Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 368

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 368

12 minuten leestijd

8

AD VALVAS — 28 APRIL 1978

Nieuw

wetenschappelijk

centrum

in

aanbouw

; 'If^^y^^mi^iy'.'f^W.KSf^?

* erf/^a^.,^'^

^/.

Big science in de Watergraafsmeer In de Watergraafsmeer verrgst een nieuw wetenschappelijk centrum. In 1976 zijn hiervoor de werkzaamheden begonnen; in 1980 hoopt men ermee gereed te zijn. Het betreft de bouw van een lineaire versneller voor kernfysisch onderzoek en de behuizing van drie instellingen: de Stichting Academisch Rekencentrum (SABA , het Mathematisch Centrum (MC) en het Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge Energie Fysica (NIKHEF). Het driehoekige terrein wordt begrensd door de Oosterringdijk, de Kruislaan en een rangeeremplacement van de Nederlandse Spoorwegen. Op dit terrein stonden al twee instituten voor natuurkundig onderzoek, beide van de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM): het oude Instituut voor Kernfysisch Onderzoek (IKO), dat als instituut opgeheven zal worden, en het Instituut voor Atoom- en Mole.cuulfysica ^AMOLF). Met de bouw van dit wetenschappelijk centrum is circa 150 miljoen gulden gemoeid, een som die door de verschillende deelnemers gezamenlijk opgebracht moet worden. Dat zijn de Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk onderzoek (ZWO), de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Katholieke te Nijmegen. De voornaanlstè deelnemer blijft niettemin ZWO, die hierdoor via de dochter-organisatie FOM, het wetenschappelijk centrum een para-universitair karakter verleent. Enkele jaren geleden was er van de natuurkundige activiteiten op dit terrein niet veel te merken: beide POM-instituten gingen verloren in kriskras door elkaar staande volkstuinhuisjes, die daar jarenlang een betrekkelijk aardig tegenwicht hadden geboden aan de omgeving van het grimmige rangeerterrein, dat boven alles uit torende. Nu staan er nog enkele volkstuintjes weggeklemd tussen de hekken van het bouwterrein, waar beton het belangrijkste bouwmateriaal blijkt te vormen. De tegenstand, die de volkstuinders altyd boden, had weinig effect: al in 1968 had de gemeenteraad een bestemmingsplan voor dit gebied aangenomen, dat de ruimte toewees voor wetenschappelijk onderzoek. Hiermee werd een aansluiting gevonden met de „Anna's Hoeve", het complex van de subfaculteit biologie. Het was erg sneu voor de volkstuintjes, maar veel andere oplossingen waren er niet. Wanneer het centrum elders gesitueerd was, zouden de bestaande instituten ook daarheen moeten verhuizen, wat overbodige kosten met zich zou brengen. Er werd een regeling getroffen met de volkstutnders. De ouden mochten blijven, geconcentreerd op een kleiner stuk grond naast het terrein, terwijl de jongeren een ander terrein aangeboden kregen. Door te helpen met de verhuizing heeft het Kernfysisch Instituut een beetje goodwill weten te verkrijgen. De verstandhouding met de nieuw opgerichte vereniging ,JPrankendael" is redelijk goed. ,JIet is leuk om omringd te worden door mensen, die voor een aardige groenvoorziening zorgen", zegt dr. J. Schutten, technisch directeur van het IKO en bouwcoördinator van het centrum. Die „aardige groenvoorziening" zal waarschijnlijk niet misstaan bij het complex, want een vrolijke aanblik biedt een lineaire versneller in het algemeen niet. Een groot gedeelte van de gebouwen die bedoeld zijn voor experimenten, bevindt zich trouwens onder de grond. Dit bespaart afscherming die noodzakelijk is tegen de straling die vrijkomt tijdens de experimenten. Om misverstanden te vermijden: het huidige kernfysisch onderzoek heeft als zodanig niet te maken met kernenergie. De experimenten bezitten wel zekere gevaren voor de onderzoekers zelf (waartegen men vrij eenvoudige en doeltreffende maatregelen ge-

DIKS Autoverhuur bv .^

Istadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: ' FORD - VW - SIMCA - OPEL • NIEUWE MERCEDES V R A C H T W A G E N S - . TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) .Lage prijzen en studenten 10 procent korting .

door Rob

Biersma

troffen heeft), maar een ontploffing of radioactieve besmetting is uitgesloten.

Lineaire

versneller

Wat voor soort onderzoek komt er dan wel? Kernfysica houdt zich bezig met het onderzoek van de fysische krachten die een atoomkern bijeenhouden. Om dit te onderzoeken bombardeert men de kernen met hoog-energetische deeltjes, die hierdoor een verandering in de kernen teweeg brengen. De kernen komen hierdoor in een labiele toestand en vervallen tot een andere kern onder uitzending van deeltjes en straling. Door deze deeltjes en straling te meten krijgt men inzicht in de krachten, die deze reactie veroorzaken. Bij het IKO beschikt men al jaren over een cyclotron, een eleptronenversneller met een cirkelvormige baan. Ook had het IKO een lineaire versneller van Amerikaanse makelij verworven: de Electronen Versneller Amsterdam (EVA), die electronen een snelheid gaf, waarbij zij een energie bezaten van 100 miljoen electron-volt. Hiermee heeft het IKO zich vanaf het eind van de zestiger jaren een goede naam verworven. Hoewel een energie van 100 miljoen electron-volt voor een enkel deeltje erg veel lijkt, bood het onderzoek met de EVA op den duur niet veel perspectieven meer. Er zou een scala van nieuwe mogelijkheden vrijkomen, wanneer men zou kunnen werken met een versneller van 500 miljoen volt. Het gebouw van de nieuwe versneller, de MEA (Medium Energy Accelerator), staat er al. De bouw van het 180 meter lar^e apparaat zal echter nog wel tot 1980 duren. Dit alles is ten behoeve van het kernfysisch onderzoek. Iets anders is echter het gebied van de hoge energie fysica, ook wel aangeduid met elementaire-deeltjesfysica. Hierbij gaat het niet om de kernkrachten, maar om de deeltjes waaruit de kernen en ook andere materie zijn opgebouwd. Voorlopig lijkt hét doel van de hoge energie fysica niet veel anders dan het ontdekken van zoveel mogelijk elementaire deeltjes, maar dit is in feite maar schijn: men wil de gedragingen^ van de elementaire deeltjes beschrijven in een zo klein mogelijk aantal wetten. Voor dit onderzoek zijn energieën noodzakelijk, die slechts geleverd kunnen worden door installaties van enorme omvang. Dergelijke onderzoekingen kunnen niet meer door kleine nationale staten bekostigd worden. Daarom werkt de vakgroep Hoge Energie Fysica van de Universiteit van Amsterdam al jaren samen in een internationaal verband, het CERN te Geneve (Centre Europeen pour la Récherche Nucléaire), waar onder meer een super-proton-synchroton staat, een ringvormige versneller van zes kilometer. Het onderzoek in Amsterdam beperkte zich tot de interpretatie van de gegevens, die het CERN

leverde. Daartoe beschikt het Zeemanlaboratorium, waar de vakgroep tot dusverre gehuisvest is, over een computer die de tweede in grootte is aan de Universiteit van Amsterdam. De interpretatie van de gegevens, die voornameiyk uit ontelbare foto's bestaan, is vergaand geautomatiseerd. Meer dan de helft van het personeel vaiude vakgroep Hoge Energie Fysica is in dienst van de FOM. Samen met het IKO gaat de vakgroep deeli .uitmaken van een nieuw op te richten Instituut: Het Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge Energie Fysica; ook wordt daarin een deel van de Nijmeegse vakgroep voor Hoge Energie Fysica ondergebracht. De nieuwe samenwerkingsvorm zal zich voorlopig wel beperken tot de werkplaatsen en de rekenapparatuur, want de hoge energie fysica toch nooit veel gebruik gemaakt. Een groot voordeel voor het elementaire - deeltjes - onderzoek in de nieuwe behuizing zal zijn, dat het nu mogelijk wordt zelf apparatuur te ontwikkelen en uit te testen alvorens het naar Geneve gaat. Tot voor kort beschikte de vakgroep hiertoe niet over adequate ruimte om de vaak zeer omvangrijke installaties ineen te zetten. De werkplaats, die uit zeer hoog gekwalificeerd technisch personeel bestaat, zal hierbij een uitbreiding ondergaan.

Dijken De verhuizing van het Mathematisch Centrum, de wiskundige dochter-organisatie van het ZWO, zal niet gepaard gaan met een reorganisatie. Wel zal men samen met de Stichting Academisch Rekencentrum (SARA) hetzelfde gebouwencomplex betrekken, maar dat is in hoofdzaak om daarmee de centrale ruimten te delen: colloquiumzalen, kantine, telefooncentrale, etc. Beide instellingen kampen met een voortdurend ruimtegebrek. Het Mathematisch Centrum verricht fundamenteel onderzoek op het gebied van de zuivere wiskunde, maar schuwt de praktische toepassingen niet. Zo werd in opdracht van de Deltacommissie berekend hoe hoog de dijken moesten worden om een redelijke veiligheid te garanderen. Hiertoe was nieuw fundamenteel wiskundig onderzoek noodzakelijk, dat ook elders toepassingen heeft gevon-

den. Ook worden op dit moment de stromlngsvelden in de Oosterschelde voor en na de afsluiting zal niet veel profijt kunnen trekken van de nieuwe electronen-versneller: de energie van die opstelling is daartoe veel te laag. De Universiteit van Amsterdam verliest door dit samengaan in feite een zeer succesvolle onderzoeksgroep. Niettemin blijft de UvA wel deelnemen in de NIKHEF, en ook heeft men garanties, dat studenten even zo goed kunnen afstuderen in dit specialisme. Wel heeft de UvA de Inspraak in het onderzoeksbeleid moeten prijsgeven bij de afspraken die hieromtrent in 1975 gemaakt zijn, maar daarvan is in het verleden berekend. De Stichting Academisch Rekencentrum Amsterdam is een dienstverlenend lichaam, dat rekenapparatuur beheert ten behoeve van de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en het Mathematisch Centrum. De voornaamste opstellingen zijn nu gehuisvest In het gebouwencomplex van de Vrije Universiteit in Buitenveldert. De verhuizing van SARA zal nogal wat voeten in de aarde hebben vanwege de Ingewikkelde aansluitingen met de vele instellingen die op SARA zijn aangesloten. Er zijn meer dan 200 terminals. De voorbereidingen voor de verhuizing die eind 1979 moet plaatshebben, zijn al in volle gang. In totaal zullen er In het Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer zo'n kleine duizend man werkzaam zijn, wanneer alles gereed is. Voor het merendeel ziJn dit wetenschappers en hoog gekwalificeerde technici. Het grootste gedeelte hiervan is In dienst van het FOM en heeft slechts losse banden met de universiteit.

Alleen de SARA heeft een directe, dienstverlenende functie voor de VU en de UvA.

Managers Veel natuurkundig onderzoek blijkt tegenwoordig nog slechts resultaten af te werpen, wanneer er hl grote, nauw samenwerkende teams gewerkt wordt, die zich tenminste nationaal bundelen. Individueel onderzoek op experimenteel gebied, zoals zich dat vooral op de universiteiten voordoet, schijnt hoe langer hoe meer een onmogelijke zaak te worden. Een hoogleraar van een experimenteel fysisch laboratorium verricht vandaag de dag werkzaamheden die goed vergelijkbaar zyn met een manager van een grote onderneming. Lange termijn projecten, bouwwerkzaamheden voor onderzoeksfaciliteiten, constructie van hoogwaardige technologie, dit alles draagt er toe by dat de nadruk meer en meer komt te liggen op de organisatie van het bedrijf. De meest succesvolle groepen hebben hun goede resultaten veelal niet in de laatste plaats te danken aan de leidinggevende managers en aan de bekwaamheden van de technische en electronlsche werkplaats. Sommige wetenschappers betreuren dit, maar zien wel In dat het niet anders meer kan. Het nieuwe centrum in de Watergraafsmeer, dat door het eigen voorlichtingsblad ,de Vergulde Driehoek" vergeleken wordt met een miniatuur Akademgorodok (het Russische universiteitsstadje dat geheel nieuw is neergezet in Siberiè), staat geheel in het teken van de big science. Veel zullen de meeste studenten er dan ook niet mee te maken kriigen. (GUPD-Folia Civitatis)

In mei twee avonden over gezin en maatschappij Op de dinsdagavonden 9 en 23 mei organiseert het doktoraal-sekretariaat van Hilaritas/SBVU twee thema-avonden over gezin en maatschappij, bedoeld voor studenten PAW, maar ook open voor studenten van andere studierichtingen. In vele bestaande pedagogische/ andragogische, psychologische en sociologische theorieën wordt het huidige gezin behandeld als hét gezin, als dé samenlevingsvorm Andere samenlevingsvormen, zowel van vroeger als in de huidige tijd, worden mm of meer beschouwd als afwijkingen van het normale gezin. Het gezin krijgt zo eeuwige waarden en normen toegeschreven. Ook in de politiek werd en wordt veel nadruk gelegd op hét gezin als de basis van de samenleving. Andere samenlevingsvormen worden gezien als ondermijning van de maatschappelijke waarden en normen, van de maatschappij zelf. Met name (rechts) christelijke partijen en organisaties zyn hier sterk in. Het is echter de vraag of het heilige gezin wel zo eeuwig en goed is. Wat is bijvoofbeeld de geschiedenis van het gezin? Is het gezin, is de verhouding tussen manvrouw-kinderen-opa en betovergrootmoeder altijd hetzelfde geweest of zijn er wezenlijke verschillen aan te wijzen tussen de famüle In de feodale tijden en het gezin in het kapitalisme? Wat is de funktie, de plaats van het ge-

zin In de huidige kapitalistische maatschappij? Wat is de precieze betekenis van het gezin voor de invoeging van de kinderen in de maatschappelijke verhoudingen (socialisatie), de verdeling van de kinderen over de maatschappelijKe klassen? Welke rol speelt het gezin voor de Instandhouding van de onderdrukking van de vrouw en de overheersing van de man? Dit zijn allemaal vragen die van fundamenteel belang zyn voor de peda- en andragogische wetenschappen, voor alle sociale wetenschappen. In het officiële studieprogramma is hier echter weinig van terug te vinden. Om dit thema te Introduceren by de studenten en uiteindelijk ook in de studie zelf, is op het doktoraalseminar van de studentenvakbond HIL/SRVU besloten om te beginnen met het organiseren van twee lezingen hierover. De eerste lezing gaat over de geschiedenis \ a n het gezin; hoe in de bestaande psychologische theorieën en therapieën het gezin gezien wordt: welke kritiek daarop te leveren valt (o.a. vanuit het Marxisme en de psychoanalyse). De tweede lezing zal met name

betrekking hebben op hoe in de sociologische en (sociaal pedagogische theorieën het gezin geanalyseerd wordt: met name m allerlei socialisatietheorieën. Hoe in het wetenschappelijk socialisme het gezm als maatschappelijk en kapitalistisch verschijnsel geanalyseerd wordt, zowel politiek, ekonomisch als ideologisch (b.v. de opvatting van Althusser over het gezin als een ideologisch staatsapparaat) . Welke bijdrage de psychoanalyse zou kunnen leveren aan een beter begrip van het gezin, van de socialisatie van kinderen. Spreekster op de eerste avond is Reini Raatgever. Spreker op de tweede avond is Frits van Wel, die samen met Hugues Boekraad auteur is van het artikel 'Het gezin in de kapitalistische maatschappijformatie' in de werkuitgave van de SUN 'Politieke ekonomie van de huishoudelijke arbeid'. Belde avonden worden georganiseerd in het hoofdgebouw om 30 uur, in 13A-05. Een mapje met een aantal achtergrondartikelen is te verkrijgen op het Hilaritas/SRVU sekretariaat. De Lairessestraat 142, vierde verdieping. Harrie Houtbeckers, namens Hilaritas/SRVU.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 368

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's