Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 405

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 405

12 minuten leestijd

9

AD VALVAS — 26 ME11978

maar weinig antwoorden De algemene staking was wijdverbreid. In Parijs vond de grootste demonstratie sinds jaren plaats, 800.000 studenten, arbeiders, leraren en anderen, geleid door het inmiddels bekende driemanschap van Cohn Bendit, Geismar en Jacques Sauvageot, de vice-voorzitter van de UNEP, trokken van de République naar Denfert-Rochereau. De vakbondsleiders en de socialistische en kommunistische politici liepen vooraan in de stoet. De eenheid tussen studenten en arbeiders was groot. Maar de tegenstelling tussen de top van de arbeidersbeweging en de basis was nog groter. Hoewel op 14 mei de 24-uurs staking officieel voorbij was gingen de arbeiders van de Sud Aviation fabriek door en bezetten de fabriek. Het idee van deze bezetting was, zoals blijkt uit het boek van R. Koopmans over de Franse mei gebeurtenissen geen navolging van de bezetting van de Sorbonne, want het idee was al gelanceerd op 6 mei, dus geruime tijd voor de opzienbarende studentenbezetting. Op die dag werd de bezetting echter afgestemd, maar op 14 mei waren de stemverhoudingen gewijzigd, dit waarschijniyk wel onder invloed van de studentenonlusten. Na Sud Aviation volgt Renault. Op 20 mei staakten er twee miljoen arbeiders. Op 24 mei waren het er tien miljoen. Het hele openbare leven lag plat. Maar de studenten en arbeiders waren van achteren aangevallen. Zoals Philippe Plantagenest, vicevoorzitter van de UNEP (Unite Syndicale; een uit de UNEP voortgekomen studentenvakbeweging) het ons vertelde: 'De kommunistische partij en vakbond kropen steeds meer in de schoot van De Gaule. Ze koesterden de republiek aan hun borst. Een blijk van onmacht en een gebrek aan zelfvertrouwen om het roer over te nemen en bovendien kwam steeds meer aan het licht, dat het een traditionele illusie is, dat studenten een leidende rol kunnen spelen.' Op 25 mei vond er in de Rue de Grenelle een rondetafelkonferentie plaats tussen de bonden, de werkgevers en het Ministerie van Sociale Zaken. De deelname van de kommunisten vormde het levend bewijs, dat dat CPF de bestaande maatschappelijke verhoudingen nog steeds als gegeven aksepteerde en daarmee deelde ze de doodsklap uit aan de mei-beweging. De macht begon het te winnen van de verbeelding. De hoofdredakteur van Le Nouvel Observateur zou later terecht schrijven: 'Links heeft niet verloren omdat het de macht wilde grijpen, maar omdat het die niet wilde grijpen.'

Ondanks de populaire slogan op rijm: Participation / bidon / trahison / piège ä cons (Participatie / rommel / verraad / valstrik voor idioten) werd de participatie als onderdeel van een hele reeks universitaire hervormingen in het najaar 1968 door het Franse parlement gejaagd. Alleen al de snelheid waarmee nu, na eeuwen onbeweeglijkheid en verkalkt universitair onderwijs, alles zou moeten veranderen kan doen twijfelen aan de kwaliteit van die hervormingen. De oude stijve man zal dan ook herhaaldelijk zijn verkalkte botten breken. Maar de participatie moest ook nog dienen als goocheltruc om de nog smeulende brandhaard van het verzet tegen de vermolmde universitaire strukturen, tegen het autoritaire bewind en tegen de kapitalistische maatschappij te doven. Het hoger onderwijs en met name de Franse universiteiten zaten vóór 1968 nog altijd bekneld in hun oude gietvorm uit de tijd van het Ancien Régime. De enorme toevloed van studenten en de snel veranderende behoeften van de technologische wereld deden deze oude gietvormen barsten.

Wet

Op 12 november 1968 pakte de nieuwe minister van Onderwijs Edgar Faure uit met een 'oriënterende wet op het hoger onderwijs'. De universitaire malaise zou worden genezen door een injektie met drie medicijnen: hervorming, autonomie en participatie. De rekuperatie van de drie sleutelwoorden uit mei 1968 was begonnen. De hervorming zou de oude fakulteiten met hun strak afgebakende studierichtingen moeten vervangen door 'pliuridisciplinair' samengestelde onderwijs- en onderzoekseenheden, (UER: unite d'enseignements et de recherche). De wet-Paure wilde de muren tussen de diverse studierichtingen slopen. Artistieke, letterkundige, wetenschappelijke en technische richtingen zouden uit hun isolement worden gehaald en aan elkaar worden gesmolten. De intentieverklaring achter deze hervormingen klonk oprecht: ondanks de versnippering in studierichtingen moest men de totaliteit van het wetenschappelijk onderwijs voor ogen kunnen houden. Voortaan bestond er geen zuivere geologie, geen pure anatomie, geen op zichzelf staande rechtenstudie meer. Er was slechts één wetenschap: de wetenschap^ van de mens. Men wilde door de bomen heen weer het bos zien. De studenten zouden niet meer verdwalen in het kreupelhout van de studierichting. Dat was de theorie. Maar in de praktijk beantwoordde deze hervorming vooral aan de behoefte van de industrie. Voortaan Tegen beweging zou de eerste cyclxis, de eerste De tegenbeweging kwam op gang. twee jaren van het universitair Op 30 mei hield De GauUe zijn onderwijs, als een soort oriëntebelansrrijkste redevoering: ze be- rende propedeuse resulteren in tekende een ommekeer in de situ- een diploma. Met het DEUG (diatie. Onmiddellijk na de redevoe- ploma van algemene universitaire ring kwamen een paar honderd- studies) zou men de sprong naar duizend betogers op de Champs het aktieve leven kunnen wagen, Elysées voor een gaullistische de- maar in de praktijk bleek de kwalifikatie van het DEUG nauwelijks monstratie bijeen. hoger dan het diploma van midHoewel de bedrijfsbezettingen nog delbaar onderwijs. het grootste gedeelte van juni doorgingen en de gevechten met Teleurstellende de gezagsdragers op het eind van deze maand het felst waren, was resultaten mei leiterlijk en figuurlijk voorbij. De idealen waren opgedroogd. Links waren de tanden uitgetrok- Vandaag, na tien jaar, zijn de reken, niet alleen door de macht- sultaten van deze hervormingen hebbers, maar ook door het verlies teleurstellend. Vooral in de oude van haar zelfvertrouwen in de ei- bastions zijn de gesloten fakulteigen illusies. Geïllustreerd in de ten vrijwel intakt gebleven, ook cum laude overwinning die gene- al heten ze dan nu niet meer raal De Gaulle behaalde by de 'faculté', maar 'UER'. De 23 Franverkiezingen op het einde van juni se molochuniversiteiten werden 1968. opgedeeld in 77 autonome univerHet was de bewuste angst van de siteiten en universitaire centra. Franse bourgeoisie voor de kom- Het waterhoofd, de universiteit munisten en voor de chaos, angst van Parijs met 200.000 studenten, die er via felle kleurenfoto's in de werd verdeeld in 13 autonome unimagazine's en via de eenzijdige versiteiten. ORTF werd ingepompt bij de mil- Naast de bestuurlijke autonomie joenen Fransen in de provincie kreeg elke nieuwe instelling ook de voor wie de gebeurtenissen in Pa- financiële autonomie over het rijs toch al van een andere planeet budget dat haar door de overheid werd toegewezen. Door de pedaleken te komen.

gogische autonomie bepalen de nieuwe instellingen zeU hun programma's, hun onderwijsmodaliteiten en de procedees om de kennis te valideren. De paritaire kommissies tn de nationale onderwijsraad eisten na mei 1968 dat de hervormde universiteiten hun wetenschappelijk personeel vriJ zouden kimnen rekruteren en hun werkingskredieten vrijelijk zouden mogen spreiden over de diverse UER's, de labo's en de gemeenschappelijke diensten. Elke UER kreeg de vrijheid om de toegestane kredieten te gebruiken en om de studieprogramma's en examens zelf te organiseren. De nationale programma's waren in het akademisch jaar 1968/1969 verdwenen, zodat voor eenzelfde diploma de kwalificering en het studiepakket nogal wel eens kon verschillen van instelling tot instelling. Deze autonomie duurde niet lang. De bestuurlijke autonomie kwam weer rechtstreeks onder kontrole van de staat, de diploma's werden weer nationaal bepaald en de minister verdeelde de centen: de universiteiten bezaten immers geen globaal budget. Tot op heden is het de staat die de onderwijsopdrachten uitdeelt en de beheerstoelagen verdeelt. In een officiële tekst staat het zwart op wit: 'Deze autonomie moet niet leiden tot anarchie of tegenstel-

verkieängen van studentenzijde nog behoorlijk. In het akademisch jaar 1968/1969 brachten meer dan de helft van de studenten hun stem uit. Dat zakte in 1970/1971 tot 31,2 procent en in 1973/1974 tot het dieptepunt van 24 procent, om nadien weer lichtjes te stijgen tot 26 procent in 1976/1977. Grosso modo blijkt slechts één kwart van de studenten tot stemmen bereid. De quorumregels van de overheid zijn duidelijk: als er minder dan zestig procent (in 1975 werd dat 50 procent) studenten hun stem uitbrengen wordt het aantal studentenzetels in verhouding teruggedraaid. Deze regel geldt zowel voor de UER-verkiezingen als voor de rechtstreekse of onrechtstreekse verkiezingen voor de imlversiteitsraden. De theoretische pariteit nagestreefd door de wet-Paure blijkt dus een vrome wens. De grote demokratische machine maakt alleen maar veel lawaai. Welke ziJn de oorzaken van de desinteresse bij de studenten? Na 1968 werd de participatie gedoodverfd als verraad. 'Participation/ p i ^ e ä cons' heette het toen. De toen nog niet gesplitste UNEP organiseerde de boykot van de eerste verkiezingen. Men kon nauwelijks anders dan de voorstellen van de regering die de beweging van mei 1968 had overwonnen met wantrouwen afkeuren. Presenteerde Edgar Faure de participatie in de imiversiteiten niet als een model voor de hele Franse samenleving? Daar kon ekstreem-links niet aan meewerken. De participatie was vanaf het prille begin slachtoffer, eerst van het afwijzen en nadien van de onverschilligheid van de studenten. Zij die het participa-

Vincennes nu: rust. lingen. Er zijn grenzen vastgelegd. Bijvoorbeeld: de pedagogische autonomie neemt niet weg dat de algemene onderwijspolitiek, de gereglementeerde titels en diploma's, de studieprogramma's die er op voorbereiden op nationaal vlak bepaald worden.'

Participatie De participatie regelt de relaties van de universiteit met de lokale en regionale gemeenschappen, met de ekonomische en sociale wereld en schept samenwerkingsverbanden met andere universiteiten. Elke UER wordt bestuurd door een paritair samengestelde raad, gekozen door de diverse universitaire geledingen. Deze raad kiest het UER-bestuur en een direkteur. Meestal wordt de universiteitsraad gekozen via indirekte stemming. De leden van elke UER-r^iad kiezen uit hun geleding de leden van de universiteitsraad. Deze raad kiest de xuiiversiteitspresident en zijn assistenten. En dan is er nog de nationale raad van het hoger onderwijs, de CNESER (conseil national de l'enseignement superieur et de la recherche), waarvoor elke universiteitsraad een afvaardiging kiest. De wet-Paure heeft deze participatie, zoals ook de autonomie, met een aantal garanties 'voor de zo noodzakelijke onafhankelijkheid' omkleed. Zo is de regel van het quorum als een nieuwe barrière ingebouwd in het universitaire kiesstelsel. Hierdoor worden vooral de studenten getroffen. In het eerste participatiejaar was de belangstelling voor de UER-

tiespel wel meespeelden zagen zich in de raden geplaatst tegenover tal van behoud^ezinde profs die de draagwijdte van de wetPaure probeerden af te zwakken en die hun verloren gewaande voorrechten via de wettelijke vastgestelde spelr^els wilden rekuperen. De macht werd stilaan herverdeeld onder het voormalige hooglerarenkonvent. De verkozen studenten fungeerden nauwelyks als bindmiddel tussen hun kameraden en de instelling. Zij bleven vaak Duiten de draaimolen van het imiversitaire leven van de massa der studenten die sinds 1970 opnieuw balanceren cp de smalle grens tussen onverschilligheid en revolutie.

Geloof is weg Het stuöentenblad 'Les dossiers de l'étudiant' zocht via een enquête naar de oorzaken van deze onverschilligheid. Ten eerste: het gros van de studenten gelooft ook vandaag nog nauwelijks in het instituut 'universiteit', waarvan zij de tegenstellingen, de ontoereikendheid en het slechte funktioneren elke dag ervaren. Ten tweede: de studenten zijn verdoofd door de veelheid van boodschappen van de talrijke organisaties of ze vrezen inkapseling. Ze volgen geamuseerd het woordensteekspel en de drukdoenerü tussen de diverse studentenvakbonden. De groep van studenten die onverschillig staan tegenover elke struktuur wordt steeds groter. Deze anti-organisatiereflex kan men afleiden uit het geringe le-

dental van de studentenvakbonden: 40.000 militanten op één miljoen studenten, dat is één student op 25. Ten derde: veel studenten hebben de indruk dat ze gefopt worden in het participatiespel omdat de 'macht' die hen na mei 1968 werd toegezegd in feite slechts een illusie is gebleken. De studenten verwijten de raadsleden, of die nu van rechts of van links ziJn, dat ze, in plaats van de verworvenheden van mei 1968 te konsolideren, slechts het hoofd hebben gebroken over hoe men het effekt er van kan inkrimpen en hoe men de mogelijkheden van studentenakties kan beperken. Hier kan men nog de zeer slechte verkiezingsinformatie aan toevoegen. Verkiezingsdata liggen vaak ingewikkeld verspreid tussen oktober en maart. De diverse programma's en kandidaten ziJn nauwelijks gekend en verkiezingsuitslagen worden van officiële zijde nooit bekendgemaakt. Een universitaire pers waarin naast artikelen over het universitaire leven ook programma's en kandidaten worden voorgesteld bestaat in PYankrijk niet. Aankondigingen van de verkiezingen worden in kleine lettertjes aangeplakt en de studenten krijgen niet altijd of niet tijdig de nodige oproeplngsbrieven. De publiciteit ligt volledig in handen van de diverse studentenvakbonden, maar deze beschikken niet altijd over de nodige materiële infrastruktuur en over voldoende miUtanten. Enkele studentenvakbonden weigeren deelname aan wat zij fakeverkiezingen noemen. Dat is onder meer het geval met een van de afsplitsingen van de vroegere UNEP, de trotskistisch georiënteerde UNEF-unité syndicale. Ph. Plantagenest (UNEF-unité syndicale) : 'Al dit werk in raden houdt studenten weg van het werk m de Studentenbonden, zy worden ingekapseld en ervan weerhouden om t ^ e n de regerir^ te vechten. Deze raden, zijn paradepaardjes voor de regering.' De kommunistisch georiënteerde UNEF-Renouveau daarentegen pleit wel voor deelname en is ondertussen de grootste studentenvakbond geworden met zowat 66 procent van alle uitgebrachte studentenstemmen en met 10 van de 37 Studentenstemmen in de nationale raad (CNESER). Door haar politieke verbondenheid met de voornaamste vakbond van het wetenschappelijk personeel, de SNESUP (syndicaat national de l'enseignements superiem') en door een goede relatie met de kommunistische vakbond CGT weegt het politieke gewicht van deze alliantie zwaar door in alle raden en op alle niveaus. Zelfs in de algemene vergadering van universiteitspresidenten zetelen vandaag meer universiteitspresidenten van deze koaUtie van links dan gematigden of aanhangers van de huidige regeringsmeerderheid. Andere belangryke studentenvakbonden zijn de MAS (mouvement d'action syndicale), ook alweer opgesplitst in MAS-1 (PS-PSU) en MAS-2 (trotskistisch-LRC) met samen één zetel in de CNESER; do gematigde CLEF (comité de liaison des étudiants de France) met vijf zetels en de rechtse UNI (union inter-imiversitaire) zonder studentenzetel, maar met vier zetels voor het wetenschappelijk personeel in de CNESER. De logheid van de nieuwe instellingen deed ook bij sommige hoogleraren de c^en opengaan. Henri Mitterand, prof. in de Franse literatuur aan de Parijse universiteit Vincennes: 'Onder het voorwendsel van een demokratisering heeft de wet-Paure in de universiteiten een parlementarisme geïnstalleerd dat een deel van de studenten immobiliseert, het andere deel op de vlucht jaagt en de instelling langs alle kanten toedekt.' Pascal Cribier, nationaal vrijgestelde van UNEF-Renouveau, wijt de passiviteit vooral aan de opzettelijke overheidsboykot van de informatie en aan de zeer grote spreiding van de verkiezingen tussen oktober en maart. 'Daarbij komt nog de krisis van het militantisme. Vooral de ekstreem-link-

Vervolg op pag. 16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 405

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's