Ad Valvas 1977-1978 - pagina 404
AD VALVAS — 26 MEI 1978
8
De universitaire hervormingen na mei '68: een ris vragen en Nauwelijks waren de gebeurtenissen van mei 1968 een jaar voorbq of in de Parijse boekhandels lagen minstens tweehonderd werken gewijd aan die gedenkwaardige dagen. Dit jaar zijn daar nog enkele tientallen nabeschouwingen en terugblikken bqgekomen. Vandaag draait in een bioskoop in het hartje van het Quartier Latin een montage van acht nog nooit vertoonde films over die hete dagen. Mei 1968 wordt herdacht, maar is die herdenking een verjaardagsfeest of een begrafenis? De oudstrijders van toen kunnen zich wentelen in de nostalgie van de revolutie met een feestelijk tintje; of was het een feest met een revolutionair tintje? Hun woordvoerders worden deze dagen achternagezeten door een meute van journalisten. De jonge enrages van Nanterre anno 1978 — zij zaten in 1968 nog in de basisschool — herdachten 1968 op hun manier. Op de campus werd, met als dekor: een schilderachtige, doch kunstmatige barrikade, een mime-spel opgevoerd voor de ogen van de nieuwsgierige internationale pers. Groepen 'autonomen' — zij beschouwen zichzelf als de enige erfgenamen van de spontaneïsten van de22 maart-beweging — vierden het tweede lustrum op hun manier en verstoorden dus op 1 mei de toch al door de verkiezingsnederlaag uitgedimde en bovendien uitgeregende éénheidsbetoging van de linkse partijen en vakbonden. In Parijs zag men dit jaar op l~mei voor het eerst sinds 1968 weer barrikades in de straten. Mei 1978? Mei 1988? Kan het opnieuw gebeuren? Het antwoord op deze vraag ligt in het antwoord op de vraag: Wat is er van mei 1968 overgebleven? Wat is er veranderd en hoe is de situatie geëvolueerd? Was mei 1968 alleen maar en krisis van de universiteit of was het een reaktie van studenten en arbeiders op de eerste tekenen van de kapitalistische wereldlirisis? Is de Sorbonne in haar eigen vuur verteerd of liet deze vulkaan vruchtbare akkers achter? De meningen over de resultaten en de invloeden van de mei-revolutie zijn verdeeld. De optimisten en pessimisten zijn het hooguit over één ding eens: niet de verbeelding is aan de macht gekomen, de macht heeft het vooralsnog gewonnen van de verbeelding. Frankrijk vormde een nakomertje in het studentenprotest. Een sluitstuk in de lange reeks van protesten die plaatsgevonden hadden in Berkeley, Berlijn, Amsterdam, Madrid, Mexico, Tokio en Warschau. Alleen wist Parijs een extra dimensie te geven aan haar protest dat haar uniek maakte ten overstaan van de andere onlusten: De beweging sloeg over naar de arbeidsbeweging en groeide in enkele weken uit tot een massale stakingsgolf, die óp het hoogtepunt zo'n tien miljoen mensen omvatte. Het regiem De Gaulle stond even te wankelen, maar de Vde republiek wist zich staande te houden. Althans nog een jaar, toen struikelde De Gaulle over zijn eigen referendum. De Fransen hadden nog een keer rustig over hem kunnen nadenken. Mei 1968 was volgens velen een gekombineerd protest tegen het regiem van De Gaule, de sinds 1962 stagnerende ekonomische groei en de slechte omstandigheden op de Franse universiteiten. Met name in universitaire kringen broeide het al lang. Vanouds hebben de Franse universiteiten een linksere signatuur dan in andere landen. Een traditie, tot stand gekomen door het sinds 1904 bestaande konflikt tussen kerk en staat, waarby de leraren kollektief geëxkommuniceerd werden. In Frankrijk is het gros van de leraren links en zijn voor meer dan 80% georganiseerd in linkse bonden. Daarnaast hebben de Spaanse burgeroorlog, de volksfrontregering van Léon Blum in 1936 en de Algerijnse oorlog niet nagelaten hun stempel te drukken op de Franse universiteiten. De studentenvakbond UNEF (Union Nationale des Etudiants de France) telde tydens de Algerijnse oorlog meer dan 60.000 leden. Ze was de enige organisatie die zich openlijk verzette tegen deze oorlog in een tijd dat zelfs de socialisten troepen naar Algerije stuurden. Na de oorlog in 1962 verzwakte de UNEF zienderogen, ze ontpolitiseerde, verbureaukratiseerde en trok zich steeds meer terug tot het traditionele bolwerk van de belangenbehartiging op de universiteiten. Een terrein overigens waar genoeg werk te doen was. Overvolle universiteiten, slechte akkommodatie, te weinig leraren, de archaische, preutse en frustrerende organisatie van de universitaire woonblokken etc. Uit een in 1964 gehouden officiële enquête bleek dat 14% van de studenten onder het bestaansminimum van 300 F per maand leefde. De Franse staat dekte slechts 13,3% van de behoeften van de studenten. Het gros van de studenten moest er bij werken, de voornaamste reden dat i van de studenten zijn studie niet voltooide. Reden voor de UNEF om al in 1964 te pleiten voor studieloon. De regering zocht de oplossing in de rigoreuze hervormingen onder leiding van minister Fouchet, tot 1967 minister van onderwijs, die vergaande specialisatie ten doel hadden. Het onderwijs moest in twee delen uiteenvallen: de grote massa van de middelbare scholieren zou een technische opleiding krijgen waaraan de hogere theoretische vakken, onder andere de filosofie ontbraken, omgekeerd zou
het onderwijs in de filosofie afgesneden worden van dat in de wlsen natuurkunde en zodoende een geestelijk vermaak worden. De mensen met een filosofische opleiding moesten blijkbaar verre gehouden worden van de beroepen waarin hun kritische geest 'de gevestigde orde' in gevaar zou kunnen brengen.
Reduktie
studenten
Fouchet had nog meer plannen in petto. Het aantal studenten moest gereduceerd worden van 300.000 tot 200.000, want dat was volgens de regering de objektieve behoefte. Met objektieve behoefte werd de behoefte van de arbeidsmarkt c.q. bedrijfsleven bedoeld. Het was de tijd, dat het bedrijfsleven nog openlijk zei wat het bedoelde. Zo schreef de algemeen president-direkteur van Kodak-Pathé, dat het niet goed was te leven in een land waar een overschot bestond aan hooggekwalificeerde personen, want in tijden van krisis vormt een jeugd die lang gestudeerd heeft en die geen passende betrekking kan vinden niet alleen een zuiver verlies met het oog op de gedane investeringen, maar ook een risiko voor de gevestigde orde. De dekaan van de fakulteit der letteren, van de Sorbonne, was nog duidelijker. Hij ondersteunde de opvatting dat men de literaire leiding diende aan te passen aan de behoefte van het bedrijfsleven, zoals personeelsdienst, public-relations, reklame etc. De UNEF bestreed deze hervormingen op het materiële vlak, maar slaagde er niet in universitaire onvrede en tegenstellingen te herleiden tot maatschappelijke konflikten en tegenstrijdigheden. Dit onvermogen werd niet op de laatste plaats veroorzaakt door de invloed van de Communistische Partij (CPF) en de Communistische vakbeweging (CGF) op de UNEF. De groeiende en traditionele universiteit had nauwelijks vijanden van traditioneel links. Voor het openbreken van de diskussie van de funktie van de universiteiten waren andere breekijzers nodig. Breekijzers die rond 1966 onder de fundamenten van het wetenschappelijk denken begonnen te wrikken.
In
door Clemens Graafsma en Eddie Vaes 'De student is een stoïcijnse slaaf; hij waant zich des te vrijer naarmate het gezag hem meer ketent. Het mechanische en gespecialiseerde onderricht dat hü krijgt is even grondig verkommerd als ziJn eigen intellektuele peil op het ogenblik dat hij er tot toetreedt, gewoon omdat de realiteit die dat alles overheerst, het ekonomische systeem, vraagt om de massaproduktie van studenten die onontwikkeld zijn en niet in staat om te denken. Studeren is de menopauze van de geest. De toekomstige revo-
ook deze organisatie het doelwit van de ontevreden studenten. Men beschouwde haar als de lange arm van de kommunistische partij en pleitte voor haar opheffing. 'De UNEF eist een struktuurverandering van de universiteit, een reïntegratie van de universiteit in het maatschappelijk en ekonomisch leven, maar dat wil niets anders zeggen dan dat ze pleit voor de aanpassing ervan aan de behoefte van het moderne kapitalisme. In plaats van hiertegen te vechten, protesteert ze tegen de vertragingen en tekortkomingen in de realisatie ervan.' De brochure veroorzaakte, mede dankzij de grote publiciteit, een enorm schandaal en zou als handvest dienen voor een aantal extremistische groeperingen. Er kwam een beweging op gang, die volgens Cohn-Bendit als voorloper gezien kan worden van de later zo bekend geworden beweging van de 22e maart in Nanterre.
Nanterre volgden
en
Nantes
Van Straatsburg sloeg de beweging over op de universiteiten van Nanterre en Nantes. In Nanterre, gelegen onder de rook van Parijs, te midden van de meest verpauperde krottenwijken, de Bidonvilles van Frankrijk, vond gedurende 1967 een konstante provokatie van de autoriteiten plaats. Aanleiding vormden de reglementen van de studentenhuizen. De vrou-
Bendit. De beweging was een mengelmoes van Trotzkisten, Maoïsten en spontaneïsten en vooral anarchisten, zonder leiders of duidelijke strukturen. Haar aanhang vond men vooral op de sociale, psychologische, filosofische en letterkundige fakulteiten. Hierin lag volgens Alain Touraine, een van de weinige hoogleraren uit Nanterre die de beweging vanaf het begin steunde, een belangrijk onderscheid met andere organisaties. Het waren namelijk deze fakulteiten die het meest de gewijzigde strukturen van de universiteiten als hete adem in de nek voelden. Op deze fakulteiten kwam naar boven dat akademici niet meer werkzaam zijn in de rand van de in het ekonomisch systeem gelegen beroepssektoren, zoals artsen, advokaten en leraren. Akademici participeren veel meer in het produktieproces, ze dragen direkte verantwoordelijkheid voor de kontinuïteit van het bestaande systeem. De oppositie van de studenten in deze studierichtingen was dan ook minder gericht tegen de organisatie en de methoden van het onderwijs zelf, maar veel meer tegen het maatschappelijk regiem in zijn geheel. Het was het protest van studenten die gekonfronteerd werden met de maatschappelijke verantwoordelijkheid van hun kennis. Dit besef transformeerde de universitaire onvrede naar een algehele maatschappijkritiek. Het was niet alleen de beweging van de 22e maart die grote groepen studenten dit inzicht bijbracht. Gummiknuppels vervulden in deze ook een bewustmakende rol.
Sluiting
Straatsburg
De stok werd voor het eerst in het hoenderhok gegooid in Straatsburg. Op 28 oktober 1966 werd de cybernetika specialist A. Moles, gedwongen zijn inaugurale rede af te breken, doordat een tiental studenten hem met tomaten bekogelden. Een voor Frankrijk nieuwe aanpak voor het ventileren van onvrede. Onmiddellijk daarna publiceerden leden van de UNEF Straatsburg, tezamen met leden van de situationische internationale een brochure 'Over de ellende in het studentenmilieu, beschouwd vanuit haar ekonomische, politieke, psychologische, sexuele en vooral intellektuele aspekten en over enige middelen om haar op te heffen'. Vol bijtend sarcasme veroordeelt het de student in zijn situatie als student en schetst verder een beeld van de revolte van de jeugd tegen een haar opgedrongen manier van leven.
NOUS SOMMES TOUS DESJUIFS ET DES ALLEMANDS
Sorionne (Parijs): Auto's op die binnenplaats waar in 1968 het hart van de revolte klopte. lutionaire samenleving zal al wat nu gebeurt in de gehoorzalen van de scholen en fakulteiten veroordelen als louter lawaai, maatschappelijke schade. Nu al is de student een lachsukses. Ons doel: Eigenlijk willen wij dat de ideeën weer gevaarlijk worden.' De brochure van Straatsburg eindigt met een radikale kritiek op de uiterst-linkse groeperingen in Frankrijk, die met 'hun roeren in de vuilnisbakken van de geschiedenis niet in staat zijn het niveau van een nieuwe revolutionaire, op het marxisme gebaseerde en op wereldschaal geldige kritiek te bereiken'. Hoewel de brochure gedrukt was op kosten van de UNEP, vormde
wenappartementen waren 's nachts niet toegankelijk voor de mannelijke studenten. De strijd tegen deze opgelegde kuisheid en ongereptheid van de Franse Jeanne d'Arc's was in feite alleen maar het ongestruktureerde protest tegen de bestaande universiteit in haar geheel. Langzamerhand verscherpte de situatie. Op 18 maart 1968 ontploften er explosieven bij de kantoren van Amerikaanse bedrijven in Parijs. Als reaktie op de willekeurige arrestaties die hierop volgden bezetten 142 studenten op 22 maart het administratiegebouw van de fakulteit van Nanterre. De 22 maart-beweging was geboren met als woordvoerder Daniel Cohn-
universiteit
De mei-maand begon met de haast historische fout die overal gemaakt is: rektor Grappin van Nanterre besloot de universiteit voor onbepaalde tijd te sluiten. Het sluiten van de universiteit heeft naast het effekt dat ongewild de hele universitaire samenleving bij de gebeurtenissen betrokken geraakt, ook het psychologische effekt dat men impliciet erkent dat een bepaalde beweging aanslaat. Gesterkt in dit idee verplaatste het protest zich dan ook prompt naar het heiligdom van de Franse universiteiten: de Sorbonne. De rektor van de Sorbonne besloot na overleg met de minister van Onderwijs, Alain Peyrefitte, de Sorbonne te sluiten en de hulp van de politie in te roepen bij de ontruiming. De politie arresteerde een kleine vijfhonderd studenten. Een daad met een effekt van een sigarettepeuk in een benzinetank. Op 6 mei ontaardde een vreedzame demonstratie tegen de sluiting van de Sorbonne in een twaalf uur durende strijd van straatstenen versus traangas. De rest van de ontwikkelingen is bekend. Het onmogelijke leek mogelijk te worden. Ook de rest van de bevolking begon zich te weren. De drie grootste bonden,' de CTT, CFDT en PEN riepen een vierentwintig uur staking uit Op 13 mei. De 10e verjaardag van de Algerijnse putsch, die De Gaulle aan de macht bracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's