Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 49

8 minuten leestijd

25e JAARGANG — NUMMER 4

23 SEPTEMBER 1977

9 e

• • • • • • • • • (

ft

Kommentaar

Stichting of geen stiditing Ad Valvasf Als de UR dinsdag het CvB volgt en voor het onderbrengen van Ad Valvas in een stichting zonder reserve als voorwaarde stelt, dat de redaktie in het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds moet blijven kan het realiseren van zijn stichtingsstreven wel eens (erg) worden vertraagd of zelfs onmogelijk worden. Immers Binnenlandse Zaken heeft nog altijd niet laten blijken, dat het één met het ander verenigbaar is. In de Stichting Utrechts Universiteitsblad hebben de redacteuren daarom vooralsnog een (mindere) particuliere pensioenverzekering (met compensatie). Ons CvB wil daar 'in het kader van personeelsbeleid' niet aan. Het heeft de UR gevraagd: Ja of nee ABP? De UR zou ook een middenweg kunnen kiezen: het liefst ABP maar als dat niet kan: zoals te Utrecht. Teneinde zijn stichtingsstreven niet te laten verbleken. De redaktie zou daar vóór zijn. De UR beslist. (Redaktie)

ft

W E E K B L A D VRIJE UNIVERSITEIT

Nauwelijks extra bezuiniging op wetenscliappelijl( onderwijs Het ministerie van onderwijs zet het wetenschappelijk onderwijs in 1978 op de nullgn. Weliswaar stijgt het bedrag dat voor de universiteiten en het hogerberoepsonderwijs wordt uitgetrokken fors (van 4,8 naar 5,3 miljard gulden), maar deze stijging wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld prijsstijgingen en hogere personeelskosten. Het betreft steeds die kosten die automatisch hoger worden. Er is geen invloed op uit te oefenen. Voor het totale onderwijs wordt in 1978 naar verwachting bijna 20 miljard gulden uitgegeven. Dit betekent ten opzichte van het lopend begrotingsjaar 1977 een stijging met 1,7 miljard gulden. Een en ander is te lezen in de deze week aan de Tweede Kamer aangeboden onderwijsbegroting 1978. Opvallend daarin is dat — in tegenstelling tot vorig jaar — nauwelijks bezuinigingen op het onderwijs worden voorgesteld. Er is slechts sprake van het ongewijzigd laten doorlopen van het beleid. In de begroting 1977 stond nog voor niet minder dan 450 miljoen aan bezuinigingen op onderwijs aangekondigd. De universiteiten moesten bijna de helft van deze bezuinigingslasten dragen. In 1978 wordt in totaal 'slechts' 60 miljoen bezuinigd. Voor een deel komen die bezuinigingen weer op de universiteiten neer: 7 müjoen gulden op de studiefinanciering en 12 miljoen op de personeelskosten binnen het wetenschappelijk onderwijs. Het feit dat er erg weinig nieuws in de begroting te lezen is wordt veroorzaakt door het feit dat het kabinet Den Uyl nog steeds demissionair is. Daardoor mogen slechts lopende zaken worden afgehandeld en mogen niet echt nieuwe beleidsvoorstellen gedaan worden. Dit mag alleen als 'een goede voortgang van zaken' dit vereist. Minister Van Kemenade van onderwijs schrijft in een toelichting op zijn begroting: 'De begrotingscijfers zijn bijna uitsluitend gebaseerd op de autonome doorwerking van het reeds vóór de kabinetskrisis vastgelegde beleid.' Het demissionair zijn van de minister en zijn staatssecretarissen vraagt vooral bij het schrijven van de memorie van toelichting, die altijd bil de begroting wordt geleverd, 'een grote mate van terughoudendheid'. Wanneer er normaal een kabinet funktioneert staat in de memorie van toelicshting een aantal op politieke visie gebaseerde uitgangspunten. Ook wordt in de memorie van toelichting aangegeven wat de gevolgen van dat beleid op lange termijn zouden zijn. 'Nu kan slechts worden gekonstateerd dat de thans voorliggende begroting het uitvloeisel is van het in de afgelopen jaren vastgelegde beleid.' Het feit dat de nu ingediende begroting zo weinig nieuws brengt hoeft nog niet te betekenen dat daarmee het onderwijsbeleid voor 1978 al vast ligt. 'Zodra een nieuw kabinet is ge-

Door Charles

Groenhuijsen

vormd zullen de dan optredende bewindslieden willen overwegen of ze bij nota van wijziging met aan\'ullende voorstellen zullen komen. Dat is tevens een meer geschikte gelegenheid om aan de uitgangspunten van het te voeren beleid aandacht te besteden', aldus Van Kemenade in de toelichting op de begroting. Dat de universiteiten op de nullijn terecht komen betekent overigens naar verhouding een verslechtering omdat met gelijkblijvende middelen wel meer studenten moeten worden opgevangen. In het lopende studiejaar 1977-1978 bedraagt het aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs 124.000. In de meest recente voorspellingen wordt tot 1980 een verdere stijging met 13 procent genoemd. Tot 1984 treedt vervolgens een stijging met nog eens 9 procent op. Van Kemenade voorspelt dat het aantal eerste-jaarsstudenten na 1980 zal gaan stabiliseren op ongeveer 23.000 per jaar (nu: 20.000).

Studentenstops

Over de toelating tot universitaire studies schrijft Van Kemenade in de begroting onder andere dat uiterlijk in april van het volgend jaar biJ de tweede kamer een wetsontwerp zal worden ingediend dat ook op de langere duur de toelating tot het wetenschappelijk onderwijs moet regelen. Studentenstops worden nu ingesteld met behulp van de tijdelijke Machtigingswet die op 1 september 1979 afloopt. Hoofdpunt van het in te dienen wetsontwerp zal zijn dat er verband moet zijn tussen de op-

Trip in nota

Over de tien studentenstopt die voor het lopende studiejaar zijn ingesteld, schrift Van Kemenade dat die nodig waren omdat 0 in de afgelopen jaren de opnamekapaciteit bij sommige studierichtingen te hoog werd vastgesteld, 9 in het verleden instellingen een studentenstop konden blokkeren terwijl ze zelf die studierichting niet verzorgden, 0 het aantal aangemelde eerstejaarsstudenten voor het studieJaar 1977-1978 een stijging vertoont die de voorspellingen ruimschoots overtrof. Om met het ministerie tot meer-

Voor het gehele universitaire wetenschappelijk onderzoek is meer planning noodzakelijk en mogelijk. Die planning moet worden geïntegreerd met het onderzoek dat elders in Nederland wordt gedaan en in eerste instantie worden gericht op de kapaciteit van het onderzoek. Ook inhoudelijk moet het echter tot afspraken komen, doordat bij de kapaciteitsplanning een aantal globale, aan het belang van onderzoek op bepaalde wetenschapsgebieden te ontlenen kriteria een rol kunnen spelen. Ook mag men verwachten dat onderzoekers in landelijk verband zullen praten over de grote lijnen van hun onderzoekprogramma, niet slechts over dat deel waarvoor extra middelen uit een of andere bron worden aangevraagd. Afspraken daarover zullen in toenemende mate het karakter van taakverdelings- en samenwerkingsafspraken moeten krijgen. In dat geheel moet ook de overheid eigen wensen kunnen formuleren. Dat schrijft de demissionaire minister voor Wetenschapsbeleid, P. Trip, in zijn jaarlijks met de rijksbegroting verschijnende nota Wetenschapsbudget. Daar Trip als minister zonder portefeuille niet de beschikking heeft over een eigen begroting, en dus ook niet de mogelijkheid heeft zijn beleidsvoornemens door middel van een Memorie van Toelichting te openbaren, heeft hij de gewoonte opgevat het parlement op iedere Prinsjesdag te verblijden met een nota Wetenschapsbudget.

AUTOVERHUUR

Middenweg 175, Amsterdam Tel. 938790

Mercedes, BMW, Opel, Ford, Flat, Daf, Renault, Volkswagen.

e ft ft ft ft ft

jaren-afspraken te komen moeten de instellingen ontwikkelingsplannen opstellen op beisis van de beleidsindikaties van Klein. Op dit punt bestaat er nogal wat verschil van mening tussen een aantal instellingen en het ministerie. Niettemin schrijft Van Kemenade dat op het ministerie 'met belangstelling' naar de ontwikkelingsplannen van de universiteiten wordt uitgekeken. Op dit moment wordt uitgebreid gestudeerd op mogelijkheden om het wetenschappelijk korps van de universiteiten 'af te slanken': minder duur, meer goedkoper personeel. Voorlopig is geen beslissing te verwachten over een definitieve herstrukturering van het wetenschappelijk korps. In afwachting daarvan zijn al wel

Vervolg op pagina 2

IVIeer planning nodig en mogeiijlc voor wetenschappelijl( onderzoek

Hül

Bestelwagens 5mM6 m' en personenbusjes diesels

Wetenschapsbudget:

Advertentie

Studenten eo'/o korting.

ft

»•< name van studenten en meerjarenafspraken tussen universiteiten en ministerie.

Onderwijsbeleid in 1978 ongewijzigd

• e o •

De hortus botanicus heeft de afgelopen week een honderdjarige Aloë kado gekregen van een Zaanse dame. Meer daarover op pagina 11.

Door Ton Nienumtsverdriet In verband met de demissionaire status van het kabinet achtte Trip het 'niet mogelijk om over een overigens belangwekkend onderwerp als het wetenschapsbeleid nieuwe uitspraken te doen.' Trip beperkte zich in zijn Wetenschapsbudget 1978 daarom voornamelijk tot een terugblik over het gevoerde beleid in de afgelopen vier jaar, de eerste maal dat een afzonderlijk ministerschap voor het wetenschapsbeleid bestond. In 1978 zal in Nederland bijna 5,9 miljard gulden voor wetenschapsbeoefening worden uitgegeven, dat is 2,1 procent van het Bruto Nationaal Produkt, hetzelfde percentage dat ook voor dit jaar is begroot. Van die 5,9 miljard gulden zal het door het rijk gefinancierde onderzoek 2.791 miljoen gulden belopen (tegen 2.526 miljoen gulden in '77), inkluslnef de bijdragen voor het wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten en hogescholen (1.266 miljoen tegen 1.123 miljoen gulden in 1977). Naar schatting zal door het bedrijfsleven 3.100 miljoen gulden aan wetenschappelijk onderzoek worden besteed, tegen 2.820 miljoen gulden dit jaar. Uit deze cijfers en uit die van vorige jaren blijkt dat het aandeel van het bedrijfsleven in de wetenschapsbeoefening terugloopt. In 1974 nam het bedrijfsleven -nog 55 procent van de kosten van het wetenschappelijk onderzoek voor zijn rekening, in 1978 zal dat per-

centage met twee dalen tot 53 procent. Verder blijkt uit de cijfers dat Nederland, voor wat betreft de civiele overheidsuitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk na West-Duitsland het hoogste scoort van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, in verhouding tot het Bruto Nationaal Produkt. In Nederland was er in 1976 een lichte percentuele stijging van deze uitgaven te zien, terwijl er in West-Duitsland en Frankrijk forse dalingen te konstateren vielen. Toch blijft ook in Nederland de jaarlijkse toename van de uitgaven voor wetenschapsbeoefening enigszins achter bij de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven. Trip wijt dat onder andere aan de sterke stijging van de rijksuitgaven als gevolg van onze sociale wetgeving en de grote bedragen die nodig zijn voor de bestrijding van de werkloosheid. Als andere oorzaak meldt Trip dat juist nu een aantal onderzoeksprojekten zijn afgerond terwijl nog geen beslissingen zijn genomen ten aanzien van vervanging door nieuwe Projekten; die beslissingen worden later pas genomen. 'Daardoor behoeft de ogenschijnlijk optredende daling van de uitgaven in de latere Jaren niet maatgevend te zijn voor het al of niet dalen van de onderzoekkapaciteit in die jaren,' aldus Trip. Hjj bestrijdt daarmee de opvatting van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (RAWB), dat het uitgavepatroon voor het wetenschappelijk onderzoek zich in een neergaande lijn beweegt, ondanks dat de regering zich tot doel stelt de onderzoekskapaciteit op het zelfde niveau te houden. (Utrechts GUPD)

Universiteitsblad,

VU Boekhandel

0^^<

F. Hazelhoff proefschrift 'Ondernemingsstrategie een dilemma' Uitgave Samsom ± ƒ 64,75 Verschijnt deze week

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's