Ad Valvas 1977-1978 - pagina 442
AD VALVAS —16 JUN11978
Nog weinig belangstelling bij onderzoekers Hoewel de wetenschapsvoorlichting zich de laatste j a r e n in een toe n e m e n d e belangstelling van vooral beleldsfiguren m a g verheugen, leeft dit onderwerp nog weinig bij de wetenschapsbeoefenaars zelf. D e redaktie van h e t blad I n t e r m e d i a i r deed die ervaring op toen zij vorig j a a r een symposium over dit t h e m a wilde organiseren. Via oproepen, die n o r m a liter duizenden reakties wekken, k w a m op deze uitnodiging een opzien b a r e n d lage respons, reden voor h e t blad om h e t hele symposium m a a r t e vergeten. Cor Klaasse, eindredakteur van h e t R o t t e r d a m s e Universi teitsblad Quod Novum, d a t onlangs zijn tienjarig b e s t a a n vierde, inven tariseert op deze pagina's h e t gebied van wetenschapsvoorlichting en journalistiek. Even aarzelt de stem van de w e tenschapper a a n de andere k a n t v a n de lijn als h e m wordt ge vraagd voor de k r a n t iets t e ver tellen over zijn aardig promotie onderzoek. D a n verontschuldigt hfl zich m e t de boodschap d a t hij weliswaar al lang bezig is met h e t onderzoek, m a a r d a t h e t de l a a t ste tijd er niet meer van is geko m e n om er nog wat a a n t e doen. 'Eigenlijk weet ik niet meer zo precies hoe tiet zit. Komt u over een jaartje nog eens bij me terug.' E e n konfrontatie tussen een w e tenschapper en een journalist, die voor z ü n weekblad een serie over onderzoek wil m a k e n . E e n teleur stellende toevalstreffer wellicht, die niet typerend is voor de b e reidheid v a n wetenschappers om iets over h i m lopend onderzoek i n de k r a n t t e brengen. M a a r wel een ervaring die treffend illustreert welk een wereld v a n verschil er ligt tussen h e t wetenschappelijk en Journalistiek werk. De tijdschaal voor wetenschappers wordt geme t e n i n m a a n d e n en jaren, w a a r de journalistiek i n vu:en en dagen denkt. Er zijn meer verschillen, die de ontmoeting van pers en we t e n s c h a p zo problematisch m a k e n . E e n journalist wil i n de eerste p l a a t s informeren en a m u s e r e n en zo mogelijk kritiseren, en weet zich daarbij beperkt door de speel r u i m t e die zfln eigen medium, zijn kollega's en uitgever, en h e t le zerspubliek h e m g u n n e n . E e n w e tenschapper stelt zich vooral t o t doel ziJn eigen vak vooruit t e brengen en heeft daarbij rekening t e houden m e t h e t forum van vak genoten, voor wie hij zijn r e p u t a t i e hoog zal willen houden. I n feite vormen wetenschap en journalistiek twee heel verschil lende professies, die h u n eigen n o r m e n en beroepsopvattingen koesteren en bewaken, en die el k a a r slechts r a k e n i n een gemeen schappelijk belang: de verzamelde kennis en informatie moet worden ovei^edragen n a a r h e t publiek. Voor de journalist is d a t een p r i m a i r belang, voor de wetenschap een afgeleid belang. H e t is nog niet zo erg la«ig geleden d a t de 'ivoren toren' als schuilplaats voor de wetenschap t e boek stond. Nu echter de imiversitaire werkers a c h t e r de t r a n s e n v a n de toren v a n d a a n komen, blijken ze p a r does i n h e t verdomhoekje van de samenleving t e r e c h t t e komen. H e t m a g de wetenschappers, die m e t één been de ivoren toren al h e b ben verlaten, nauwelijks euvel worden geduid d a t ze schielijk op h u n schreden terugkeren e n de verschansing v a n h u n voormalige vrijlaat verkiezen boven h e t o n gerieflijke hoekje, w a a r de k l a p pen vallen. W a n t h e t lijkt i n m i d dels wel overduidelijk d a t de waardering voor de wetenschap, zoals die op de universiteiten wordt bedreven, bedenkelijk is ge daald. Universiteiten k u n n e n n a u welijks meer goed doen en by veel wetenschappers is de overtuiging gegroeid d a t zij in de samenleving tot een 'bedreigde minderheid' zijn verklaard.
Signalen De signalen uit de samenleving zijn d a n ook niet mis t e verstaan. Van vele k a n t e n wordt de weten schap om rekening en verantwoor ding gevraagd en wordt twijfel ge uit over de bijdrage van de weten schap a a n de leniging van m a a t schappelijke noden. Het moet gezegd, de universiteit h a d h e t a a n h e t eind van de j a r e n zestig ook moeilijk, m a a r d a n vooral met zichzelf. De t r a d i t i o
door C or
Klaasse
nele organisatie, w a a r de hoogle r a a r nog heerste over zijn 'ko ninkrijk' moest overhoop onder druk v a n de demokratisering, met alle botsingen vandien. Bovendien tekenden zich toen al de proble m e n af, waar de universiteiten n u middenin zitten. I n die situatie lijkt h e t welhaast naïef om nog veel heil t e ver w a c h t e n v a n een 'verbetering van de beeldvorming'. D a t veronder stelt d a t er iets is mis gegaan in de beeldvorming en d a t h e t p u bliek, de overheid inkluis, een ver keerd beeld heeft gekregen en d a t de werkelijkheid v a n de universi teit er veel rooskleuriger uit ziet. Alleen een onverbeterlijke optimist of i e m a n d die ziende bUnd is, zal o n t k e n n e n d a t er wel degelijk wat a a n de knikker is, zeker n u ook p r o m i n e n t e n uit de r a n g e n v a n h e t wetenschappelijk korps de k n e l p u n t e n d r a m a t i s c h schilderen. Zie bijvoorbeeld de open brief van de Rotterdamse rektoi; en dekanen a a n minister Pais, w a a r i n zij bui t e n de demokratische k a n a l e n v a n de eigen organisatie om e n tegen h e t nog voortdurende verweer v a n de overige universiteiten in, toch de verkorting v a n h e t studiepro g r a m m a als noodzaak erkennen. Kortom, h e t beeld is bepaald niet gunstig te noemen. Het h a n t e r e n v a n voorlichting in de zin van p u blic relations, om de gunst v a n h e t publiek t e herwinnen, heeft d a n ook weinig zin zolang er niet i n t e r n orde op zaken wordt gesteld. Toch wordt die roep om beeldvor ming nog vaak gehoord en in de praktijk van de universitaire voor lichtingsdiensten ook bedreven. Deze voorlichters immers zijn di r e k t gekoppeld a a n h e t imiversi taire bestuur, d a t u i t e r a a r d zelf belangen heeft bij h e t presenteren van h e t gezicht van de instelling n a a r buiten. I n h e t r a p p o r t 'Wetenschapsvoor lichting' v a n de Koninklijke Aka demie voor Wetenschappen wordt al voorzichtig gewezen op h e t feit 'dat bestuursvoorlichting gemak kelijk het karakter van public re lations kan krijgen'. Volgens een snedige omschrijving in d a t r a p port is er sprake van public rela tions, 'zodra men streeft naar ver andering van richting, bijvoor beeld het bewerken van een posi tieve houding, of de bereidheid om meer geld op tafel te leggen'. Overigens beschouwt h e t r a p p o r t public relations of p r o p a g a n d a als een gewettigd middel om 'alge meen aanvaarde doelen' te berei ken. De vraag is natuurlijk of door iedereen in de samenleving h e t b e houd van universiteiten in deze of een andere verschijningsvorm tot algemeen a a n v a a r d doel wordt b e schouwd. Het zou de duidelijkheid t e n goede komen als in ieder geval de public relations of p r o p a g a n d a als zodanig wordt gepresenteerd, op vergelijkbare wijze zoals i n h e t bedrijfsleven al lang gemeengoed is. Een studiereis van Nederlandse voorlichters n a a r Amerika heeft geleerd d a t 'wetenschapsvoorlich ting' a a n de universiteiten a l d a a r i n verreweg de meeste gevallen r e gelrecht dient om fondsen te wer ven, die noodzakelijk zijn voor h e t voortbestaan van de instelling. E n al is die situatie in Nederland wat d a t betreft weinig vergelijkbaar, toch speelt d a t element van fonds werving een rol in h e t pleidooi voor een betere beeldvorming. I m mers, als m e n h e t publiek en daarmee ook de beslissers in h e t
beleid ervan weet t e overtuigen d a t er heel veel goeds gebeurt a a n universiteiten, d a n zal m e n eerder geneigd zijn de enorme s o m m e r voor h e t wetenschappelijk o n d e r wijs t e blijven opbrengen.
Verantwoording E r zijn meer, en betere r e d e n e n t e bedenken w a a r o m de wetenschap rekening en verantwoording zou moeten afleggen over w a t g e b e u r t op h e t vlak T a n onderwijs en vooral onderznek. D e univer siteit zou zichzelf zicht moeten verschaffen op h e t i n t e r n e gebeu ren om in s t a a t t e zqn de kwali teit v a n zowel onderzoek a l s o n derwijs t e bewaken en zo moge lijk op t e voeren. Die i n t e r n e ver antwoordingl v a n onderzoeksak tiviteiten zou d a t veld niet alleen voor derden m e e r toegankelijk maken, zij zou ook de mogelijk h e d e n bieden t o t een beleid, zo wel op h e t niveau v a n fakulteiten als v a n universiteiten, desnoods in een landelijk kader v a n een zwaartepuntenbeleid. Exminister Trip, die de aanloop heeft genomen tot een weten schapsbeleid, signaleerde m e e r m a len die blinde vlek in de informa tie over universitair onderzoek, als gevolg w a a r v a n de universiteiten een steeds ondergeschikter rol
ling v a n een wetenschapsdienst, die principieel u i t g a a t van h e t r e c h t op informatie, als onderdeel v a n een demokratisch bestel. De ontvanger (en vrager) v a n de informatie s t a a t daarbij centraal, evenals i n h e t a n d e r e r a p p o r t v a n de kommissieBoeker, die T r i p a d viseerde over h e t toekennen van subsidies a a n 'organisaties en groeperingen, die uit een bepaalde maatschappelijke visie het publiek willen informeren over weten schappelijke en technische ont wikkelingen'. I n die 'objectiviteit' of 'subjectivi teit ligt h e t verschilpunt tussen beide rapporten. De W e t e n s c h a p s dienst v a n de Akademie kiest voor objektieve, alzijdige voorlichting a a n h e t publiek en specifieke doelgroepen, omgeven met w a a r borgen voor die objektiviteit i n de vorm v a n een heus voorlichtings s t a t u u t , een p r i m e u r trouwens i n Nederland. D e kommissieBoeker vindt d a t e r alle reden is om ook overheids steun t e verlenen a a n instanties, die wetenschappelijke informatie willen verstrekken uit h u n tevoren bepaalde en h e r k e n b a r e m a a t schappelijke visie. De nieuwe m i nister voor wetenschapsbeleid, Peijnenburg, zal op niet al t e lange termijn zijn beleidsvoorkeur m o e t e n uitspreken, al was h e t alleen
m a n k r a c h t bij de voorlichtii ) ste dienst bulten beschouwing wi nd t gelaten — betekent dat, d a t oi tider veer een k w a r t v a n de voorUch ifori a a n universiteiten hebben gek( ïaat voor de NEVO, die in een str ia d beginselverklaring afstand ne rftei? v a n public relations. Tegenhs ten v a n de NEVO is h e t Nederl e fi Genootschap v a n Public Relati an d d a t al i n de n a a m de gezamenl ,dvai noemer a a n d u i d t . De erkeni ok r v a n h e t r e c h t op informatie oi :heic een breder perspektief op wet n joi schapsvoorlichting. Allerlei gi les h p e n i n de samenleving zouden (J wi die visie ' a a n de bak' moeten k lUen n e n komen als ze de behoefte |een wetenschappeiyke informatie ing uiting brengen. n hc H e t r a p p o r t v a n de Akademie|ie jo derscheidt onder de noemer ijn taan; h e t 'algemene publiek' als groep onder a n d e r e beleidsmajelfs en beslissers op verschillende veaus, opinieleiders en infornulie hi dragers, leerlingen by h e t voor 'aart zet onderwys, s t u d e n t e n en de§ritis( tenschappeiyke onderzoekers die over ontwikkelingen b J a l i s t h u n eigen werkterrein gein IiJ b meerd willen biyven. oeps( D a a r n a a s t wil de Wetenschi oten dienst trouwens nog meer ti an h op zich nemen, zoals h e t evalui e br( v a n de voorlichting, h e t advia 'e w( van h e t beleid en de instellin ^^^^^ en h e t uitvoeren v a n opdracl ^ ^ ^ van de regering of ministeries )naf] over bepaalde aktuele zaken . ersiti lichting t e geven. E e n ambij'".^^^ takenpakket, w a a r s c h y n i y k te bitieus voor de t i e n t o t tv 'cht m a n die uiteindeiyk de We et ei schapsdienst zouden moeten jnta m e n . H e t grootste strulkelblo ^^^} niet alleen de omvang van ^^'^^ voorgestelde t a k e n p a k k e t , i '^fS^ vooral de ambitie om 'objekt en informatie t e verstrekken erwo doelgroepen als beleidsmakers iden In h e t kader v a n een regering! am dracht. inivei ;laim H a n s H e r m a n s e r k e n t dat bleem, m a a r stelt zyn hoop :el 1 vertrouwen in h e t s t a t u u t vai roepi Wetenschapsdienst, d a t objekt ers, telt zou moeten waarborgen, nvol< d r a c h t e n die niet stroken mei [et w i n t e n t i e v a n h e t s t a t u u t , mot mge d a n ook niet worden geaksepk an door de Wetenschapsdienst, al uiter H e r m a n s . Een loffeiyk strei eperl d a t e r v a n u i t g a a t d a t voorliciil .at '^1 zt zich, n e t als journalisten bjj 1 let ^.j^ _ medium, een zekere speelnii chapj moeten verwerven — vastgelegi J : ^ redaktie en voorlichtingsstati . — om t o t een zo breed mogel inder informatie t e komen. Of het n en leid, i n dit geval minister Pei)i le n burg, ook financiële steun aa« aat walii streven wil verlenen, moet woi '^^ afgewacht. " ^
^Geëngageerde voorlichters'
• •
O^H^IPEK:
dreigen t e spelen i n h e t geheel v a n de wetenschapsbeoefening. Voor een groot deel is de i n t e r n e en externe verantwoording van h e t universitair gebeuren geen zaak van 'wetenschapsvoorlichters' of journaUsten, m a a r een zaak v a n de wetenschap zelf. Hooguit kurmen voorUchters i n dienst van universiteiten letterlijk een 'dienstverlenende rol' spelen, zoals bij h e t organiseren van kongres sen, h e t samenstellen v a n bulle tins', h e t inrichten v a n publieksge richte tentoonstellingen of h e t houden van open dagen. De t e r m 'wetenschapsvoorlichting' is alleen op z'n plaats o m d a t h e t g a a t om h e t 'produkt' wetenschap, d a t in dienst v a n de opdrachtgever, t e weten de universiteit, n a a r de kliënt wordt gebracht. Een heel andere benadering van voorlichting kiezen twee r a p p o r t e n die in o p d r a c h t van minister Trip verleden j a a r zijn uitgebracht. Het al eerder a a n g e h a a l d e r a p port 'Wetenschapsvoorlichting' van de Koninklijke Akademie voor Wetenschappen bepleit de instel
al vanwege de omstandigheid d a t de Voorlopige Wetenschapsdienst pleitbezorger van voorlichting, tijdig voor h e t eind van dit j a a r moet weten w a a r zij a a n toe is.
Eerlijk Hoofd v a n die voorlopige dienst H a n s H e r m a n s , is een fervent die zich baseert op h e t r e c h t op informatie i n plaats v a n voor lichting die p r i m a i r is gericht op de bescherming v a n de goede n a a m van de opdrachtgever. Hij is voorzitter v a n de Nederlandse Vereniging van Voorlichters, voortgekomen uit de klub v a n zichzelf noemende Eerlijke Voor lichters, e n sinds vorig j a a r a l s beroepsorganisatie aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Er zijn ongeveer een zestig voor lichters by aangesloten, van wie er n a a r schatting tien by de u n i versiteiten en hogescholen werken. Op een t o t a a l veertig universitaire voorlichters — waarby de a d m i nistratieve en organisatorische
V
Wet
Wel is al duideiyk d a t het last g a n g s p u n t v a n objektiviteit Us d de Stichting BioWetenschap, ol 0] klub van 'geëngageerde voorli chap ters', reden is geweest om de ueufl vankeiyk overwogen fusie mei erkl£ Wetenschapsdienst voor geziei mtko houden. Men h e c h t e r a a n de oetse visie op h e t gebied van blowel en. i s c h a p p e n uit t e d r a g e n en le wi ook de informatie in die l^i *n i verschaffen. H a n s Hermans lelan, peert die opvatting van voorl nogel ting, geheel in overeenstemt en. C met zyn conceptie, als propai ."^"' ^ da, waarby de informatie w , geselekteerd om een bepa en. 1 geesteshouding t e veranderen ist li genstanders van die opvati oder zullen u i t e r a a r d direkt opmei raar d a t objektieve informatie t ^an ( mogeiyk is, hooguit een st« ?' .''^ biyft, en d a t feiten altyd wo:^',^^^* lers" t' geselekteerd. De kommissieBoeker honor leUjk h e t s t a n d p u n t van de SticB oora Biowetenschap en vindt dan chap d a t de overheid allerlei organ eastr ties, tot en met aktiegroepen aadp moeten steunen. E e n beoordelu 01 h kommissie zou kriteria mm nedis lelans ontwikkelen en h a n t e r e n . 'Ordinary newspaper articles aat a broadcasts are not educatiané mger this sense and do not seek to 'mve
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's