Ad Valvas 1977-1978 - pagina 455
AD VALVAS — 23 JUNI 1978
„liquid-liquid extraction and reversedphase chromatography of metal ions in thiocyanate systems" is de titel van het proefschrift waarop g. j . de jong te mijdrecht op vrijdag 26 mei promoveerde, promotor was prof. dr. r. w. frei, copromotor dr. u. a. th. brinkman. korte samenvatting: al gedurende enkele tientallen jaren worden hoog-moleculaire aminen, quaternaire ammonlumzouten en venwante fosfor-, arseen- en zwavelverbindingen op grote schaal gebruikt voor de extractie van zuren en metaalionen uit waterige oplossingen, in het geval van metaalextracties bevindt zich in de waterfase een overmaat van een complexerend anion, omdat metalen door de genoemde extractiemiddelen alleen als negatief geladen of neutrale complexen kunnen worden geëxtraheerd, de extractiemiddelen worden ook gebruikt als stationaire fase in de zgn. reversed-phase chromatografie, terwijl een geschikt gekozen watenge oplossing dan als mobiele fase dienst doet. door variatie van het extractiemiddel, de zuurgraad en de concentratie en de aard van het complexerend anion kunnen vele interessante scheidingen van metaalionen worden verkregen, deze extractiemiddelen worden veelvuldig toegepast in de industrie en vooral ook bij het zuiveren van de brandstof van kernreactoren, tot nu toe is vooral aandacht geschonken aan metaalchlorideen metaalnitraatcomplexen. in dit proefschnft zijn de mogeli|kheden van het thiocyanaation als complexerend anion onderzocht, vele metaalthiocyanaatcomplexen bezitten nl. een relatief hoge stabiliteit en worden gemakkelijker geëxtraheerd dan de overeenkomstige chloride-complexen. Dat gegevens over thiocyanaatsystemen tot nu toe in de literatuur vrijwel volledig ontbreken, wordt waarschijnlijk hoofdzakelijk veroorzaakt door de geringe stabiliteit van het thiocyanaation in zuur milieu, ten/vijl extractie en sorptie van metaalionen in de praktijk meestal worden uitgevoerd onder zure omstandigheden, in dit proefschrift zijn enkele bereidingswijzen van thiocyaanzuur vergeleken en is de invloed van temperatuur en concentratie op de stabiliteit van de verkregen oplossingen nagegaan, bij het onderzoek naar de extractie en reversed-phase chromatografie van metaalionen is niet alleen gelet op de analytische mogelijkheden, d.w.z. op het uitwerken van een aantal interessante scheidingen, maar heeft ook de bestudering van extractie- en sorptiemechanismen veel aandacht gekregen. Als toepassing is een methode ontwikkeld voor de selectieve bepaling van chroom (VI) en (III) in zeewater, waarbi| een quaternair ammoniumzout wordt gebruikt als extractiemiddel, hierbi] worden door extractie niet alleen het zes- en driewaardig chroom van elkaar gescheiden, maar tevens blijft het zout uit het zeewater bijna geheel achter in de waterfase, wat de analyse aanzienlijk vergemakkelijkt, in de derde plaats bewerkstelligt de extractie een verhoging van de chroomconcentraties, die in zeewater zo laag zijn (meestal lager dan 1 gp/1), dat zij niet rechtstreeks kunnen worden gemeten, met behulp van vlamloze atoomabsorptiespectrometrie als analysemethode zijn op deze wijze detectielimieten van 0.01 g er (Vl)/1 en 0.03 g er (lll)/1 verkregen, voor deze methode bestaat veel belangstelling van geochemici, die de verhouding van chroom (Vl)/chroom (lil) in zeewater proberen te berekenen, en van milieu- en klinisch chemici (bepaling in bloed), omdat chroom (VI) erg toxisch is, terwijl chroom (111) daarentegen nodig is voor het handhaven van een normale glucose tolerantiefactor van het bloed. personalia gerhardus jacobus de jong werd op 9 oktober 1948 in hardinxveld geboren, hij studeerde scheikunde aan de ri)ksuniversiteit te utrecht, het doctoraal-examen met als hoofdvak analytische chemie en als bijvak pedagogiek en didaktiek behaalde hij m december 1972. vanaf lanuari tot juli 1973 was hi| als leraar verbonden aan het gemeentelijk atheneum en school voor h.a.v.o. te utrecht, in juli 1973 trad de heer de |ong als wetenschappeli|k medewerker in dienst bij de vakgroep algemene en analytische chemie van de vrije universiteit, het adres van de promovendus luidt' heemraadsingel 6 te mijdrecht. „predation on springtails" is de titel van het proefschrift waarop g. ernsting te beemster op woensdag 7 juni promoveerde, promotor was prof. dr. I. vlijm, copromotor dr. e. n. g. joosse-van damme. korte samenvatting: predatie is een term welke, wanneer ze In de meest ruime zin wordt gebruikt, die interacties tussen organismen aanduidt waarbij het ene organisme het andere als voedselbron gebruikt zonder een tegenprestatie te leveren. springstaarten zijn tamelijk kleine (tot ca. 4 mm) ongevleugelde Insecten, ze zijn bij „het publiek" over het algemeen slecht bekend hoewel ze zeer talrijk zijn; in veel bossen en graslanden komen ze met duizenden Individuen per m^ voor, vaak verdeeld over tientallen soorten, ze leven van schimmels, stuifmeelkorrels, algen en bacteriën. het onderzoek werd gedaan vanuit de veronderstelling dat springstaarten wegens hun aantallen en grootte zelf ook een
belangrijke voedselbron zijn; m.a.w. dat „modellen in de wetenschap en de toepredatie door andere dieren binnen de passing ervan, historische en systemabodemlevensgemeenschap een vooraantische beschouwing vanuit christelijkstaande plaats inneemt temidden van de wljsgerig perspectief" is de titel van het mogelijke sterftefactoren, en dat ze, prooi '^proefschrift waarop ir. j . h. santema te amstelveen op donderdag 8 Juni promozijnde, een belangrijke voedselbron voor veerde, promotor was prof. dr. h. van die dieren vormen, dat bleek zo te zijn; ze riessen. zijn voedsel voor tal van diersoorten behorende tot de groep der spinnen, kevers, hooiwagens en mijten, met één van deze korte samenvatting: predatorsoorten, een loopkever, werd verhet tiegrip „model" is veelzinnig geworden, volgens voor 2 springstaartsoorten vergelijook in de wetenscfiap en de toepassing kend onderzocht fioe de predatie (vangst) ervan, bijvoort>eeld in de techniek en in de gebeurt en welke factoren daarvoor van organisatiekunde, die veeizinnighekj wordt belang zijn. nog moeilijker door het verwisselen van personalia woorden als „theorie", „systeem", „metgerrlt ernsting, op 16 juni 1940 te t>eemster hode" met „model", daardoor veriooictient geboren, ging in 1965 wiskunde en natuurde moderne wetenschap haar eigenschap wetenschappen studeren aan de vrije univan duidelijkheid. versiteit; het doktoraai examen legde hij af ook is opvallend dat nog geen honderd jaar in 1972 van 1972 tot juni 1978 was hij geleden volgens belangrijke mannen van werkzaam als promotie medewerker bij de wetenschap in de wetenschappelijke beafdeling dieroecoiogle van de subfaculteit schrijving geen modellen mochten worden biotogie, daarna bleef hij bij dezelfde afdetoegelaten, tegenwoordig zijn modellen ling werkzaam als wetenschappelijk mede„in", ook in de wetenschap, werker. het eerste deel van het boek modellen irrde het adres van de promovendus luidt; zuiwetenscftap en de toepassing ervan heeft denweg 66 te beemster. het historische spoor naar de huidige verwarring, het geeft bescfiouwingen over mo„computer tomografie bi] intracraniële dellen in de natuurkunde en in de wijst>etumoren en bloedingen" is de titel van geerte vanaf plato en airstoteles, via onder het proefschrift waarop j . tans te wasseandere maxwell en mach, tot en met Wittnaar op donderdag 8 juni promoveerde, genstein, klaus en mary hesse. promotor was prof. dr. J. h. a. van der het tweede gedeelte bevat een systematidrift, copromotor dr. J. c. koetsier, sche beschouwing van het historisch matesamenvatting: riaal, met enkele moderne toepassingen, de grootste beperking van het conventionedat wat men nu een model noemt is altijd le röntgenologisch onderzoek van het iets wat door de mens bedacht of gemaakt hoofd is dat weinig informatie wordt verkreis. voor de grieken daarentegen was datgegen over de strukturen binnen de schedel, ne wat men nu vertaalt met „model" iets, omdat de absorptie coëfficiënten hiervan dat niet door de mens bedacht of gemaakt slechts kleine verschillen vertonen, weliswas, maar iets goddelijks, iets echts, een waar kunnen door het inbrengen van convoortieeid, waarvan de werkelijkheid trastmiddelen als lucht en jodiumhoudende slechts een afscfiaduwing was. hoofdzakevloeistoffen de hersenkamers en de bloedlijk bedoelt men tegenwoordig met een vaten worden afgebeeld, doch de hersenen model twee principieel verschillende zaken, zelf kunnen niet zichtbaar gemaakt worden, men gebruikt modellen die wetten of strucde invoering van computer tomografie In turen duiden, en men hanteert modellen die 1973 is in dit opzicht een spectaculaire de werkelijkheid zelf tjedoelen. zo geeft doorbraak gebleken, die een omwenteling een atoommodel structuur aan, tenwijl men in de neuroradloiogische diagnostiek heeft een scheepsmodèl gebruikt om een werketeweeg gebracht, door het gebruik van zeer lijk schip te bouwen, het eerste model drukt gevoelige stralingsdetectoren in plaats van onze theoretische kennis uit. het tweede röntgenfilm en door het toepassen van een model maakt gebruik van theoretische kencomputer, die uit een groot aantal transmisnis als leiddraad voor tiet praktische hansie metingen een doorsnede van de hersedelen, het eerste model bedoelt iets algenen reconstrueert, kunnen nu de kleine meens, het tweede iets specifieks, verschillen in de absorptie coëfficiënten de genoemde onderscheiding is ontleend van normaal en afwijkend hersenweefsel aan de wijsbegeerte der wetsidee, waarin worden zichtbaar gemaakt, per onderzoek scherp van elkaar onderscheiden worden verkrijgt men een aflieelding van 8 evenwijde werkelijkhekj die er als zodanig is, en dige, horizontale schijven hersenweeefsel wat ervoor geldt, meer onderscheidingen met een dikte van 13 mm. hierop kan men uit deze wijsbegeerte zijn bruikbaar voor de de struktuur van hersenen en hersenkavele verschillende typen van modellen die mers zien en tevens kan worden aangein zwang zijn. zo zijn er modellen voor toond of er een gezwel, een bloeding, een dingen, gebeurtenissen enz. en voor hoevenweking of een ontsteking aanwezig is en danigheden ervan (onderscheiding in dit of zo ja, waar deze aandoeningen zijn gelokadat en in zus of zo), dergelijke onderschelliseerd, het grote voordeel van computer dingen zijn vruchttjaar voor het goed begrijtomografie is dat het onderzoek voor de pen van de betekenis van versdiillende patiënt pijnloos en niet belastend is en dat modellen voor bijvoorbeeld fysische theorihet poliklinisch kan worden gedaan, dit eën, economische theorieën en theologibetekent dat een niet onbelangrijk aantal sche beschouwingen, worden die ondermensen een opname in een ziekenhuis kan scheidingen niet scherp in acht genomen worden bespaard. bij het gebruiken van modellen dan kunnen er ernstige fouten ontstaan, bijvoorbeeld de in de Ursula kliniek in wassenaar werd In rijke mogelijkheden van een echt mens 1975 de tweede computer tomograaf In zien door een nivellerende bril van een nederiand in gebruik genomen. In deze becijferende computer, of, een andere fout, studie werd nagegaan welke afwijkingen in de economische werkelijkheid begrijpen als de verschillende tumoren en bloedingen in een mechanisch systeem, de vrije ontplooihet hoofd op het computer tomogram kuningsmogelijkheden van groepen mensen nen vertonen, de trefzekerheid van compuzijn daarbij wezenlijk in het geding, ter tomografie werd bepaald en vergeleken zo komt in dit boek ook de vraag aan de met die van de conventionele onderzoek orde of de verwachtingen die er in sommige methoden, het blijkt dat bloedingen en het kringen gekoesterd worden in zaken als grootste deel der gezwellen met computer zogenoemde toekomstmodellen niet te tomografie kunnen worden aangetoond of hoog gespannen zijn. uitgesloten in 95 tot 100%. zowel het aantal personalia vals positieve als vals negatieve beoordelingen bedroeg slechts 1.5%. bij gezwellen de heer santema legde, na het diploma van werd op grond van de computer tomografide h.b.s.-b behaald te hebben, in 1960 het sche afwijkingen in bijna 70% het type van ingenieursexamen aan de technische het gezwel juist voorspeld, bloedingen werhoogeschool te delft van de afdeling der den In bijna 90% als zodanig herkend, technische natuurkunde met goed gevolg aangezien de informatie die computer toaf. In het studieprogramma werd als extra mografie oplevert betreffende de localisatie vak „calvinistische wijsbegeerte" opgenoen de aard van de afwijking op zijn minst men, tijdens de studiepenode werden gelijkwaardig, doch veelal superieur is aan werkzaamheden verricht als student-volondie van de conventionele neuroradiologitair en als ingenieur-volontair bij verschilsche technieken, dient iedere patiënt die lende grote nedertandse ondernemingen, wordt verdacht van een ruimte innemend van 1960 tot 1963 was de heer santema proces In het hoofd, in eerste instantie aan het chr. lyceum te delft vertoonden als computer tomografisch te worden onderleraar wiskunde en natuurkunde, in 1963 zocht, in het geval van een bloeding zal in volgde een benoeming aan het kon. instieen meerderheid het onderzoek niet betuut voor de marine te den helder als hoeven te worden uitgebreid, bij gezwellen docent natuurkunde, in het bijzonder voor zal meestal aanvullend invaslef neuroradithermodynamica, warmte- en stromingsologisch onderzoek noodzakelijk zijn, teleer, dit docentschap werd in opvolgende neinde een optimaal operatie resultaat te jaren gecombineerd met de functie van waarborgen. coördinator onderwijs, sinds 1969 is de promovendus in dienst personalia van de vrije universiteit te amsterdam als josephus theodoris Johannes tans, geboren hoofd van het filosofisch instituut en adop 28 maart 1941 te wassenaar, studeerde junct-secretaris van de centrale interfaculmedicijnen aan de gemeente universiteit te teit. amsterdam, waar hij in 1967 het arts het adres van de promovendus luidt; waterexamen behaalde, hij werd opgeleid tot cirkel 53 te amstelveen. neuroloog op de neurologische afdeling indien u geïnteresseerd bent in een gevan het wilhelmina gasthuis, op de psychiasprek met de promovendus kunt u zich trische afdeling van de Valerius kliniek en wenden tot drs. j . a. dop, wetenschapsop de afdeling klinische neurophysiologie voorlichter der vu, tel. 020-5486911 of van de ursula kliniek te wassenaar, sinds 5482671. 1973 is hij als neuroloog verbonden aan de ursula kliniek, alwaar ook het onderzoek „godswoorden in de psalmen, hun funkwerd verricht, in 1964/1975 werkte hij als tie en achtergronden, in het bijzonder research fellow aan de mcgill university In het godswoord na klachten en getieden montreal en aan de universiteit van helen de goddelijke terechtwijzing", is de sinki. titel van het proefschrift waarop th. booij het adres van de promovendus luidt; van te amstelveen op vrijdag 16 juni promopolanenpark 278, wassenaar.
veerde, promotor was prof. dr. m. J. mulder, coreferent dr. k. r. veenhof, korte samenvatting: tjehalve menselijke uitingen als getieden en lofprijzingen vindt men in de psalmen ook nerhaaldelijk een spreken van god of een verwijzing daarnaar, soms is het godswoord niet méér dan onderdeel van een historische herinnering of ondergeschikt element van een dichtertijke t)eschrijving. in andere gevallen lijkt het zich te rtehten, in meerdere of mindere mate rechtstreeks, tot een mens of een gemeensdiap die de dichter welbekend was. aan de laatste kategorie van orakels wordt uitvoeriger aandacht gegeven. literair tjeschouwd zijn de godswoorden binnen de pseünDenliteratuur geen „fremdkörper"; ze spreken vaak duklelijk de taal van de psalmen en zijn doorgaans met andere delen van de tekst aantoontiaar vertXHKlen tot één dichterlijke compositie, de literaire analyse toont tegelijkertijd aan dat veel godsspraken binnen fiun contekst een aanzienlijk gewk:ht i^ebben. interessant zijn vooral die teksten waarin de godsspraak „aktueel" is, in die zin dat ze zelfstandig ingaat op een situatie die door ftet gedkM wordt gesuggereerd, er is aanleiding deze „aktualiteit" in veel gevallen te zien tegen een cuitiscfie achtergrond, dat de godswoorden uitspraken zijn van „cultusprofeten", d.w.z. van profeten die in dienst van tiet tteiligdom stonden en zouden zijn opgetreden volgens liturgisch voorschrift (s. mowinckel e.a.), is niet zeer aannemelijk, waarmee niet is ontkend dat er samenhang is met het profetisme. in kronieken heten de „vaders" van de cultische zang soms „zieners" en is er sprake van dat tempelzangers bij de lofprijzing „profeteren", deze wijze van voorstellen kan worden verklaard uit de rol die oudtijds profeten hebben gespeeld bij de feestviering en lofprijzing voor jhwh, en uit een zekere affiniteit tussen profeten, dichters en zangers („geïnspireerden"). het cultisch optreden van profeten (extatici) en musk;i leidde tot een vervoering waarin ook zangers godswoorden konden spreken (I kr. 25, 1w; ps. 75 e.a.). het tieeld dat zich hier aftekent, kan uit andere gegevens worden aangevuld, in ps. 60, ps. 85 en ps. 132 is de godsspraak een antwoord op klachten en gebeden, die blijktiaar uitdrukking zijn van een cultisch „god zoeken", er zijn aanwijzingen dat dit „god zoeken" een antwoord kon vinden in profetische orakels; de godswoorden in de genoemde psalmen laten zich naar analogie daarvan verstaan, ps. 50, ps. 81 en ps. 95, teksten die eveneens voor cultisch gebruik zullen zijn gedicht, bevatten goddelijke terechtwijzingen die kunnen worden begrepen vanuit een specifieke opvatting van de profetie (jer. 7, 22w e.a.; de profetie als ven/olg op het gebiedend spreken van jhwh in de periode van de uittocht).' de godswoorden in dergelijke psalmen staan in relatie tot het profetisme zoals zich dat bij het heiligdom manifesteerde, de voordracht ervan (vaak wel gemarkeerd door wisseling van stemmen e.d.) heeft een moment van „profeteren" bevat. Anderzijds kan niet worden voorijijgezien aan de „psalmentaal" van de godswoorden, aan de geïntegreerdhekl van het godswoord in het gedicfit (die wijst op fixatie-vooraf), en aan b.v. het feit dat de antwoordorakels (ps. 60 etc.) weinig zijn toegespitst op een konkrete stand van zaken, dergelijke gegevens maken het moeilijk te denken aan profetie in de meest oorspronkelijke zin. de situatie is eerder deze, dat in de bedoelde psalmen het profetisch spreken is getransponeerd naar het vlak van de officiële liturgie, iets van deze profetische ervaring vond zijn weg naar de geordende tempelzang en kreeg in het „zangersorakel" een eigensoortige, liturgisch-getxinden neerslag. personalia van de promovendus: thijs booij, op 2 februari 1933 te hijken (gem. bellen) geixiren, studeerde theologie aan de vrije universiteit, in mei 1967 legde hij tiet doktoraal examen af (oude testament), sinds september 1971 is de heer booij aan de v.u. werkzaam als wetenschappelijk medeweri<er voor semitische taal- en letterkunde (hebreeuws, arartrees). het adres van de promovendus luidt; graaf janlaan 17 te amstelveen. „processing sites of yeast ribosomal precursor ma" is de titel van het proefschrift waarop p. de Jonge te amsterdam op donderdag 22 Juni promoveerde, promotor was prof. dr. r. J. planta, copromotor dr. ]. klootwijk, korte samenvatting: ribosomen zijn celdeeltjes waarop in iedere levende cel de fabricage van eiwitten plaatsvindt, uit het onderzoek, verricht op het biochemisch laboratonum van de v.u. is een tamelijk gedetailleerd inzicht veri<regen in het vormingsproces van ritiosomen in gist, een eenvoudige cel met een kern. de vorming van een ritX)SOom is een vrij ingewikkeld proces aangezien het is opgebouwd uit meerdere soorten bestanddelen (in het totaal 71 soorten eiwitten en 4 soorten nuclëinezuren) waarvoor de erfelijke informatie is vastgelegd op afzonderiijke dragers (genen), de ritiosoomvorming vereist dan ook een gecoördineerde expressie van de betrokken genen en het op geordende wijze samenvoegen van de verschillende tiestanddelen. met name is veel bekend geworden over de rangschikking
en expressie van de genen van de ribosomale nuclëinezuren (rma). de genen die informatie bevatten voor 3 van de 4 soorten rma (I, II en lil) blijken als een eenheid te worden overgeschreven, hierbij ontstaat een lange keten, opgebouwd uit ongeveer 9000 bouwstenen (nudeotlden), die een gemeenschappelijk voorstadium is van de moleculen I, II en III. naast deze 3 moleculen bevat dit voorstadium nog extra stukken ma welke uiteindelijk niet in het ritx>soom worden teruggevonden, deze zg. niet-ritx>somale stukken ma (in onderstaande figuur sctiematisch weergegeven met open hokjes) worden in de levende cel stapsgewijs verwijderd door een nog onbekerid aantal enzymen die de keten op zeer specifieke plaatsen (processing sites) knippen totdat uiteindelijk de moleculen I, II en III overblijven. om een tieter inzicht te krijgen in het mechanisme dat op moleculair niveau ten grondslag ligt aan het zeer specifiek veriopende „l<nip"-proces werd het in dit proefschrift t>eschreven onderzoek uitgevoerd naar de struktuur van de gebieden waar het gemeenschappelijk ma-voorstadium wordt gekni|}t. zulke gebieden worden bijvoorl>eekl gevonden op plaatsen (aangeduid met in de figuur) waar ribosomale rna moleculen grenzen aan stukken niet-ribosomaal ma. van t>elang is uiteraard het antwoord op de vraag of er in de omgeving van de „knipplaatsen" specifieke struktuurelementen aan te wijzen zijn die als herkenningsplaatsen voor de „knip"-enzymen kunnen dienen. hiertoe werd de volgorde van de bouwstenen (waarvan er slechts 4 soorten zijn) in de buurt van de verschillende „knipplaatsen" bepaald en met elkaar vergeleken, er werden signifk:ante overeenkomsten gevonden in de txjuwsteenvolgorden aan de „recfrter" uiteinden van de moleculen I, il en III. aangezien tot dusverre de meeste kennis over het mectianisme van het „knip"-proces verworven is met bacteriële systemen werden eerst de voor deze systemen verkregen gegevens geëvalueerd en vervolgens vergeleken met de in dit proefschrift tjeschreven gegevens over de vorming van ribosomaal ma in gist. geconcludeerd wordt dat de overeenkomstige trauwsteenvolgorde die gevonden is nabij de „knipplaatsen" voor de vorming van de „rechter" uiteinden van de moleculen I, II en III in gist mogelijk één van de herkenningsplaatsen zou kunnen zijn voor de betrokken specifieke „knip"-enzymen. als zijlijn kwam uit dit orxjerzoek naar voren dat de volgorde van de laatste 21 t>ouwstenen aan de „rechter" kant van molecuul I uit gist vrijwel identiek is met die van overeenkomstige ma moleculen uit andere organismen, variërend van een eenvoudige bacterie tot een zoogdier, deze sterke conservering van Ixjuwsteenvolgorde gedurende de evolutie suggereert een belangrijke tjetekenis van dit uiteinde van molecuul 1 voor de struktuur en/of funktie van het ribosoom. personalia petrus de jonge, op 7 november 1946 te , amsterdam getjoren, studeerde scheikunde aan de vrije universiteit en legde in novemtier 1973 het doktoraal examen af met biochemie als hoofdvak, van december 1973 tot mei 1978 was de heer de jonge werkzaam als wetenschappelijk medewerker in tijdelijke dienst bij de subfaculteit scheikunde, vakgroep biochemie, het adres van de promovendus luidt; boterdiepstraat 41-hs te amsterdam.
Stellingen het is onverantwoord dat in laboratoria, waar het risiko van brand duidelijk aanwezig is, waardevolle onderzoekresultaten niet brandveilig worden opgeborgen, (h. bos, v.u., a'dam).
een internationale afspraak tussen uitgevers over de normering van de stand van boektitels op de ruggen van boeken zou nekwervelslijtage bij het t>ezoeken van bibliotheken kunnen voorkomen, (j. h. santema, v.u.-a'dam).
de eigenlijke taak van de bedrijfsgeneeskundige dienst behoort gericht te zijn op de medische zorg voor gezonde werkomstandigheden in het tjedrijf, en niet op de medisch-therapeutische behandeling van de personeelsleden. (|. h. santema, v.u.-a'dam).
door na de kerstdagen gedurende drie weken dagelijks vermageringsdiëten te publiceren suggereert een christelijk dagblad dat de ware t>etekenis van het kerstfeest niet „vrede op aarde" is, maar „vreten op aarde", (b e njnsburger vua'dam).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's