Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 187

13 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 16 DECEMBER 1977

Prof. dr. L. Strengholt over het christelijke karakter van de VU:

'Ik constateer een tragische ontwikkeling binnen de VU' D e serieuze posing om de wetenschap te beoefenen in het licht van de Heilige Sclirift waardeer ik bijzonder. Daar sta ik van harte achter en dat is in wezen natunrlük ook wat de stichter van de Vrije Universiteit gedreven heeft. Je had óók in de vorige eeuw wetenschap genoeg. De VU hoefd eals zodanig niet opgericht te worden. Er waren universiteiten. Waarom wou Kuyper dan toch een Vrije Universiteit? Ik geloof in wezen omdat hij vond dat aan de universiteiten in den lande en aan die in West-Europa in het algemeen een wetenschap beoefend werd die in wezen de verkeerde uitgangspunten gekozen had. Kuyper's standpunt was ongeveer 'als ik de zondag uitkom kan ik niet op maandag die wereldse wetenschap in stappen'. Dat zou een spanning opleveren die je, als je dat christen zijn au serienx neemt niet kan verdragen.' 'Aangezien Christus' heerschappij geldt voor het totale leven moet je je wetenschap ook brengen onder de gehoorzaamheid van Christus. Dat is ook in wezen het uitgangspunt van de Evangelische Hogeschool. Ik zie geen wezenlijk verschil tussen het uitgangspunt van Kuyper anno 1880 en het uitgangspunt van de E.H. anno 1977. Hiermee hangt ook mijn viaag samen die ik aan het CvB in de universiteitsraad heb gesteld. Bij my werd de indruk gewekt dat het College van Bestuur afstand had genomen van wat de oorspronkelijke doelstelling van de Vrije Universiteit geweest zou zijn. Daar werd dan geponeerd door enkele heren van het College van Bestuur: 'dat is gelegen In de behoefte aan de emancipatie van een achtergebleven volksdeel', hetgeen in termen van 1977 geformuleerd werd, te weten gelijkberechting en dat soort woorden, gelijke kansen voor allen enzovoorts. Nou wil ik ook deze mensen niet op hun losse uitdrukkingen vastpinnen, maar de geiykenls tussen de uitspraak van de een en van de ander had mij gefrappeerd.' 'Ik ben er toe gekomen om zitting te nemen in de Raad \ a n Toezicht en Advies van de Evangelische Hogeschool, omdat men my daarvoor vroeg vanwege het bestuur, terwijl ik een geestelijke affiniteit heb met de doelstelling van die schol, zeker als je ziet hoe serieus en gewetensvol men daar probeert vanuit het licht van de Heilige Schrift de wetenschap te beoefenen. Neem nou zoiets als evolutie. Ik heb een en ander in de laatste nummers van het vu-magazine gelezen en daaruit de indruk overgehouden dat men het presenteert alsof dat hèt VU-standpunt is. Dat zou ik graag willen relativeren. Er zijn misschien inderdaad wel allerlei mensen aan de VU die evolutionisten zijn. Dat betreur ik dan, maar dat betekent natuurlijk niet dat dat hèt VU-standpunt is. Maar goed, er zijn mensen aan deze universiteit die die wetenschappeiyke theorie aanhangen en onderwijzen, maar wat geeft hen het recht om te doen alsof dit het VU-standpunt is? In de tweede plaats moet Je niet de Evangelische Hogeschool louter en alleen identificeren met anti-evolutionisten. Hoewel ze willen leven met de bijbel in de hand hebben ook zij moeite om het denken te reguleren naar het woord van God. Maar zij constateren een tegenstelling tussen de boodschap van de Heilige Schrift en de evolutietheorie. Is je de zaak tot in zijn diepste kern doordenkt, dan vind ik inderdaad dat de evolutietheorie God overbodig maakt, de mens maakt tot het produkt van allerlei factoren, zodat het kwaad niet op zijn verantwoordelijkheid komt te staan. Als zou dat gewoon een fase zijn, die we ontgroeien moeten. Slechtheid is dan met een kwestie van onder de norm gesteld zijn, niaar dat zijn dingen die in ons wezen zitten en die we nog overwinnen moeten.'

Creationist 'Ik ben er nog niet zo zeker van dat — wat nu galmend wordt gebracht door allerlei mensen hier aan de VU — geloof en evolutie zo gemakkelijk te combineren vallen. Ik weet niet zeker of ze daarbij niet toch ergens öf het één, óf het ander met helemaal inbrengen m hun poging om ze te ^nthetiseren, dat eén van de twee te kort schiet. Welnu, als ik dan moet kiezen, dan kies ik, ik

Door Ben Rogmans zeg het maar eerlijk, van harte voor het .standpunt van de creationisten. Daar maak ik mezself misschien belachelijk mee in de ogen van vele mensen, maar ik geloof dat daar ook nog wel een hele hoop argumenten voor te vinden zijn. Ik vind zelf dat de wonderbaarlijke dingen, vogels die over duizenden kilometers hun broedplaats vinden enzovoorts zo moeilijk binnen een evolutieleer in te passen zijn.' 'Overigens begrijp ik best dat er allerlei ingewikkelde vragen zijn en ik wil dan ook niet het standpunt van de evolutionisten kleineren, of de vragen van de evolutionisten aan de christenen negeren. Ik voel voor een open gesprek. Uit de artikelen in het VUmagazine hield ik de indruk over dat men zo hooghartig stond tegenover de creationisten, zo meewarig, alsof ze een stelletje oudbakken gereformeerden zijn die op een zielige manier vasthouden aan zo'n ouderwets standpunt. Ik b^rijp niets van die houding van meewarigheid van christenen onder elkaar en dat men mensen die een beroep doen op de Heilige Schrift niet au serieux neemt.' 'Men vraagt wel eens of dat nou geen spannii^en oproept, mijn functie aan de Evangelische Hogeschool en mijn aanwezig zijn hier op de VU, bestuurlijk nog wel. In wezen is die spanning er niet, omdat zoals ik al heb aangegeven er zo'n diepe geloofsverbondenheid is tussen de stichter van de VU en de stichters van de E.H.' 'Ethische vragen vanuit de Heilige Schrift moeten stellen is iets dat je in elke wetenschap moet doen. Wat betreft de DNA-onderzoeken: het zou wel eens kunnen blijken dat 't strijdig is met 't christenzijn, ik vind dat de mensen die die onderzoeken uitvoeren zichzelf voortdurend die vragen moeten stellen. Overigens weet ik er niet echt genoeg van. Men kan zich niet met alle dingen bezig houden. Het interesseert me wel, maar men moet z'n keuze maken. Uiteindelijk moeten we ons die ethische vragen stellen bij elke stap die we doen. Een mens leeft voor het aangezicht van God.'

'Ik ben minder heilig' '3e moet gering van jezelf denken. Wat zijn we eigenlijk voor wezentjes? Het behoort tot het wezen van het Christen-zijn dat men God iedere dag op zijn knietjes zijn onvermogen, zijn machteloosheid erkent. Het zou erg onchristelijk zijn als we zouden denken dat we met het in de praktijk brengen van ons ideaal ook maar verder komen dan ver beneden de maat. Ook de doelstelling van de Vrije Universiteit is een ideaal, maar pretenderen we daarmee dat we dat doel in alle arbeid, let wel: in alle arbeid te bereiken? Je moet niet zeggen ik ben heiliger, maar: ik ben minder heilig. Ik behoor tot heel dat zootje, dat faalt in alle opzichten. We moeten de doelstelling interpreteren in de trant van de reformatie: wij zijn tot niets in staat, zelfs niet 'naar vermogen'. Toch moet men serieus pogen om ermee te werken. Wil moeten c-rkennen dat de norm 'ieder mens wordt opgeroepen' op ons van toepassing is. Als je de instemmingsverklaring tekent en de doelstelling verder geen rol laat spelen in je werk, ja, kijk dän zijn we natuur-

lijk wel heel ver verwijderd van wat Kuyper bedoelde.' 'Neem nou de kreet politieke diskriminatie. Welke politieke party zal mti accepteren als medebestuurder als ik alleen maar verklaar dat ik het niet eens ben met het doel van die partij, dat ik me er niet mee verbonden voel, maar dat ik me wel naar vermogen zal inspannen om de doelstelling van die partij te respecteren. Er is toch geen sterveling die denkt dat hij op zo'n wijze in besturende organen van die partij komt. Nu weet ik natuurlijk wel dat een politieke party iets anders is dan een universiteit, die wedervraag kun je natuuriyk onmiddeliyk stellen. Maar er zitten hier studenten en ook medewerkers, denk ik, die zich in wezen distantiëren van de doelstelling. Is het voor het bepalen van het beleid dan niet zo dat men van harte met het doel van de instelling moet instemmen? Dat is een kwestie van eeriykheid. Ik vind de kreet politieke discriminatie volkomen vervalsend. Dat heeft niks met politieke discrimi-

natie te maken, het betekent alleen dat men niet bereid is de VU in zyn eigen karakter te laten voortbestaan, dat men van binnenuit de geest wil veranderen. Want ik denk dat dat in wezen de intentie is . . . Goed, men mag allerlei intenties hebben, men mag ook als student, werkend op de VU intentie hebben om van de VU een niet-confessionele universiteit te maken. Zulke mensen mogen er zyn, maar dan moeten z ehun opvattingen ceriyk op tafel leggen, zéggen dat ze dat bedoelen, dan kurmen we daar tenminste rekening mee houden. Dan gebeurt de stryd met open vizier. Maar die halfslachtige verklaringen van 'naar vermogen eraan meewerken', dat is volkomen flauwekul. Het is een en al hypocrisie die daarmee ten toon wordt gespreid. Erken de VU in zyn eigensoortigheid! En kraai dan niet meteen dat je politiek gediscrimineerd wordt, maar zeg: goed, ik voel geen geestehjke affiniteit met de doelstelling, dus in ieder geval begryp ik best dat ik om die reden niet in aanmerking kom om lid van het College van Bestuur of van de Universiteitsraad te worden.'

Redenering is gezond

Diepenhorst

"De redenering van prof. Diepenhorst, die zegt dat CFN-ers niet in VU-besturen zitting kunnen nemen, is gezond. Die redenering is natuurlijk niet exhaustief, uitputtend voor CPN-ers bedoeld. Ik vind de redenering gezond en dat zal ook iedere partij, ieder instituut in den lande en op de wereld

Op vrijdag 2 december hield prof. dr. L. Strengholt precies één jaar na zijn promotie tot doctor in de letteren, zijn inaugurele rede. Deze rede droeg de titel: Dromen is denken en behandelde het onderwerp: Constantijn Huygens over dromen en denken en dichten. Voor Huygens hebben dromen geen enkele sin. Ze kunnen de met verstand vergiftigde mens niets te zeggen hebben, aangezien ze buiten de leiding van de ratio vallen. Het lijkt aannemelijk dat Huygens' nuchtere oordeel ofoer het verschijnsel samenhangt met zijn calvinistisch geloof. In het laatste gedeelte van het betoog wordt een parallel getrokken tussen Huygens' opvatting over dromen en zijn kijk op poëzie. De gedachte die Strengholt aan het eind van zijn rede speciaal voor rector magnificus De Ruyter bestemde, luidde als volgt: 'Mijnheer de Rector, ik maak u deelgenoot van mijn bekommernis over de Vrije Universiteit. Met erkenning van eigen tekortschieten constateer ik binnen de VU een ontwikkeling die tragisch heten moet, in zoverre als wij opvattingen betreffende essentiële zaken als legitiem gepresenteerd krijgen die de oprichter met deze universiteit trachtte te bestrijden. Moge het ons allen die hier werken gegeven zijn, de bedenksels van onze wetenschap (om met de apostel te spreken) krijgsgevangenen te brengen onder de gehoorzaamheid van Christus, ad majorem Dei gloriam.' Onze medewerker Ben Rogmans sprak met prof. Strengholt, die we hiernaast zelf aan het woord laten.

Vervolg op pagina 8

Volgens nota 'Bijstelling taak en

inrichting'

Akademische Raad moet meer samenwerkingsorgaan worden De colleges van bestuur van de universiteiten en hogescholen bij het werk v^n de Akademische Baad op g.'ond van hun taken en verantwoordelqkheden in hun moeten meer betrokken worden eigen instellingen. Er zou binnen de Akademische Baad een apart orgaan moeten komen dat door en uit de dertien colleges van bestuur wordt samengesteld. In dit orgaan, het Interimiversitair Coördinerend Beleidsorgaan (ICB) moet één van de leden van elk college van bestuur een vaste plaats gaan krijgen. De overige leden van de colleges kunnen sekunderen bij onderwerpen in hun aandachtsgebieden. Dit is het belangrykste voorstel van prof. dr. G. Brennlnkmeyer, voorzitter van de Akademische Raad, in zyn langverwachte nota 'Bystelling taak en inrichting Akademische Raad'. Met zyn nota en de daarin naar voren gebrachte ideeën doet prof. Brennlnkmeyer een poging om voor de toekomst de Akademische Raad om te vormen van adviesorgaan namens de universitaire instellingen tot allereerst een bestuuriyk samenwerkingsorgaan van de instellingen. De Akademische Raad 'nieuwe styr heeft in de visie van Brennlnkmeyer onder meer als doelstelling een versterking van de universitaire autonomie. Volgens hem is de Akademische Raad er niet in geslaagd een goed funktionerend forum te vormen dat een krachtige gesprekspartner is tegenover met name 'Den Haag'. 'De mate waarin universiteiten in de komende jaren tot daadwerkelyke samenwerking komen zal van beslissende betekenis zyn voor de bestuuriyke geloofwaardigheid en dus zelfstandigheid van de instellingen.' De omvorming van de raad tot samenwerkingsorgaan zal niet in-

viezen van de voltallige Raad tot een gekoördineerd beleid komen. Volgens Brennlnkmeyer hoeft een dergeiyk orgaan de positie van de afzonderiyke universiteitsraden niet aan te tasten. Evenmin zou deze inrichting van de Akademische Raad in stryd zyn met de bepalii^en van de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming van 1970 onder het gesternte waarvan de Akademische Raad fungeert.

Groen licht Prof. dr. G.

Brenninkmeijer

CvB's nauwer bij werk betrekken via apart orgaan houden dat de adviserende taak die de Raad tot nog toe had zal verdwynen. Integendeel, volgens Breiminkmeyer zal de raad de minister biyven adviseren. De realisering van zyn voorstellen zal, zo schryft hy, ook de geloofwaardigheid en de kwaliteit van de adviezen aan Den Haag vergroten. Breiminkmeyer onderkent dat een orgaan, samengesteld uit leden van de verzamelde colleges van bestuur, niet eenvoudig tot overeenstemming zal komen over beleidsvoorstellen. Niettemin heeft een dergehjk orgaan toch zin: 'Eerstens moet duideiyk worden wat men gemeenschappeiyk niet wil. Vervolgens is er de mogeiykheid om dit terrein te verkleinen door redeiykheid van argumentatie en kreatieve kompromissen.' Verder kan men op basis van ad-

Verder stelt Brennlnkmeyer voor de sekties van de AJi., waarin overleg plaatsvindt op fakulteitsniveau, zodanig in te richten dat ook hier in de eerste plaats bestuuriyk, met name op beleidskoordinatie gericht, overleg zal plaatsvinden. In de derde plaats stelt hy de instelling voor van een vaste kommissie ten behoeve van onderwysvraagstukken. De primaire opgave van die kommissie zal zyn de beleidsontwikkeling op het punt van aktuele onderwysvraagstukken te ondersteunen. 'De vele vragen rond de oprichting van een open universiteit, de parttime-studieproblematiek, de ideeën over wederkerend onderwys en edukatief verlof demonstreren ale de grote behoefte aan een dergeiyke kommissie.' De Dageiykse Raad heeft op 21 november het groene licht gegeven voor een procedure waarin de voorstellen verder zullen worden verwerkt. Spreekt de Akademische Raad zich op de vergadering van vandaag, 16 december, uit voor verdere ontwikkeling van de plannen, dan zal er een drietal werkgroepen worden ingesteld die in de eerste helft van 1978 met konkrete voorstellen zullen komen. Verloopt een en ander voorspoedig dan kan de Akademische Raad in juni van het volgend jaar zyn nieuwe jasje aantrekken. (GUPD-Utrecht)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's