grote aantallen studenten kwamen. Het wetenschappeiyk onderwas is altyd gekenmerkt geweest door een enorme mate van vrijheid. Vroeger had je het verschynsel van de eeuwige student, die zyn studie steeds maar uitstelde. Dat uitstellen werd een beetje tegengegaan door een iets grotere sociale kontrole via disputen en ook wel hoogleraren. Een hoogleraar die maar tien studenten heeft, kent ze wel en een beetje een sociale hoogleraar porde zyn studenten wel wat op. Vanaf de jaren vyftig, zestig ongeveer is de situatie anders geworden. Er kwamen grote aantallen studenten. Er werd niet meer mondeling getentamineerd vaak en dat tentamineren gebeurde ook op vaste tydstippen. En de stu__dent moest maar zieji_^aMe op
Door Jan van der Veen tyd klaar was. Je kreeg toen te maken met vaak enorme slachtingen. Die vinden nog wel plaats. Het kontraktonderwys is te zien als een soort tussenvorm tussen het middelbaar onderwijs met zyn strakke struktuur, de regelmatige kontrole, en het wetenschappeiyk onderwys dat in grote lijnen gekenmerkt wordt door het ontbreken van strukturen, het uitbhjven van kontrole tot de tentamendatum.' Wordt het idee van het kontraktonderwijs al veel in Nederland in praktijk gebracht? 'Dat weet ik niet precies, maar hier en daar wordt wel onderwijs gegeven op een manier die op kontraktonderwijs lykt. Je kunt byvoorbeeld zeggen dat de individuele studiesystemen met hun regelmatige toetsing vormen van kontraktonderwys zyn. Rapporten op dit gebied heb ik eigeniyk nog niet gezien.' Voor welke studenten is kontraktonderwijs nuttig? 'In het algemeen voor studenten die van zichzelf weten dat ze moeite hebben een studieplan op te stellen, die nog niet voldoende zelfdiscipline hebben.' Van Os is een voorstander van kontraktonderwys. Niet overal echter is volgens hem kontraktonderwys op zyn plaats. Hy vindt dat het funktioneel is voor studierichtingen of studie-onderdelen waarin het accent op zelfstudie ligt. Byvoorbeeld de mens- en maatschappywetenschappen. In het algemeen echter niet voor studies als wis- en natuurkunde, tandheelkunde, medicynen etc, waar de structuur door o.a. het verplichte volgen van praktica veel duidehjker is voor de student. Kontraktonderwys is ook waardevol voor een studie-onderdeel als de doktoraalskriptie, waar veel studenten vaak te lang over doen.
Gunstige ervaring bij ekonomie In 1974 werd het kontraktonderwys door Van Os op de ekonomische fakulteifbeproefd. Voor de propedeusevakken makro-ekonomie, prystheorie en wiskunde II konden studenten een onderwyskontrakt aangaan. Verondersteld werd dat, als de studenten eerder aan de voorbereiding van een tentamen begonnen en zich regelmatig oefenden in het oplossen van vraagstukken, er betere resultaten zouden worden bereikt en het aantal studenten dat anders met een onvoldoende naar huis zou gaan nu beperkt zou bhjven. Studenten die mee wilden doen schreven zich in voor een zgn. huiswerkgroep. Ze moesten opgaven maken die door de docent werden gecorrigeerd. Als de studenten daar niet aan voldeden, werden ze van de deelnemershjst verwyderd. Zeggenschap over de inhoud van het 'kontrakt' kregen de studenten niet, maar zoiets is in principe natuurhjk niet uitgesloten. De ervaring was gunstig. Het merendeel van de studenten schreef zich in: makro-ekonomie 65%, prystheorie 69% en wiskunde II 65%. Hoewel er een klein aantal afvallers werd genoteerd, hield het overgrote deel zich aan de gemaakte afspraak. Het aantal geslaagden onder de deel-
UR-voorzitter gispt vragenstellen louter omwille van kiezersgunst
Drs. Wim van Os nemers was vergeleken met die onder de niet-deelnemers procentueel een in de meeste gevallen flink stuk hoger. Ontdekt werd bovendien dat een student die byvoorbeeld aan de kontraktopzet voor prystheorie had meegedaan en daar betere resultaten boekte, niet ook beter uit de bus kwam voor wiskunde II waaraan hy niet aan had deelgedaan. Daaruit werd de konklusie getrokken dat het effekt van het kontraktonderwys in het algemeen tot het vak beperkt blyft waarvoor het wordt toegepast. Er was onderscheid gemaakt tussen 'goede' en 'zwakke' studenten op grond van de studieresultaten in andere niet-kontraktvakken. Opvallend was dat vooral de betere studenten wel wat in het kontraktonderwys zagen. Er namen dan ook meer 'goede' dan 'zwakke' studenten aan deel. Heeft het kontraktonderwijs toekomst? 'Dat is moeiUjk te voorspellen. Maar de tendens om het meer te gaan toepassen zie ik wel. In Amerika werken al verschillende universiteiten voor hele studierichtingen met de 'grade contracts'.' Ook in Nederland ziet hy de tendens dat degenen die een studie beginnen op hetzelfde moment de verantwoordeiykheid voor het studeren willen accepteren. Hy wyst op de aktiviteiten rond de open school en de open universiteit die er wel zal komen. Het onderwysbeleid van Den Haag hjkt hem ook op het bevorderen van een groter verantwoordeiykheidsbesef by studerenden gericht. Op mondigheid niet alleen in de zin van meer kennis. Het kontraktonderwys kan daar goed op inspelen.
Gevaar voor verschoolsing Behalve het ekonomische aspekt van het kontraktonderwijs — het studierendement kan erdoor worden opgei^oerd — bestaat er aan de andere kant het gevaar dat de universitaire opleiding verschoolst als de kontraktsopzet op grote schaal wordt toegepast. Dat komt de kwaliteit van de opleiding waarschijnlijk niet ten goede. 'Als je het rigide toepast en je biyft dat doen, dan denk ik wel dat dat op den duur een devaluatie van het universitaire onderwys tot gevolg zal hebben. Het is toch uiteindelyk de bedoeling van de universitaire opleiding dat studenten zelf leren problemen aan te vatten en op te lossen. In elk geval is het kontraktonderwys in de propedeuse voor bepaalde studenten nuttig. Daar gaat het immers om het verwerven van de basiskennis die de studenten nu eenmaal nodig hebben om zelfstandig te kunnen werken. Juist voor die propedeuse is het nuttig dat je een zo efficient en gestruktureerd mogelyk programma aanbiedt. Maar in dat programma moet je dan wel werken naar een geleideiyke overgang naar een grotere eigen verantwoord3iykheid by de student, waarvan die dan bhjk krn geven by het msken van zyn skriptie aan het eind van zyn studie. Omdat er geen vloeiende overgang is, levert het maken van een skriptie vaak zoveel moeiiykheden op.'
Hy hekelde ook de praktyk, dat in de raad vaak diskussies worden herhaald, die al In de kommissies hebben plaatsgevonden en dat in de raa3P vragen aan de orde worden gesteld, die in de kommissies hadden kunnen en moeten worden afgedaan. Soms worden ook gewoon vragen in de raad herhaald. 'Er ryzen hier vragen met betrekking tot de kommunikatie tussen leden van de ko'mmissie en hun geleding, tussen de kommissie en het CvB en tussen de kommissie en de raad zelf. Het moest onbehoorhjfc heten, dat raadsleden buiten hun kommissie-representant om nieuwe vragen in de raad aan de orde stellen, laat staan dat kommissieleden dat zelf doen. Het is volstrekt buiten de orde, dat in een kommissie het CvB wordt uitgespeeld tegen de diensten want dan wordt de plaats van het college en/of de diensten niet goed gezien. En als er bhjk wordt gegeven van een mindere voorbereiding van het raadsdebat dan zou toch tegenover de raad de kommissie haar rol moeten spelen en zelf om verdaging van de beraadsla,gingen moeten vragen?' De ideaalsituatie waarnaar op korte termyn zou moeten worden gestreefd ziet er volgens Kuyper als volgt uit: Het college van bestuur stelt een stuk, dat in de raad moet dienen aan alle raadsleden ter beschikking. De raadsleden geven hun kommentaar mee
Weer een nieuwe u-raad Vorige week was het dan zover. Voor achttien van de veertig universiteitsraadsleden zat het er eindelijk op. Ze werden als raadslid gedechargeerd, zoals dat fraai heet. En hun opvolgers werden geïnstalleerd. Je leert in so'n raadsperiode veel maar daar staat heel wat ergernis en irritatie tegenover, zo kon je uit de afscheidspraatjes opmaken. Het scheidend raadslid Ed Braams werd zelfs wat cynisch toen hij de 'vaak verrassende keuze' (al naar gelang het jaargetijde en het budget) van het nimmer ontbrekende boeketje bloemen in het midden van het vergadercarré als soms het enige lichtpunt tijdens langdurige, rommelige en deprimerende vergaderingen karakteriseerde. Een duidelijk compliment aan het adres van Vera Jansen en Marja Blom. Trouwens ook voor de PKV-fraktie moet dit periodiek bloemenpanorama veel betekend hebben. Dat bleek wel uit het aardige ideetje de dames een boekenbon aan te bieden. Er waren verder weer veel kritische slotopmerkingen van scheidende raadsleden. Schijnkommunikatie, geestelijk narcisme, slecht luisteren, selektieve herinnering, politieke stokpaardjes om maar wat te noemen. Aardig om te signaleren tenslotte is, dat onder de achttien nieuw geïnstalleerde raadsleden maar liefst vijf dames zitten (vier voor de PKV en één voor de VUSO), waarmee het aantal vrouwelijke raadsleden tot voor de VU ongekende hoogte is gestegen: acht van de veertig. Waar welke raadsfrakties in de raadszaal plegen te zitten kan voortaan de geinteresseerde bezoeker van de UR-vergadering in één oogopslag zien in de folder, die Pers en Voorlichting heeft uitgegeven. De eerste exemplaren werden dinsdag uitgedeeld. De folder legt uit hoe de raad funktioneert en hoe de bestuursstruktuur van de VU in elkaar steekt.
(J.K.)
aan de kommissieleden, die in aanwezigheid van het CvB eerst dan het advies aan de raad opsteBen. Dit advies ontvangen vervolgens alle raadsleden vóór de vergadering van de universiteitsraad, met alle noodzakeiyke informatie erby. De praktyk is vaak anders, meende Kuyper: Het CvB stelt — soms onbehooriyk laat — een stuk alleen ter b^chikking van een kommissie, die — in wisselwerking met het CvB — een advies formuleert, waarna het CvB het stuk, soms in een gewyzigde versie, de raadsleden doet toekomen. Deze procedure is alleen korrekt als hy gevolgd wordt door de eerstgenoemde. Dat zal echter een betere tydplanning vergen en bovendien een loskomen van de jacht, die in allerlei academische procedures van hoger hand wordt ingebouwd. Het lykt echter wel of alleen onder druk de universiteiten tot standpimtsbepalingen kunnen komen, klaagde Kuyper en hy vervolgde: 'Als dat juist is kan met recht gevraagd worden of de kwestie, die aan de orde is wel zo urgent of belangryk is als de vragensteller suggereert. Als alles morgen klaar moet, wat rest er dan voor overmorgen, terwyi vandaag de wezeniyke taak van de universiteit — onderwys en onderzoek — opnieuw in de verdrukking raakt? Met name de kommissies kunnen, vindt hy, op het terrein van doelmatigheid voor de raad een wezenhjke bydrage leveren.
Selektief
herinneren
Als andere zwakke schakel in de beslissingsketen van de VU noemde Kuyper het tekort aan continuïteit in de beslissingsprocessen. De vraag dus in hoeverre voorstellen en beslissingen van de raad in het verlengde liggen van eerdere besluiten ofwel daar rekening meehouden. Hy heeft regelmatig de indruk, dat de raad, en ook kommissies onvoldoende weet hebben van de voorgeschiedenis van allerlei agendapunten. 'Als ik dan aandacht voor een en ander vraag wordt stui-ing van de beslissing geducht, zo verzuchtte de raadsvoorzitter. En hy voegde er aan toe: 'Soms weet men zeer duideUjk wat gezegd is en gebruikt men een uitspraak, die door de raad is aanvaard als een argument voor de eigen redenering, daarby zyn eigen interpretatie van die uitspraak toevoegend als ware het de officieel gelegaliseerde.' Kuyper wil graag alle ruimte laten voor het verlaten van een standpunt, dat eerder werd ingenomen. 'Dat kan en mag de raad doen. Dat zouden raadsleden trouwens ook vaker moeten doen. Maar een verandering van mening moet wel met redenen worden omkleed vond Kuyper die het mechanisme, dat hierby in werking kan treden als 'selektieve herinnering' omschreef. Advertentie
(Re-d.)
TIJDELIJK GELDGEBREK? UITZENDBURO DE VAKATUREBANK hoofdkantoor tel. 020-765246 medisch-paramedisch personeel tel. 020-163131
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's