Ad Valvas 1977-1978 - pagina 178
AD VALVAS — 9 DECEMBER 1977
Research-Instituut Bedrijfswetenschappen 25 jaar
Symposium over management in ontwil(kelingslanden
Het Research-Instituut voor Bedrijfswetenschappen (BVB) te Delft bestaat dit jaar 25 jaar. Dit feit wordt 12 december gevierd met een symposium over 'aangepast management'. Prof. dr. Jan Tinbergen is één van de sprekers die het belang van management training voor de ontwikkelingslanden zal belichten. De managementtechnieken zoals die in de geïndustrialiseerde landen worden gedoceerd en toegepast kminen niet klakkeloos worden overgenomen door de ontwikkelingslanden. Bü de beleidsvoering in de Derde Wereld moet men rekening houden met het niveau van het onderwijs, de kwaliteit en de grootte van het arbeidsaanbod en de ter plaatse aanwezige materialen en machines; het geheel passend in het eigen cultuurpatroon. Het RVB verzorgt management-cursussen in Nederland en in de Derde Wereld die geheel zijn afgestemd op de behoeften van de minder ontwikkelde landen. De basis van het RVB werd een kwart eeuw geleden gelegd door prof. dr. B. W. Berenschot en prof ir. R. van Hasselt, twee hoogleraren van de TH Delft. Aanvankelijk was de opzet om Nederlandse studenten in de laatste fase van hun studie in contact te breiden met de praktijk. Zowel de (kleine) ondernemers als de studenten zouden van deze wisselwerking kunnen profiteren. In 1955, drie jaar na de oprichting, besloot het RVB de opgedane kennis en ervaring dienstbaar te maken aan de industriële ontwikkeling van de Derde Wereld. Het RVB ging deel uitmaken van het Nederlandse programma voor internationaal onderwijs, dat door de Stichting der Nederlandse universiteiten en hogeschool voor internationale samenwerking (NUFFIC) wordt gecoördineerd. De eerste cursus 'Small-scale industries management' bleek duidelijk in een behoefte te voorzien. Vanaf 1969 werden naast de management-cursussen regionale industriële ontwikkelingscursussen in het onderwijspakket opgenomen. Sinds de oprichting hebben 1400 buitenlandse deelnemers de verschillende ciu:sussen van het RVB gevolgd. De lessen worden in de Engelse taal gegeven en na de cursusperiode van 23 weken moeten de deelnemers terugkeren naar hun eigen land om het geleerde in praktijk te brengen. Dit om de zogenaamde 'brain drain' te voorkomen. Het BVB is ook in de ontwikkelingslanden zelf aktief. Het instituut is nauw betrokken bij het opzetten van opleidingen ter plaatse. Een voorbeeld hiervan is het Institute for Small-scale Industries, verbonden aan de universiteit van Manilla (Filippijnen). De huidige directeur van dit belangrijke instituut in de Aziatische regio is eveneens spreker op het symposium. De banden met de oud-cursisten zijn hecht. Ter gelegenheid van het jubileum heeft de RVB een wedstrijd uitgeschreven onder oud-cursisten. Hen is gevraagd een scriptie te schrijven over een succe-rijke oplossing van een managementsprobleem die zij in hun eigen praktijk hebben ontmoet. Tientallen oud-cursisten hebben ^inmiddels aan deze oproep gehoot gegeven. De eerste drie prijswinnaars zullen tijdens het symposium hun werkstuk toelichten. Tenslotte zal ook de directeur van de Industrial Operation Division van de United Nations Industrial Development Organisation, Mr). G. S. Gouri, een gastspreker zijn.
Als het aan Klein lag zouden de universiteiten meer pe Tweede Kamerlid dr. Ger Klein tegen Jan Sanne Mulder (SBVU) over bet liOG: I k vind bet jammer dat ik in de afgelopen vier jaar te weinig weerwerk heb gebad, want ik moet je eerUjk zeggen, bet stelde werkelijk geen fluit voor. Ook vóór de verldezingen in '73 beb ik gezegd: 'ik hoop dat ik echt degelijk weerwerk krüg*. Het was met de studentenvakbonden in de afgelopen vier jaar tocb eigenlijk iedere keer weer een walkover. En dat is niet lenk. Zeker niet als het mensen betreft waarvan ik «igenl^jk vond dat ze met hun organisatie en. met hun aktiviteiten veel meer hadden moeten presteren.' Aldus de ex-staatssekretaris voor het hoger onderwijs over de studentenbeweging. Hij sprak deze harde woorden op een bijeenkomst van^de PvdA, dlstrikt Amstelveen, die op dinsdag 29 november in Uilenstede werd gehouden. . Het g e b r ^ aan degelijk weerwerk was een element van tragiek in het werk dat Klein de afgelopen vier jaar heeft gedaan of heeft proberen te doen. Aan dat werk zaten nog wel meer tragische kanten. Het was duidelijk te merk«Q dat Klein de ontwikkelingen met betrekking tot de kabinetsformatie niet erg kon waarderen: naar alle waarschijnlijkheid zou hij 'zijn werk' niet kunnen afmaken. Op wat vage toespelingen op de toekomst na, werd Klein voornamelijk ondervraagd over het beleid van de afgelopen vier jaar. Omdat de inleiding van Klein wat uitliep, terwijl het einde van de avond door hem op half elf was bepaald, werd er vaak niet diep op de onderwerpen ingegaan. Met op de juiste momenten een geforceerd harde kunstlach, met gegoochel met cijfers en andere dlskus,Sletrucs probeerde Klein de aUermoeiltJkste onderwerpen uit de weg te gaan. Toch was hier en daar al te konstateren dat Klein zich langzaaip distantieert van verdere bezuinigingsmaatregelen. Verder vond hij dat bij het totale planningsgebeuren der universiteiten 'de overheid misschien wel iets te veel in het inhoudelijke was gedoken' en dat 'je best kan zeggen dat de demokratisering op de universiteiten achteruit gegaan is'. Hiervoor had Klein echter een verdediging klaar, die hieronder aan de orde komt. ^
Verschrikkelijke ontdekking "Het is altyd de tragiek van een onderwijsen wetenschapsbewindsman dat men het in de learner nergens over eens is als er bezuinigd moet worden: de een wil het weglialen bij CBM, de ander bü defensie, weer een ander bij ontwikwelingssamenwerking enzovoorts. Maar over een ding is men het eens: onderwijs. Als men het in de kamer niet meer wist, dan zei men: 'ja, maar onderwijs daar zit nog zoveel, daar kan best wel wat af. Een aantal kamerleden heeft zelf gestudeerd, geloof ik, en sommigen waren zelfs hoogleraar geweest. En als je ze dan vroeg of die bezuinigingen ook hun eigen vakgroep betrof, dan bleek dat altijd net die ene uitzondering te ziJn. Deze mentaliteit was voor mQ, toen ik in 1973 voor het eerst in het kabinet optrad, een verschrikkelijke ontdekking.' Klein heeft het niet makkelijk gehad in de afgelopen kabinetsperiode. Zijn naam is dan wel Klein, maar het is nog maar zeer de vraag of er in de toekomst ooit gezongen zal worden dat zijn daden groot waren. Om over de zilvervloot maar helemaal te zwijgen. Bezuinigingen, de invoering van een WUB-demokratle, althans de pogingen daartoe (zie tussenrapport van kommissie-Polak, waaruit blijkt dat het met de invoering van de WUB niet zo soepel loopt als men misschien wel had gehoopt), reallokaties, herstrukturering, Kleine bijstellingen van de WUB, bijbaantjes van hoogleraren en de studiefinanciering waren de hoogtepunten van Kleins Vï^erkzaamheden. Het is bekend dat de universiteiten nou met zo stonden te juichen over het door Klein uitgestippelde en deels uitgevoerde beleid. Van de linkerzijde werd meermalen de beschuldigende vinger uitgestoken
naar deze PvdA-man, als zou hij te rechts zijn voor zijn eigen partij. Met name het feit dat hij de wensen van het landelijk overleg van PvdA-studenten negeerde, is hiervan een sterk voorbeeld. Klein tegen een lid van dat landelijk overleg: 'Nou, het is bekend dat die cluli van PvdA-studenten niet zo groot is. We hebben er in de fraktie wel over gesproken tn hoeverre we ons door die club zouden laten beïnvloeden en we hebben besloten om de daar heersende standpunten naar vermogen mee te nemen.' Reaktie van de student-PvdA-Ud: 'Dat vermeden was dan zeker nul'.
'Mijn positie overschat' We zitten in een zaaltje op Uilenstede dat doet denken aan de zaaltjes zoals Godfried Bomams ze al-beschreef: het is niet druk, er is' een geluidsinstallatie die het aanvankelijk niet doet, wat krakkemikkerige stoeltjes, een glaasje water en zenuwachtige organisatoren die de grote man zo goed medelijk willen verwelkomen. Bloemen staan al klaar tn de spoelbak voor de pilsglazen. Het zijn geen rode PvdA-rozen omdat het budget van de afdeling Amstelveen daarvoor tn dit jaargetijde niet toereikend was. Misschien moet de PvdA een minder doornig pad gaan volgen en overstappen op een andere bloem. Qf op gras, de Proletarier onder de planten. Dat ziet er natuurlijk wel wat minder strijdlustig uit. Op de PvdA-vlag, die natuurlijk aanwezig is prijkt in ieder geval de roos-in-de-vuist nog. Als Klein zijn inleidend praatje heeft gehouden is SRVU-voorzitter Jan-Sanne Mulder de eerste vragensteller: 'Toen wij hoorden dat Klein hier kwam, hebben wij even zitten praten van: wat hebben we hier eigenlijk nog te zoeken, nu het niet meer zo waarschijnlijk is dat K^ein staatssekretaris wordt. Maar omdat het in het verleden duidelijk is geweest dat Klein de tegenstander was van de linkse studentenorganisaties op een aantal punten, zoals demokratiserlng, herstrukturering en studiefinanciering en dergelijke, leek het ons zinnig om toch iets tega. hem te zeggen. Je kan je namelijk afvragen wat voor rol het beleid van Klein heeft gespeeld bij het tot stand komen van het nieuwe CDA-WD-kabtnet. Hierbij zou ik de stelling willen verkondigen dat Klein op zijn terrein de weg heeft geplaveid naar dat rechtse kabinet. Ik zou dat willen illustreren met zijn demokratiseringsbeleid, waarbij hij zich in de dlskussie duidelijk niet heeft gebaseerd op de linkse groepen op de universiteit, nee, integendeel zich heeft gebaseerd op de rechtse groepen op de imlversiteit'. Klein: 'Ik vind nu toch dat u mijn positie overschat. Nou heb ik daar in de afgelopen vier jaar nooit bezwaar tegen gehad, maar nu is het ogenblik van de waarheid gekomen: zo was het nou ocdc weer niet. Ik zou als ik u was eerst maar eens een beetje beter gaan analyseren wat er in de universiteiten met betrekking tot de verrechtslng van het stemgedrag precies gebeurd is, met name bü de studenten. En wat betreft die demokratiserlng: je kan best zeggen dat de demokratiserlng op de universiteiten achteruit gegaan is. Ik heb geconstateerd dat het op eon b<»ip hoop instellingen op
Door Ben Rogmans verschUlende niveaus = heel behoorlijk gii^, maar ik heb ook moeten constateren dat er zo hier en daar hele rare vermekingsprocessen plaatsvonden. Ik zit nu gelukkig in Amstelveen en niet in Amsterdam, maar als je de wijze zag waarop de mensen van de subfaculteit politicologie van de Universiteit van Amsterdam met elkaar omgingen, dat was om onpasselijk van te worden.' Mulder: 'U heeft in uw Kleine bijstellingen voor wat betreft het onderwijsprogramma het accent verlegt naar de vakgroepsbesturen. En in die vakgroepsbesturen heeft u de invloed van de studenten met één stem teruggebracht'. Ook ASVA-voorzitter Perd Gone was van mening dat deze operatie een wezenlijke aantasting van de demokratie betekende. Kleins verweer kwam er uiteindeltjk op neer dat men niet zo met elkaar moet omgaan dat die éne stem mtmaakt.
'Grootse happening' "Besluiten moeten genomen worden met een grote mate van consensus,' aldus Klein. Dat dit de werkelijke situatie in veel vakgroepen niet benadert en dat bijvoorbeeld ook in de kabinetsformatie van de PvdA en het CDA is gebleken hoeveel strijd er om die éne stem kan zijn, kon Klein niet overtuigen. Bovendien vond bij: "We zitten in dat bt^rer onderwijs natuurlijk wel met een doelaktiviteit. Sommigen willen er een grootse happening van maken, maar daar hebben we bet nou niet over: de centrale overheid wil gewoon met de beschikbare middelen een bepaald rendement krijgen. Dat klinkt misschien wel banaal, maar dat is zeker de bedoeling. En o wee als bet slecht zou worden: dan zouden de studenten de eersten zün om daartegen te protesteren.'
Voor die doelaktiviteit heb je natuurlijk een brok specifieke deskundigheid nodig, maar ook degenen die het onderwijs genieten moeten daar een bepaalde zeggenschap over hebben. De besluitvorming kan in de fakulteitsraad gebeuren en daar liggen bepaalde verhoudingen. Ja, en als dat afhangt van één of twee stemmetjes, dan deugt dat niet met het bedrijfsgebeuren. Dan bent u kennelijk in een soort machtsstruktuur bezig. En of dat nou het wetenschappelijk personeel is dat
het niet goed doet„ of dat het nou de studenten zijn interesseert mü niet. Zo mogen daar eenvoudig weg geen besluiten over onderwijsprogramina's genomen worden, je moet daar een grote mate van consensus hebben. Ik heb er wel enige pijnlijke ervaringen mee op gedaan met de raden die niet goed werkten. Dan haal ik altijd maar weer politicologie in Amsterdam aan, dat is zo'n fris voorbeeld waarbij ik zelf bijna onderuit gehaald werd. En over de schuldvraag heb ik het nou niet. Daarvoor moet u wachten op mijn memoire. Maar Je zag dat daar mensen met elkaar omgingen op een wijze die niks meer met demokratie te makrai heeft, dat is gewoon een zieke aangelegenheid'. Kleins beweegredenen om het wetenschappelijk personeel in de vakgroepsbesturen via de bijstellingen te bevoordelen zocht Wj in het feit dat die mensen daar hun werkkring hebben en dus een extra verantwoordelijkheid dragen. Verder had hü zo zijn twijfels over de deskundigheid van de studenten. Hij vond het argument dat Istudenten een betere kijk hebben op het studieprc^ramma dan het wetenschappelijk personeel, omdat deze laatste groep vaak lang geleden en/of op een andere imiversiteit gestudeerd heeft, terwijl bovendien de studenten de enigen zijn die met alle onderdelen van het studieprogramma te maken krijgen, dit In tegenstelling tot de 'specialisten', niet geloofwaardig.
Creatieve herprogrammering 'Op bet ogenblik dat u zegt dat er echt essentiële studieonderdelen wegvallen, dan is men met de herprogrammering doorgeschoten. Nu gaat het erom of je lean aantonen dat dat in een studieduur van vijf j a a r . . . of liever gezegd vier j a a r . . . gebeurt. Bij elektrotechniek in Delft, ja ik val maar steeds weer terug op mijn eigen vak, vind ik dat bet best in vier jaar zou kunnen, met als uitgangspunt dat de meesten er vijf jaar over doen en een enkele zes jaar. Ik ben teleurgesteld over wat men ervan gemaakt heeft, men bad wat meer creativiteit moeten gebruiken. Maar als men keihard kan aantonen dat het programma te verschraald is, dan wordt dat geen vier jaar, dan wordt dat meer. Dat hebben wij ook steeds gezegd dat die mogelijkheid er is. Maar zijn we het erover eens, dat het wel ontzettend toevallig is dat bonderdendrie van de honderdvijf studierichtingen in Nederland precies vijf jaar hebben aangevraagd? Dat is alles behalve bantoeïstiek en tandheelkunde.' (Klein vergeet bier dat een aantal subfakulteiten, bijvoorbeeld Nederlands, lang niet overal in den lande op vijf jaar terecht gekomen zijn, B.B.). 'Bovendien hoeft u er als gemiddeld student maar 1700 uur per jaar aan te besteden. Als u er wat harder aan wilt trekken, dan maakt u er 2000 uur van! Dat vind Ik nog een zeer redelijke werktijd. Alles bij elkaar kan je d'r best over steggelen of het zo nu wel allemaal goed gaat. Mag ik het zo zeggen: als je een echt goed planningsgebeuren had, waarin goede relaties tussen overheid en instellingen, dan kan je nog wel aan andere oplossingen (dan de huidige wijze van herprogrammeren, B.R.) denken. Misschien moet dat zelfs nog wel gebeuren. Je kan je afvragen of de overheid, zo terugkijkend op de afgelopen tien jaar, bij het aanzwengelen van deze zaak niet Iets te veel is gedoken in het Inhoudelijke vlak. Misschien hadden we op dat punt meer marges moeten geven. Maar dat betekent dan wel strengere randvoorwaarden in het financiële vlak. Dat staat er tegenover: je kunt niet alles vrijlaten.' Zijn de studieprogramma's nou wel zo inefficiënt als Klein beweert?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's