Ad Valvas 1977-1978 - pagina 38
AD VALVAS — 16 SEPTEMBER 1977
Klein onderwerpt wetenschappelijk corps aan afslankingskuur In een nota aan universiteiten en hogescbolen doet oud-staatssecretaris Klein (uu weer gewoon Kamerlid) voorstellen om door een strakker personeelsbeleid bezuinigingen tot stand te brengen. Volgens de nota — in de wandel de nota 'Slanke Lqn' — zijn de knelpunten in het wetenschappelijk corps zo groot, dat niet gewacht kan worden tot de kommissie-Van Trier (die bezig is de struktuur van het wetenschappelijk corps te bestuderen) klaar is. Als een belangrijk punt wordt in de nota — die bedoeld is voor de korte termijn — genoemd, dat de sterke indruk bestaat, dat het wetenschappelijk corps in ons land naar omvang, struktuur en salariëring gunstig afsteekt tegen het buitenland en dat de taken van wetenschappelijk medewerkers soms te licht zijn in verhouding tot de hoogte van hun rang. Aanstelling in de rang van wetenschappelijk ambtenaar verdient dan ook de voorkeur boven die als wetenschappelijk medewerker. Doorstroming uit en binnen het wetenschappelijk onderwijs vindt niet of nauwelijks plaats en leden van het wetenschappelijk corps verdienen een hoog salaris vergeleken met docenten in het hoger beroepsonderwijs, de sektor waarmee universiteiten en hogescholen straks zeer nauw moeten gaan samenwerken in de toekomst.
Vervolg van pagina 5 niet beter bij een speciaal instituut kunnen worden ondergebracht? Ik wil daar twee opmerkingen over maken. Aan de ene kant zijn bij universitair onderzoek veelal ook studenten betrokken, zeker in de fakulteit wiskunde en natuurwetenschappen. Men kan zich afvragen of die voldoervde opgeleid kunnen zijn om dit werk in alle opzichten verantwoord te doen. Dit zou er voor pleiten om het rekombinant-DNA-onderzoek onder te brengen in speciale instituten, eventueel buiten de universiteiten, waar een kleine, vaste groep geschoolde medewerkers aktief is. Aan de andere kant is al het onderzoek dat wordt verricht aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen openbaar, zowel wat de resultaten als wat het werk zelf betreft. Zeker de arbeidsomstandigheden en de gestelde onderzoeksdoelen zijn dus vatbaar voor publieke diskussie. In de regel is dit bij industrieel onderzoek, en bijv. bij TNO. niet of in mindere mate het geval. Aangezien door alle betrokkenen voorop wordt gesteld dat de openheid van diskussie van groot belang is, t.a.v. de onderzoeksdoelen en de algemeen gevoelde wenselijkheid van dit onderzoek, is er uit dit oogpunt veel voor te zeggen om rekombinant-DNAonderzoek uit te voeren aan een universiteit. Het eerste 'kontrakt' in Nederland werd gesloten door prof. Planta, het CvB en de meergenoemde KNAW-kommissie. Inmiddels zijn er nog enkele kontrakten gesloten, maar het enige te starten onderzoek (omdat de voorzieningen 'gevisiteerd' zijn en goedgekeurd) is het VXJ-onderzoek, dat wordt uitgevoerd door dr. Meyerink in het medisch microbiologisch lab. Niet ondenkbaar is. dat er meer onderzoek op het terrein van de yenetische manipulatie wordt gepland. In dat licht heeft een door R. C. Brand begin september bij zijn promotie tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen verdedigde stelling de aandacht getrokken: 'Een algemene discussie over de toelaatbaarheid van experimenten op het gebied van de genetische manipulatie is niet gebaat bij een publieke voorlichting die voorbijgaat aan de zakelijke argumenten van de voorstanders van deze argumenten'. Het was, vooral gezien de zeer beperkte mededeelzaamheid juist van ons biochemisch lab aan de VU. dan ook zeer betreurenswaardig dat de heer Brand ondanks mijn herhaald verzoek
Automatisme bij bevordering doorbreken Het formatiebeleid is kennelijk onvoldoende duidelijk eenduidig en strir^ent concludeert Klein, die het daarom ook niet voldoende effectief noemt. Hij meent, dat het carrlërebeginsel niet de overhand mag krijgen boven het
niet bereid was er ter publikatie iets over te zeggen. Tijdens de verdediging van de stelling bij zijn promotie zei hij dat de strekking ervan — zoals ik vermoedde — inderdaad was dat er volgens hem te veel kritici en te weinig voorstanders van de eksperiTnenten in Nederland aan het woord komen en dat het in Amerika beter gesteld zou zijn. 'Zakelijke argumenten' doelde op uitsluitend het eksperimentele onderzoek (!). Hij sprak desgevraagd niet tegen dat met 'publieke voorlicii.ting' ook best wel de lezers van Ad Valvas zouden kunnen worden begiftigd. (Ik hoop dat de heer Brand c.s. hier mettertijd aan zullen meewerken.) Eerder wees ik erop, dat de diskussie over 'wel of geen genetic engineering" dreigt te leiden tot onverkwikkelijke woordenwisselingen tussen deskundigen. M.n. in Amerika is dit helaas zeer duidelijk. In Nederland kan de goede sfeer nog heel goed bewaard blijven. De Nederlandse biochemici die in de publiciteit zijn getreden maken het zichzelf niet gemakkelijk, maar ze vervullen een plicht jegens de maatschappij die in andere wetenschapstakken wel eens verwaarloosd wordt. Ik geloof dat de VU, die als eerste en nog enige groen licht voor een DNA-rekombinant-onderzoek heeft gekregen, best ook iets nuttigs zou kunnen zeggen. Er gaan bijvoorbeeld geruchten dat omwonenden van de VU zich zeer ongerust hebben gewend tot de dienst hinderwet- en milieuzaken van de gemeente Amsterdam. Is er inderdaad een 'publieksrisiko' of hebben we het alleen over 'laboratoriumveiligheid'? Meer algemeen: is het wel mogelijk in dit geval een kwantitatieve risiko-analyse te maken? De extra voorzieningen voor het VU-onderzoek zijn misschien nog niet erg duur, maar meer voorzorgen zouden wel eens nodig kunnen zijn in verband met nieuwe plannen of als gevolg van strakkere overheidseisen. Als er gedacht wordt aan een apart gebouw: wie zal dat betalen? Tenslotte: over de ethische aspekten van genetische manipulaties is in ons land nog nauwelijks gesproken. Een recente publikatie van het Nederlands Gesprekscentrum biedt een voorzet. In 'Erfelijkheid: sleutelen aan genen, wat kan — wat mag — wat moet' worden ook ethische kanttekeningen gemaakt. Ook de VU dient hier naar mijn mening een richting aan te geven. Haar verantwoordelijkheid wordt door zwijgen alleen maar verzwaard.
formatiebeginsel. Klein stelt de universiteiten en hogescholen voor in de komende jaren vertrekkende wetenschappelijk (hoofd)medewerkers en (hoofd) ambtenaren in vaste dienst te vervangen door wetenschappelijk assistenten in tijdelijke dienst en slechts bij hoge uitzondering door mensen van -een gelijk rangnivo als de vertrekkende funktionaris. Voorts wil de oud-staatssekretaris, dat iemand pas tot wetenschappelijk hoofdmedewerker of hoofdambtenaar wordt bevorderd als aan alle wezenlijke eisen daarvoor is voldaan. Daarmee zou een eind kunnen worden gemaakt aan het 'tot dusver vrij slordig' gebruik van het rangenstelsel van wetenschappelijk medewerkers en aan de automatismen, die daar zijn ingeslopen. Ook wil Klein grote terughoudendheid betrachten bij het verlenen van nieuwe aanstellingen op proef of direkt in vaste dienst nemen van wetenschappelijk medewerkers en -ambtenaren. In de nota worden globale aanwijzingen gegeven omtrent de gewenste verhouding tussen het aantal vas-' te en tijdelijk aangestelden.
Lagere inschaling De bewindsman wil extra geld beschikbaar stellen voor zogeheten nieti-functionele, persoonsgebonden leerstoelen. Tevens houdt hij de mogelijkheid open dat wetenschappelijk hooi dmedewerkers en hoogleraren een persoonsgebonden toelage krijgen, indien de minister daartoe aanleiding ziet. Bij de vervuUing van vacante plaatsen van hoogleraren zal de opvolger in beginsel lager dienen te worden ingeschaald dan zijn voorganger- wat de vacante lectorsplaatsen betreft zal alleen in bijzondere gevallen omzetting in een hoogleraarsfunctie mogelijk zijn (de rang van lector zal op den duur worden afgeschaft); voor het overige dienen de plaatsen, als ze vry komen, te worden omgezet in plaatsen voor wetenschappelijk (hoofd) medewEjrker. Op den duur zullen er twee soorten hoogleraar zijn, zeer hoog gekwalificeerde onderzoekers en hoogleraren die met name een onderwijstaak vervullen, aldus een toelichting. Klein merkt op, dat het gevolg van de door hem voorgestelde 'beleidsbijstellingen' zal zijn, dat er minder hoogleraren op het huidige salarisniveau zullen komen en meer hoogleraren op het huidige lectorsniveau (de rang van lector als zodanig wordt op den duur afgeschaft), terwijl er ook minder wetenschappelijk hoofdambtenaren zullen komen. De omvang van het wetenschappelijk corps zal worden ingeperkt. De 'afslanking' van het wetenschappelijk corps zou gestalte moeten krijgen in onder meer een na te streven verhouding van één plaats voor een hoogleraar op 5 plaatsen voor vaste stafleden. Realisering van dat streven komt neer op een vermindering van het huidige landelijk totaal van hoogleraars- en lectorsplaatsen met plm. 9% d.i. bijna 300 leerstoelen. Klein wil dat ds instellingen aan de hand van de nota voorstellen bij hem indienen over het aantal leerstoelen per studierichting. De verhouding tussen wetenschappelijk medewerkers en wetenschappelijk ambtenaren, momenteel op basis van de laatste gegevens te stellen op 4,2:1 (d.w.z. op iedere wetenschappelijk ambtenaar zijn er ruim 4 wetenschappeliike medewerkers) zal, aldus de staatssecretaris, gezien hetgeen in de nota eerder is gesteld 'vrij ingrijpend gewijzigd moeten worden'. De orde van grootte van die wijziging zou zo moeten zijn, dat uiteindelijk een verhouding van 2,5:1 (op iedere wetenséhappelijk ambtenaar 2,5 wetenschappelijk medewerker) zal ontstaan, aldus de nota. (Red.)
Vormingscentrum VU zoekt nog drie student-bestuursleden Voor het komende jaar, september '77 tot september '78, zoekt het Vormingscentrum van de VU, kortweg VCVU, nog drie student-bestuursleden. Al drie mensen hebben zich kandidaat gesteld. Het VCVU is aktief op vele terreinen van algemene en maatschappelijhe vorming voor studenten. De laatste jaren zijn o.a. door het k .nnen aantrekken van meer personeel nieuwe initiatieven genomen. Momenteel werken er op het VCVU 5 studenten (één te weinig), een maatschappelijk adviseur, een trainingsadviseur, een medewerkster voor het Projekt student-sex en relatie, een dokumentaliste en een secretaresse. Samen vormen zij het bestuur van het VCVU. Kwa struktuur is het VCVU onderdeel van de raad studentenaangelegenheden, de RSA, net als bv. het ACC, de ASVU en het bureau van de Studentendekanen. Het VCVU kent geen individuele leden, maar wel participanten; dat zijn haast alle studentenorganisaties aan de VU, zoals de gezelligheidsverenigingen, (sub)fakulteitsverenigingen, de SRVU, werk- en aktiegroepen, zoals bv. de wereldwinkels Amstelveen en van de VU, de Uilenhof etc. Van de studentenbestuursleden wordt verwacht, dat zij 24 dag per week aan het VCVU besteden. Hiervoor krijgen zij per maand 225 gulden vergoed. Voor welke Projekten, taken, zoekt het VCVU nog bestuursleden? I. De post Sociale Introduktie. Elk jaar opnieuw speelt het VCVU een belangrijke rol in het organiseren van de sociale introduksie. O.a. door participatie in de commissie sociale introduksie, door de werving en de training van de mentoren van de S.I, door verzorging van het onderdeel studentsex en relatie, het eigen onderdeel vorming en medewerking aan het onderdeel universiteit en samenleving.
Urgentiekommissie huisvesting paren nu in hoofdgebouw Wegens verandering op het secretariaat van de RSA is de administratie van de urgentiecommissie voor huisvesting van paren verplaatst. Voortaan kan men terecht in het hoofdgebouw. Bureau Studentendecanen, kamer OE 69 bij mevr. Trieneke Mulder die dagelijks, behalve woensdag, van 11.0012.00 uur informatie geeft. Op dit adres kun je je inschrijven en ook een gesprek aanvragen bij de studentendecaan die lid is van deze commissie. Jaap van Waning. De urgentiecommissie heeft tot taak de toewijzing van de z.g. gehuwdenflats op Uilenstede en Herengracht 384; ieder paar kan zich hiervoor opgeven. Verder bemiddelt de u.c. voor het verkrijgen van huisvesting in de stad Amsterdam. Voor deze bemiddeling komen niet alleen paren in aanmerking, maar ook alleenstaanden met een urgentiebewijs van de Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting.
Universitaire opleiding verpleegkunde nodig
Er moeten zo spoedig mogelijk een of meer universitaire opleidingen voor verpleegkundige komen in aansluiting op H.B.O.-V.-niveau en met een volledige doctoraalopleiding. Zo luidt de aanbeveling, die een werkgroep, bestaande uit deskundigen uit de gezondheidssector, heeft gedaan op grond van behoefte aan universitair geschoold personeel in leidinggevende en beleidsfuncties als ook aan eerstegraads docenten in de verpleegkunde. De totale behoefte aan universitair gevormde verpleegkundigen wordt door de werkgroep op ongeveer 3000 man geschat.
II. De post Student-Sex en Relatie. Samen met de medewerkster is de student op deze post verantwoordelijk voor de voorbereiding van het onderdeel in de S.I., o.a. training van diskussieleiders, medewerking aan de voorbereiding van een nieuwe diaserie (eventueel). En het verzorgen van de jaarlijkse foUow-up van het S.S.R.-projekt, o.a. praat- en werkgroepen over vrouwenbeweging, mannen- en/of vrouwenpraatgroepen, homofilie, de maatschappelijke aspekten van de sexualiteit, etc. III. Een post 'Algemeen'. Deze Andere Projekten van het VCVU, waar al mensen voor zijn gevonden, zijn: De post wetenschap en samenleving. Het stimuleren van het nadenken over de relatie universiteit, wetenschap en samenleving op de universtieit en op de omvat twee aspekten: a) Het samen met andere bestuursleden uitwerken van aanzetten, die afgelopen en vorige jaren gedaan zijn om te komen tot theorievorming m.b.t. vormingswerk voor studenten, o.a. in vergelijking met vormingswerk werkende jongeren, vakbondsvormingswerk etc. b) Het komende jaar zullen over de studentenvoorzieningen en ook over het vormingswerk voor studenten een aantal belangrijke beslissingen gaan vallen. Er dreigen bezuinigingen, er dreigen nieuwe strukturen verzonnen te worden onder invloed van staatssecretaris Klein, die de demokratisering van de studentenvoorzieningen bedreigen. Er ziJn zelfs voorstellen om de bestaande vormingsvoorzieningen geheel te ontbinden. Strijd voor behoud van de studentenvoorzieningen en van het VCVU zal komende jaren veel tijd gaan kosten, o.a. vertegenwoordigend werk in het Overlegorgaan Studenten Aangelegenheden, kontakten met PKV, SRVU, landelijke kontakten met andere vormingscentra etc. Overigens moeten alle bestuursleden vertegenwoordigend werk doen, maar de taak van bovengenoemde personen wordt o.a. om dit werk te koördineren. f akulteiten en begeleiding van het fakultair studium generale op de bêtafakulteit. En verder de post trainingen: het helpen opzetten en begeleiden van studiementoraten, het verzorgen van het projekt raadsledentrainingen dat aan alle raadsfrakties van studenten op de fakulteiten wordten aangeboden ter ondersteuning van hun werk en het op aanvraag van participanten hen behulpzaam zijn met het verbeteren van hun organisatie. Het is mogelijk voor studentenbestuursleden om hun bestuursaktiviteiten als stage te laten gelden. De eisen die het VCVU stelt aan nieuwe bestuursleden zijn de volgende: 9 Goed op de hoogte zijn van het universitaire gebeuren. ft De bereidheid om zich in te zetten voor het behoud en verbetering van de studentenvoorzieningen en het VCVU in het bijzonder. 9 Het liefst op de hoogte zijn van en ervaring hebben met enigerlei vorm van vormingswerk (we denken hier vooral, maar niet uitsluitend aan mensen van de sociale Fakulteit met name andragologie. 9 Het liefst in bezit van de kandidaatsbul. Voor inlichtingen bel of schrijf het VCVU, Uilenstede 108, Amstelveen, tel. 5484524.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's