Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 391

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 391

11 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 19 MEI 1978

Aan docenten worden geen didactische

eisen gesteld

Docenten aan VU positief over wericen met kleine groepen in liet ondenwijs Het geven van onderwijs in kleine groepen lijkt op de VU een ingeburgerde vorm van onderwijs te zijn. Het gebeurt op bijna alle (sub)faculteiten. De docenten, die deze onderwijsvorm toepassen beoordelen de betrokkenheid en de aktieve deelname van de studenten positief en 44.8 procent van hen (zo blijkt uit een onlangs op de VU afgerond onderzoek') is van mening, dat de motivatie van de studenten is toegenomen door hun participatie in de kleine groep. Overigens doen zich in ongeveer een derde van de groepen problemen voor van vooral didactische aard. Dat is niet verwonderlqk, als men bedenkt, dat aan de docenten alleen eisen ten aanzien van vakkennis worden gesteld. Nog steeds hoeven docenten niet over een didactische aantekening te beschikken. Studenten, die na hun afstuderen gaan les geven op een middelbare school moeten die aantekening tegenwoordig wel hebben maar die eis vervalt weer zodra ze gaan doceren op een universiteit. Dit vertellen ons Wilma Crouwel en Kees van Dooren, beide werkzaam bij de afdeling Onderwijsresearch. Wilma is psycholoog en ztj heeft ongeveer een jaar gewerkt aan een onderzoek naar het funktioneren van taakgerichte kleine groepen in het onderwijs aan de VU. Al een poos bestond bjj Onderwijsresearch de indruk, dat er bü verschillende faculteiten wel eens problemen rijzen bij het werken met taakgerichte "kleine groepen in het onderwijs. Toen er dan ook in het najaar van 1976 een halve formatieplaats vrijkwam bij deze afdeling werd besloten iemand aan te trekken om zich eens een jaar met deze problematiek bezig te houden. Die iemand werd Wilma en het Projekt, dat zij zou gaan aanvatten omvatte het analyseren van de problemen, die zich voordoen bij het werken met kleine groepen en het ontwikkelen van een instrumentarium voor het werken met die groepen. Het laatste bleek minder zinvol omdat hier al genoeg handleidingen voor bestaan. Besloten werd toen, dat Wilma ook zou gaan meewerken aan het opzetten van een docentientraining speciaal gericht op het werken met de kleine groep. Dat zou dan mede gebeuren op basis van de uitslag van de analyse van de problemen.

doorjaap

Kamerling

schot voor een reeks van publikaties over het projektonderwijs. In de meeste publikaties worden als eisen aan projektonderwijs gesteld, dat de groep interdisciplinair moet zijn samengesteld, dat het Projekt maatschappelijk relevant moet zijn en dat de groep demokratisch te werk moet gaan. Soms wordt als vierde eis nog ge-

dan die van werken met grote groepen als omgekeerd. Uit haar studie bleek Wilma echter echter ook, dat het wel degelijk zinvol is om toch voor het werken met kleine groepen te kiezen. En wel wanneer er naar specifieke leerdoelen wordt gestreefd als oefening in spreekvaardigheid, oefening in het leren samenwerken (met het oog op de latere loopbaan), leren mondeling rapporteren, het verwerven van inzicht in groepsprocessen, en het nastreven van integratie van vakgebieden. Kees: 'Diskussiëren in een vreemde taal kun je bijv. alleen leren door te diskussiëren in groepjes'. Hij vindt, dat je niet moeten kiezen voor een dure werkvorm als de kleine groep als het even goed goedkoop kan bv. door middel van zelfstudie. Wilma vindt, dat het helemaal van je leerdoelen afhangt of je kiest voor de kleine groep. Als argument vóór het werken met kleine groepen wordt vaak de motiverende werking genoemd.

Traditioneel werd, zo schrijft Wilma in haar verslag, het onderwijs aan imiversiteiten gegeven in de vorm van hoorcolleges. Daarnaast kwam een aantal werkvormen voor als zelfstudie, praJitika, werkgroepen ed. Doordat het aantal studenten tot voor een aantal jaren klein was, zeker in de doctoraalfase, bestond er de mogelijkheid van een redelijk kontakt tussen studenten en docenten ook al omdat bijna alle tentamens en examens mondeling werden afgenomen. Met de toename van het aantal studenten verschoof er het een en ander. Mondelinge tentamens verdwenen, schriftelijke kwamen ervoor in de plaats. De aantaJlen studenten per hoorcollege namen enorm toe. Er trad een massificatie op waarbij het kontakt tussen docenten en studenten en tussen studenten onderling verloren dreigde te gaan.

Demokratisering Tegelijkertijd werd er meer aandacht besteed aan onderwijsresearch, wat weer tot gevolg had, dat allerlei vanzelfsprekendheden in het onderwijs niet meer zo vanzelfsprekend bleven. De waarde van hoorcolleges, de betekenis van cijfers, de rol van de docent, dat alles kwam ter diskussle te staan. In dezelfde tijd ontstond ook de roep om demokratiserir^ van het onderwijs niet alleen extern (grotere doorstroming van niet met name het arbeidersmilieu) maar ook intern (meer inspraak voor de student). Ook kwam er een beweging op gang om de geisoleerde positie van de universiteit te doorbreken en het onderzoek meer te richten op maatschappelijke verandering. De belangstelling voor onderwijs projektonderwijs. Boekraad en Van Nieuwstad kwamen in 1968 met kleine groepen werd sterk beïnvloed door de vorm van onderwijs, die aan het eind van de zestiger jaren opgang maakte: het met hun artikel over de radenuniversiteit en dat was een start-

kleine groepjes altijd als prettig ervaren weet ze niet. De komende tijd heeft Wilma geen gelegenheid om dat onderzoek te doen want bij de omzetting van haar positie in een algemeen medewerkerschap (halve formatieplaats) is besloten, dat zü het grootste deel van haar werktijd moet gaan besteden aan het adviseren van de herprogrammering bij medicijnen. Daarnaast kan zij nog wat werken aan de docententraining voor kleine groepen. Ze zal ervoor ijveren, dat straks dat onderzoek onder studenten er toch kan komen, temeer daar op onderzoek elders over kleine groepen in het WO

niet kan worden teruggevallen. Welke problemen blijken zich nu zoal voor te doen bij kleine groepen? Wilma: 'Veel problemen doen zich nu voor met studiebelasting. Verder de vorm, waarin het onderwijs gegeven moet worden, het maken van procedures en verschillen in motivatie. Met die studiebelasting bedoelt ze, dat vaak het 'huiswerk' als teveel wordt ervaren. Voor een bijeenkomst moet vaak heel wat stof worden doorgewerkt. Bij een hoorcollege kun je je gemakkelijk 'drukken' of wegblijven maar in een kleine groep valt je afwezigheid sterk op en ook wordt het erg storend gevonden als je de stof niet hebt bestudeerd. Een kleine groep is dus eigenlijk veel kwetsbaarder dan een hoorcollege. Het voordeel daarbij is weer dat de mogelijkheid van de docent om feed back te krijgen veel groter is. De problemen vallen eerder op. Hij kan veel gemakkelijker in de gaten houden of de leerstof wel goed overkomt.

Vaak zitten docenten echter met hun handen in het haar als ze de voortgang in de groep willen evalueren. In de handleidingen, die door Onderwijsresearch van harte worden aanbevolen, staat daarover wel het een en ander. In de docententraining voor kleine groepen die Wilma en Kees nu aan het opzetten zijn wordt daar wat meer aandacht aan besteed.

noemd, dat de groepsleden het Projekt zelf moeten kiezen. Aan die eis wordt niet zwaar getild; ook als daaraan niet wordt voldaan wordt van projektonderwijs gesproken. Als je nu die eisen (vooral de eerste drie) toepast op het kleine groepsonderwijs op de VU dan blijkt echt projektonderwijs op de VU maar heel weinig voor te komen: 44 van de responderende groepen gaven op zich als projektgroep te zien. Maar slechts U voldoen aan het kriterium 'interdisciplinair'. Van die groepen is het nog maar de vraag of ze aan de andere kriteria voldoen. Behalve een probleemanalyse van kleine groepen op de VU deed Wilma ook een literatuurstudie naar kleine groepen. Ze vroeg zich bijvoorbeeld af of het sterk tijdsintensieve karakter van het werken met kleine groepen wordt gecompenseerd door een 'helere opbrengst'. Al blijkt bij het onderzoek over de VU die opbrengst redelijk gunstig te zijn, in de literatuur zijn er ongeveer evenveel studies, die beweren, dat resultaten van kleine groepen beter ziJn

Daarbij moet je je, vindt Wihna, wel afvragen of alle studenten het werken in een kleine groep wel motiverend vinden in een bepaald studieonderdeel. Ook al oordelen de docenten vrij gunstig over die motiverende werking, het is voor haar nog maar de vraag of alle studenten hierover hetzelfde denken. Ze kan zich best studenten voorstellen, die kleine groepsonderwijs maar tijdrovend vinden en zich ergeren aan procedureproblemen in de kleine groep.

Vervolgonderzoek hard

nodig

Wilma vind het erg jammer, dat haar onderzoek niet nu direkt al esn vervolg krijgt in een onderzoek onder studenten, zy heeft zich in haar onderzoek totnc^toe moeten beperken tot docenten. Studenten beleven het onderwijs in kleine groepen weer heel anders. Je hoort vaak van studenten, dat ze de massaliteit van hoorcolleges maar niets vinden maar of alle studenten nu die

Een boeiende konklusie is ook, dat op grond van de onderzoeksresultaten niet verdedigd kan worden een groep door meer dan twee docenten te laten begeleiden. De studenten dreigen dan 'overruled' te worden en in een hoek te worden gedrukt. Overigens is bij een gemiddelde groepsgrootte van 10 (zoals bleek uit het onderzoek) een staf van meer dan twee mensen ook rijkelijk overdreven. Twee is wel gunstig omdat dan een van beide het groepsdynamisch proces in de gaten kan houden. Ook

Leerdoel moet bepalen of je voor kleine groep kiest

Handleidingen

Wilma Crouwel van de afdeling Onderwijsresearch, VU.

Een interessant onderzoeksresultaat is, dat in de kleine groepen bij de VU de staf vrij vaak bepaalt welk onderwerp wordt aangepakt. Daarbij valt op, dat in de propedeuse-fase er zowel groepen zijn, die zelf beslissen over de keuze van het onderwerp als groepen waar de docent beslist. Kennelijk liggen daaraan verschillende opvattingen t?n grondslag, kort samen te vatten in het dilemma 'führen oder wachsen lassen'. In de kandidaatsfase komt het vaker voor, dat de groep zelf esn keuze maakt.

bij andere vormen van onderwijs (hoorcolleges bv.) zou er eigenlijk een collega moeten zijn die dat zo nu en dan doet, wat Kees dan ook adviseert.

Docententraining kleine groepen

voor

Als praktische aanbeveling geeft Wilma tenslotte aan de docenten het advies handleidingen voor kleine groepsonderwijs te gebruiken en straks deel te gaan nemen aan de docententraining voor kleine groepen. Voor de al bestaande docententraining (voor het onderwijs in het algemeen), die vorig jaar startte, bestaat op de VU een verheugend grote belangstelling. Een laatste vraag: Zijn jullie tevreden over de mogelijkheden, die de afdeling Onderwijsresearch heeft. Kees: 'De afdeling is te klein. We zijn hier in vergelijking Eiet andere universiteiten wat laat begonnen en hebben de gouden vloed gemist. Overigens zijn er ook instellingen, die nog slechter zitten. Uit het feit echter, dat het broodnodige vervolgonderzoek naar ervaringen van VU-studenten met de kleine groep n(^ niet van start kan gaan blijkt wel, dat de afdeling te krap zit. 1.) Voor dit onderzoek werden 507 vragenlijsten verzonden aan kleine groepen. De respons was 59,2%. Uiteindelijk waren 239 reakties bruikbaar.

'Verlenging van stemtermijn onvoldoende bekend gemaakt' Frans v. d. Wel schrijft ons namens de VUSO het volgende: Onder het kopje 'roerig' in Ad Valvas van vorige week bleek de redaktie onvolledig geïnformeerd, mogelijk door onvoldoende wederhoor. De VUSO was namelijk al lang gerustgesteld op het punt van een eventueel voortijdig uitlekken van de stembusuitslag of het verbreken van de anonimiteit. Dit in verband met het openen van de stembus voordat de stemming definitief gesloten werd. Het aksent van de opmerkir^en van de VUSO-fraktie in de UR lag elders. De kieskomnüssie heeft naar het oordeel van de VUSO te weinig gedaan om de verlei^ii^ van de stembus bekend te maken. De mededelingen van pers en' voorlichting zün te laat en in te geringe mate naar de fakulteiten gestuurd. Ook is geen gebruik gemaakt van de plakkaten die voor de UR vergaderii^en worden gebruikt. Op sommige fakulteiten was men dan ook alleen dankzij een VUSO-pamflet van de verlenging op de hoogte. Al met al hebben toch maar een gering aantal stemmers van de verlenging gebruik kunnen maken. De VUSO vindt ieder zo goed mogelijk op de

hoogte moet worden gebracht van zijn rechten bij de verkiezir^en. Dit in het belang van de universitaire demokratie. De VUSO bezint zich dan ook op de voorstellen tot wijziging van het kiesreglement die dergelijke situaties in de toekomst kunnen voorkomen.

Het eerste damesteam volleybal ASVU (3e divisie) zoekt enige dames om het team weer compleet te maken. Belangstellende (ook voor andere teams) kunnen informatie inwinnen bij de bestuursleden: Piety Tamminga, Rustenburgerstraat 441, Amsterdam, tel. 020-767847 en Wim Reym, Uilenstede 74, Amstelveen, tel. 020-433076.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 391

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's