Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 231

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 231

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 27 JANUARI 1978

Er schort nogal wat aan ons universitaire systeem Derek Philips (1934), sinds vijf jaar als hoogleraar in de sociologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, geeft in het laatste nummer van De Gids 'enige beschouwingen over het wetenschappelijk onderwijs in Nederland'. Hij vergelijkt het universitaire systeem in de Verenigde Staten met dat in Nederland en komt tot de conclusie dat er bij ons nogal wat aan schort. Jacky Bax (Quod novum, GUPD) maakte de volgende samenvatting. Allereerst merkt Tmj op dat vrouwen en ook mensen uit de arbeidersklasse in het Nederlandse tertiaire onderwijs ondervertegenwoordigd zijn. In de Verenigde Staten is bijna de helft van alle studenten en stafleden aan de universiteiten van het vrouwelijk geslacht, in Nederland ligt dat slechts in de buurt van de twintig procent. Hoe komt dat? Phillips verklaring is dat de vrouwelijke helft van de Nederlandse samenleving nog steeds wordt opgevoed met het idee dat het vrouw en moeder zijn haar ware bestemming is. Al in de zesde klas van de lagere school worden de jongetjes meer gestimuleerd hard te werken om zo hoog mogelijk te scoren op de 'schooltoets', zodat zij het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs kunnen betreden. Binnen het V.W.O. zijn het vooral weer de jongens die aangemoedigd worden om hun studie serieus te nemen en te werken naar een maatschappelijke carri're of specialistische loopbaan. Uiteindelijk gaan meer jongens naar de universiteiten en vallen meer meisjes daar af. Bij studentenhuwelijken is het meestal de man die zijn studie afmaakt terwijl zijn vrouw maar I gaat werken. Later komt ze er dan meestal niet meer toe haar studie weer op te pakken — als hij eenmaal klaar is — omdat er een nest gebouwd moet worden." Het geringe aantal studenten en stafleden uit arbeidersmilieus wordt naar Phillips' mening eveneens veroorzaakt door de schooltoets die hiJ elitair noemt. Daarbij wijst hij erop dat het meer de speciale situatie van het gezin dan de inhoud van het onderwijs is, die bepaalt of het kind geschikt wordt geacht voor het enigszins opgevangen kunnen worden door een uitgebreid systeem van tweede-kans-onderwijs, dat in ons land, in tegenstelling tot de V.S., nog niet erg van de grond is gekomen. Om het wetenschappelijk onder-^ wijs in beide la,nden te vergelijken is het haridig te weten hoe het Amerikaanse systeem in elkaar zit:- Studenten krijgen daar eerst een opleiding van vier jaar tot de Bachelor's graad (B.A.). Zo'n B.A. studie is eigenlijk geen gespecialiseerd onderwijs zoals wy dat in Nederland kennen. De eerste twee jaren doen de studenten de meest uiteenlopende vakken, en pas daarna kiezen ze een hoofdvak. Die keuze van een hoofdvak kan nog gemakkelijk veranderd worden in het derde en soms zelfs in het vierde jaar. Naast het hoofdvak blijft men allerlei uiteenlopende onderwerpen bestuderen. Na een dergelijke algemene studie kan men zijn Master's graad halen (M.A.) wat één jaar colleges volgen en het schrijven van een skriptie vereist. Pas dan is men een vakman geworden — b.v. bioloog of socioloog. Met een M.A. kan men geen baan krijgen aan een universiteit. Daarvoor is de doctorsgraad (Ph.D.) noodzakelijk, te verkrijgen na nog één jaar of twee jaar colleges en het schrijven van een proefschrift. In Nederland studeert men zeven of acht jaar om zijn doctoraal te halen. Daarna promoveert naar schatting minder dan vijftien procent, I n Nederland daarentegen hoeft men niet te promoveren om aan een universiteit te komen werken.

Verwachtine; Volgens Phillips verwacht een Amerikaan die »aan een Nederlandse universiteit komt lesgeven dat de studenten hier veel beter opgeleid zijn dan in de V.S. Die verwachting is gestoeld op de algemeen heersende opvatting dat J h e t Nederlandse niiddelbaar onderwijs van een bétere kwaliteit is dan het Amerikaanse. En omdat sleelits zes tot acht procent

deert, tegen veertig procent van de Amerikaanse jeugd, zou men kunnen veronderstellen, dat het hier dan wel helemaal om het neusje van de intellektuele zalm moet gaan. Deze veronderstellingen zijn gedeeltelijk juist. Inderdaad is het "gemiddelde I.Q. van de Nederlandse eerstejaars 125 tegen een gemiddeld I.Q. van 110 van zijn Amerikaanse collega. En wat betreft moderne talen, wiskunde, geschiedenis en natuurwetenschappen is het V.W.O. beduidend beter dan het Amerikaans middelbaar onderwijs.

Amerikanen heter

tenslotte

Phillips gaat echter vervolgens over tot een vergelijking van onze studenten met hun soortgenoten aan de beste universiteiten in Amerika, naar zijn mening een juistere aanpak omdat het bij ons om eenzelfde elitaire bevolkingsgroep gaat. En dan komt hij tot de conclusie dat de Nederlandse studenten met een voorsprong op de Amerikaanse groep van start gaan, maar na acht jaar studie slechter opgeleid blijken te zijn dan de Amerikaanse B.A. student na vier jaar. ' Deze conclusie laat hij gelden voor de menswetenschappen en zij berust op zijn opvatting van wat van een universitaire opleiding verwacht mag worden en in hoeverre aan deze verwachtingen in de V.S. en Nederland wordt voldaan. Naar zijn mening worden

en 4000 dollar tegen ons collegegeld van 500 gulden. Amerikanen proberen daarom binnen de vier jaar klaar te zijn met hun B.A.studie en hebben ook nog allerlei bijbaantjes om hun collegegeld bijeen te garen. Amerikaanse studenten moeten aan het eind van elk semester examen doen of een skriptie maken voor elk vak, en Phillips noemt ergens het aantal van 40 collegeseenheden in vier jaar. Zij zijn daardoor gedwongen altijd voor krappe deadlines te werken. Daarentegen kan zijn Nederlandse evenbeeld vooral in de doktoraalfase tentamens blijven uitstellen.

Philips' kritiek gaat verder. Nederlandse studenten kunnen zich mondeling en schriftelijk slecht uitdrukken. Dat is een gevolg van ons V.W.O.onderwijs waarin de leerlingen wel veel moderne talen krijgen en dus nauwkeurig regels en woordjes uit hun hoofd moeten leren, maar waar weinig aandacht wordt besteed aan het stimuleren van . creativiteit en de ontwikkeling van het uitdrukkingsvermogen. Op de universiteit is het al niet veel beter. Er zijn maar weinig studies waarin men meer dan een paar korte verslagen en een kleine skriptie moet produceren. In Amerika is het schrijven van papers aan de orde van de dag: vijf tot tien zulke kleine skripties per jaar is normaal. De filosofie die daar achter zit is dat de student in een paper beter kan laten zien wat hij van de stof heeft begrepen dan in een schriftelijk of mondeling tentamen. Hij steekt er ook meer van op om de inzichten uit de bestudeerde stof systematisch uiteen te zetten en te verwerken tot een betoog. I n het

In het Amerikaanse systeem gaat men ervan uit dat de aankomende student niet voldoende ervaring en kennis heeft om een goede studiekeuze te maken en daarom eerst eens met verschillende vakken uit de natuur-, mens- en maatschappijwetenschappen kennis moet maken. Dat is dan een voorbereiding op de uiteindelijke doelstelling van het onderwijs: het aankweken van een onafhankelijke, kritische en autonome geest die uiteindelijk op eigen kracht kan funktioneren. Bovendien is de mens altijd in een staat van wording, en in de loop van zijn- studie kunnen zijn interesses dus veranderen. Nederlandse studenten werken minder hard dan Amerikaanse, meent PhUlips en wijt dat aan twee faktoren: de lage kosten van een studie en het weinig strikte toetsingssvsteem in Nederland. In de V.S. kost een studie aan een góéde* universiteit tussen de 3500

schrijven kan hij tevens zijn creatieve en literaire gaven kwijt. Een derde voordeel van papers schrijven is dat er een betere feedback kan plaatsvinden. Als een student zijn stuk terug krijgt met een cijfer en aan- en opmerkingen kan hij ermee naar zijn docent gaan die hem nog eens duidelijk kan uitleggen wat ziJn bezwaren precies zijn en hoe het anders kan. Zo krijgt de student een beter inzicht in zijn eigen capaciteiten.

Kwaliteiten

docenten

ueoeüAtJOiB SABrajscHAppen.

Moer,OM BSM fiftAV ^Aii eeA/üviügfUiTE-ir HS 5tTBrKR(l6G^ƒ.k;y^^f

2C'(K/,M0eT, DM eA/ t/fliT€

z

WftCHTgAy OP B'etJ A-ftH T AAKlireiU^Jé' HOEFT »a ZICH fJlGTHBBtl, m.\i.

puBUkAvei

KAi/ öoK Nier

Uitdrukkingsvaardiß;heid

KonMusie Amikaanse socioloog Phillips bij vergelijking met VS die opvattingen door tal van universitaire onderwijssystemen in de westerse wereld bevestigd. Wat wil dat dan zeggen, dat Nederlandse doktoraal studenten zo slecht opgeleid zijn? Zii zjjn apathischer, ongeïnteresseerder en in het algemeen minder gemotiveerd wat betreft hun studie dan Amerikaanse B.A. studenten. Ze werken minder hard, hebben veel meer moeite zich schriftelijk en mondeling uit te drukken en ontvangen minder goed onderwijs dan hun Amerikaanse collega's. De apathie komt volgens Phillips voort uit het gebrek aan flexibiliteit van het Nederlandse universitaire systeem. Wil een student van studierichting veranderen dan moet hij meestal weer helemaal van vorenafaan beginnen, terwijl de Amerikaan zijn behaalde punten kan laten staan. Phillips meent dat een groot gedeelte van de Nederlandse studenten in feite al lang niet meer geïnteresseerd is in zijn eenmaal gekozen studierichting en dat het hoge uitvalpercentage van Nederlandse studenten te wüten is aan deze onvrede.

Pt /Vieeiic^Ai/sE - ßi\/ D ß

en de passie voor de wetenschap bijbrengen? Publicaties zijn als het ware de toetssteen voor de waren die een wetenschapper te bieden heeft. Slechts door zijn inzichten te publiceren kan hij ze toetsen aan het oordeel van zijn vakgenoten, en publiceert hij niets dan vindt hij blijkbaar dat hy niets heeft gedaan wat de moeite waard is om mee te delen. In Nederland lijkt het zwaartepunt van de taak van de wetenschapper, vooral in de mens- en maatschappijwetenschappen, te liggen op de onderwijstaak. Maar dat is slechts één van de drie ta-' ken die de universiteit heeft, meent men in de V.S.: het vermeerderen van kennis en de toepassing van kennis, de maatschappelijke dienstbaarheid, zijn minstens even belangrijk. Dat aan de Nederlandse universiteiten wetenschappers werken die weinig zelfstandig onderzoek verrichten •— wat ze ook niet geleerd hebben van hun docenten — en goed betaald tot hun pensioen door kunnen gaan zonder zichzelf en hun salaris te hoeven waarmaken heeft drie negatieve consequenties. Allereerst is er de al eerder genoemde weinig stimulerende invloed op de volgende generatie wetenschappers. Ten tweede vijidt er geen kennisvermeerdering plaats en daar

MBSCI

heeft de Nederlandse samenleving, die de universiteiten tenslotte moet financieren wel onder te lijden. Tenslotte wordt er geen nieuw bloed meer toegevoerd. De omvang van de totale wetenschappelijke staf neemt immers nauwelijks meer toe en wetenschappers die eenmaal in vaste dienst zijn worden niet meer ontslagen. Op zo'n manier bestaat de kans dat het systeem van wetenschappelijk onderwijs — waar dit land eens terecht trots op was, voegt Phillips toe — uiteindelijk zal afsterven. Phillips' conclusie is dat de Nederlandse universiteiten wat betreft de aanstelling van hun stafleden niet elitair en selektief genoeg zijn. Hij haalt Kingman Brewster, rector magnificus van Yale University, aan, die meent dat men als selektiekriterium maar moeten kiezen voor 'verdiensten'. Men kan tenslotte niet iedereen een wetenschappelijke baan geven die dat wil. En 'Als lesgeven meer moet zijn dan het doorgeven van wat al bekend is en als onderzoek er op gericht moet zijn werkelijke doorbraken in de verklaring voor mens en kosmos te bewerkstelligen, dan dienen docenten geleerden te zijn'.

Phillips' laatste kritiekpunt betreft de kwaliteit van de docenten in het Nederlandse universitaire onderwijs. Er wordt weliswaar weleens door Commentaren op pag. 8 en 9 zijn Nederlandse collegae over verbeteringen in het onderwijs gedacht en gesproken in termen van didaktiek, organisatie van het onForum over terrorisme hoogtepunt derwijs en het aantal door de student te lezen bladzijden, maar mogelijke tekortkomingen in kwaliteit en deskundigheid van de leden van de wetenschappelijke staf komen niet ter sprake. Phillips meent dat de kwaliteiten van de Nederlandse staf minder zijn dan die van de Amerikaanse. In Amerika moet immers elk stafIn de week van 30 januari tot en met 3 februari viert de juridische lid gepromoveerd zijn, en heeft daarmee moeten bewijzen dat hij fakulteitsvereniging QBD haar 85-jarig bestaan. zelfstandig onderzoek kan doen. Het volledig pragramma ziet er als volgt uit: Om aan een vaste betrekking te komen kan een Nederlandse we- Maandag 30 januari, 14.00 uur, naal en Europees parlementariër). tenschapper vier jaar zitten wach- zaal 2A-00. Forum over de ont- Aansluitend een borrel. ten. De Amerikaan moet daaren- staansgronden van terreur en ter- Vrijdag 3 februari, 14.00 uur, tertegen gedurende een periode van rorisme. Deelnemers zijn prof. mr. rein P.C. Buitenveldert. Voetbalzeven jaar zijn kwaliteiten tonen B. M. I. Delfgaauw (ethicus), prof. wedstrijd tussen docenten en studoor onderzoek te blijven doen en mr. G. E. Langemeijer (oud-prodenten. Vertrek vanuit kamer te publiceren. cureur-generaal Hoge Raad) en dr. 6A-18 om 13.30 uur. Dat hangt ook samen met de an- H. Tromp (polemoloog). Aanslui- 21.30 mir. Uilenstede (naast de tend een borrel. kleine sociëteit). Feest met de dere opvatting die men in Amerika heeft ten aanzien van weten- Dinsdag 31 januari, 13.00 uur, zaal band 'Kjoebiedoe'. Entree ƒ 1,50 voor leden en ƒ 2,50 voor nietschappelijk onderwijs. Men gaat 2A-00. Film met woody AUen. ervan uit dat docent zijn an sich Woensdag 1 februari, 14.00 uur, leden. inhoudsloos is. Slechts als men zaal 14.00. Forum over de bestrij- De hele week door zal op de zesde zelf een goed wetenschapper is ding van terreur en terrorisme. verdieping van het hoofdgebouw Deelnemers zijn prof. dr. H. Bian- een informatiestand zijn ingericht heeft men iets te melden en derhalve zijn studenten wat over te chi (criminoloog), prof. mr. W. F. met infoiTnatie over allerlei zaken, dragen. Als een docent zich nooit de Gaay Fortman (oud-minlster waar QBD zich mee bezig houdt. met wetenschappelijk onderzoek van Binnenlandse Zaken), prof. Men kan ter plaatse lid worden voor ƒ 15,—. Meer informatie op bezig houdt hoe kan hy dan aan ^mv. G. E]. Mvilder (strafrechtsgetejjn" ètudenten de -^aardigheden ie'feMb'^eit idhr: J. Voogd (natio- liämer'6A-lg of telefoon 5484669.

Programma lustrum juridische fakelteitsvereniging

I '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 231

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's