Ad Valvas 1977-1978 - pagina 427
AD VALVAS — 2 JUNI 1978
Onderwijs
3
lerarenopleiding
en universiteit
slecht op elkaar
niet bent afgestudeerd op de VLVU. Bij nederlands bv. moet je een jaar wachten als je bij wijze van spreken een paar d?:ie-i na het verstrijken van de inschrijfdatum bij de VLVU afstudeert.
afgestemd
Betere regeling voor doorstromen van VLVU naar VU hard nodig Jaarlijks stromen tientallen afgestudeerde VLVU-studenten door naar de VU om daar hun eerstegraadsbevoegdheid in het vak, waarin ze gaan lesgeven te behalen, wat op de Lerarenopleiding zelf niet mogelijk is. Sinds 1974 is deze doorstromingsmogelijkheid wettelijk geregeld maar daar bleef het bij. Alleen de mogelijkheid is geregeld, onderwijstechnisch en ondcrwijsorganisatorisch is er op wettelijk nivo vrijwel niets geregeld. De studenten weten dan ook heel vaak niet waar ze aan toe zijn als ze doorstromen. Vaak stromen ze op hun eentje door en moeten op eigen houtje maar alles zien uit te vissen: bv. hoe hun financiële positie nu wordt, hoe het met uitstel van dienstplicht zit, wat voor inhaalprogramma ze moeten lopen, voor welke studie-eisen ze vrijstelling kunnen krijgen etc. Een goed geregelde informatievoorziening hiervoor ontbreekt ten enenmale. Nog nooit is er bijvoorbeeld door de VLVU het initiatief genomen eens een informatiebrochure uit te geven. Dekaan Van Waning van de VU heeft dan ook zyn handen vol met het opvangen van deze doorstromers. * De huidige doorstromingsregeling is bedeeld als interimregeling en is door minister Van Kemenade ingesteld toen de eerste afgestudeerden van de Nieuwe Lerarenopleidingen (NLO) bij hem aan de bel trokken. Afgestudeerd z«n aan zo'n NLO, waarvan de VLVU er één is léén van de eerste trouv.ens) betekent, dat je een tweede graadsbevoegdheid bezit. De studenten, die in 1970 en de daaropvolgende twee jaar hun studie aan een NLO begonnen was steeds voorgehouden, dat zij ook op de NLO de eerstegraads-bevoegdheid zouden kunnen halen. Onder de toenmalige minister van Onderwijs Van Veen was dit (onofficieel i hun perspectief. Er zou bovenop de vierjarige NLO-opleiding een 'kop' van zo'n anderhalf jaar komen waarin je dan de eerstegraadsbevoegheid kon halen. De opvolger van Van Veen Van Kemenade besloot echter, dat die kop er niet zou komen. Er mocht geen 'tweesporigheid' ontstaan in de opleiding voor eerstegraadsleraren. Traditioneel kon je immers op de universiteit die status verwerven. Van Kemenade vond, dat HBO en WO moesten gaan samenwerken en integreren en zeker niet naast elkaar moesten gaan werken. De Lerarenopleiding zou in plaats van de oude MO-op-
door Jaap
Kamerling
leiding, die op didactisch gebied weinig bood, de opleiding ter hand gaan nemen van leraren voor het middelbaar onderwijs (havo, mavo en later de middenschool) en de universiteit zou leraren op gaan leiden voor de latere 'bovenschool'. Op de universiteit zou een speciale lerarenvariant geschapen worden. Van Kemenade vond het onjuist als er twee eerstegraadsopleidingen zouden gaan ontstaan: één op de NLO en één op de universiteit. Er moest een duidelijke taakverdeling komen en wie na zijn NLO-opleiding verder wilde zou kunnen doorstromen. Jelle Hekman, zelf een doorstromer van VLVU naar de VU, met wie we over deze zaak praatten, vind het niet onlogisch, dat er nu maar één eerstegraadsopleiding is gekomen. Wel konstateert hij, dat de VLVU-studenten van het eerste uur erg kwaad waren, dat die opleiding niet werd gerealiseerd op de VLATU zelf zoals hen altijd v/as voorgehouden.
Wirwar van
regelingen
Met die doorstroming op zich heeft hy wel vrede (veel studenten
maken er dankbaar gebruik van) maar hij vindt het erg jammer, dat die doorstroming organisatorisch gezien zo ontstellend slecht is geregeld. Elke faculteit regelt het weer anders. Bij geschiedenis (zijn vak) is het nu allemaal vrü soepel geregeld maar bij bv. neder lands erg stroef. In het algemeen is de regeling zo, dat globaal gezien het VLVU-getuigschrift ongeveer gelijk staat met de kandidaatsbul bij de VU. Alleen bij heel essentiële leemten zou er wat moeten worden ingehaald. Dat inhaalprogramma duurt bij geschiedenis ongeveer een half jaar. Omdat in het algemeen ook de regeling bestaat, dat het bijvak van de lerarenopleiding een vrijstelling oplevert voor één van de twee doctoraalbijvakken kan een doorstromer bij geschiedenis zyn doctoraal en daarmee zt)n eerstegraadsbevoegdheid redelijk snel halen. Hij doet er uiteindelök ongeveer een jaar langer over dan de student, die direct aan de VU is gaan studeren maar daar staat tegenover, dat hij op didactisch gebied veel beter is geschoold.
Doorstromer
Didaktiek
Jelle Hekman, oud-voorzitter van de SILVA, de studentenbond van de VLUU en een van de 'doorstromers' naar de VU. studierichtingen. Bij sociale geografie geldt bv. de regeling, dat weliswaar één VLVU-bijvak wordt erkend voor het doctoraal maar hier wordt behalve nóg een doctoraalbyvak (op de universiteit te lopen) óók nog een aanvullend tentamen geëist. Een doorn in het oog van doorstromers is verder, dat, als zij op de VU komen zij nog maximaal vijf jaar lang collegegeld moeten betalen, ook al hebben ze al vier jaar schoolgeld op de NLO betaald <dat is max. 500 gulden al naar gelang de draagkracht va» de ouders). VU-studenten hoeven maar vijf jaar collegegeld te betalen maar voor doorstromers beginnen die vijf jaar pas te tellen als ze met hun inhaalprogramma
bij nederlands
Bij Nederlands echter is het zo, dat het inhaalprogramma voor het kandidaats minstens een jaar duurt terwijl daarna het doctoraal ook nog eens een jaar of vier studie vergt. Voor de VLVU-doorstromer resulteert dan een studieduur van negen jaar. Wat zeker niet de bedoeling van de minister geweest kan zijn: hij stelde dat het voor een doorstromer niet veel langer dan twee ä drie jaar mocht duren om zijn eerstegraadsbevoegdheid te halen. Geschiedenis en nederlands zijn tussenin bewegen zich de andere twee extreme voorbeelden, daar-
studeert
negen
jaar
en doctoraal beginnen. Minister Van Kemenade vond dat ook wel wat te gek en wilde tegen het eind van zijn regeerperiode wel overwegen die periode van collegegeldbetaling in te korten maar er is sindsdien nooit meer iets over vernomen. Jelle heeft overigens pas gehoord, dat je je ook als extraneus kunt laten inschrijven als je geen college meer hoeft te lopen. Je kunt dan tentamens en examens blijven doen zonder collegegeld te betalen. Maar zoiets is natuurlijk maar voor een beperkt aantal mensen mogelyk en je moet er maar achter zien te komen. Een vervelend punt vormt ook de moeilijkheden, die sommige faculteiten maken wanneer je alvast met hel inhaalprogramma wU beginnen terwijl je nog net
Een van de meest irritante punten is wel dat van de pedagogischdidactische aantekening, waarvoor sommige faculteiten van de VLVU-afgestudeerde extra aanvullende eisen stellen. Dat is hoogst merkwaardig omdat de VLVU-student over heel zijn opleiding verspreid met didactische leerstof wordt geconfronteerd, terwijl de universitaire student pas op het eind van z'n studie nog wat aan didactiek moet doen. Dat staat bovendien in geen verhouding tot dat wat een VLVU-student aan didactiek doet in ztjn NLO-opleiding. Voor een didactische aantekening moet een VUstudent bü voorbeeld een uur of drie lesgeven, een VLVU-student tientallen uren.' Dit punt is eigenlijk wel tyi)erend voor de slechte afstemming van lerarenopleidingen en universiteiten. Het gaat hier eigenlijk om twee heel verschillende onderwijssoorten. De NLO is een soort hogere pedagogische academie, de universiteit leidt op tot wetenschapper. Van Kemenade zag wel in, dat de theoretisch ingestelde universiteit didactisch gezien zwakke eerstegraadsleerkrachten aflevert. Jelle heeft het idee, dat hy de doorstroming van NLO-studenten wüde gebruiken als een soort hefboom om op de universiteit een lerarenvariant, een professionele lerarenopleiding van de grond te krijgen. Maar dat kan alleen maar als die doorstromers een strukturele inbreng kunnen krijgen in de programmering van het doctoraal-onderwijs. Er zou vanuit de secties van de NLO's in samenwerking met de faculteiten gestreefd kunnen worden naar zo'n lerarenvariant. Maar, zegt Jelle, de faculteiten zijn volstrekt autonoom en de VLVU-secties kunnen, zo ze al naar een inbreng toewerken, alleen maar adviseren.
Pais Betekenen de plannen van minister Pais voor twee-fasen-onderwiJs nu een goede uitgangspositie voor verbetering van de situatie. Jelle vindt van niet. Universitaire studenten worden in die plannen pas
Vervolg op pagina 5
Politiek Amsterdam wil VLVU in de binnenstad houden Alle Amsterdamse gemeenteraadspartijen vinden, dat de VLVU in de binnenstad moet blijven en willen zich ervoor inzetten dit te bewerkstelligen. Dat bleek vorige week op een politieke avond, die door de SILVA, de studentenbond van de VLVU was georganiseerd en waar afgevaardigden van alle raadspartijen acte'de presence gaven. D'66 had bovendien zijn Tweede Kamerlid Mertens afgevaardigd en uit Diemen waren raadsleden van het CDA en de PSP gekomen.
De symplegaden waren de rotsen in de Zwarte Zee waar de argonauten onder leiding van Jason door heen moesten varen. Deze rotsen hadden de akelige gewoonte met een rot(s)klap op elkaar te gaan, terwijl er juist een niets-vermoedende schipper passeerde. Jason en zijn vrienden ontsnapten ternauwernood, uiteraard moet — naar analogie met het klassieke verhaal — de moderne student aan de NLO een soortgelijke hindsrnis passeren. Vandaar scène I, rechtsboven. Scène 2, ongeveer in het midden, laat ons Neptunus of Poseidon zien die de zojuist geslaagde NLO-er aanmaant om alvorens aan het doctoraal programma te beginnen (doctor-aal is een glibberige aal), eerst maar eens zijn inhaalprogramma te gaan doen. Maar dat valt niet mee! Scène 3 laat ons een uitgeputte NLO-er zien, die net bezig is de laatste rotsen (programmapunten) van zich af te douwen. De zuHen met de deuren er aan vormen de sluis (vandaar het goddelijke (neptunusiaans) bevel 'insluizen!') Ongeveer linksboven sien we eerste de 'kandidaatsboog', waardoor een fortuinlijke universitaire stuient zijn bootje Bul (lebas) (bul is natuurlijk de kandidaatsbul, die universiteitsstudenten wèl krijgen, maar NLO-studenten na hun inhaalprogramma niet) heen heeft gestuurd. Deze student is bezig de doctoraal te vangen, maar niet met zijn handen, maar met pijl en boog. Hij harpoeneert de doctoraal en zal hem ongetwijfeld Tnet het touw dat aan de pijl vastzit binnenhalen.
De fraktievoorzitter van het CDA in de Amsterdamse gemeenteraad de heer Heerma nam het initiatief op korte termijn een rondetafel-gesprek te organiseren over de huisvestingsproblematiek van de VLVU, waaraan vertegenwoordigers zullen deelnemen van het ministerie van Onderwijs, de genieante Amsterdam, het bestuur van de VLVU en de geledingen van de VLVU. De heer Heerma zal hiervoor kontakt opnemen met het VLVU-bestuur. Ook tijdens de 10-daagse bezetting van een VLVU-pand aan de Keizersgracht heeft hij bemiddeld tussen studenten en bestuur. De overige forumleden nemen kontakt op met partijgenoten bij ministerie of gemeente. Het ronde-tafel-gesprek zal, aldus het SILVA, plaatsvinden als het VLVU bestuur ook naar het ministerie toe uitspreekt in principe huisvesting van de VLVU In de binnenstad na te streven. Dit is iets wat zij de instituutsbevolking meerdere malen heeft verzekerd. Op 13 maart van dit jaar zei de heer Wieringa: 'Ondanks
alle aangevoerde kritiek ben ik nog van mening, dat wij in het proces van het huisvestingsbeleid alert en trouw zijn gebleven aan het uitgangspunt huisvesting in de binnenstad.' Het bestuur zag echter geen mogelijkheden, het overgrote deel van de instituutsbevolking wél. De vraag aan het VLVU-bestuur is nu deze mogelijkheid aan te pakken vóórdat de eerste paal in de Diemense grond wordt geheid. Het politieke klimaat in de Amsterdamse raad blijkt op dit moment erg gunstig voor huisvesting in de binnenstad. In 1973 nog bood de gemeente niets anders aan dan ruimte in de Bijlmermeer en het VLVU-bestuur besloot toen ook zijn aandacht te richten op nieuwbouw in de Bijlmer. Sindsdien echter zijn de bakens in de Amsterdamse politiek verzet. De politiek van een 'Groot-Amsterdam' veranderde in een politiek 'Amsterdam-Centrum', wat onder andere inhoudt het behoud van grote onderwijsinstellingen in het centrum. (J. K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's