Ad Valvas 1977-1978 - pagina 401
AD VALVÄS — 26 MEI 1978
5
Vooral over de vraag of die beroepsethisch
wel verantwoord
is,
Psychologie-Studenten willen onderzoek naar samenwerking met Indonesië De studentenfraktie in de subfakulteitsraad psychologie vindt dat er duidelijkheid moet komen over de samenwerking met Indonesische universiteiten. Dit naar aanleiding van de recente publikaties over de mogelijke betrokkenheid van Nederlandse psychologen WJ het ontwikkelen van vragenlijsten voor de Indonesische autoriteiten waarmee communisten kunnen worden ontdekt. De studentenfraktie heeft deze week het voorstel bö de raad ingediend een kommissie in te stellen die zou moeten onderzoeken wat precies de inhoud van de kontakten van de subfakulteit met Indonesische universiteiten omvat, op welke manier ginds gebruik wordt gemaakt van de wetenschappelijke ondersteuning en hoe die ondersteuning kan worden misbruikt. De kommissie, die zou kunnen bestaan uit twee stafleden en twee studenten met een bestuurslid als voorzitter, zou voor eind september met een rapport op tafel moeten komen. Het voorstel van de studenten zal worden behandeld in de raadsvergadering van 19 juni. Het was te Iaat ingediend om nog te kunnen worden meegenomen voor de vergadering van a.s. maandag. In een begeleidende notitie noemt de studentenfraktie 'de rust op onze eigen subfakulteit opvallend', terwijl bijvoorbeeld aan de Nijmeegse universiteit — naast de VU de enige andere Nederlandse universiteit die de afgelopen jaren met psychologen samenwerkte met Indonesië — een onderzoekskommissie werd ingesteld, evenals dat gebeurde by het Nederlands Instituut van Psychologen. Ook is er her en der- veel diskussie aan de zaak gewijd, maar op de subfakulteit bleef het relatief stil. Weliswaar reageerde prof. Drenth (arbeids- en organisatiepsychologie) in Ad Valvas van 12 mei op de kwestie, maar ztjn artikel wordt door de studenten-raadsleden van een paar vraagtekens voorzien. Zoals bekend waren van Vü-zyde prof. Drenth en drs. Bleichrodt betrokken by samenwerkingsprojekten die betrekking hadden op de standaardisering van intelligentietests voor schoolkinderen. Hieronder laten we het slot van de notitie van de studentenfraktie volgen: 'Hoe verhoudt zich nu universitaire samenwerking met Indonesië tot enerzyds de verwerping van het Suharto-bewlnd vanuit politiek (ethiese) overwegingen en anderzijds tot een strategie naar terugkeer van de demokratie in Indonesië? Om met het laatste te begiimen, kurmen we stellen dat de universitaire autoriteiten in Indonesië niet lijken uit te blinken in hun afkeuring van het Suharto-bewind. Er kan zelfs gesteld worden dat vele Indonesische wetenschappers direkt dienstbaar zijn aan instandhouding van het regiem. Ongeveer twee jaar geleden is het samenwerkingsprojekt met Indonesië van de centrale interfakulteit in diskussie geweest, omdat werd samengewerkt bij de ontwikkeling van de officiële staatsideologie van Indonesië, welke slechts tot doel heeft het regiem te legitimeren. Projekten die meer in de bètasfeer liggen zijn in opspraak gekomen doordat ze direkt tot doel zouden hebben een infra-struktuur te
Vervolg van pagina 3 ziJn; Marcel, een tuinder die niet van mensen houdt maar des te meer van planten en dieren; Marquerite, zijn vrouw, politiek onderlegd, praktisch en geïnteresseerd in de astrologie; Marco, een geschiedenisleraar die een zeer eigen manier van les geven heeft en daarom wordt ontslagen, en Marie, cassière in een supermarkt, die zeer origineel de kassa aanslaat: armen en ouden van dagen betalen bij haar minder dan de rijken. Samen staan zij aan de wieg van Jonas. Vijfentwintig jaar hebben zij de tijd om Jonas uit de puree te halen. Dan zal de eeuw hem uitspuwen als indertijd de walvis de profeet. Alain Tanner heeft deze eerste film na 'Le Milieu du Monde' zijn tot dusver meest optimistische Werk genoemd. En het NRC/Handelsblad concludeerde: 'Taimer wist van zijn figuren "metaforen op twee poten", echte mensen en van zijn allegorie een boeiende, geciviliseerde, soms heel grappige film te maken.'
kreëren voor het westerse bedrijfsleven in Indonesië dat geenszins gericht is op de belangen van de bevolking. En nu is gebleken dat vele Indonesische psychologen ofwel direkt in dienst zijn van het repressieve leger van Suharto c.s. ofwel kontakten hebben met de Indonesische veiligheidsdienst. Bovendien is bekend dat de selektiekriteria die gesteld worden voor toelating tot de universiteiten (zowel voor studenten als personeel) meer omvatten dan louter kenniskriteria. Veel psychologen in Indonesië verdienen er wat geld bij door middels psycho-testen en stabiliteltstesten de selektie voor de universiteiten ter hand te nemen. (In 1976 werden van de 36.784 aanmeldingen voor de universiteiten slechts 6500 personen toegelaten). Het is op zijn minst naïef om te denken dat samenwerkingsprojekten met dit soort mensen onderdeel kan zijn van een strategie gericht op veranderingen ten goede in Indonesië. Bovendien, en dan komen we aan de eerste soort overwegingen, lijkt het ons ethies ook nauwelijks verantwoord om met duidelijke representanten danwei passieve verdedigers van het Suharto-bewlnd samen te werken. De vergelijking met Zuid-Afrika kan hier illustratief zijn. Samenwerking met instanties die zich niet openlijk distantiëren van het heersende regiem kan slechts uitgelegd worden als steun aan het regiem. Zoals de bevrijdingsbeweging in Zuid-Afrika uit naam van de onderdrukte massa vraagt om totale isolering van het apartheidsbewind, zo is het verzet in Indonesië slechts gebaat bij verbreking van alle kontakten die het regiem kunnen ondersteunen. Vanuit een stellingname van verwerping van het Suharto-bewlnd, welke wat ons betreft voorop staat, is derhalve samenwerking met Indonesische universiteiten in de meerderheid der gevallen zowel ethies als politiek af te wijzen.'
bedenkelijke
kanten
'Kijken we nu wat gedetailleerder naar het VUA 3 projekt van Drenth en Bleichrodt, dan moet gesteld worden dat hier op zijn minst een aantal bedenkelijke kanten aanzitten. Wij veronderstellen geenszins dat Drenth en/of Bleichrodt direkt betrokken zijn bij het ontwikkelen van tests om politieke gevangen;3n mee te beoordelen. Wel moet gekonstateerd worden dat met het samenwerkingsprojekt ten behoeve van het geschikt maken van intelligentietests voor Indonesië een stuk methodologie wordt overgedragen, welke Indonesische psychologen in staat kan stellen om ethies (en wetenschappelijk) onaanvaardbare instrumenten te ontwikkelen. Bovendien kan, zoals Drenth in zijn artikel in AV ook stelt, misbruik van tests niet worden uitgesloten. Een toezichthoudende kommissie kan ons weinig vertrouwen inboezemen, zeker als we in de handleiding van de TIKI (intelligentietest) lezen dat hierin ondermeer de dekanen van enkele subfakulteiten zitting hebben (de namen van de voormalige dekaan van de subfakulteit in Bandung
Marat en van de huidige dekaan mevrouw Sadli ziJn juist in opspraak gekomen). Kontakten met Indonesische psychologen die kontakten blijken te hebben met de veiligheidsdienst worden ook niet ontkend. In de voortgangsrapporten van het projekt in '71 en '72 wordt zelfs gesproken van een mogelijke kombinatie met de uitkomsten van een attitude-onderzoek van dr. Marat. Op basis van dit soort (bekende) gegevens zijn wij dan ook geneigd te konkluderen dat het projekt van Drenth en Bleichrodt op ethiese gronden aanvechtbaar is. We hebben dan nog niet eens gesproken over zaken als de selektie van studenten, waarvoor deze intelligentietests gebruikt gaan worden en welke zoals we reeds stelden meer behelst dan een selektie op louter kenniskriteria. Dat het projekt zou kunnen passen binnen een strategie gericht op terugkeer naar de demokratie in Indonesië, achten wü helemaal dubieus. Een projekt dat mede gefinancieerd wordt door de Indonesische regering, kan nauwelijks geacht worden in strijd te zijn met het Suharto-regiem. Wij zetten dan ook wel enige vraagtekens by het verweer van Drenth in AV. Het helpen ontwikkelen van de wetenschap der psychologie ten einde zo ook de totstandkoming van een beroepsethiek te bevorderen lykt ons in de huidige situatie in Indonesië een aanvechtbare strategie. In één
artikel stellen dat Indonesische psychologen in dienst van het leger moeiiyk een dienstbevel kunnen weigeren van een verwerpeHjk regiem afkomstig, én dat we moeten werken aan het helpen ontwikkelen van een beroepsethiek, is volgens ons net zo tegenstrydig als de stelling dat Suharto es een
staatsgreep pleegden om de demokratie te redden. De vraag die voor alles beantwoord moet worden is of het vanuit de beroepsethiek van de Nederlandse psychologen wel aanvaardbaar is om überhaupt met Indonesische psychologen samen te werken.'
Is economische en universitaire hulp aan Indonesië nog wel verantwoord? Namens de Wereldwinkel VU schrijven Gerrit Jongkind en Gerrit Rot ons het volgende: 'De afgelopen week vond de IGGI-conferentie plaats onder voorzitterschap van minister De Koning (CDA). De IGGI (Inter Gouvernementele Group Indonesia) is een koördinerend lichaam van de belangrijkste handelspartners met Indonesië, dat jaarlijks voor honderden miljoenen dollars aan Indonesië verstrekt in de vorm van leningen. Nederland had vóór het begin van de conferentie al 135 miljoen gulden toegezegd. Bovendien had De Koning 'beloofd' de politieke gevangenen niet ter sprake te zullen brengen. In samenwerking met het Indonesië-komitee hebben wy de afgelopen weken aandacht geschonken aan Indonesië. Op 20 mei was er een demonstratie tegen de IGGIhulp. Op 21 mei kwamen de congresgangers aan in het Amstelhotel, waar de entree beschermd was door een politiewacht. Als tegenprestatie van de zo genereus verstrekte leningen verlangen de donorlanden, dat Indonesië nog meer dan voorheen belemmeringen wegneemt voor de toetreding van buitenlandse bedryven. Zo wordt op grote schaal bos gekapt in de Indonesische buitengewesten (Kalimantan), zonder de verplichting tot heraanplant. Ongekende erosie is het gevolg, de lokale houtkappers worden brodeloos en de ladangbouw (shifting cultivation) wordt direkt in zyn voortbestaan bedreigd. De buitenlandse houtbedryven voeren 18 miljoen m? hout uit (in '68 nog 1 miljoen m') wat voor 93% onbewerkt is, zodat deze industrie aan Indonesië voorbygaat (Uit: Feiten en Meningen, april '78). De Japanse drüvende visfabrieken verwerken in één dag naby de Molukken evenveel vis als de plaatseiyke vissersbevolking in een maand als bestaansmiddel. Ze vissen letteriyk achter het net. De royalties verdwynen in de zakken van het militaire regiem of dienen als afbetaling van buitenlandse schulden in voorafgaande jaren aangegaan. Dergeiyke alarmerende berichten werden ook gedaan op de conferentie van 18 en 19 mei, getiteld 'Het andere Indonesië, ontwikkeling van onderaf bekeken', georga-
niseerd door de werkgroep 'Het andere Indonesië' in samenwerking met de UvA. Deze congresmap ligt ter inzage aan de balie van de Wereldwinkel VU of is te bestellen Celebesstraat 79-hs, tel. 925050 tst 21. Het universiteitsblad zou niet de meest logische plaats zijn om hierover mededelingen te doen, als er niet zoveel universitaire contacten bestonden met Indonesië. Onlangs ging Gerrit Jongkind hier in een artikelenserie in Ad Valvas dieper op in. De universitaire hulp versterkt in de eerste plaats de goodwill van Nederland, lees de Nederlandse handelsbelangen. Met de dreigende werkloosheid in de scheepsbouw is Nederland veel te happipg op het doorgaan van de order by Wilton-Peyenoord van drie oorlogsschepen ter waarde van een half miljard gulden. Bovendien bevestigen Nederlandse universiteiten die kontakten aangaan met Indonesië de legimiteit van het gezag van dat land. zy verdoezelen de bloedige machtsovername, de 60.000 politieke gevangenen, de inval op Oost-Timor en het recente neerslaan van de studentenonlusten waarby geprotesteerd werd tegen de herverkiezing van Suharto. Ten derde kunnen de generaals hun regiem versterken met de resultaten van Nederlandse universitair onderzoek in Indonesië. Denk aan de opschudding ontstaan over de mogeiyke betrokkenheid van Nederlandse psychologen by het opstellen van een vrageniyst waarmee de veiligheidsdienst communisten kon opsporen.
Daarom hebben wy als WWVU in de demonstratie van 20 mei met een spandoek meegelopen met de tekst: 'Suharto mag niet wyzer worden van universitair onderzoek' en verklaren wy ons solidair met de Indonesische studenten. Er zijn vele andere bezwaren verbonden aan Nederlandse universitaire hulp. Zo moeten de resultaten toegestuurd worden aan de regering. De rektor van de GadjahMada universiteit wordt persoonlyk door Suharto benoemd (...). Ook gaat universitaire hulp gewooniyk gepaard met een aanzieniyke stroom buitenlandse deviezen, importbelastingen en dergeiyke. Amnesty International is tegen universitaire hulp, omdat 'westerse wetenschappers ingezet worden op plaatsen waar vroeger capabele doch progressieve Indonesiërs zaten, die nu echter in concentratiekampen opgesloten zitten.' Zoals by de IGGI-hulp alleen die Projekten worden goedgekeurd door de generaals, die hun positie niet bedreigen, zo maakt de staatskontrole op de universiteiten het mogeiyk dat alleen die samenwerkingsprojekten worden goedgekeurd die de positie van het regiem nationaal en internationaal versterken.
Uitbreiding
VU-projekt
Bijzonder actueel zijn de plannen cm het Serayu-valley-projekt van de fysisch geografen (van de VU) uit te breiden tot een Regional Development Project voor Midden-Java, waaraan dan ook andere universiteiten zullen meedoen. Men denkt aan het opbouwen van een gezondheidsdienst vanuit dorpsnivo. Ook wil men de dorpseconomie gaan doorlichten op het platteland van Java, hetgeen beargumenteerd wordt met de bedoeling het dorp meer selfreliant te maken. Dat het gene-
Vervolg op pagina 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's