Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 353

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 353

10 minuten leestijd

5

AD VALVAS — 21 APRIL 1978

Verboden tentoonstelling Historisch Museum van Frankfurt te zien in VU-exposorium Lange tqd betekende greschiedenis weinig meer dan een aaneenrijging van heldendaden. Boeiende verhalen over koningen en veldslagen, maar zelden werd ook aandacht besteed aan de maatschappelgke samenhang daarvan. Dit laatste kan zichtbaar gemaakt worden door zowel de rol van de heersers aïs die van de overheersten te beschrijven. Het Historisch Museum van de Westduitse stad Frankfurt is een museum dat de geschiedenis op deze manier durft weer te geven. Dat heeft in Duitsland tot felle reacties geleid van politieke en economische machthebbers. Eind vorig jaar leidde dit zelfs tot een verwijdering van het meest bedreigende deel van de tentoonstelling — over de 20e eeuw — uit de zalen. Gedeelten van deze afdeling zijn vanaf 24 april te zien in het Exposorium in het VU-restaurant. In de tweede wereldoonlog werd Jjet Historisch Museum van »Prankfurt vernietigd. Een groot deel van de verzameling kon uit de puinhopen worden opgegraven en heeft tot 1972 — het jaar van de heropening — zijn onderkomen in noodgebouwen gehad. Er was in het nieuwe museum duidelijk gebroken met de traditionele visie die de geschiedenis als een 'Herrsersgeschichte' ziet; niet meer kreeg het tonen van de hoogtepunten en van de helden uit de geschiedenis de nadruk; niet meer had men de verzamelde objecten op fraaie en voor zichzelf sprekende wijze ten toon gesteld, immers: zo wordt helemaal aan de bezoeker overgelaten, welke conclusie hij, afhankelijk van zijn opleiding, kan trekken, of wat hij ervan kan leren. Wat men wel wU is de museumbezoeker inzicht geven in historische en maatschappelijke samenhangen, hem laten zien dat ook de maatschappelijke situatie van nu aan veranderingen onderhevig is, te veranderen is. Alleen als men de geschiedenis van de heersers èn de overheersten schrijft, de geschiedenis dus van de verschillende klassen en de strijd daartussen, kan men dit inzicht verschaffen. Het museum wil 'Lemort' zijn, geen 'Musentempel', onderdeel van een democratisch onderwijssysteem. Het Historisch Museum komt op voor de onderdrukte klassen en doet dit konsekwent, van IVIiddeleeuwen tot heden. De geschiedenis van de lagere klassen is echter moeilijk te schrijven: meestal zijn de voorwerpen die de moeite van het bewaren waard werden gevonden afkomstig uit de aristocratische, burgerlijke of kerkelijke sfeer. Dat het museum toch erg veel uit het materiaal kan lezen komt doordat zü er andere vragen aan stelt dan in de traditionele benaderingswijze gebruikelijk is. Het een en ander kan blijken uit de navolgende voorbeelden.

Middeleeuwen In de opstelling over de Middeleeuwen is een stenen plaat te ä e n waarop de 10 geboden uit het Oude Testament worden afgebeeld. De plaat is onderverdeeld in tien hokjes; in elk hokje wordt een gebod of verbod afgebeeld, daarnaast een aantal opgestoken vingers om aan te geven om welk gebod het gaat. Zulke platen werden in de kerken gehangen en dienden voor de ongeletterde als hulp by de biecht: hij kon zo precies aflezen tegen welk gebod hy had gezondigd. Het begeleidende tekstbord in het museimi legt uit dat de biecht een instelling was die diep in het persoonlijke leven van de mens doordrong en een controlerende fxmctie had. Het vertelt ook dat in de maatschappelijke verhouding tussen de kerk en de van haar pachtende boeren overtreding van het sabbatgebod onvermijdelijk was. De boeren moesten de zevende dag gebruiken om de aan de kerk verschuldigde pacht te kunnen verdienen. ü i t dit voorbeeld blijkt de ambivalente houding van de kerk op twee manieren: zü roept schuldgevoelens op bij degene die het gebod overtreedt, anderzijds is zij de instantie die in de biecht bemiddelend optreedt bij de vergeving

door Frans Grijzenhout en Tricia van der Heijden van de zonde. Zü verbiedt de boer op de zevende dag te werken, in haar rol van kapitalistische machthebber dwingt zij hem juist dit wel te doen. Zo predikt de kerk troost en verlossing op geestelijk nivo via de biecht, maar onderdrukt tegelijkertijd op het materiële vlak. Deze visie van het museum op de rol van de kerk in het verleden wordt door de kerkelijke autoriteiten niet in dank afgenomen.

De 18e

eeuw

De 18e eeuwse opstelling laat o.a. aan de hand van het voorbeeld van een porseleinfabriek de verandering in de produktiemethoden zien. In de absolutistische staat met ziJn mercantilistische poUtiek wordt het handwerk van één man voortaan in gedeelde arbeid door veel meer mensen gedaan die samenwerken aan het vervaardigen van één produkt. De waarde van de verschillende soorten arbeid wordt in het loon uitgedrukt. De handwerksman — voorheen eigenaar van ziJn eigen produktiemiddelen wordt gedegradeerd tot arbeider die nog slechts zijn arbeidskracht bezit. De verandering in produktiemethoden hangt natuurlijk samen met de ook door de absolute staat gegeven veranderingen in im- en export, de veranderende waardering voor gelden, de kennismaking met Produkten als koffie, thee en cacao als gevolg van de koloniale expansie. Dit laatste heeft de porseleinfabricage voor de hogere standen doen toenemen. Het museum geeft de overdenking mee dat zelfs de bloemenschilder van zijn weekloon niet eens één koffiekopje zou kunnen kopen.

De 20e

eeuw

Ook voor de afdeling twintigste eeuw geldt dat het doel van het museum is, de historische bepaaldheid an onze huidige situatie zichtbaar te maken en perspectieven voor de toekomst te schetsen. Juist naarmate het 'vroege' dichter b« het 'nu' komt, wordt de noodzaak hiertoe dwingender. De museumstaf worstelt met de moeilijkheden die elke historicus van de twintigste eeuw kent: de overvloed aan gegevens en de moeilijkheid om voldoende afstand te nemen ten opzichie van die gegevens. Daarom koos de museumstaf een drietal thema's: 1. De revolutie in 1918 in Duitsland en arbeiders- en soldatenraden in Prankfurt. 2. Wonii^bouw gedurende verschillende fasen in de geschiedenis van de Republiek van Weimar en onder het fascisme. 3. Vernietiging van de stad in de tweede wereldoorlog en wederopbouw daarna. Het lag in de bedoeling de leemtes in de presentatie van de geschiedenis van de twintigste eeuw, ontstaan door deze zelfopgelegde beperking, op te vullen met tijdelijke exposities over andere deelonderwerpen (b.v. 'ein Krieg wird aus-

gestellt': geschiedenis van Prankfurt in de eerste wereldoorlog). Ook btj deze afdeling is het uitgangspunt de sociaal-economische geschiedenis; van daaruit wordt de politieke en culturele ontwikkeling geschetst. Het sociaal-economische uitgangspunt garandeert weliswaar tot op zekere hoogte de voor het onderzoek van de recente geschiedenis onontbeerlijke distantie, maar de interpretatie en presentatie van de gegevens en de richting van het onderzoek deden de emoties van al diegenen die zich door deze interpretatie voelden aangesproken en aangevallen, hoog oplopen. Kwam de kritiek op de afdeling Middeleeuwen vooral van kerkelijke zijde, de aanvallen op de afdeling twintigste eeuw kwamen voornamelijk van vertegenwoordigers van 'het kapitaal', van de culturele elite van de Frankfurter burgerklasse (georganiseerd in diverse verenigingen en met directe toegang tot alle communicatiemiddelen en massamedia) en uit de politieke partijen.

Arbeiders- en soldatenraden De grote aandacht die het museum besteedt aan de arbeidersen soldatenraden in Frankfurt, ingesteld na de revolutie in Duitsland van november 1918, moet gezien worden als een 'correctie op een eenzijdig bepaalde geschiedsvoorstelling'. Veel Frankfurtenaren bleken niet van deze revolutie en van de raden te weten. In het museum wordt de instelling van de raden gepresenteerd als een authentieke poging van de arbeidersklasse om de in 1918 bestaande burgerlijk-kapitalistische produktieverhoudingen te doorbreken. De nadrukkelijke presentatie nü van de gedachte van toen is een impliciete kritiek op dfse sindsdien in wezen niet veranderde produktieverhoudingcn. Het radenexperiment is, juist onder invloed van de SPD al snel afgebouwd en ingeruild voor een grondwetgevende vergadering die de basis moest leggen voor een staatsbestel van parlementaire- democratie. In de traditionele geschiedsvoorsteUing wordt het radenexperiment als een anarchistisch-revolutionaire en in wezen ondemocratische fase gepresenteerd, waaraan door de instelling van een politieke democratie een einde werd gemaakt. Waar het radensysteem in werkelijkheid op stuk liep, was dat de produktieverhoudingen met konden worden gedemocratiseerd, het beheer over de produktiemiddelen bleef in de handen van weinigen. Heerste er in de Republiek van Weimar een 'wirkhche oder formale Demokratie?' wordt er dan ook in het museum gevraagd. De kritiek op het SPD-handelen in het museum werd door deze partij niet erg gewaardeerd. Een CDUpoUticus liet zich zelfs het woord 'Verfassungswidrigkeit' ontvallen: was deze expositie niet een oproep tot omverwerping van de bestaande 'democratische rechtsorde'?

Woningbouw Het gedeelte over -Woningbouw probeert ideeën over f stadsplanning, bouwpolitiek en Jvormge-ving van woningen te verbinden aan de economische en politieke ontwikkeling van Duitsland in de jaren 1918-1933. Het museum meent een ontwikkeling te zien van 9 planning gericht op onderlinge solidariteit van de arbeiders (ten tijde van de 'progressieve' periode in de Weimar republiek) ^ via planning gericht op eigen onderhoud door indi-viduele werkloze arbeiders zelf, middels bezit

In de ideologie van het nationaal-socialisTne kwam de arbeid ten goede aan de 'Volksgemeinschaft'. De arbeiders werden daarom opgeroepen meer te produceren. In feite kwam deze verhoogde produktiviteit vooral de wapenindustrie en de winsten van de kapitalisten ten goede. Deze affiche is een voorbeeld van de misleidende propaganda door de Nazi's. De gebruikte vormen en termen wijken in principe niet fundamenteel af van die van communistische affiches: de zelfde vormen en termen kunnen gebruikt worden om^ twee verschillende boodschappen door te geven.

van een eigen stukje grond (ten tijde van de economische crisis) ^ naar planning gericht op isolatie en doorbreking van de solidariteit van de werkende arbeiders (ten tijde van het fascisme). Deze interpretatie is misschien niet helemaal vrij te pleiten van speculatie, maar ze is interessant als uitgangspunt voor een discussie over vormbepalende elementen in de architectuur en over de relativiteit van esthetische normei. bij kunsthistorisch onderzoek.

'Entnazifizierung' In de afdeling over de tweede wereldoorlog wordt geconstateerd, dat de kennis van de meeste (jonge) Duitsers zeer beperkt en eenzijdig is: ziJ beperkt zich tot de uiterlijkheden van het fascisme, gepersonifieerd in de magische figuur van Hitler. Economische en politieke achtergronden van het fascisme en van de oorlog zijn meestal onbekend. Duitsland lijkt 'entnazifiziert' nu (al) de symbolen en de (meeste) personen die stonden voor het Nationaal-Socialisme, zijn verwijderd. Het museum laat zijn bezoekers gaan met een laatste prikkelende -vraag: 'Wirden die grundlegende Ursachen des Paschismus 1945 beseitigt?' In deze twijfel aan de effectiviteit en toereikendheid van de 'Entnazifizierung' gaan de meeste poUtieke partijen niet erg mee.

Kritiek In het kader van een op initiatief van enkele studenten georganiseerde serie gastcolleges rond het thema 'Museum en Universiteit' (zie Ad Valvas van 7 april jJ.) werd dr. Kraft uitgenodigd te spreken over het Historisch Museum in Frankfurt, om de relatie tussen kunst en geschiedenis vanuit haar standpunt te belichten en de presentatie van kunstvoorwerpen (van koffiekopjes via schilderijen tot woning- en fabrieksbouw) in een sociaal-econo-

mische context ter discussie te stellen. Wat men op de opstelling in het museum zou kunnen aanmerken is, dat de tekstborden te lang en te inge-wikkeld zijn. Hoewel Prau Kraft de bezoekers niet -wil onderschatten, geeft zij toe dat de teksten te veel appelleren aan een aangeleerd abstractienivo. Mensen denken concreet, de teksten zouden daarom ook concreter moeten ziJn. Het Historisch Museum is het best bezochte museum van de stad; dat ligt voor een deel aan de gunstige Ugging maar ook aan de openheid van het museum. Een relatief hoog percentage van de bezoekers (ca. 10%) bestaat uit arbeiders. Het blijkt dat een deel van het publiek vaak terugkomt, dat er een 'stampubliek' is ontstaan.

Museum

en

ideologie

De omschrijving van de conceptie van het museum door meer of minder uitgesproken tegenstanders daarvan als 'ideologisch' wordt door het museum beantwoord door het begrip Ideologie' ter discussie te stellen. In de op-vatting van dr. Kraft is elke vorm van presentatie, ongeacht of deze komt uit de hoek van de kerk, de politiek, de universiteit of van welk museum dan ook, ideologisch van karakter, en staat die presentatie altijd direct of indirect in dienst van bepaalde maatschappelijke belangen. Een museumopstelling waarin een (beeld) produkt uit het verleden zogenaamd voor zichzelf kan spreken is net zo goed een uiting van een bepaalde ideologie als de opstelling met commentaar in Prankfurt. De eerlykheid waarmee dit museum zijn eigen ideologie durft te noemen en naar voren durft te brengen, zodat er werkelijk een discussiebasis aanwezig is,

Vervolg op pagina 8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 353

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's