Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 264

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 264

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 17 FEBRUARI 1978

Minister drs. M.WJ.M.

Peijnenburg:

'Ik ben niet op wetenschapsbeleid gekomen om het met de pink te doen' Met de herbenoeming van een coördinerend minister voor het wetenschapsbeleid in het kabinet Van Agt lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat wetenschapsbeleid een erkend onderwerp van staatszorg is geworden. Dat is misschien de verdienste van de vorige minister. Trip, die de organisatiestructuur voor zo'n beleid heeft aangegeven. De vraag is welke elementen de nieuwe man, Peijnenburg,- uit die structuur zal gebruiken. Hoewel hij nog maar net aan de slag is en zich nog niet in details heeft verdiept staan hem al een paar algemene punten voor ogen. Hg wil de nota sectorraden precies zoals hij door Trip is ingediend, met de Kamer behandelen, hij wil weer een eigen beleidsruimte en er komt aandacht voor innovatie. Minister Trip heeft maar weinig overgenomen van het beleid van zijn vooi^anger de Brauw. Komt er onder uw bewind opnieuw een omslag? Peijnenbuig: 'De minister voor wetenschapsbeleid heeft in sterke mate de zorg voor het onderzoekspotentieel en hij leidt de discussie over de afweging van de prioriteiten, van richtingen, waarin onderzoek moet worden gepleegd. Daarbij is het de vraag in welke mate zijn invloed zich moet uitstrekken tot het beheer. Bijvoorbeeld: moet de minister van economische zaken onderzoek doen in eigen instituten naar de enei^ievoorziening of moet hij dit veeleer laten doen in de voorhanden zijnde instituten, waarbij ik als minister van wetenschapsbeleid ervoor moet zorgen dat dat onderzoekspotentieel er is en waar de minister van EZ dat onderzoek op kwalitatief hoogwaardige wijze kan laten verrichten'. Welke afspraken zijn er in de formatie gemaakt over de positie van de minister voor het wetenschapsbeleid in dit kabinet, heeft u dezelfde positie als Trip? P ' 'Ik heb om twee redenen niet dezelfde positie als Trip. De eerste is dat minister Trip in de politieke samenstelling van het kabinet wat minder in de gelegenheid was een vuist te maken. In mijn geval is dat wat anders, want ik mag er vanuit gaan dat ik op een stukje bredere politieke support mag rekenen. Daarnaast heb ik bij het constituerend beraad meer ruimte gevraagd, dan mijn ambtsvoorganger had en dat is niet weersproken. Dat betekent dat de lijntjes van dit moment niet de grensafbakeningen zijn waaraan ik de komende vier jaar ben gehouden. Integendeel, het is de erkenning dat deze taak uit moet groeien tot een ruimere en daar zal bij de collega's een open houdir^ tegenover worden ingenomen. Dat, zou je kunnen zeggen, had Trip ook al wel op ministerieel niveau, daar lag met name zijn coördinerende taak. De problemen rijzen wat de afbakening betreft natuurlijk by de ambtelijke competenties. Die competenties zijn in deze formulering voor verandering vatbaar'.

Sektorraden Welke componenten van het beleid van Trip zult u overnemen b.v. de sectorraden? P ' 'Ik zou in ieder geval z^gen de grote lijnen, dat wil zeggen een wat meer bewuste beïnvloeding van de wetenschapsbeoefening op basis van criteria en afweging. De ervaring leert dat de conceptie van de sectorraden interessant is, omdat het verbanden l ^ t met de gebruikers van het onderzoek. Het lijkt mij dat de sectorraden een beter funktioneren van de relatie wetenschap-gebruik«- kunnen bevorderen, hoewel het sterk afhankelijk is van de sector waarover je praat. In de nota wetenschapsbeleid zou de conceptie van de sectorraden het al omvatten, dat is wel eig modelmatig gedacht en hoog gegrepen. Als men dat werkelyk zou willen doorvoeren zou dat tot verstarring kunnen leiden. Je moet eerst die sectoren nemen waar het stelsel makkeUjk toepasbaar is. Ons voornemen is dan ook om de nota sectorraden, zoals die er ligt in ieder geval door het parlement te laten behandelen'. In de regeringsverklariiig staat dat

het stelsel van sectorraden er eveneens toe moet dienen, om vraag en aanbod tussen wetenschap, bedrijven en overheid beter op elkaar af te stenunen. Betekent dit een verandering ten aanzien van de oorspronkelijke opzet, waarin in plaats van bedrijven over gebruikers wordt gesproken? P : 'Er staat bedrijven omdat daarvóór (in de regeringsverklaring) TNO wordt genoemd. De bedrijven zijn in bepaalde sectorraden de gebruikers. Het is niet zo dat de samenleving en de gebruikers identiek zijn'. Rekent u niet, zoals minister Trip, onder de verbruikers consumentengroeperingen en aktiegroepen? P: 'Zover zou ik niet willen gaan in èlk van die sectorraden. Ik kan me wel indenken dat bijvoorbeeld bij een sector voeding, daar zijn de verbruikers consumenten, een consumentenvertegenwoordiging zou zijn opgenomen'. Hoe denkt u het bedrijfsleven te interesseren voor deelname aan de sectorraden. U kunt ze immers daartoe niet verplichten? P: 'Er is een ontwikkeling gaande waarin bedrijven zich ten opzichte van die wereld wat meer op elkaar teruggeworpen voelen. Daarmee neemt de belangstelling van het bedrijfsleven om bij de sectorraden betrokken te zijn toe. Men ervaart inmiddels op een groot aantal terreinen dat er te weinig is gedaan aan innovatie. Ik denk dat men erg openstaat voor het deelnemen in een gemeenschappelijke aktiviteit, waarbij de overheid als gangmaker funktioneert fen samenwerking met de onderzoeksinstituten bevordert. Het gaat er ook om na te gaan welke onderzoeksbehoefte er bij het bedrijfsleven bestaat. De instituten zullen zelf de boer op moeten om na te gaan wat men graag onderzocht zou willen hebben. Wat de overheid betreft is het de bedoeling dat binnen een jaar een innovatienota zal verschijnen, waarin zal worden aangegeven op v/elke vnjze het door de overheid beïnvloedbaar onderzoekspotentieel kan worden ingezet om de innovatie bij het bedrijfsleven te bevorderen. Daartoe zal het nodig zijn uit te zoeken aan welk onderzoek behoefte is uit een oogpunt van innovatie van producten en productie. En meer in het algemeen om de samenleving in ruimere mate de vruchten te laten plukken van het vernuft dat in dit land aanwezig is. Op korte termijn zal het instrumentarium van de Wet Investeringsrekening (WIR) gaan draaien. In de eerste fase zal het algemene investeringsklimaat wat worden opgekrikt. In de tweede fase wordt bekeken of er aanleiding is tot het geven van extra toeslagen voor bepaalde facetten als milieu, energie en innovatie. Dat is nog onderwerp van interdepartementaal overleg, terwijl er een adviesaanvraag bij de SER ligt'. De Nederlandse onderzoekers vrezen dat de recente resultaten op het gebied van de genetische manipulatie Nederland voorbij zullen gaan door het uitblijven van een overheidsstandpunt. Kunnen we hierover binnenkort iets verwachten? P: 'Er wordt nu snel gewerkt aan het beantwoorden van de Kamervragen die er al geruime tijd over genetische manipulatie liggen. We

nemen ons voor bij die beantwoording een omschrijving te geven van het begrip 'grootst mogelijke terughoudendheid', wat nu geldt voor het onderzoek. Er wordt onderscheid gemäaJit in vier risicoklassen. Van de vierde is in de verschenen rapporten gezegd dat dit in Heidelbei^ (bij EMBO, red.) moet gebeuren Voor categorie 3 wordt aanbevolen één laboratorium in Nederland daarvoor in te richten. De categorieën 1 en 2 daarvan komt het mij op dit moment voor, maar dat moet ik nog voorleggen aan de collega's van VoMil, Sociale Zaken en Onderwijs, dat het doenlijk is de lijn te trekken tussen categorie 2 en 3. We denken er ook over om de analyse van de risico's van DNA recombinatie voor wat betreft de gevolgen voor de omgeving nog verder te verdiepen'. Is er steun te verwachten voor de Instituten voor Maatschappelijk Gericht onderzoek (een idee van BWA/VWO) ? P: 'Er ligt wat betreft de wetenschapsvoorlichting een advies van de commissie Boeker. De daarin gevraagde steun zal door dit kabinet moeten worden behandeld in het kader van het verlanglijstje voor de begroting '79'. Trip heeft zijn eigen beleidsruimte afgestoten, daarvan is een stuk bij TNO terecht gekomen om de flexibiliteit binnen TNO te vergroten. Heeft u wèl behoefte aan een eigen budget?

P : 'Ik was toch wel voornemens gezien de ervaringen die opgedaan zijn met het ontbreken van een centrale beleidsruimte te kijken of op dit gebied wat terug te verdienen valt. Je zou het ook bij TNO kunnen laten en proberen zelf meer invloed uit te oefenen op de wijze waarop TNO het aanwendt. Daarnaast zou je aan een eigen bescheiden potje kunnen denken. Met een miljoen of twintig kom je dan een heel eind'. Er is gesuggereerd dat u met de post wetenschapsbeleid voldoende tijd zou overhouden om Van Agt op sociaal-economisch terrein te kunnen adviseren. P: 'De ervaring had geleerd dat mijn ambtsvoorganger niet de beslommeringen had van een groot ambtelijk apparaat en daardoor in de meningsvorming in het kabinet een breder terrein kon bestrijken dan zijn collega's die in de ministerraad aan een stuk door het ene te tekenen dossier na het andere voorgeschoteld kregen waardoor sie vaak alleen mee discussieerden als een onderwerp van henzelf aan de orde was.

Bij fakulteiten en diensten van de VU komt het geregeld voor dat materiaal wordt afgestoten. De afdeling inkoop is belast met de verkoop hiervan. In de eerste plaats is dit overtollig geworden materiaal beschikbaar voor andere fakulteiten en diensten dan waar het in gebruik was. Als er daar geen belangstelling voor bestaat, kunnen individuele VU-medewerkers, studenten en anderen hiervoor in aanmerking komen. De prijs zal in onderling overleg worden vastgesteld. Ditmaal wordt het volgende materiaal aangeboden: 9 1 film-omrol apparaat 0 1 droogkast voor röntgenfoto's 0 12 seal apparaten 9 3 luchtbevochtigers 9 2 gastoestellen fabr. Etna 2-pits 9 1 Ufo printprocessor 9 1 electr. stencilmachine fabr. Gestetner Voor inlichtingen: de heer B. Koelink, afd. inkoop, telefoon (548)3701.

In zoverre is van Agt ook wel een beetje op het idee gekomen om mij erbij te betrekken, omdat hij dan verwacht dat meer mensen aan de algemene discussie en meningsvorming in het kabinet deelnemen. En dat gebeurt in feite zo. Maar dat betekent niet dat ik op het wetenschapsbeleid ben gekomen om het met de pink te doen. Dat is in ieder geval niet mijn intentie'.

Trip was de meest onbekende minister van het vorige kabinet. Denkt u dat ook te worden in deze regeringsploeg. P. 'Ik ben het niet maar ik kan het misschien worden. Ik reken me zelf niet tot degenen die zo graag op de voorste rij zitten. Ik zoek persoonlijk de pubhciteit niet zo, maar ik schuw de publiciteit ook niet'. (Chemisch Weekblad)

'Elke student komt een keertje in de rode fase' Vervolg van pagina 3 vieren van het studiesetoretariaat hielden — het rapport daarvan werd in maart "J6 uitgebracht —, bleek dat er drie soorten 'probleemstudenten' zijn. Studenten die ogenschijnlijk met hun studie overhoop liggen, maar bij wie je na enige tijd merkt dat ze met andere problemen zitten. Studenten die clu'onlsch ziek of bi een bepaald opzicht invalide zijn en die dat gewoon niet willen weten omdat ze dat etiket zat zijn. En de buitenlandse studenten bij wie je ook heel wat problemen tegenkomt, zoals moeilijkheden met de taal, aanpassingsproblemen.' 'De vraag was wat we op korte termijn konden doen. In elk geval wilden we de voorlichting gaan verbeteren. En ook studie- of werkgroepen instellen: ouderejaars studenten begeleidden zo de eerstejaars. In de praktijk bleek dat soms wel een belasting voor hen omdat ze dat naast hun eigen studie moesten doen. Dit jaar zijn er werkgroepen onder leiding van wetenschappelijke medewerkers gekomen. Het was in elk geval vallen en opstaan. Eigenlijk hebben we nog te kort gedraaid om te kunnen zeggen dat het echt profijt heeft gehad.' 'Een goed studieprogramma kan heel wat problemen voorkomen. Het is gebleken dat er aan het studieprogramma heel wat te verbeteren was. De herprogrammering. Daarbij is het gevaar dat alles maar in een jaar of vijf wordt geperst, terwijl men zich te weinig ,afvraagt: is het haalbaar voor de studenten. Te vaak wordt er maar van een kant uitgedacht. Ik heb laatst een gesprek gehad met een wm-er die nog maar kort kolleges geeft. Hij zei: als je voor het eerst kolleges geeft, is dat voor je zelf ook moeilijk. Het tweede jaar gaat het je beter af. Je denkt: oh, dat boek kan er ook nog wel bij voor het tentamen. Als je vijf jaar kolleges geeft, zou dat voor studenten wel eens heel naar kunnen zijn . . . ' 'Aan de andere kant moet je van studenten kunnen vragen dat ze

gemotiveerd zijn, organisatietalent en doorzettingsvermogen bezitten. Ik sprak laatst met iemand en toen kwam het idee naar voren om dat allemaal te testen door aankomende studenten bijvoorbeeld een lange voetmars te laten afleggen of iets dergelijks. Het zou hun geen geld mogen kosten, want iedereen zou eraan mee moeten doen. Zoiets zou een heel reële toets kunnen zijn. Problemen tijdens de studie hebben niet alleen te maken met al of niet goede cijfers op de middelbare school. Je mag natuurlijk wel verwachten dat iemand met een goede eindexamenlijst het ook op de universiteit goed zal doen, maar daar hoort een stuk geestelijke bagage bij.'

Sociale

dienstplicht

'Ik zeg altijd: ze moeten niet te vroeg psycholc^ie gaan studeren. Voor ze eraan beginnen, zouden ze eigenlijk eerst een jaartje sociale dienstplicht moeten hebben vervuld. Waarom? Veel studenten zijn begonnen met de vage gedachte: ik wil iets met mensen doen, maar ze vergeten dat je voor je kandidaatsexamen drie jaar puur theoretisch bezig bent. Dan zeg ik: maar je kaïj toch ook in

de verpleging gaan bijvoorbeeld.' 'De mensen lachen wel om de voorlichting die ik geef. Ik zeg steeds: het kandidaatsexamen is een rijstebrijberg, je kan er hooguit misselijk van worden, lollig word je er in elk geval niet van. Het enige dat leuk is, dat is het interview-praktikum, maar dat doe je een week. Een hoop mensen knappen op dat theoretische af. Maar je moet er doorheen om in de doktoraalfase terecht te kunnen komen. Dan wordt het leuker.' Mevr. Weevers vindt dat het speciale probleem van deze tijd voor de studenten de onpersoonlijke sfeer is waarin over het algemeen gewerkt wordt. Aan de ene kant zijn de verhoudingen meer nuchter geworden en is de afstand tussen student en docent verkleind. Aan de andere kant is die afstand door de massaliteit van de studenten vergroot. 'Moeder' Weevers is alweer een poosje officieel studiebegeleidster, maar overigens is er niets veranderd: iedere psychologie-student kan met zijn problemen bij haar terecht en als zij denkt dat er wel eens iets met een student zou kunnen zijn, neemt zij zelf wel initiatief. (J.v.d.V.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 264

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's