Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 36

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 36

11 minuten leestijd

4

AD VALVAS — 16 SEPTEMBER 1977

Academische Raad zou algemeen kom.m,entaar moeten geven

Weer open avonden gespreksgroep homofilie

DEMOKRATIE BIJ PLANNING IN GEDRANG

Demokratie bij planning in gedrang

In juni van dit Jaar is er van VUSO-zijde een artikel in dit blad verschenen, dat het volle licht zette op een onduidelijkheid in één van Klein's planningsnota's. De diskussie over deze kwestie, die van de gemiddelde personeelslast, zal nog wel een staartje krijgen door tenminste twee ontwikkelingen: a. Maatregelen van de züde van het departement voor OW. b. Te verwachten ontwikkeling van beleid door het Kollege van Bestuur, naar aanleiding van opmerkingen van de heer Van Nes over salarisverlagingen voor bepaalde groepen van universitair personeel, zulks met de bedoeling om met het vrykomende geld meer personeelsplaatsen te scheppen. In het onderstaande zal iets meer worden gezegd over de verdere ontwikkeling van de planning, binnen de VU en landelijk. Om de herinnering op te frissen: De universiteiten hebben een konceptontwikkelingsplan opgesteld, en biimenkort de tweede ronde in, om voor het eind van het jaar te komen tot een definitief ontwikkelingsplan. Zeer ruw is de vraagstelling bij de planning aiddus weer te geven: Uitgaande van bepaalde studentenaantallen en van een gelijkblijvend nivo aan personele middelen, welke knelpunten treden er dan op bij de beoefening van wetenschappelijk onderzoek? Welnu, zoals al eerder in Ad Valvas is gemeld komt het onderzoek aldus bezien behoorlyk in de knel. Dit betekent dat het ministerie, aldus zou een voorlopige konklusie kunnen luiden, de nullijn niet geheel door zal kimnen voeren zonder gevaar voor het nivo van het wetenschappelijk onderzoek, en daarmee het onderwijs. Het hanteren van de nullijn als rand voorwaarde in de planning is een goede zaak, maar wil men de planning zelf niet om zeep helpen dan zal, als de instellingen erin slagen om hun knelpunten 'hard' te beargumenteren, het departement ook bereid moeten zijn om het middelenplafond zelf ter diskussie te stellen.

Fakulteiten Wil men kunnen komen tot een planning van de aktiviteiten op fakultair nivo, dan is het nodig dat daar een gedegen diskussie plaatsvindt. De (sub)fakulteitsraden zouden het knelpuntengesprek moeten voeren naar aanleiding van adviezen van fakultaire instanties zoals de onderwijs-kommissie, de onderzoekskommissies en de begrotingskommissies. Waar er in de eerste ronde slechts sprake was van een getalsmatige exercitie, zonder dat de bestuurlijke organen een eindoordeel konden gegeven, in de tweede ronde zal bestuurlijke bekrachtiging van de plannen noodzakelijk zijn. Wil de planning namelijk binnen de fakulteiten een levende zaak zijn dan zullen de gesprekken niet alleen moeten gaan over beschikbare uren werktijd van personeel, maar ook over de vraag wat er in die uren aan prioriteiten wordt gesteld met betrekking tot uit te voeren plannen. In dit licht lijkt de datum van 1 december, die het departement gesteld heeft m.b.t. de inlevering van de universitaire plaimen geheel onhaalbaar. Zeker als men bedenkt dat ook de universiteitsraad in de gelegenheid moet zijn om zich een eindoordeel te vormen.

Landelijk Na de beleidsindikaties heeft het departement een stap terug gedaan, en is gekomen met de zgn. Explikatieve nota, wat langzamer de zelfde richting uit als de Beleidsindikaties. Dit blijkt uit het feit dat ten departemente nog aJtyd het plan leeft om de beleidsindikaties als toetsteen te hanteren voor de universitaire plannen. In deze indikaties staat ook de uitspraak dat de akademische raad moet adviseren over 'de plannen in hun onderlingen samenhang'. Het landelijke planningsoverleg vindt echter plaats in het POO (plannlngs overleg orgaan). Dit orgaan onttrekt zich in sterke mate aan de demokratische kontrole vanuit de universi-

ingezonden door Harm Scheepstra namens de VUSO teiten, en daarbij kan worden opgemerkt dat de kritische distantie m.b.t. het eigen bezig zijn onvoldoende is. Immers het departement maakt nog steeds de indruk te verwachten dat het met het cijfermateriaal vlot aan de slag zal kunnen terwijl de instellingen op minstens drie faktoren kunnen wijzen die de bruikbaarheid van de cijfers nadelig beïnvloeden: 1. De plannen omvatten slechts een deel van het universitaire bedrijf. 2. De basisgegevens zijn in vele gevallen onvoldoende 'hard'. 3. De gegevens van verschillende fakulteiten zijn steeds anders gerangschiJjt, wat vergelijking tussen de fakulteiten, laat staan vergelijking landelijk zeer bemoeilijkt. Anderzijds dreigen de instellingen te vergeten dat de Beleidsindikaties als richting van werken door het departement gehandhaafd zijn. Het taktische voordeel voor de instellingen is nu dat het departement zijn interne toetsingskriteria op tafel heeft gelegd, zodat die bekommentarieerd kunnen worden, een voordeel dat wel uitgebuit moet worden, zoals uit het volgende nog blijken zal. Samenvattend : Het departement loopt te hard, en de instellingen dreigen meegezogen te worden.

Demokratie Waar toegegeven moet worden dat veel betogen in demokratisch gekozen organen vaak voorzien zijn van veel te lange algemene beschouwingen, moet ook worden gesteld dat op deze wijze, als men de fut heeft om alle betogen aan te horen, bedrijfsblindheid voorkomen kan worden. Dit is het punt waar de akademische raad een bijdrage kan leveren. Daar zijn de instellingen namelijk verenigd, als adviesorgaan voor de overheid. De normale procedure bij ministerieel beleid met het oog op het W.O. is namelijk dat de A.B. adviseert, waarbij de instellingen langs de demokratische weg zich eerst in alle rust een mening moeten kunnen vormen. Deze procedure duurt weliswaar lang, maar zo komen tenminste allerhande gezichtspunten boven tafel, en worden ze gebundeld. Zoals he nu gaat, liggen de punten van kommentaar op het departementale beleid verspreid over de inleidingen die de instellingen bij hun afzonderlijke eigen ontwikkelingsplannen schrijven. Analoog aan de procedure bij de indiening van de herprogrammeringsvoorstelling zou de A.R. het plannen van een algemeen kommentaar moeten voorzien, daarbij ook ingaande op de Beleidsindikaties zelf. Hoc nodig dit is moge blijken uit het noemen van enkele punten zoals die in VUSO-kring gesignaleerd zijn, die nu onder de tafel dreigen te verdwijnen daar het POO zich voornamelijk bezighoudt met het halen van de opgezette tijdschema's: a. De staatssekretaris heeft in de B.I.'s gesteld dat de 'organisatiegraad van onderzoek een kriterium moet zijn bij de toewijzing van middelen'. Dit is voor meerdere interpretaties vat-" baar, maar in ieder geval moet hier gewezen worden op het ge-

van gespecialiseerd deelgebievaar van het in de knel komen den-onderzoek. b De kwestie van de 'gemiddelde personeelslast' (zie A.V. juni) blijft onduidelijk, al'zitten er bij het departement al wel plannen in de pen om deze te verlagen, vermoedelijk zonder dat de vrijkomende middelen aan de instellingen zelf ten goede komen, c. De A.B. moet kommentaar leveren op de plannen, maar K nog niet gevraagd om kommentaar op de Beleidsindikaties zelf, wat krachtens artikel 43 van de WUB toch wel de geeigende procedure lijkt. d De B.I.'s reppen van het te verwachten maatschappelijk nut van bepaalde studies, in verband met de vaststelling van numeri fixi, met name medicijnen. Afgezien van het feit dat dit uitgangspunt lofwaardig zou kunnen zijn is het probleem dat men er niets mee kan beginnen. Ramingen op dit punt zijn (nt«) niet te maken, zeker niet als men (en dat zou moeten) ook nog over de grenzen kijkt. ^ Tot zover deze greep uit onbesproken diskussiepunten.

Konklusies Uit het bovenstaande zijn wel wat konklusies te trekken voor het verdere verloop van het planningsgebeuren: • Wü planning een op de fakulteiten levende zaak zijn, en dat is voor het welslagen ervan onontbeerlijk, dan moet er meer tyd ter beschikking worden gesteld voor inhoudelijke knelpuntendiskussies. • Het overleg in de A.R. dient ook de Beleidsindikaties zelf in de diskussie te betrekken, liefst vóór de definitieve inlevering van de plannen. • Op langere termijn zijn er twee mogelijkheden: of het POO demokratiseren, of de planning organisatorisch onderbrengen bij de A.R. Hoewel het uitgangspunt van gezamenlijke aktie tussen departement en instellingen is toe te juichen blijkt dat er van gelijkwaardigheid van de gezamenlijke instellingen van 't departement onvoldoende sprake is, zodat één van de voorwaarden van 'gezamenlijke aktie' niet vervuld is. Het departement bepaalt te zeer het tempo bij het gebeuren, zodat konsultatie van de instellingen door de vertegenwoordigers onvoldoende gewaarborgd is, wat in strijd is met de procesmatigheid en de geleidelijkheid die ook het departement biJ de planning zegt voor te staan. • De Instellingen moeten vooralsnog aandringen op grote terughoudendheid door het departement bij het hanteren van de ontwikkelingsplarmen t.b.v. nationaal beleid. (De begroting van O W 1979) Het bovenstaande is een poging om het gebeuren dat op dit moment het denken in de bestuurlijke organen van de VU beheerst iets dichter bij de ( r ^ e l matige) lezer van Ad Valvas te brengen. Omdat de zaken aanzieiüijk ingewikkelder zijn, dan in het kader van een beperkte plaatsingsruimte duidelijk te maken valt: Voor meer informatie VUSOkamer 4A-32.

DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(2). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101. Tel. 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens w.o.: FORD - VW - SIMCA - OPEL NIEUWE MERCEDES EN HANOMAQ VRACHTWAGENS TOT 18 m' EN 3 i TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten lO^'o korting

In de diaserie die vertoond werd in het kader van het student-sexrelatie-projekt werd de problematiek rond de homoseksualiteit verzwegen. Tot voor «nkele jaren was er op de VU nog geen enkele groepering die zich met homofilie bezig hield. Omdat dit als een gemis werd gevoeld werd na de sociale introduktie 1975 het initiatief genomen een gespreksgroep te starten. De groep draait nu al twee jaar, en met sukses. Er wordt in een duidelijke behoefte voorzien. Ook VLVU'ers nemen deel aan de ^ n . open avonden die maandelijks iedere derde donderdag worden georganiseerd. De gespreksthema's hangen nauw samen met nomosek'.ualiteit maar de avonden zijn zeker niet alleen voor homofielen bedoeld. Iedereen is welkom.

idat op één of andere wijze een onderwerp aan de orde is gekomen (dmv. lezingen, boekbespreking etc.) worde er in kleine groepen verder gepraat. De avonden zijn afgewisseld in PH 31 (Prins Hendriklaan 31) of in de VU (A-42). Op een VUavond kan het accent meer op de discussie liggen terwijl in PH 31 het gezelllgneidsaspekt meer naar voren komt. Naast deze open avonden komen er ook 'huiskameravonden' waar in kleinere kring bij mensen thuis, ook wat persoonlijker kan worden gepraat. De eerstkomende open avond (op PH 31) is op 22 september om 20 uur. Kom eens langs, en als je wat meer wUt weten kun je ons bellen. Onno BaJfker, tel. 23 95 87 Sanne Witter, tel. 79 05 37.

informatiecentrum

Informatiecentrum, hoofdgebouw kamer lD-03, telefoon 548 37 11 TER INZAGE In de maanden juni, juli en augustus ontving het Informatiecentrum de volgende publicaties, die aldaar ter inzage liggen. REGERINGSNOTA'S — Naar een nieuw waterschapsbestel?, regeringsnota over de toekomst van de waterschappen. 48 blz. + kaarten; — Het beheer van de waterkeringen langs de nederlandse kust, regeringsnota over het vraagstuk van het beheer van de Noordzeekust van Den Helder tot Cadzand. 17 blz. + kaart; — Emancipatienota, proces van verandering en groei. 67 blz.; — Rapport van de Commissie Infiltratie Veluwe 1976. Deze commissie werd op 17 juli 1972 door de minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne ingesteld om te adviseren over de mogelijkheden tot infiltratie op de Veluwe ten behoeve van de openbare drink- en industriewatervoorziening. 98 blz. + 12 bijlagen; — Interimadvies van de werkcommissie verticale coördinatie ruimtelijk beleid. 39 blz.; , — Onderzoek en riümtelijk beleid, rapport van de verkeftningscommissie onderzoek van belang voor het ruimtelijk beleid. 76 blz.; — Reacties op de Contourennota, bundeling van commentaren op de discussienota 'Contouren van een toekomstig onderwijsbestel', 4 delen + een registerdeel. — Nota Sectorraden wetenschapsbeleid, een nota over de geleidelijke invoering van sectorraden voor de meerjarenplanning van het wetenschappelijk onderzoek. 81 blz.; JAARVERSLAGEN — Jaarverslag van de bedrijfsgeneeskundige dienst VU. 36 blz.; — Jaarverslag 1976 van het Centraal laboratorium voor experimentele geneeskunde VU. 39 blz.; — Financieel jaarverslag 1976 VU. 91 blz.; — Jaarverslag 1976 subfakulteit Scheikunde. 164 blz.; — Jaarverslag 1976 Rijksuniversiteit Leiden. 363 blz.; — Verslag van de Algemene Rekenkamer betreffende haar werkzaamheden over het jaar 1976. 125 blz.; — Stedelijk jaarverslag Amsterdam 1975. 128 blz.; — Jaarverslag 1976 van het interuniversitair instituut normen en waarden in de sameiüeving. 22 blz.; — Jaaradvies 1977 van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid. 86 blz. + samenvatting; — Nuffie jaarverslag 1976. 117 blz.; — Jaarverslag centrale interfakulteit 1-974-1975. 30 blz.; — Nota inzake de groei en ruimtelijke ontwikkeling van de ATU, sluit aan op de nota's: 'Prognose voor de periode 1975-1985, maart 1975' en 'Voortgangsrapportage 1976' april 1976; — The Dutch Way, jubileumuitgave van de Nuffic ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. Dit boekje is bedoeld om informatie te verschaffen over het nederlandse systeem van internationaal onderwijs; — De toekomst van de studie- en beroepskeuzevoorlichting in het onderwijsverslag van de themadagen op 25 maart en 13 mei 1976 georganiseerd door de Landelijke Commissie voor Academische Studievoorziening (LCAC) en het overlegorgaan Tertiair Onderwijs (OTO). 61 blz.; — Rapport van de Koninklijke akademie van Wetenschappen over de instelling van een dienst Wetenschapsvoorlichting. 132 blz. Verder ontving het Informatiecentrum nog: — Reacties op de discussienota sectorraden, een bundeling van de niet-ambtelijke adviezen en commentaren. Het commentaar van de Academische Raad dient te worden beschouwd als een gezamenlijke reactie van de universiteiten en hogescholen. 243 blz. — Een planmatige aanpak van de verdere invoering van de WUB, een verslag van de derde fase van het inventarisatieonderzoek naar de mate van de invoering van de WUB en de op basis daarvan geformuleerde aanbevelii^en. (peildatum: 1 februari 1977). 118 blz. — Aanbevelingen van de commissie voor advies begeleiding voorlichtingsactiviteiten, uitgebracht aan de minister van wetenschapsbeleid, juni 1977. 30 blz. —' Jaarboek 1975 van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 421 blz. — Een brochure over de organisatie van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, augustus 1977. 19 blz. — Informatie- en discussiekrant Huisartsen-Instituut VU. 34 blz. — Verslag vier jaar cic milieuproblematiek VU, 15 blz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 36

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's