Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 286

11 minuten leestijd

6

AD VALVAS — 3 MAART 1978

ABVA wil 'bufferpot' om reallokatie evenwichtiger te laten verlopen In een nota van de ambtenarenbond de ABVA over de universitaire ontwikkelingsplannen (tot 1983 de nullijn voor de personele middelen) spreekt de ABVA uit in principe niet tegen iedere herverdeling van personeelsplaatsen binnen de universiteit te zijn. Wanneer een studie­ richting door jarenlange daling van het studentenaantal echt ruim in zfln jasje komt te zitten moet, vindt de bond, de mogelijkheid be­ staan het overschot elders binnen de universiteit nuttiger te besteden. Inkrimpende (sub) faculteiten hoeven niet zo'n moeite te hebben met het inleveren van plaatsen als ze dan maar de garantie krijgen, dat by nieuwe of verzwaarde taken weer nieuwe plaatsen toegewezen wor­ den. De realiteit is volgens de ABVA echter helaas anders. Ondanks dit laatste is de bond, gezien de noodzaak de beschikbare middelen zo effectief mogelijk aan te wenden, bereid ook in de huidige situatie mee te werken aan interne reallokatie, mits echter aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Verder stelt de ABVA voor, dat de VU gaat ijveren voor een boven­ budgettaire, in principe tijdelijke 'bufferpot', die tot doel heeft het reallokatieproces evenwichtiger te laten verlopen. De minimaal noodzakelijke for­ matiegroei van de groei (sub) fa­ culteiten zou in eerste instantie uit die pot gerealiseerd kunnen worden, terwijl (sub)faculteiten, die moeten inkrimpen pas hoeven in te leveren als aan de randvoor­ waarden (waarover straks) is vol­ daan. Als daaraan is voldaan ver­ huist een formatieplaats formeel van een inkrimpende naar een groeiende (sub)faculteit; feitelijk kan hij dus al eerder besteed zajn. De voorgestelde bufferpot dient dus om het tijdsinterval, dat noodzakerlijkerwüs optreedt wan­ neer wordt vastgehouden aan een verantwoord onderwijs­, onder­ zoeks­ en personeelsbeleid, te overbruggen en kan over een lan­ gere periode 'terugverdiend' wor­ den. Tevens zou zo'n pot een buffer­ functie kunnen vervullen waar­ mee de ontwikkeling anders loopt dan verwacht (bv. door onvoor­ spelde veranderingen in de stu­ dentenaantallen en/of de eerste voorkeur van aankomende stu­ denten.) Het 'bod' van dit voor­ stel, dat naar de mening van de ABVA natuurlijk door alle univer­ siteiten en hogescholen gezamen­ lijk gedaan zou moeten worden aan de minister van onderwijs, bestaat hierin, dat de instellingen meewerken aan een goede reallo­ katie en bereid zijn in de toe­ komst knelpunten niet meer al­

leen uit accrès op te vangen maar ook door interne reallokatie, die verantwoord is uit het oogpunt van een evenwichtig onderwijs­, onderzoeks­ en personeelsbeleid. Hiertegenover zou de minister een vorm van 'voorfinanciering' moe­ ten stellen op basis van meerja­ renafspraken.

Verdeel­en

heerseffect

Zoals gezegd wil de ABVA alleen meewerken aan interne realloka­ tie als aan een aantal randvoor­ naarden wordt voldaan. Alvorens die uitvoerig op te sommen merkt de bond in de nota op niet mee te werken aan een 'beleid', dat erop gericht is via het bü reallokatie dreigende verdeel­en­heers­effekt bezuinigingen door te voeren. Re­ allokatie is alleen aanvaardbaar als beleidsinstrument binnen een

B handhaving takenpakket Uitgegaan dient te worden van handhaving van het takenpakket van een (sub) faculteit die voor in­ krimping in aanmerking komt. Konkreet betekent dit voor het onderwijs dat er geen aantasting van de eindtermen mag plaats vinden en geen amputatie van onderdelen van het vastgestelde studieprogramma. Inkrimping mag niet leiden tot wijziging van de herprogrammeringsvoorstellen, bv. door invoering van nieuwe goedkopere varianten. Voor het onderzoek betekent dit ook, dat inkrimping niet mag leiden tot amputatie van onderdelen vah. het onderzoekprogramma en dat reeds lopende projecten in ieder geval afgemaakt moeten kunnen worden. Als dat niet het geval zou zijn, zou men inderdaad echt van verspilling van geld en man­ kracht moeten spreken. B handhaving normen goed per­ soneelsbeleid De wtjze en het tempo van in­ krimping moeten onder alle om­ standigheden voldoen aan de nor­ men van een goed personeelsbe­ leid. Daartoe behoren volgens de ABVA in ieder geval: geen op­ heffing van dienstbetrekking m verband met reallokatie; geen overplaatsing anders dan op basis van vrijwilligheid; geen ongeoor­ loofde druk op personeelsleden om tegen hun wil ontslag te ne­ men of overplaatsing aan te vra­ gen; geen onaanvaardbare taak­ verzwaring voor (naaste) kolle­ ga's; e venWichte verdeling van een

SRVU ondersteunt de AB VA­nota

tering van het aanstellingsbeleid worden doorgevoerd. Zo zou het aanstellen van voomamelyk we­ tenschappelijke ambtenaren (met alleen een onderwijs­ of onder­ zoektaak) op gereallokeerde for­ matieplaatsen voor de ABVA geen aanvaardbare beleidslijn zijn, evenmin als het hanteren van la­ gere aanstellingsvormen of uitstel van benoemingen om de gemid­ delde personeelslast te verlagen of het vakaturepercentage te verho­ gen. Dit is in strijd met de uit­ gangspunten van het terugdringen van ongelijkheid tussen de leden van het personeel en het behou­ den van de eenheid van onderwijs en onderzoek. Een dergelijk korte termijn beleid zou dus in stryd komen met het door de bond ge­ wenste algemene beleid uit dien hoofde niet doorgevoerd moeten worden. Dit wil niet zeggen dat de bond voorstander zou zijn van een in alle opzichten ongewijzigde voortzetting van het huidige be­ noemings­ en bevorderingsbeleid en het daarmee gepaard gaande belonings'beleid', integendeel. Wij­ zigingen in dat beleid dienen ech­ ter onderdeel te zijn van een meer omvattend struktureel werkgele­ genheidsbeleid, waarvoor de bond binnen niet al te lange tijd voor­ stellen hoopt te kunnen doen.

Periodieke

evaluatie

Tenslotte vindt de ABVA dat de reallokatie periodiek geëvalueerd moet worden, zowel op de nale­ ving van de randvoorwaarden

Dauwtrappers bij Okeanos­bosloop Na een laatste winterse stuip­ trekking was het op zaterdag 25 februari toch nog lekker warm 'loop­weer*. Om 11 uur zou de Zde OKEANOS bosloop van start gaan. Een landelijk avondblad had de starttijd verkeerd vermeld en daarom stonden om 9 uur 's och­ tends de eerste enthousiastelingen al voor de deur van de OKEA­ NOS­sociëteit te trappelen. Het totaal aantal deelnemers voor de drie afstanden was ruim 100, wat de organisatoren enigszins tegenviel. De drie groepen startten tegelijk. Halverwege de loop wer­ den de 4 km­lopers gescheiden van de rest, terwijl de atleten voor de twaalf kilometer even later al­ leen, d.w.z. apart van de 8 km­ lopers, verder mochten. Omdat enkele onverlaten de richtingspij­ len in het bos hadden weggehaald en misschien de wegaanduiding niet overal even duidelijk was, wa­ ren er zelfs enkele lopers die meer dan 12 km aflegden. Hoewel de bosloop geen wedstri d was, volgen hier de eerst aan­ komenden: 4 km: 1. R. Geskes, Amsterdam (13 min. 43'), 2. F. v. d. Velden, Amstelveen en Jan Willem de Vos uit Amsterdam. 8 km: 1. Oscar Smit, Amstelveen (30 min. 45'); 2. R. Peetoom, Amsterdam (31 min. 15'). 12 km: 1 Ton Lucassen. Amster­ dam (49 min. rond); 2 Frans Gö­ bel, Amsterdam (49 min. 14'). We hopen dat er volgend jaar meer deelnemers(sters) zijn dan deze keer. (W. P. Schaasberg)

Aan de opstelling van de hiernaast gepresenteerde ABVA­nota zijn zowel dis­ kussies binnen als tussen de groep VU van de ABVA en de SRVU voorafgegaan. Daaruit kwam naar voren, dat tussen ABVA en SRVU overeenstemming bestaat ten aanzien van de in de nota naar voren gebrachte uit­ gangspunten en voorstellen. De SRVU ondersteunt de nota dan ook. Zowel ABVA als SRVU zou­ den het op prijs stellen beide overleg te kunnen gaan voe­ ren met frakties en leden van de universiteitsraad en het ,CvB over de voorstellen uit de nota. In een nieuwsbulle­ tm schrijft de SRVU onder meer te ijveren voor hoc^ kwalificerend onderwijs en onderzoek, het tegengaan van studentenstops en een goede sociaal­economische positie voor de studenten. De her­ programmerii^ van het WO is voor de SRVU een extra reden tot ondersteuning van het ABVA­initiatief. In de LOG­onderwijs manifestatie van 18 februari werd o.a. de eis geponeerd: 'voldoende middelen om de herprogram­ mering te kunnen uitvoeren'.

Wat nu gebeurt is, dat de rege­ ring deze politieke verantwoorde­ lijldieid probeert af te schuiven op de universiteiten. De instellingen zouden hiertegenoverstelling moe­ ten nemen, meent de ABVA. Wat echter niet betekent, dat de uni­ versiteit hiermee zou kunnen vol­ staan en ontslagen zou zgn van de plicht zelf een beleid te voe­ ren. De universiteit zou de knel­ punten, die zeker bestaan (als ge­ volg van de middelenbevriezing) duideiyk moeten formuleren en voor de buitenwereld zichtbaar moeten maken. Daardoor en door aan te geven hoe de universiteit vanuit haar maatschappeiyk ver­ antwoordeHjkheidsbesef zelf denkt by te dragen aan de oplossing van de problemen kan één en ander bespreekbaar worden gemaakt. Tegelijk dient ook de overheid het onbespreekbare karakter van de nuliyn te laten varen.

Beleidsdoelen

De vier die deelnamen aan het overleg tussen ABVA en SRVU ter voorbereiding van de nota. V.l.n.r. Jan Sanne Mulder en C oen C orne­ lisse (beide SRVU), Arie Verhagen en Jaap de Visser (beide ABVA). reële behoefteraming van zowel onderwijs als onderzoek van de verschillende (sub) faculteiten, als middel om struktiu­eel optre­ dende verschillen in de verhou­ ding van personeelsbezetting tot taakomvang tussen de (sub) facul­ teiten by te sturen. Zo'n raming is op het ogenblik hoogstens par­ tieel aanwezig. Wat betreft deze ramingen mo­ gen in verband met reallokatie huidige ruimteproblemen en/of studentenstops in geen geval ge­ hanteerd worden of feiteiyk funk­ tioneren als opstapjes tot het in­ leveren van personeelsplaatsen. Het is namelijk niet ondenkbaar, dat een studierichting waarvoor in de komende jaren een numerus fixus voorzien wordt, wanneer dit als invoergegeven bij de bereke­ ningen dient, in die berekeningen over een aantal jaren relatief 'be­ ter' komt te zitten dan andere studierichtingen, dan voor inleve­ ren in aanmerking zou komen. Het is voor de ABVA onaanvaard­ baar, wanneer een studierichting vanwege een studentenstop en/of ruimtenood personeelsplaatsen zou moeten inleveren.

Randvoorwaarden Dan de randvoorwaarden, die in acht genomen moeten worden bij uitvoering van reallokatie.

eventuele inkrimping over de ver­ schillende personeelskategorieën; de garantie van voldoende ruime onderzoeksmogelijkheden voor op proef aangestelde medewerkers en promotiemedewerkers, boven een vast te stellen minimum­nivo van de onderzoekstijd per studierich­ ting. geen ongelimiteerde inkrimping Het is biJ voorbaat duidelijk dat een inkrimpende (sub)fakulteit hoe dan ook voor onoverkomen­ lyke problemen gesteld wordt als van het ene jaar op het andere een drastische beperking van de formatie gerealiseerd zou moeten worden. Het door het CvB Inge­ voerde reduktiepercentage van drie procent per jaar is voor de ABVA het absolute maximum. g aanwending voor bedreigde studierichtingen De uit reallokatie ter beschikking komende formatieplaatsen dienen zodanig toegewezen te worden dat de ratio's die het meest aanleiding zouden kunnen geven tot het in­ stellen van een numerus fixus, verbeterd worden. Alleen in uit­ zonderlijke gevallen, waarover de universiteitsraad zich dient uit te spreken, mag daarvan afgeweken worden. B geen onderhandse wijziging personeelsbeleid Bij reallokatie mag geen verslech­

t.a.v. inkrimping als voor wat be­ treft de toewijzing van gereallo­ keerde plaatsen. Universiteitsraad, Commissie van Overleg en vak­ bonden moeten in staat gesteld worden hierop kontrole uit te oe­ fenen. Tijdige en aktuele informa­ tieverstrekking over het voorgeno­ men beleid en het verloop van de reallokatie is hiervoor een vereis­ te.

Regering schuift verantwoordelijkheid

af

De ABVA kondigt tenslotte aan in de nabije toekomst nadere voor­ stellen te zullen uitwerken voor een verantwoord werkgelegen­ heids­ en studiemogeltjkhedenbe­ leid. Dit zal gericht moeten zijn op het terugdringen van studenten­ stops en het garanderen van een vrije toegankelijkheid van het WO (meer doorstroming vanuit lagere inkomensgroepen), hand­ haven en waar mogelijk vergroten van omvang en kwaliteit van de werkgelegenheid aan de universi­ teit alsmede van de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek (met bij dat laatste een demokratische verantwoording over het gevoer­ de beleid) en handhaving van de eenheid van onderwijs en onder­ zoek.

In een inleiding op baar voor­ stellen en stellingname stelt de ABVA, dat de vooronderstellingen Verder wil de ABVA zich richten van de nuUqn voor de personele op het tegengaan van nieuwe en middelen tot 1983 al in de loop het terugdringen van bestaande van vorig jaar onjuist en onhan­ ongelijkheid binnen het WP wat teerbaar zqn gebleken. Als drei­ betreft aanstellingsvormen, en op gende gevolgen van deze bevrie­ het opheffen van verschillen in zing ziet zy verdere beperking medezeggenschapsmogelijkheden van de toegankeiykheid van het van al het universitaire personeel WO, verschraling van het onder­ en van ongerechtvaardigde ver­ wijs, daling van het nivo en ren­ schillen in inkomen en rechtspo­ dement van het onderzoek, nog sitie. Hierbij dient met name de grotere ongeiykheid onder het positie van de laagstbetaalden personeel en scheiding van on­ verbeterd te worden. derwys en onderzoek. Dat de uni­ versiteiten daarmee steeds minder De ABVA stelt voor een driezydig in staat zullen zyn hun wetteiyke overleg te gaan voeren over de taken uit te voeren zou een poli­ voorstellen van de nota tussen tieke beslissing moeten zqn, die enerzqds frakties en leden van de dan ook voor rekening van de UB en het CvB en anderzgds verantwoordeiyke bewindslieden ABVA en SRVU. De SRVU heeft en het parlement zou dienen te zich achter de ABVA­nota ge­ komen. , schaard. (J. K.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's