Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 85

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 85

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 14 OKTOBER 1977

5

Prof. dr. G, H. Scholten: elitebesef wetenschapper

hernieuwen

'Voorrechten wetenschappers bleven maar plichtsbesef verwaterde' 'Het is mode geworden om op de universiteiten af te geven. Dat is een stemming die overheerst in de publiciteit. Er is een tijd geweest dat men dacht dat de wetenschap alles ken. Die overdreven verwachting is nu in het tegendeel omgeslagen. Veel kritiek is terecht. Maar als iedereen dat deuntje meeblaast en roept dat er niets deugt aan de universiteit, dan wordt dat op den duur nog werkelijkheid ook.' Prof. Scholten, bestuurssocioloog aan de Rotterdamse sociale fakulteit, is pessimistisch gestemd. Hij bespeurt een sfeer van apathie en doffe berusting aan de universiteit,, een fnuikende ontwikkeling die zich zelf alleen maar versterkt. Immers, als docenten de moed verliezen, zullen zij studenten niet inspireren en ongeïnspireerde studenten verminderen op hun beurt de animo om goed onderwijs te geven. Een vicieuse cirkel, die ertoe leidt dat uiteindelijk de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek dreigt af te zakken. De bewindslieden in Den Haag proberen m,et krachtige maatregelen de universiteiten weer in het gareel te krijgen. Een beleid dat

Vervolg van pagina 1

fliktstof in de toekomst te vermijden. Prof. Bickelhaupt (CvB) zei dat het voor de vergelijkbaarheid tussen de fakulteiten nodig is dat centrale normering van onderwijs- en onderzoeklast plaatsvindt, maar onderkende dat de fakultaire autonomie 'misschien wel op een gevaarlijke manier' op de tocht kan komen te staan. Om konflikten uit de weg te gaan zal de materie bespreekbaar moeten worden gemaakt teneinde met de fakulteiten tot overeenstemming over het middelenbeleid te komen. In dat gesprek zal de landelijke vergelijking zeker ook een belangrijke rol spelen. Met de eerste opmerking van Vroon was hij het eens. Hij beriep zich daarbij op de snelheid waarmee de operatie ontwikkelingsplan VU zich moet afspelen en hoopte dat dieper liggende beleidsdoelen gedeeltelijk al kunnen worden besproken in de nu volgende diskussie met de fakulteiten. Voorjaar '78, als de druk van de ketel af is, is er meer gelegenheid voor.

Uitgangspunten In de tweede rekenronde wordt onder meer, evenals in de eerste en konform de beleidsindikaties van de staatiisekretaris, uitgegaan van een reduktie van de VU-formatie met 30 plaatsen tot 1983 (vanaf 1978 vijf per jaar). De reduktie komt grotendeels ten laste van de fakulteiten en interfakultaire instituten. De diensten (incl. bibliotheek) dragen daarin voor 1,5 plaats bij elk jaar. Buiten de reduktie vallen de onderzoekpool en de beleidsruimte onderzoek. De laatste wordt met zes plaatsen uitgebreid. Als basis voor de formatieberekeningen tot 1983 wordt primair het vu-formatiemodel 1977 gehanteerd. De gevolgen van de herprogrammering worden vooralsnog als budgettair neutraal beschouwd. Voor genee'ikunde wordt een numerus fixus van 240 met ingang van het volgend kursusjaar en voor tandheelkunde tot 1980/81 van 70 aangenomen. Aangenomen dat tandheelkunde in 1980 extra ruimte heeft zal de numerus fixus dan tot 90 kunnen worden opgetrokken. Verdere uitgangspunten: geen wijzigingen in de voor het VU-personeel geldende rechtsregels en het onderzoek voorlopig — voor de berekeningen — als sluitpost.

Door Cor Klaasse volgens prof. Scholten wel eens averechts kan uitwerken: 'Er zijn twee manieren om het dorre hout te kappen. De ene is om met harde hand het 'onkruid te wieden, met als gevolg dat het negatieve ingrijpen tot verzet leidt. De andere manier is om het goede juist aan te moedigen, opdat het goede tot meer bloei komt en het slechte verdringt.' Prof. Scholten onderkent dat de gedemocratiseerde bestuursstructuur van de universiteiten weinig ruimte laat voor een hard beleid: 'De subcultuur van de universiteit biedt zoveel kans om aan die controlerende maatregelen te ontsnappen. Bovendien redeneert een deel van het personeel vanuit een vakbondsopvatting. Hun rechtspositie is moeilijk aan te tasten.'

Men beschouwt zich als werknemer Daarmee is de kern van het probleem geraakt. In zijn essay in Wetenschap en Democratie, zegt prof. Scholten het zo: 'Zowel het universitaire personeel als de studenten beschouwen zich veel minder dan vroeger als bevoorrechten, die vrijgesteld zijn om zich in hun vak — dat tevens hun hobby zou moeten zijn — uit te leven. Men beschouwt zich veel meer dan vroeger als werknemer of als ambtenaar.' De verbale solidariteit met het proletariaat weerhoudt hen er overigens niet van met hand en tand de eigen voorrechten te verdedigen, aldus Scholten. 'Men neemt daarbij dikwijls een houding tegenover het werk aan die men eerder verwacht van iemand die om den brode een vervelend klusje voor een ander moet opknappen, dan van iemand die zo bevoorrecht is moeilijk maar uit.dagend werk te mogen doen op een zelf gekozen arbeidsterrein.' Ook studenten krijgen van prof. Scholten een veeg uit de pan: 'Zij doen het soms voorkomen alsof de maatschappij heel dankbaar zou mogen zijn voor hun welwillendheid zich als student te laten inschrijven.' Dat schept een merkwaardige situatie: aan de ene kant worden elitaire privileges krampachtig verdedigd, maar velen proberen hun twijfel aan de rechtvaardigheid van die voorrechten te compenseren door het maken van loze elitaire gebaren.

Mores Het verval van het elitaire besef is aan een aantal oorzaken te wijten. Vroeger waren universiteiten elitaire instellingen bij uitstek. Van die elite-status werd misbruik gemaakt, zo vindt prof. Scholten, maar er zaten ook goede kanten aan: niet alleen de (voor)rechten, maar ook de plichten werden door de meesten als vanzelfsprekend aanvaard. 'Er was een betrekkelyk grote mate van sociale controle met betreklüng tot de mores'. De voorrechten zijn gebleven — de salarispositie is zelfs aanmerkelijk verbeterd — maar het plichtsbesef is verwaterd. Prof. Scholten: 'De sociale controle werd vroeger gehandhaafd

De universiteiten hebben last van aardappelmoeheid. Er heerst een diepe malaise, die ertoe leidt dat men de moed verliest om met elan de problemen zelf op te lossen. Het is daarom zaak om vanuit een hernieuwd elitebesef onze eigenwaarde terug te vinden. Die oproep tot een 'ethisch reveil' aan de universiteit deed prof. dr. G. H. Scholten onlangs in het jongste nummer van Wetenschap en Democratie, het clubblad van de bekende Amsterdamse waardevrije wetenschapper Marius Broekmeyer. Cor Klaasse, redakteur van het imiversiteitsblad Quod Novum (R'dam), las het essay van prof. Schol ten en sprak met de Rotterdamse hoogleraar over zijn cri de coeur. 'We moeten wel proberen de bestuurlijke hobbyisten in de fakulteit m te tomen. Die houden anderen van het werk met hun briefjes en nota's. Zo gaat er ook een olievlekwerking uit van lieden in sommige vakgroepen, die vaak afwezig zijn. Bij vakgroepen waar men er wel is, wordt dan gezegd: waarom zy wel en wij niet.'

Wildgroei Als een illustratie van de administratieve wildgroei beschouwt prof. Scholten ook het uitdijen van de centrale diensten. 'Die worden alsmaar groter, en dat zou niet erg zijn als ze ook een deel van de administratie van ons zouden overnemen.' Tekenend is voor hem de ruime huisvesting die aan ambtenaren in het nieuwe bestuursgebouw wordt geboden en de krappe kamers die wetenschappers vaak met elkaar moeten delen. in een betrekkelijk kleine groep, die bovendien homogeen was samengesteld uit mensen uit traditioneel academische milieus. Door de toevloed van studenten uit andere milieus en door het veranderen van normen in de samenleving, is die homogeniteit bijkans verdwenen. Er zijn nieuwe normen voor in de plaats gekomen, zoals de werknemer- of ambtenaarstatus.' Prof. Scholten ziet een uitweg uit het dillemma: het elitebesef moet worden hernieuwd. Een gezond elitebesef, dat gebaseerd is op gefundeerd zelfvertrouwen en erkenning van de maatschappelijke functie van de betrokken elite. Wie in de wetenschap met toewijding en bekwaamheid werkt, behoeft geen minderwaardigheidsgevoel aan te kweken, maar moet juist trots zijn op zijn vak. 'En er is, ook nu nog, alle aanleiding om die privileges op te eisen, die voor een goede taakvervulling nodig zijn en om dan dankbaar te zijn voor de kans die men heeft om deel uit te maken van een elite, die in een bijzondere mate van vrijheid aantrekkelijk werk mag doen.'

Fanatisme De status van ambtenaar of gewoon werknemer past de wetenschapper niet, vindt prof. Scholten: 'Hij moet hartstocht voor zijn vak hebben een zekere gedrevenheid of fanatisme. Het zou een duffe boel worden als we ons als ambtenaren gaan beschouwen.' Tegenover die privileges, moet men wel bereid zijn de verplichtingen te aanvaarden. Ook daarin is prof. Scholten nogal uitgesproken: 'Er moet in de eerste plaats onderwijs en onderzoek worden gedaan. Wie zich hoofdzakelijk wil bezig houden met iets anders, of dat nu het voeren van politieke aktie is of het adviseren van multi-nationals of overheidsinstanties, hoort niet aan de universiteit thuis.' Wetenschappers moeten weerstand bieden aan de vele verleidingen die op dit terrein aanwezig zijn, vindt Scholten

Hard voor onszelf en voor elkaar 'Het is een eerste vereiste dat universiteiten zelf de kans krijgen om orde op zaken te stellen',

meent prof. Scholten in de overtuiging dat een lawine van controlerende maatregelen uit Den Haag aUeen maar leidt tot administratieve rompslomp en energieke pogingen om aan die regels te ontsnappen. 'Wij zullen hard moeten zijn, allereerst voor ons zelf en voor elkaar, zonder dat dit ontaardt in nieuwe verspilling in de vorm van tijdverslindende en ineffectief geruzie.' Den Haag moet daarbij een handje helpen door het moreel te versterken en de maatschappelijke betekenis van een goede universitaire elite te onderstrepen. Prof. Scholten vraagt geen krediet aan Den Haag om recht te trekken wat krom gegroeid is: 'Ik vraag een faire beoordeling van wat wij doen. En er gebeurt nog veel goeds. Ik wil ook niet ontkennen dat de universiteiten zelf hebben bijgedragen aan de slechte naam, die zij nu in de publiciteit opgedrukt krijgen.' Voorwaarde voor het krijgen van krachtige morele steun uit Den Haag, is volgens prof.' Scholten dat universiteiten zelf kans zien zich weer op de hoofdtaken te concentreren: 'Alleen dan mogen wij verlangen van Den Haag dat men afziet van betuttelend ingrijpen.' Behalve het afsnijden van allerlei nevenfuncties en buiten-universitaire bezigheden, met ook de vlucht van wetenschappers in bestuurlijke zaken worden tegengegaan.

Rompslomp TVetenschappers moeten zich concentreren op goed onderwijs en onderzoek. Daarbij moeten ze zoveel mogelijk gevrijwaard worden van de bestuurlijke rompslomp.' De WUB, de wet die de democratisering aan de universiteit regelt, draagt voor een deel bij aan het eindeloze gepraat en het heen en weer schuiven 'van zaken naar talloze organen. 'Ik ben er geen voorstander van de WUB maar af te schaffen. Elke nieuwe regeling geeft minstens weer zoveel rompslomp. Wel kunnen we bekijken hoe effectief al die organen werken en waar de eigenlijke besluitvorming het beste plaats kan vinden.' Het bericht dat de universiteitsraad onlangs besloot niet te vergaderen wegen gebrek aan onderwerpen, juichte hy dan ook toe.

Toch blijft er nog een probleem recht overeind: hoe bereik je nu dat men aan de universiteit aUe gekrakeel vergeet en bezield de handen ineen slaat. Prof Scholten zegt zelf dat velen hun motivatie al verloren hebben. En uit de Welzijnsnota van de Erasmus Universiteit blijkt dat ook studenten door het huidige vakgerichte onderwijs weinig enthousiast worden gemaakt. Prof. Scholten weet ook geen pasklare oplossing, maar dat het aan de universiteit 'niet leuk' zou zijn, wuift hü met kracht van de hand:

Leuk 'Als studenten het hier niet leuk vinden, waarom komen ze dan. De maatschappij zit niet meer te schreeuwen om nog meer academici. Er komen te veel studenten die nauwelijks geïnteresseerd zijn en zich omgeven met zo'n sfeertje van: wij offeren ons op. Er zijn volop mogelijkheden om te studeren wat je leuk vindt. En voor het wetenschappelijk personeel geldt helemaal dat je hier kan doen en laten wat je zelf het meest aanstaat.' (Quod Novum, GUPD)

Standbeeld voor standwerker Kokadorus Gisteren is door wethouder Treuman van kunstzaken een beeld van de in 1934 overleden legendarische standwerker Kokadorus op het Amstelveld onthuld. Het beeld, gemaakt door amateur-beeldhouwster Erica van Eeghen, is de gemeente Amsterdam aangeboden door het Amsterdamsch Studenten Corps in het kader van haar 25ste lustrum. De roem van Kokadorus, de 'koning der standwerkers' vindt z'n oorzaak volgens het studentencorps in een combinatie van fantasie, gevoel voor humor en vooral spreekvaardigheid, die hem tot 'de grootste ouwehoer van zijn tijd' maakte. Het Studentencorps heeft dan ook Kokadorus gekozen als motto voor haar lustrum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 85

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's