Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 319

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 319

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 7 APRIL 1978

Demokratisch

Akkoord

3

presenteert

voorstellen

tot betere ordening

onderzoeksbeleid

VU

Studenten behoren voor volwaardige opleiding aan wetenschappelijk onderzoek deel te nemen Het onderzoeksbeleid op imiversiteitsniveau wordt op de VU niet door een samenhangende visie bepaald. Een duidelqke formulering van de doelen waarvoor de momenteel beschikbare 72 formatieplaatsen kunnen worden gebruikt ontbreekt. Verder is er te weinig verband tussen de instrumenten waarmee deze plaatsen zijn toegewezen, nl. de beleidsruimte onderzoek (32) en de onderzoekspool (40). Bovendien worden de mogelijkheden die beide bieden niet ten volle benut. Aldus zegt de fraktie van het Demokratisch Akkoord in een nota aan de universiteitsraad. Het DAK ontwikkelt daarin een serie voorstellen tot verbetering op basis van een eigen visie. Do raadsfraktie meent d a t er een universitair onderzoeksbeleid moet worden gevoerd d a t h e t sam e n g a a n van onderwijs en onderzoek bevordert. Zy noemt d a t s a m e n g a a n een centraal kenmerk van de universiteit. Als m e n de ontwikkelingen in en rond de u n i versiteiten bekijkt, valt het, aldus h e t DAK, op d a t onderwijs en o n derzoek uit elkaar dreigen te groeien. Daarby is d e vraag n a a r onderwijs groot en krijgt dit de prioriteit. H e t gevolg is d a t steeds

DAK bang voor verkommeren van onderzoek minder tijd a a n onderzoek wordt besteed. De enige m a n i e r om d a a r wat a a n t e doen is onderwijs en onderzoek t e integreren. Een integratie is mogelijk door studenten te laten deelnemen a a n wetenschappelijk onderzoek gedurende een zekere periode t y d e n s de studie (onderzoekgebonden o n derwijs) . Hiervoor zal een systeem van s a m e n h a n g e n d e geplande o n derzoeksprojekten moeten worden ontwikkeld. Vakgroep en (sub)fakulteit, die de primaire verantwoordelijkheid bezitten voor de organisatie van h e t onderwijs, zullen die ook t e n aanzien van h e t onderzoek m o e ten hebben. Nu is h e t zo dat er op h e t niveau van de vakgroep vaak nog geen sprake is van onderzoeksbeleid en helemaal niet op

Dertig plaatsen extra te verdelen

D e knelpuntenruimte van personeelszaken voor 1978 blijkt volgens de laatste Iberekeningen aanmerkelijk groter te zijn dan werd verwacht. Werd in de verdelingsvoorstellen van het CvB in november vorig jaar nog gerekend op een snelpuntenruimte van 52,5 plaatsen, nu zal zij 91,5 plaatsen om- vatten. Belangrijkste hierbij is dat daarvan ongeveer 30 plaatsen definitief zullen kunnen worden toegewezen aan met name de fakulteiten. Verder aan de centrale diensten en de beleidsruimte onderzoek. Het CvB heeft de universiteitsr a a d voorgesteld 15 tijdelijk a a n fakulteiten m e t een tekort toegewezen plaatsen om t e zetten in definitieve en er verder 7 extra a a n toe t e voegen. Voor de centrale diensten en de beleidsruimte onderzoek wordt een toewijzing van elk 4 plaatsen voorgesteld. De raad, die h e t voorstel dinsdag op tafel h a d liggen, besloot echter op voorstel van de PKV-fraktie de behandeling t e verdagen tot de volgende vergadering (18 april). Dit betekent d a t o.a. n a d e r overleg met de fakulteiten mogelijk is. D a t de knelpuntenruimte zo groot kon worden, Ugt i n h e t feit d a t h e t personeelsbudget bij afsluiting van h e t vorig j a a r een overschot vertoont van ƒ 1,8 miljoen. De verwachting was d a t er een g e r m g tekort zou zyn. (J. V. d. V.)

door Jan van der

Veen

d a t van de (sub)fakulteit. D a a r om moet de ontwikkeling d a a r v a n de hoogste voorrang hebben, v m d t h e t DAK. M e t n a m e moet daarbij worden gelet op die vakgroepen en (sub) fakulteiten die h e t meest achterliggen.

Eén

onderzoeksruimte

Volgens het DAK moet er één universitaire onderzoeksruimte komen. Deze zou moeten worden gevuld met de beschikbare 72 plaatsen (die komen de komende jaren successievelijk vrij). De algemene onderzoeksruimte krijgt in het DAK-voorstel een onderverdeling in drie groepen: een onderzoeksbeleidsruimte voor de ontwikkeling van beleid bij vakgroepen en (sub)fakulteiten; een ruimte voor probleemgeoriënteerde multidisciplinair onderzoek; en tenslotte een doelstellingsruimte voor het ontwikkelen van onderzoek dat betekenis heeft in verband met de christelijke doelstelling van de VU. De verdeling v a n de plaatsen uit de r u i m t e geschiedt vooraf door de universiteitsraad, die voor h e t universitair onderzoeksbeleid n a a s t de kommissie onderwijs en onderzoek een centrale v e r a n t woordelijkheid heeft. De laatste bei-eidt de onderzoeksvoorstellen voor en voert ze n a a a n v a a r d i n g ervan door de ÜR uit of l a a t ze uitvoeren. De kommissie onderwijs en o n derzoek wordt in h e t DAK-voorstel bijgestaan door twee i n s t a n ties: een kommissie onderzoeksruimte met deskundigen op h e t terrein van de wetenschapsbeoefening (voor hulp bij de oplossing van onderzoekstechnische problemen) en een bureau onderzoeksresearch (voor begeleiding, stimulering en advisering van vakgroepen en (sub) fakulteiten bij h e t opzetten van een onderzoeksbeleid). H e t DAK denkt bij een bureau onderzoeksresearch a a n een instantie die vergelijkb a a r is met h e t b u r e a u planning. De formatieplaatsen uit de onderzoeksbeleidsruimte worden opgedeeld in twee groepen. De ene groep wordt bij voorbaat toegekend a a n de (sub) fakulteiten onder de voorwaarde d a t ze worden gebruikt voor onderzoek of de ontwikkeling van onderzoeksbeleid. De a n d e r e groep wordt pas toegekend n a d a t een a a n v r a a g is ingediend. De formatieplaatsen voor p r o bleemgericht multidisciplinair onderzoek zullen een speciaal k a r a k t e r moeten dragen. Ze moeten, zegt h e t DAK, dienen voor onderzoek n a a r maatschappelijk b e langrijke problemen die een m u l tidisciplinaire a a n p a k vragen. I n stanties die vanuit h u n onderzoeksbeleid dergelijke problemen a a n v a t t e n moeten voor deze p l a a t sen in a a n m e r k i n g komen. Dergelijke instanties b e s t a a n welisw a a r a a n de VU al in de vorm van een a a n t a l instituten, m a a r er zouden ook nieuwe k u n n e n worden opgericht, aldus de D A K nota. Als voorbeeld wordt de wetenschapswinkel gegeven. Als voorwaarde moet dan wel worden gestald, zo zegt h e t DAK, d a t een onderzoeksbeleid van de grond komt. Over de derde groep van de algemene universitaire onderzoeksruimte, de doelstellingsruimte.

duidelijk wat er n u precies wordt nagestreefd. Er zijn wel vage n o ties, m a a r een helderheid, zoals je die bijvoorbeeld vindt bij de verdelingsplannen voor de personneelsplaatsen, ontbreekt.'

Kinderschoenen 'Ik denk, d a t het een ontwikkeling is die nog in de kinderschoenen staat. Het heeft ook t e maken m e t h e t feit d a t h e t universitaire bestuur zo wordt meegetrokken door allerlei vragen rond de organisatie van de verdeling van gelden en middelen. En d a t wordt d a n weer i n eerste instantie a a n de zorg voor h e t onderwijs gekoppeld. Er IS een gat gevallen doordat de ontwikkeling van een onderzoeksbeleid relatief te weinig a a n d a c h t krijgt. N a t u u r l e k speelt ook mee h e t gebrek a a n personeel, waarvan de omvang sterk wordt bepaald door wat landelijk a a n initiatieven wordt ontplooid. Vanu i t h e t ministerie wordt h e t onderzoek niet centraal gesteld, hoewel h e t d a t wel zou moeten zijn. Een ontwikkeling in de kinderschoenen. O m een voorbeeld te geven: ik heb i n december a a n h e t college van bestuur schriftelijke vragen gesteld over de onderzoekpool. Ze hadden betrekking op de rapportage van verr i c h t onderzoek op basis van toegewezen (en bezette) poololaatsen. Nc^ steeds heb ik geen antwoord gekregen. Ik denk d a t die r a p p o r t a g e nauweiyks a a n d a c h t heeft gehad. Overigens weet ik, d a t die wat betreft de beleidsruimte onderzoek wel heeft plaatsgehad.'

De auteur van de nota van het Demokratisch Akkoord drs. M. Hetébrij.

Wachten

wordt als mogelijk uitgangspunt het volgende aangegeven. Het DAK vindt dat de doelstelling van de VU niet als een principe mag worden beschouwd om beperkingen aan de wetenschapsbeoefening op te leggen. De doelstelling moet veeleer als een extra stimulans worden gezien om de wetenschapsbeoefening, haar funkties en invloeden op mens en mUieu als probleem te stellen.

De D A K - n o t a is voor komment a a r en advies door h e t moderamen van de universiteitsraad toegezonden a a n de kommissie beleidsruimte onderzoek, de kommissie onderwus en onderzoek, de werkgroep doelstelling, het college van dekanen en h e t college van bestuur. Het is niet bekend wanneer de nota in de universiteitsraad zal worden besproken. Binnen de fraktie van het Demokratisch Akkoord hoopt men wel dat dit zal gebeuren vóór de vergadering van 23 mei. Op die d a t u m staat nl. voorlopig het toewyzingsvoorstel 1978 in h e t kader van de beleidsruimte onderzoek geagendeerd. Eventuele veranderingen in de door h e t DAK gewenste zin zouden daardoor langer op effektuermg moeten wachten. Dit n a tuuriyk, gesteld dat de umversiteitsraad met de DAK-ideeen in zee wil gaan.

Wil die 'problematisering' — die op zichzelf voor elke universiteit een wezenlijke zaak is — voor de VU zinvol zijn, d a n moet er ook ruimte zijn voor konkrete onderzoeksprojekten met betrekking tot de doelstelling. H e t DAK d e n k t aan (vak) wetenschappelijk onderzoek d a t zo is opgezet d a t rond h e t onderzoek als model tussen projektdeelnemers en a n d e r e n g e diskussieerd k a n worden over v r a gen van wetenschap, samenleving en geloof, en h u n relatie. Dit alles vanuit de doelstelhng van de VU. Volgens h e t DAK moet een en a n d e r in overleg m e t de werkgroep doelstelling nader worden uitgewerkt.

Wetenschapsbeoefening is teamwork Opsteller van de n o t a is h e t D A K raadslid di's. M. Hetébrij. Hoe is hij er toe gekomen? 'De vraag die mij bezighoudt is: hoe m a k e n mensen wetenschap? I k ben bij h e t zoeken n a a r een antwoord op die vraag tot de konklusie gekom e n d a t wetenschap voor een heel belangrijk deel tot s t a n d komt door samenwerking van mensen. E n d a n niet alleen van enkele hele knappe, die daarover diskussieren m e t een p a a r andere, ook weer heel k n a p p e wetenschappers. D a t is h e t oude, traditionele Idee. Wetenschap is n u een zaak van teamwork in p l a a t s van een Prod u k t v a n p r i m a i r individueel b e zig zijn. S t u d e n t e n moeten d a a r ook een bijdrage in k u n n e n leveren, ook al zijn ze nog bezig zich een w e tenschappelijke denkhouding te verwerven. Een opleiding in de wetenschapsbeoefening v m d t h a a r k e r n p u n t in h e t mee onderzoek doen en zo m e r k e n hoeveel v r a gen er wel liggen en hoe willekeurig de antwoorden soms zyn. Het onderwijs is momenteel o n t zettend belangrijk geworden en h e t onderzoek is i n h e t gedrang gekomen. Het gevaar v a n scheiding tussen beide ligt op de loer. M a a r als s t u d e n t e n alleen m a a r onderwijs zouden volgen, zou d a t neerkomen op h e t i n feite eenvoudig overnemen van ideeën die

toch allemaal h u n betrekkelijkheid hebben. Een student studeert zo niet af als een echte wetenschapper, hoewel h y a a n een u n i versiteit heeft gezeten. Een u n i versiteit m a g zulke mensen eigenlyk m e t afleveren. Air d a n wetenschapsbeoefening teamwork is, waarby dus ook studenten h u n aandeel inbrengen, dan moet je de onderzoeksorganisatie en de onderwysorganisatie a a n elkaar koppelen, iets wat a p a r t e organisatorische a a n d a c h t vergt. Wordt daar op de VU nu op ingespeeld? E n d a n kom ik op een stuk onvrede. D a a r u i t is de nota geboren. Als je ervan u i t g a a t dat onderwijs en onderzoek samen moeten g a a n a a n een universiteit, hoe zit d a t dan op de VU? K y k je n a a r de huidige beleidsruimte onderzoek en de onderzoekpool, die in respectieveUjk 1974 en 1976 werd ingesteld, dan wordt niet

OD

advies

Decanenformulier doet dubbel dienst Het merendeel van de studenten, die voor het studiejaar 1978/79 een toelage hebben aangevraagd, is inmiddels al ia de eerste helft van maart in bet bezit gekomen van een vier bladzijden tellend geel formulier, waar op staat dat men het na invulling aan bet bureau van de studentendecanen moet toezenden. Studentendecanen stellen er prijs op dat u dit ook metterdaad doet; het adres is Bureau Studentendecanen VU, Posbus 7161, Amsterdam. U mag het overigens ook op kamer OE-69 van het hoofdgebouw in een doos deponeren. Het formulier wordt in een dossier opgeborgen en h e t komt in veel gevallen v a n p a s by een telefoontie of een bezoek van de s t u d e n t of als zich in de adviesprocedure enige onduidelykheid voordoet. Voor de s t u d e n t zelf is h e t o n t vangen van zo'n decanenformulier ook een teken d a t h y voor h e t komende studiejaar als aanvrager genoteerd s t a a t e n d a t de proced u r e op gang is gekomen. E r wordt dus ook gewerkt a a n a n dere papieren die betrekking h e b ben op financiële toestanden en op de noodzakeiyke studievorderingen. Als een s t u d e n t d a t gele decanenformulier nog niet is tegengekom e n moet h y zich afvragen of er iets mis gegaan k a n zyn. Is er in november of december 1977 wel een zgn. continueringskaartje i n gevuld en verzonden, of zit d a t nog ergens tussen een stapel p a pieren. Heeft iemand die nog niet eerder aanvroeg of die d a t n a een onderbreking van enkele j a r e n

opnieuw is gaan doen, wel in j a nuari een formuliertje ingevuld en verzonden? Zou dit pas in de loop van februari zijn gebeurd, d a n komen nog ontbrekende formulieren vermoedeiyk m april wel op h e t correspondentie-adres. H e t is echter zaak om de ontwikkeling goed in het oog te houden omdat anders aanzieniyke vertraging m de afwikkeling kan ontstaan. Zelfs k a n er uit voortvloeien d a t m e n voor een zeker a a n t a l m a a n d e n van een toelage verstoken biyft.

Wie niet stemt telt niet mee • •

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 319

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's