Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 275

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 275

13 minuten leestijd

-3

AD VALVAS — 24 FEBRUARI 1978

Wanneer wordt TAS-beleid eens ter diskussie gesteld? Wanneer wordt het beleid met betrekking tot het NIET-wetenschappelgk personeel, of beter gezegd, het personeel behorende tot de T.A.S., de technische en administratieve staf, eens ter diskussie gesteld? Dit vraagt het universiteitsraadslid J. Knol zich in het navolgende ingezonden artikel af. Naar aanleiding van de diskussie in de universiteitsraad op 31 januari over de positie en het bevorderingsbeleid van het wetenschappelqk personeel gaat hij in op de problematiek van de T.A.S., want hij spreekt liever niet over het NIET-wetenschappelflk personeel; dat vindt hq 'op z'n zachtst gezegd een minder prettige uitdrukking. Men spreekt binnen de T.A.S. over het wetenschappelijk personeel ook niet over NIET-T.A.S.-ers'. Aan de hand van enige voorbeelden illustreert hq z^jn opvatting dat in een universitaire gemeenschap een W.P.-er een pré heeft boven een T.A.S.-er. Dat zelfde geldt ook voor een universitair gevormd iemand die een functie bq de T.A.S. aanvaardt. Tot slot wordt ingegaan op de problematiek binnen de T.A.S. 'waaruit blijkt dat het daar ook lang geen koek en ei is'. 'Het is een bekend feit dat voor de werving van wetenschappelijk personeel de problemen niet zo groot zijn als voor die van de technische en administratltve staf om de eenvoudige reden dat een WP.-er weet, dat, als hij of ziJ m vaste dienst is aangenomen, hij of zij zich nergens meer zorgen over hoeft te maken. Men is 'gesettled' met de zekerheid van een uitloopmogelykheid naar de rang van wetenschappelijk hoofdambtenaar of -medewerker. Voor het personeel behorend tot de T.A.S. ligt de problematiek geheel anders. Daar komen allerlei problemen om de hoek kijken, vaak hoge eisen van beide kanten, men verlangt soms een schaap met 5 poten en doet geen enkele toezeggii^ wat vooruitzichten betreft. Het vinden van geschikt personeel is geen probleem van vandaag of gisteren, dat is al jaren zo. Ik kan me nog goed herinneren dat in de jaren '50 er haast niet aan geschikt vrouwelijk personeel was te komen. Adverteren hielp niets, totdat iemand op het lumineuze idee kwam aan de vensters van het laboratoriimi in de De Lairessestraat een aanplakbiljet op te hangen met de leuze; 'Meisjes komt werken aan de V.U., hier is een baan voor U'. Een grappenmaker onder de studenten voegde er nog aan toe: 'Uw huwelijk verzekerd'. Of dat laatste de doorslag heeft gegeven weet ik niet, maar ze kwamen als vliegen op de stroop af. Velen hebben, wat aan de 'haak' geslagen, sommfeen waren binnen 3 maanden al weer verdwenen omdat het niet wUde lukken, enkelen zijn gebleven.

Verzekerd Aan de uitdrukking 'Uw huwelijk verzekerd' en dan speciaal dat laatste woord 'verzekerd' moest ik denken toen onlangs in de universiteitsraad de nota over het te voeren beleid met betrekking tot het wetenschappelijk personeel aan de orde was. Inhoudelijk wil ik niet ingaan op deze nota/ daar is in de universiteitsraad al het nodige door de T.A.S.-fractie over gezegd, maar het gaat in deze nota om de vraag of het juist is dat een W.P.-er die in vaste dienst is aangenomen, automatisch op een bevordering kan rekenen naar wetenschappelijk hoofdambtenaar of medewerker. Strikt genomen is het natuurlijk onjuist en dat meen ik niet omdat ik een T.A.S.-er ben. doch ik zie niet in dat een WP.-er zonder zich verder waar te maken, de goede niet te na gesproken.

Verkiezingen UR en (inter/sub) faifuiteitsraden De kiescommissie wil gaarne het volgende nogrnaals onder de aandacht hrengen: Verzoeken om als vrije kiesvereniging aan de verkiezingen te mogen deelnemen, moeten uiterlijk vrijdag 3 maart 1978 10.00 uur bij het secretariaat van de kiescommissie worden ingediend (adres HG 2D-26). Adres kiescommissie: Hoofdgebouw 2D-26, tel. (548) 3601.

t.o.v. een T.A.S.-er zo in de watten wordt gelegd. Iedereen die tot de universitaire gemeenschap behoort moet zich waar weten te maken; daar wordt men voor betaald. Een heel mooi voorbeeld dat een W.P.-er een pré heeft t.o.v. een T.A.S.-er en zelfs ook t.o.v. collegae W.P.-ers is de faciliteitenr^eling bij de subfaculteit tandheelkunde. Daar is het nodige over te doen geweest in de universiteitsraad en door publicaties in Ad Valvas. Het was een schot midden in de roos ook al werden de publicaties 'Indianenverhalen' genoemd. Daar mogen een aantal W.P.-ers 30% van hun werktijd besteden aan nevenwerkzaaniheden. Je kunt je zo voorstellen dat deze WP.-ers zich heerlijk 'verzekerd' voelen. Waar ter wereld vind je zo'n baas waar je maar 70% van de werktijd aanwezig hoeft te zijn en toch 100% betaald krijgt. Daar komt nog bij dat alle arbeidsvoorwaarden zoals kindertoelage, vakantietoeslag en pensioenregelii^ gebaseerd ziJn op 100% salaris. Ja maar, wordt er dan gesteld, deze W.P.-ers (tandartsen) moeten praktijkervaring op blijven doen om vaardig te blijven. Niemand zal dat ontkennen, doch het b ^ i n t wel op een doorzichtig smoesje te lijken als men weet dat ze voor het vastgestelde salaris niet van plan waren te werken en men wel gedwongen was deze faciliteit te verlenen. Als het werkelijk om 'bijblijven' gaat, zijn er wel andere mc^elijkheden te vinden. Gelukkig ziet men van hogerhand ook in dat dit geen haalbare zaak meer is, doch een verandering is nog niet in zicht. In ieder geval blijft de T.A.S.-fractie U.R. attent en volgt de ontwikkelingen op de voet.

Verschil ook T.AS. zelf

binnen

Terugkomend op het 'verzekerd' ziJn moeten we constateren dat binnen de universitaire gemeenschap een W.P.-er een pré heeft t.o.v. een T.A.S.-er. Een heel belangrijke zaak is ook dat ondanks de zo veel geprezen democratisering van het wetenschappelijk onderwijs een behoorlijk verschil bestaat, wat salariëring betreft, tussen een universitair gevormd en een technisch of administratief gevormd iemand binnen de T.A.S. zelf. Ter illustratie het volgende voorbeeld. Een afgestudeerde H.T.S.er en een meester in de rechten, allebei net klaar met hun studie, solliciteren naar een betreklting bij het wetenschappelijk onderwijs. Zonder ook maar iets aan de belangrijkheid van eikaars opleiding te kort te doen. kan gerust gesteld worden dat de H.T.S.er zeker zo veel heeft moeten studeren als de meester in de rechten. Maar, en nu komt het, biJ aanstelling mag, ondanks de democratisering, de H.T.S.-er bliJ zijn als hij in schaal 57 komtj, doch voor de meester in de rechten is minstens 71 weggelegd. De eerste mag ziJn handen dichtknijpen als hij ooit eens in schaal 103 komt, terwijl de ander minstens tot schaal 130 kan opklimmen. Deze beperkingen zullen wel door Den Haag worden voorgeschreven

— 'waar men zich aan dient te houden — doch het doet aan het feit niets af. Bij zijn of haar aanstelling in vaste dienst weet een W.P.-er of een universitair gevormd iemand wel en een T.A.S.-er niet waar hij of zij aan toe is. Het is toch begrijpelijk dat, vooral als men wat ouder is, men graag wil weten waar men aan toe is. Men heeft gestudeerd, diploma's gehaald en koestert enige verwachting voor de toekomst. Nu ziJn diploma's belangrijk, dat zal niemand ontkennen. Er is b.v. verschil in salariëring voor een M.T.S.-er en een H.T.S.-er. De een heeft een middelbare en de ander een hogere technische opleiding genoten. Maar al presteert in de praktijk de M.T.S.-er duideUjk meer dan de H.T.S.-er, dan blijft het verschil in salaris toch ten gunste van de H.T.S.-er. Dan betekent die H. toch meer dan die M. Dan houdt men zich strikt aan de regels. In het bedrijfsleven denkt men daar vermoedelijk an-

Lezingen

over politieke

ders over. Overigens kan er binnen de T.A.S. nu ook weer niet van 'gelijke montniken, gelijke kappen' worden gesproken. In de administratieve sektor zijn er meer mc^elijkheden dan in de technische. Soms zou je denken dat de witte boord toch belangrijker is dan de overal of stofjas. Geen technicus komt boven schaal 115 of je moet Delft in je zak hebben. In de administratieve sektor zijn gevallen bekend die niet meer dan 3-jarig H.B.S. of U i . O . bezitten en kans hebben gezien in schaal 130 te komen. Ze zullen heus wel kwaliteiten bezitten doch naar diploma's werd dan niet gevraagd. Hoe dergelijke functies in Den Haag zijn waar te maken is een raadsel, doch het schijnt medelijk te ziJn. Er wordt dus met twee maten gemeten. Van overheidsw^e worden richtlijnen gegeven over functiewaardering en salariëring, doch al te strak hoeft men zich hier blijkbaar niet aan te houden. Waarom kan het voor de een wel en voor de ander niet: vriendjespolitiek en een goede kruiwagen zijn bepaald erg belar^rijk. Bepaald zuinig is men ook niet op een technicus die duidelijk blijk geeft over bijzondere kwaliteiten te beschikken. In het bedrijfsleven wil men zo'n kracht gaarne aan zich binden, natuur-

lijk binnen redelijke grenzen, doch btj het wetenschappeUjk onderwijs denkt men daar anders over. Dan worden de regels streng gehanteerd, dan laat men gerust iemand gaan voor het luttele bedrag van b.v. ƒ 1000,— per jaar salarisverhc^ing, ook al bespaart zo iemand de universiteit vele duizenden guldens. Dan speelt de letter H. een belangrijke rol t.o.v. de letter M. Dan wordt er precies bekeken wat voor diploma's iemand bezit. Gaat zo iemand weg dan kan het jaren duren een goede vervanger te vinden en in te werken. De beslissingen hierover worden door deskundigen genomen zonder rekening te houden met de verstoring die in de technische sektor optreedt. Leidinggevenden zijn nog geen economen of deskundigen. Het zou zinvol zijn als de xmiversiteitsraad eens een nota gepresenteerd krijgt over het bevorderingsbeleid en mogelijkheden voor het niét-wetenschappelijk personeel, o pardon, voor het personeel behorend tot" de T.A.S. Ik hoop het nog voor miJn pensionering mee te maken al zijn mijn verwachtingen in deze niet al te hoog gespannen. Ambtelijke molens draaien nu eenmaal langzaam, anders zouden het geen ambtelijke molens zijn.'

ekonomie

Prof. Ernest JVIandel over krisis en werkloosheid in VESVU-cyclus Op maandag 6 maart (11.30 uur, zaal 14A-00) zal de bekende Belgische hoogleraar Ernest Mandel in het kader van de lezingencyklus "Politieke Ekonomie' van de VESVU een lezing houden over ekonomische krisis en werkloosheid. Prof. Mandel is hoogleraar marxistische ekonomie aan de Vrije Universiteit in Brussel en is bekend van zijn werkzaamheden op vele terreinen van de ekonomische wetenschap (o.a. ekonomische krises, groei en milieu, ekonomische integratie, imperialisme). Mandel kan tot de vooraanstaande westerse marxistische theoretici worden gerekend. In een eerder artikel in Ad Valvas (10 februari) is reeds het doel van een cyklus politieke ekonomie uiteengezet. Beginnend bij de fundamentele uitgangspunten staat de kritiek op de gai^bare ekonomische theorie die in de westerse akademische wereld domineert, centraal. Niet alleen zullen echter de gebreken van de gangbare theorie worden blootgelegd, maar evenzeer is het de bedoeling de bijdragen die de politieke ekonomie kan bieden in de verklaring van aktuele ekonomische en maatschappelijke problemen, (kritisch) aan te geven. Uiteindelijk doel van de cyklus is het verkrijgen van erkenning van de bijdragen van de politieke ekonomie op de ekonomische fakulteit.

Depressie jaren

'30

Piot. Ernest Mandel zal spreken over het thema 'Ekonomische krisis en werkloosheid'. De aktualiteit van dit probleem hoef ik, gezien de bijna dagelijkse massale ontslagen en bedrijfssluitingen, niet nader te benadrukken. Dat de huidige werkloosheid zowel de traditionele ekonomische wetenschappers, als de politieke ekonomen danig bezighoudt, mag eveneens voor zich spreken. In de dertiger jaren bleek de toenmalige gangbare ekonomie niet in staat de dan heersende ekonomische depressie te verklaren. Sterker nog, men veronderstelde, in navolging van de 19e eeuwse Franse ekonoom J. B. Say, dat er evenwicht bestaat tussen produktie en kooplcrachtige vraag. Met andere woorden, werkloosheid bestond niet en kon gewoonweg niet bestaan in de denkwereld der ekonomen. Mensen die niet werkten waren vrijwillig werkloos, omdat men niet bij het bestaande loonpeil wilde werken. Pluktuatie van lonen en prijzen zouden er voor zorgen dat de ekonomie vanzelf weer in evenwicht zou geraken. Dat deze visie nodig aan herziening toe was toonde èn de werkloosheid van de dertiger jaren èn John Maynard Keynes aan. Keynes verklaarde de werkloosheid uit

Door Rob Vos

(VESVU)

een tekortschietende effektieve vraag, d.w.z. een te lage koopkracht en te lage winstverwachtmgen btJ de ondernemers, met als gevolg te geringe investeringen om volledige werkgelegenheid te bev/erkstelligen. Keynes bepleitte daarom een aktieve bestedingspolitiek door de overheid om konsumpöe en investeringen te stimuleren. De Keynesiaanse visie — later min of meer geïntegreerd met de 'voor-Keynesiaanse' neoIdassieke theorie — heeft het naoorlogse ekonomische denken geregeerd.

Stagflatie De recente ekonomische ontwikkelingen stellen de ekonomen echter opnieuw voor problemen. De Keynesiaanse theorie sluit immers het samengaan van een stagnerende ekonomie en een stijgend prijspeil (inflatie), in één woord stagflatie, uit. Ook met betrekldng tot de te voeren ekonomische politiek levert dit problemen op, aangezien een expansieve bestedingspolitiek van de overheid ter bestrijding van de werkloosheid de inflatie verder zal aanwakkeren. Dit is uiteraard een sterk vereenvoudigde weergave van de 'gangbare' benaderii^. Het gaat er hier ook niet om deze uitvoerig uiteen te zetten. De verschillen met de politiek-ekonomische benadering beginnen immers al bij de benadering zelf. Mandel, representant van de marxistische stroming binnen de politieke ekonomie, typeert het verschil met te stellen dat de gangbare theorie allereerst de verhoudingen tussen ekonomische Subjekten beziet en de marxistische (politieke) ekonomie zich richt op de verhoudingen tussen ekonomische klassen. De huidige strukturele werkloosheid verklaart Mandel uit de fundamentele tegenstelingen binnen het kapitalistische produktiesysteem zelf, waarbij de tegenstellingen tussen de

Prof. Ernest Mandel ekonomische klassen (bezittende en niet-bezittende klasse) centraal staan. In het Itapitalisme is de winst frentabUiteit) de centrale voorwaarde voor de produktie. Daardoor bestaat er een t^enstelling tussen produktie en konsumptie van werkelijke behoeften. Het winstinkomen van een onderneming wordt verhoogd via een stijging van de arbeidsproduktiviteit. De investeringen die daartoe moeten worden gedaan, maken een absolute stijging van de winsten noodzakelijk voor handhaving van de rentabiliteit (d.i. winst gerelateerd aan het geïnvesteerde kapitaal). Dit is medelijk zolang er voldoende afzetmogelijkheden (voldoende koopkracht) zijn. Na een lar^e periode van hoogkonjuktuur, zoals na de Tweede Wereldoorlog, zullen echter de gemiddelde groei van de arbeidsproduktiviteit en de gemiddelde groei van de produktie uiteen lopen. Dit leidt onvermijdelijk tot overkapaciteit en strukturele werkloosheid. De fundamentele tegenstellingen tussen produktie om de winst en koopkracht (bij de overheid of de konsumenten) en die tussen vergroting van de investeringen ter verhoging van de arbeidsproduktiviteit en de winsten die dan benodigd zijn om de rentabiliteit op peil te houden, zijn het die de immanente beweging in het kapitalisme van krises bepalen. De konklusie is duidelük: de huidige ekonomische krisis en stmk-

Vervolg op pagina 8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 275

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's